<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBNHO:2025:10183</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-11-24T11:25:23</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-09-03</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Noord-Holland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Noord-Holland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2025-09-03</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">11133860 \ CV EXPL  24-3549</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#bodemzaak">Bodemzaak</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Haarlem</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_verbintenissenrecht">Civiel recht; Verbintenissenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2025:10183">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2025:10183</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-11-24T11:24:32</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-11-24</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBNHO:2025:10183 Rechtbank Noord-Holland , 03-09-2025 / 11133860 \ CV EXPL  24-3549</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBNHO:2025:10183:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Luchtvaart. De passagier heeft compensatie van de vervoerder gevorderd voor een geannuleerde vlucht. De vervoerder voert aan dat de annulering van de vlucht het gevolg was van buitengewone omstandigheden, namelijk een capaciteitsreductie op Amsterdam-Schiphol Airport. Het verweer van de vervoerder slaagt. Daarnaast heeft hij alle redelijke maatregelen getroffen. Daarom wordt de vordering van de passagier afgewezen.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBNHO:2025:10183:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK NOORD-HOLLAND</bridgehead>
    <para>Handel, Kanton en Insolventie</para>
    <para>locatie Haarlem</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zaaknr./rolnr.: 11133860 \ CV EXPL  24-3549</para>
      <para>Uitspraakdatum: 3 september 2025</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis van de kantonrechter in de zaak van:</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [eiser]
        </emphasis>
      </para>
      <para>wonende te [plaats]</para>
      <para>eiser</para>
      <para>hierna te noemen: de passagier</para>
      <para>gemachtigde: [gemachtigde] (Yource B.V.)</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>de rechtspersoon naar buitenlands recht</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">EasyJet Airline Company Limited</emphasis>
      </para>
      <para>gevestigd te London Luton Airport, Verenigd Koninkrijk</para>
      <para>gedaagde</para>
      <para>hierna te noemen: de vervoerder</para>
      <para>gemachtigde: mr. B. Koolhaas (BK Legal)</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">De zaak in het kort</emphasis>
      </para>
      <para>De passagier heeft compensatie van de vervoerder gevorderd voor een geannuleerde vlucht. De vervoerder voert aan dat de annulering van de vlucht het gevolg was van buitengewone omstandigheden, namelijk een capaciteitsreductie op Amsterdam-Schiphol Airport. Het verweer van de vervoerder slaagt. Daarnaast heeft hij alle redelijke maatregelen getroffen. Daarom wordt de vordering van de passagier afgewezen.</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>
      <nr>1</nr>Het procesverloop</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Het verloop van de procedure blijkt uit:</para>
      <para>- de dagvaarding:</para>
      <para>- de conclusie van antwoord;</para>
      <para>- de conclusie van repliek;</para>
      <para>- de conclusie van dupliek.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>Ten slotte is vonnis bepaald.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>De feiten</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>De passagier heeft met de vervoerder een vervoersovereenkomst gesloten. Op grond daarvan moest de vervoerder hem op 5 oktober 2022 vervoeren naar Amsterdam-Schiphol Airport.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>De vervoerder heeft vlucht U22710 dan wel EZY2170 van Milaan, Italië, naar Amsterdam-Schiphol Airport (hierna: de vlucht) geannuleerd. </para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>De passagier heeft daarom compensatie van de vervoerder gevorderd.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4.</nr>
      <para>De vervoerder heeft niet uitbetaald. </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Het geschil</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>De passagier vordert dat de vervoerder, bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis, veroordeeld zal worden tot betaling van:<?linebreak?>-	€ 400,00, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf de dag van het incident tot aan de dag der algehele voldoening;<?linebreak?>-  € 72,60 aan buitengerechtelijke incassokosten, te vermeerderen met wettelijke rente;<?linebreak?>- de proceskosten en de nakosten. <?linebreak?></para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>De passagier baseert zijn vordering op de Verordening (EG) nr. 261/2004 (hierna: de Verordening) en de rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: het Hof). De passagier stelt dat de vlucht in kwestie onderdeel was van een vluchtcombinatie Brindisi – Milaan – Amsterdam en dat de vervoerder hem vanwege de annulering van de vlucht moet compenseren met een bedrag van € 400,-.<footnote-ref linkend="_55236b5e-9f16-4a00-9edf-24cbf29f82b6" /></para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <para>Daarnaast verzoekt de passagier de kantonrechter om een certificaat af te geven.<footnote-ref linkend="_a3765a3b-3b91-4cde-aa2b-e0cc51958410" /><?linebreak?></para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.4.</nr>
      <para>De vervoerder voert verweer. Op zijn verweer wordt ingegaan bij de beoordeling van het geschil. </para>
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>4</nr>De beoordeling</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <para>De kantonrechter stelt ambtshalve vast dat zij bevoegd is om van de vordering kennis te nemen.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2.</nr>
      <para>De passagier stelt dat hij met de vervoerder is overeengekomen dat deze hem zou vervoeren van Brindisi, Italië, via Milaan, Italië, naar Amsterdam-Schiphol Airport, met een combinatie van vlucht U22824 en de vlucht in kwestie. De vervoerder betwist dit. Hij voert aan dat de passagier twee afzonderlijke tickets voor vlucht U22824 en de vlucht in kwestie heeft geboekt. Er was daarom geen sprake van een vluchtcombinatie. </para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3.</nr>
      <para>De passagier heeft daar tegenin gebracht dat hij één boekingsbevestiging heeft gekregen, waarop beide vluchten staan. Ook is de boeking gemaakt onder één nummer. Daaruit blijkt dat hij de tickets voor de vluchten in een keer heeft gekocht. Hij verwijst hierbij naar de bij de dagvaarding overgelegde boekingsbevestiging.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.4.</nr>
      <para>In geschil is of de vlucht in kwestie moet worden gezien als een onderdeel van de rechtstreeks aansluitende vluchten Brindisi – Milaan – Amsterdam of als een afzonderlijke vlucht. Het Hof heeft geoordeeld dat sprake is van rechtstreeks aansluitende vluchten die een geheel vormen als twee of meer vluchten in het kader van een enkele boeking zijn gekocht.<footnote-ref linkend="_72e32be0-11a7-4055-8443-e4e64459043c" /> Een boeking is het feit dat de passagier een ticket heeft of een ander bewijs dat de boeking is aanvaard en geregistreerd.<footnote-ref linkend="_21425c62-fa4e-4ad3-ac86-70756e395d6e" /></para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.5.</nr>
      <para>Naar het oordeel van de kantonrechter heeft de passagier met de door hem overgelegde boekingsbevestiging en zijn toelichting daarop voldoende onderbouwd dat hij de tickets voor de vluchten in een boeking heeft gekocht. De vervoerder heeft dit in dupliek ook niet nader betwist. Dit betekent dat de vlucht in kwestie gezien moet worden als een onderdeel van de rechtstreeks aansluitende vluchten Brindisi – Milaan – Amsterdam.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.6.</nr>
      <para>Vast staat dat de vlucht is geannuleerd. In beginsel moet de vervoerder dan compenseren. Dit is anders als de vervoerder kan aantonen dat de annulering het gevolg is geweest van buitengewone omstandigheden die ondanks het treffen van alle redelijke maatregelen niet voorkomen konden worden.<footnote-ref linkend="_14bf9a58-2e1a-49c7-adff-70b27ad4869e" /> Volgens vaste rechtspraak van het Hof is een omstandigheid buitengewoon als deze niet inherent is aan de bedrijfsactiviteit van de vervoerder en hij daar ook geen invloed op kon uitoefenen.<footnote-ref linkend="_977c5860-2e51-4c8f-972f-eb52f38f98fc" /></para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.7.</nr>
      <para>De vervoerder heeft een beroep op buitengewone omstandigheden gedaan. Volgens hem moest de vlucht geannuleerd worden vanwege een capaciteitsbeperking op Schiphol. De luchthaven was onvoldoende in staat om het aantal passagiers te verwerken. Daarom werden luchtvaartmaatschappijen door de luchthaven geïnstrueerd om het aantal vluchten te verminderen. Ter onderbouwing verwijst hij naar interne berichten en e-mails van de ‘slot coördinator’ van Schiphol.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.8.</nr>
      <para>De passagier betwist dit. Hij erkent dat er een capaciteitsbeperking op Schiphol gold ten tijde van de geplande uitvoering van de vlucht, maar hij voert aan dat de luchtverkeersleiding de vervoerder niet specifiek geïnstrueerd heeft om de vlucht in kwestie te annuleren. Dit was daarmee een eigen keuze van de vervoerder, aldus de passagier.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.9.</nr>
      <para>Het verweer van de vervoerder slaagt. Een capaciteitsbeperking kan een buitengewone omstandigheid vormen als de vervoerder aantoont dat hij vanwege de duur en de mate van de restricties geen andere keuze had dan tot annulering van de vlucht over te gaan. Als onbetwist staat vast dat de vervoerder vanwege de instructies van de luchthaven verplicht was om een aantal vluchten te annuleren op de dag van de vlucht. De vervoerder heeft toegelicht dat alleen de frequent uitgevoerde routes en Schengenroutes heeft geannuleerd om zo te voorkomen dat passagiers gestrand raakten. Naar het oordeel van de kantonrechter is een dergelijke capaciteitsbeperking een omstandigheid die niet inherent is aan de normale uitoefening van de bedrijfsactiviteit van de vervoerder en hij heeft daar ook geen invloed op. De enkele omstandigheid dat de vervoerder ook had kunnen kiezen om een andere vlucht te annuleren, maakt dit niet anders. Vast staat immers dat de vervoerder verplicht was om een aantal vluchten te annuleren. Een luchtvaartmaatschappij moet daarbij de mogelijkheid hebben om een zelfstandige afweging te maken. Daarom was de annulering van de vlucht het gevolg van een buitengewone omstandigheid.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.10.</nr>
      <para>Resteert de vraag of de vervoerder alle redelijke maatregelen heeft genomen om de vertraging vanwege de annulering te voorkomen of te beperken. De vervoerder stelt dat hij de annulering ook met het treffen van redelijke maatregelen niet kon voorkomen omdat deze het gevolg was van de beslissingen van de luchtverkeersleiding en hij daar geen invloed op heeft. Daarbij heeft hij de passagier de keuze gegeven tussen terugbetaling of omboeking.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.11.</nr>
      <para> Het betoog van de vervoerder slaagt. De tegenwerping van de passagier dat hij aanvankelijk een alternatief aangeboden kreeg met een onmogelijke overstap en hij pas een redelijk alternatief kreeg nadat hij zelf contact had opgenomen met de vervoerder, maakt dit niet anders. Vast staat immers dat de passagier na dit contact wel een passend alternatief heeft gekregen. Hij heeft niet toegelicht waarom deze tweede vlucht desondanks geen redelijk alternatief was. Omdat de passagier voor het overige niets heeft aangevoerd, oordeelt de kantonrechter dat de vervoerder alle redelijke maatregelen heeft getroffen. Dit betekent dat de vordering wordt afgewezen.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.12.</nr>
      <para>De passagier zal in het ongelijk worden gesteld. Daarom zal hij worden veroordeeld in de kosten van de procedure. Ook de nakosten worden toegewezen, voor zover deze kosten daadwerkelijk door de passagier worden gemaakt. De gevorderde rente over de proceskosten wordt toegewezen vanaf de datum gelegen 14 dagen na betekening van dit vonnis.</para>
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>5</nr>De beslissing	</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De kantonrechter:</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>5.1.</nr>
      <para>wijst de vordering af;</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.2.</nr>
      <parablock>
        <para>veroordeelt de passagier tot betaling van de proceskosten, die tot en met vandaag voor de vervoerder worden vastgesteld op een bedrag van € 164,00 aan salaris van de gemachtigde van de vervoerder <?linebreak?>en veroordeelt de passagier tot betaling van € 41,00 aan nakosten voor zover deze kosten daadwerkelijk door de vervoerder worden gemaakt<emphasis role="italic">,</emphasis></para>
        <para>vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de datum gelegen 14 dagen na betekening van dit vonnis tot aan de dag van de algehele voldoening.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.3.</nr>
      <para>verklaart dit vonnis – voor wat de proceskostenveroordeling betreft – uitvoerbaar bij voorraad.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Dit vonnis is gewezen door mr. S. Kleij, kantonrechter, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van bovengenoemde datum in aanwezigheid van de griffier. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De griffier		De kantonrechter</para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
  <footnote id="_55236b5e-9f16-4a00-9edf-24cbf29f82b6" label="1">
    <para> Artikel 7 van de Verordening.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_a3765a3b-3b91-4cde-aa2b-e0cc51958410" label="2">
    <para> Zoals bedoeld in artikel 53 van de herziene EEX-Verordening 1215/2012 (hierna: de Brussel I bis-Verordening).</para>
  </footnote>
  <footnote id="_72e32be0-11a7-4055-8443-e4e64459043c" label="3">
    <para> HvJEU 31 mei 2018, C-537,17, ECLI:EU:C:2018:361.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_21425c62-fa4e-4ad3-ac86-70756e395d6e" label="4">
    <para> HvJEU 6 oktober 2022, C-436/21, ECLI:EU:C:2022:762.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_14bf9a58-2e1a-49c7-adff-70b27ad4869e" label="5">
    <para> Artikel 5 lid 3 van de Verordening.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_977c5860-2e51-4c8f-972f-eb52f38f98fc" label="6">
    <para> Zie onder meer HvJEU 22 december 2008, C-549/07, ECLI:EU:C:2008:771.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>