<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBNHO:2024:8156</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-08-19T11:43:23</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-08-08</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Noord-Holland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Noord-Holland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2024-08-08</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">10953030 \ CV EXPL  24-434</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Zaanstad</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2024:8156">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2024:8156</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-08-19T11:43:05</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-08-19</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBNHO:2024:8156 Rechtbank Noord-Holland , 08-08-2024 / 10953030 \ CV EXPL  24-434</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBNHO:2024:8156:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>overeenkomst van opdracht / tekortkoming in de nakoming / geen wilsgebrek</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBNHO:2024:8156:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK NOORD-HOLLAND</bridgehead>
    <para>Handel, Kanton en Bewind</para>
    <para>locatie Zaanstad</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zaaknr./rolnr.: 10953030 \ CV EXPL  24-434</para>
      <para>Uitspraakdatum: 8 augustus 2024</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis van de kantonrechter in de zaak van:</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [eiser]
        </emphasis>  </para>
      <para>wonende te [woonplaats]</para>
      <para>eiser</para>
      <para>verder te noemen: [eiser]</para>
      <para>gemachtigde: GGN Mastering Credit B.V.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [gedaagde]
        </emphasis>  </para>
      <para>wonende te [woonplaats] </para>
      <para>gedaagde  </para>
      <para>verder te noemen: [gedaagde]</para>
      <para>verschenen in persoon</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>
      <nr>1</nr>Het procesverloop</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>
        [eiser] heeft bij dagvaarding van 8 februari 2024 een vordering tegen [gedaagde] ingesteld. [gedaagde] heeft mondeling geantwoord.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>
        [eiser] heeft hierop schriftelijk gereageerd. Hoewel daartoe in de gelegenheid gesteld, heeft [gedaagde] niet meer gereageerd. </para>
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>De vordering en het verweer </title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>
        [eiser] vordert dat de kantonrechter [gedaagde] veroordeelt tot betaling van € 537,63 (bestaande uit een hoofdsom van € 432,58, buitengerechtelijke incassokosten van € 64,89 en rente van € 40,16). Hij legt aan de vordering ten grondslag – kort weergegeven – dat tussen partijen sprake is van een overeenkomst van opdracht. [eiser] heeft fotografiediensten verleend aan [gedaagde] . Voor deze diensten heeft [eiser] op 12 februari 2023 een factuur van € 432,58 aan [gedaagde] toegestuurd. Deze factuur heeft [gedaagde] , ondanks herhaalde sommaties, onbetaald gelaten. Hierdoor is [gedaagde] ook de buitengerechtelijke incassokosten en de wettelijke rente verschuldigd. </para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>
        [gedaagde] betwist de vordering. Hij voert aan – samengevat – dat hij niet wist dat sprake is van een overeenkomst van opdracht. Volgens [gedaagde] kwam [eiser] zijn restaurant binnen, terwijl hij aan het werk was. [eiser] zei dat zijn diensten kosteloos waren. Verder was de communicatie tussen hem en [eiser] in het Nederlands, een taal die hij niet machtig is. Volgens [gedaagde] verliet [eiser] het restaurant niet voordat hij het contract had getekend. Uiteindelijk heeft [gedaagde] het contract getekend, zonder dat hij de inhoud van het contract volledig begreep. </para>
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>3</nr>De beoordeling</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>Naar aanleiding van het verweer van [gedaagde] heeft [eiser] de vordering verder onderbouwd. Daarbij is ook ingegaan op het verweer van [gedaagde] . </para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>
        [eiser] heeft toegelicht dat hij, voorafgaand aan het sluiten van de overeenkomst, op 25 januari 2023 een telefonisch gesprek heeft gevoerd met [gedaagde] . Dit gesprek is in het Engels gevoerd en tijdens dat gesprek zijn de details van de opdracht en de kosten daarvan doorgenomen. Vervolgens is [eiser] op 1 februari 2023 bij [gedaagde] langsgeweest en is de overeenkomst door [gedaagde] ondertekend. Op de overeenkomst zijn de essentiële onderdelen van de dienstverlening zichtbaar. Ook is [eiser] toegelaten tot de onderneming om ter plaatse de fotografiewerkzaamheden uit te voeren, zodat de Google Virtual Tour kon worden gemaakt. Verder is [gedaagde] gewezen op de vijf dagen bedenktijd en deze kon hij ook raadplegen in artikel 6.9 van de algemene voorwaarden. Ook betwist [eiser] dat sprake is van een wilsgebrek, omdat dat niet uit een omstandigheid blijkt. Bovendien heeft [gedaagde] niet onderbouwd dat sprake is van een wilsgebrek.  </para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <para>Omdat [gedaagde] niet heeft gereageerd op de door [eiser] gegeven toelichting houdt de kantonrechter het ervoor dat tussen partijen een rechtsgeldige overeenkomst tot stand is gekomen uit hoofde waarvan [gedaagde] gehouden is de vordering te voldoen. De door [eiser] gevorderde hoofdsom van € 432,58 wordt dan ook toegewezen. De gevorderde rente van € 40,16 is ook toewijsbaar, omdat [gedaagde] hiertegen geen verweer heeft gevoerd en hij in verzuim is. </para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.4.</nr>
      <para>De vordering ten aanzien van de buitengerechtelijke incassokosten wordt ook toegewezen, omdat is voldaan aan de vereisten van artikel 6:96 van het Burgerlijk Wetboek. Het toewijsbare bedrag aan buitengerechtelijke incassokosten wordt vastgesteld volgens het wettelijke tarief dat hoort bij de hoofdsom waartoe [gedaagde] zal worden veroordeeld. Er wordt een bedrag van € 64,89 toegewezen. </para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.5.</nr>
      <para>De proceskosten (en de nakosten) komen voor rekening van [gedaagde] , omdat hij ongelijk krijgt. De proceskosten van [eiser] worden begroot op: </para>
      <para>- kosten van de dagvaarding				€ 109,33</para>
      <para>- griffierecht 											€ 218,00 </para>
      <para>- salaris gemachtigde 							€ 270,00 (2,00 punten x € 135,00)</para>
      <para>- nakosten 								€   67,50 (plus de kosten van betekening zoals vermeld in </para>
      <para>de beslissing) </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Totaal														€ 664,83</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>4</nr>De beslissing	</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De kantonrechter:</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <para>veroordeelt [gedaagde] tot betaling aan [eiser] van € 537,63 te vermeerderen met de wettelijke handelsrente over € 432,58 vanaf 8 februari 2024 tot aan de dag van de gehele betaling;</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2.</nr>
      <para>veroordeelt [gedaagde] tot betaling van de proceskosten (en de nakosten), die de kantonrechter aan de kant van [eiser] tot en met vandaag vaststelt op € 664,83, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [gedaagde] niet tijdig aan de veroordelingen van voldoet en het vonnis daarna wordt betekend; </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3.</nr>
      <parablock>
        <para>verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.</para>
        <para>Dit vonnis is gewezen door mr. P.J. Jansen en op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De griffier		De kantonrechter</para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>