<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBNHO:2024:8730</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-09-16T07:29:18</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-08-23</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Noord-Holland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Noord-Holland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2024-08-08</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">10784355 CV EXPL 23-3754</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#bodemzaak">Bodemzaak</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#verstek">Verstek</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Zaanstad</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_verbintenissenrecht">Civiel recht; Verbintenissenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2024:8730">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2024:8730</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-09-16T07:28:40</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-09-16</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBNHO:2024:8730 Rechtbank Noord-Holland , 08-08-2024 / 10784355 CV EXPL 23-3754</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBNHO:2024:8730:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Ambtshalve toetsing van de ‘ALGEMENE VOORWAARDEN PARKEREN 12.2020’. De artikelen 5.6, 5.8, 7.5, 8.1, 8.2 en 8.3 zijn oneerlijke bedingen en worden door de kantonrechter vernietigd. Volgt afwijzing van de vordering.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBNHO:2024:8730:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK NOORD-HOLLAND</bridgehead>
    <para>Handel, Kanton en Bewind</para>
    <para>locatie Zaanstad </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zaaknr./rolnr.: 10785355 CV EXPL 23-3754</para>
      <para>Uitspraakdatum: 8 augustus 2024</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Verstekvonnis van de kantonrechter in de zaak van:</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Q-Park Operations Netherlands B.V. </emphasis>
      </para>
      <para>te Maastricht</para>
      <para>de eisende partij</para>
      <para>gemachtigde: mr. C.F.P.M. Spreksel</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [gedaagde] </emphasis>
      </para>
      <para>te [plaats] </para>
      <para>de gedaagde partij</para>
      <para>niet verschenen </para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De procedure</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>De eisende partij heeft de gedaagde partij gedagvaard. Tegen de gedaagde partij is verstek verleend.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>De vordering</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>De eisende partij vordert veroordeling van de gedaagde partij tot betaling van € 496,95, te vermeerderen met de buitengerechtelijke incassokosten, wettelijke rente en proceskosten. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>De eisende partij legt aan de vordering ten grondslag – kort weergegeven – dat de eisende partij zich schuldig heeft gemaakt aan “treintje rijden”, althans het zonder gebruik- making van een geldig parkeerbewijs of -middel verlaten van de parkeeraccommodatie. Daarmee is de gedaagde partij tekortgeschoten is in de nakoming van de tussen partijen tot stand gekomen overeenkomst. Subsidiair stelt de eisende partij dat de gedaagde partij onrechtmatig jegens haar heeft gehandeld. Op grond van de toepasselijke algemene voorwaarden moet de gedaagde partij het ‘tarief verloren kaart’ (€ 150,00) en (aanvullende) schadevergoeding (€ 346,95) aan de eisende partij betalen. Omdat de gedaagde partij deze bedragen niet aan de eisende partij heeft voldaan zijn ook de wettelijke rente en de  buitengerechtelijke kosten verschuldigd geraakt. </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>3</nr>De beoordeling </title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Ambtshalve toetsing van de algemene voorwaarden </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>De kantonrechter is, gelet op het Dexia-arrest<footnote-ref linkend="_0dab6e7d-3608-45b7-8c21-679a5fef397f" />, gehouden om onderzoek te doen naar (mogelijk) oneerlijke bedingen in de toepasselijke algemene voorwaarden. Volgens Richtlijn 93/13/EEG betreffende oneerlijke bedingen in consumentenovereenkomsten is een beding oneerlijk wanneer dit het evenwicht tussen de wederzijdse rechten en verplichtingen ten nadele van de consument aanzienlijk verstoort. De kantonrechter moet in iedere procedure over ieder onderdeel van de vordering beoordelen of daarover in de algemene voorwaarden afspraken zijn gemaakt en of die afspraken al dan niet eerlijk zijn ten opzichte van de consument. Als de kantonrechter oordeelt dat een contractuele afspraak niet eerlijk is, moet het beding worden vernietigd en moet de vordering op dat onderdeel worden afgewezen (ook als de eisende partij in de procedure een beroep doet op wettelijke bepalingen in plaats van op die contractuele afspraak).</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>Uit de overgelegde stukken blijkt dat op de overeenkomst de ‘<emphasis role="bold italic">ALGEMENE VOORWAARDEN PARKEREN 12.2020</emphasis>’ van de eisende partij van toepassing zijn (hierna: de algemene voorwaarden). In de artikelen 5.6, 5.8, 7.5, 8.1, 8.2 en 8.3 van de algemene voorwaarden zijn bepalingen opgenomen over het vergoeden van schade. In een eerder vonnis van deze rechtbank in een vergelijkbare zaak<footnote-ref linkend="_672d261b-73ab-4139-bfc3-8f5cbb86193e" /> is overwogen dat deze artikelen (in onderlinge samenhang) oneerlijke bedingen betreffen. Om die reden heeft de kantonrechter die artikelen vernietigd en de vordering van de eisende partij afgewezen. De kantonrechter ziet, gelet op het gestelde in de dagvaarding en uitgaande van de huidige stand van de jurisprudentie, in deze zaak geen aanleiding om daar anders over te denken. De vordering van de eisende partij wordt daarom afgewezen. </para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <para>De proceskosten komen voor rekening van de eisende partij, omdat zij ongelijk krijgt. Deze worden aan de kant van de gedaagde partij tot en met vandaag vastgesteld op nihil.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>4</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De kantonrechter:</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <para>wijst de vordering af; </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2.</nr>
      <parablock>
        <para>veroordeelt de eisende partij tot betaling van de proceskosten, die tot en met vandaag voor de gedaagde partij worden vastgesteld op nihil.</para>
        <para>Dit vonnis is gewezen door mr. M. Woerdman en op bovengenoemde datum in het openbaar</para>
        <para>uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De griffier 		De kantonrechter</para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <footnote id="_0dab6e7d-3608-45b7-8c21-679a5fef397f" label="1">
    <para>HvJ EU 27 januari 2021, C‑229/19 en C‑289/19, ECLI:NL:EU:C:68 (Dexia).</para>
  </footnote>
  <footnote id="_672d261b-73ab-4139-bfc3-8f5cbb86193e" label="2">
    <para> ECLI:NL:RBNHO:2024:2256 (tussenvonnis) en ECLI:NL:RBNHO:2024:4480 (eindvonnis), beiden te vinden op rechtspraak.nl. </para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>