<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBNHO:2024:897</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-02-14T15:00:30</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-02-01</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Noord-Holland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Noord-Holland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2024-02-07</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">10769927 \ CV EXPL  23-7110</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#verstek">Verstek</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Haarlem</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_verbintenissenrecht">Civiel recht; Verbintenissenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2024:897">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2024:897</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-02-12T09:59:06</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-02-14</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBNHO:2024:897 Rechtbank Noord-Holland , 07-02-2024 / 10769927 \ CV EXPL  23-7110</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBNHO:2024:897:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Verstek. Eindvonnis na akte. Vordering ziet enkel op overige zorgkosten. Ambtshalve toetsing van de Voorwaarden basisverzekeringen en aanvullende verzekeringen 2023. De kantonrechter oordeelt dat artikel 9.2 van de Algemene Voorwaarden met betrekking tot de buitengerechtelijke incassokosten en de wettelijke rente oneerlijk is. Het beding wordt vernietigd en de nevenvorderingen worden afgewezen. Enkel de hoofdsom wordt toegewezen.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBNHO:2024:897:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK NOORD-HOLLAND</bridgehead>
    <para>Handel, Kanton en Insolventie</para>
    <para>locatie Haarlem</para>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Zaaknr./rolnr.: 10769927 \ CV EXPL  23-7110</para>
      <para>Uitspraakdatum: 7 februari 2024</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Verstekvonnis in de zaak van:</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>de naamloze vennootschap</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">Zilveren Kruis Zorgverzekeringen N.V.</emphasis>
      </para>
      <para>gevestigd te Utrecht</para>
      <para>de eisende partij</para>
      <para>verder te noemen: Zilveren Kruis</para>
      <para>gemachtigde: GGN Mastering Credit B.V.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [gedaagde]
        </emphasis>
      </para>
      <para>wonende te [plaats] </para>
      <para>de gedaagde partij</para>
      <para>niet verschenen</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>
      <nr>1</nr>Het procesverloop</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Zilveren Kruis heeft een vordering tegen de gedaagde partij ingesteld. Tegen de gedaagde partij is verstek verleend.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>Op 22 november 2023 is een tussenvonnis gewezen. Ter uitvoering van dat tussenvonnis heeft Zilveren Kruis een akte ingediend. Vervolgens is een datum voor vonnis bepaald.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>2</nr>De beoordeling</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>Zilveren Kruis vordert veroordeling van de gedaagde partij tot betaling van € 462,78, te vermeerderen met de wettelijke rente over een bedrag van € 385,00. Daarnaast vordert zij veroordeling van de gedaagde partij in de proceskosten. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Hoofdsom</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>De hoofdsom wordt toegewezen, omdat deze de kantonrechter niet onrechtmatig of ongegrond voorkomt.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Ambtshalve toetsing van de Voorwaarden basisverzekeringen en aanvullende verzekeringen </emphasis>
          <emphasis role="bold italic">2023</emphasis>
          <emphasis role="italic"> (hierna: de Algemene Voorwaarden)</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Buitengerechtelijke incassokosten en rente</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>Zilveren Kruis maakt aanspraak op vergoeding van de buitengerechtelijke incassokosten en wettelijke rente. In artikel 9.2 van de Algemene Voorwaarden is daarover het volgende beding opgenomen. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">“(…) Als u (verzekeringnemer) niet op tijd betaalt, kunnen wij administratiekosten, invorderingskosten (waaronder incassokosten) en de wettelijke rente aan u (verzekeringnemer) in rekening brengen.”</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De kantonrechter moet beoordelen of dit beding in de Algemene Voorwaarden oneerlijk is ten opzichte van de consument. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4.</nr>
      <para>De kantonrechter oordeelt dat het beding oneerlijk is, omdat Zilveren Kruis op grond van het beding diverse soorten kosten (administratiekosten, invorderingskosten (waaronder incassokosten) en wettelijke rente) bij de consument in rekening kan brengen. Het beding heeft een aanzienlijk bredere strekking dan de kosten die op grond van de wet gevorderd kunnen worden. Incassokosten wordt immers als één van de voorbeelden genoemd, naast administratiekosten en invorderingskosten. Omdat Zilveren Kruis zichzelf met het beding de bevoegdheid heeft gegeven om – naast wettelijke rente en incassokosten – bij de consument, onder diverse noemers, meer invorderingskosten in rekening te brengen, is sprake van een aanzienlijke verstoring van de rechten en verplichtingen voortvloeiend uit de overeenkomst, ten nadele van de consument. Bovendien schrijft artikel 6:96 van het Burgerlijk Wetboek voor dat de incassokosten pas ná het verstrijken van de in de veertiendagenbrief genoemde termijn verschuldigd worden. Dit is niet in het beding opgenomen. Voorts laat het beding de mogelijkheid open om meer incassokosten in rekening te brengen dan volgt uit de normering in het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten. Ook dat is oneerlijk.<?linebreak?>Op basis van het voorgaande is de kantonrechter van oordeel dat het beding oneerlijk is. Het beding wordt daarom vernietigd.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.5.</nr>
      <para>De kantonrechter vindt het beding voor wat betreft de wettelijke rente niet oneerlijk, voor zover deze rente wordt berekend over de verschuldigde premie. Uit de overeengekomen betalingstermijn volgt namelijk dat de verzekeringnemer zonder ingebrekestelling in verzuim is als de premie niet op tijd wordt betaald. Echter vordert Zilveren Kruis geen verschuldigde premie, maar een vergoeding voor overige kosten, zoals gespecificeerd in de overgelegde producties. Voor de overige kosten is niet gebleken dat partijen een betalingstermijn zijn overeengekomen. Voor deze kosten is het rentebeding daarom oneerlijk, omdat wettelijke rente pas verschuldigd is nadat de verzekeringnemer met de betaling in verzuim is en niet, zoals in het beding staat, als niet op tijd is betaald. Het rentebeding zal daarom worden vernietigd.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.6.</nr>
      <para>De argumenten die Zilveren Kruis heeft aangevoerd voor haar stelling dat het beding niet oneerlijk is, leiden niet tot een ander oordeel.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Conclusie </emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.7.</nr>
      <para>Omdat het beding op grond waarvan de buitengerechtelijke incassokosten en wettelijke rente bij de consument in rekening kunnen worden gebracht oneerlijk is, heeft Zilveren Kruis ook geen recht op de buitengerechtelijke incassokosten en wettelijke rente over de overige kosten. Die nevenvorderingen zullen daarom worden afgewezen.  </para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.8.</nr>
      <parablock>
        <para>De gedaagde partij wordt overwegend in het ongelijk gesteld en zal daarom in de</para>
        <para>proceskosten worden veroordeeld. De kosten voor de genomen akte blijven echter voor rekening van Zilveren Kruis, aangezien het aan haarzelf te wijten is dat het nodig was deze extra akte op te stellen. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>3</nr>De beslissing </title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De kantonrechter:</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>veroordeelt de gedaagde partij tot betaling aan Zilveren Kruis van € 385,00;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>veroordeelt de gedaagde partij tot betaling van de proceskosten, die de kantonrechter aan de kant van de eisende partij tot en met vandaag vaststelt op:</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>€	130,49 wegens dagvaardingskosten,</para>
        <para>€	128,00 wegens griffierecht en</para>
        <para>€	135,00 wegens salaris gemachtigde;</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <para>verklaart de veroordeling(en) in dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad; </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.4.</nr>
      <para>wijst af het meer of anders gevorderde.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Dit vonnis is gewezen door mr. W.S.J. Thijs en op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De griffier                                                                                                         De kantonrechter</para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>