<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBNHO:2024:8069</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-09-09T13:09:12</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-08-07</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Noord-Holland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Noord-Holland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2024-07-25</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">11084632 \ CV EXPL  24-922</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#bodemzaak">Bodemzaak</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#verstek">Verstek</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Zaanstad</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_verbintenissenrecht">Civiel recht; Verbintenissenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2024:8069">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2024:8069</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-09-09T13:07:48</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-09-09</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBNHO:2024:8069 Rechtbank Noord-Holland , 25-07-2024 / 11084632 \ CV EXPL  24-922</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBNHO:2024:8069:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Handelaar (Budget Thuis)-consument. Ambtshalve toetsing van de informatieplichten en de algemene voorwaarden. Overeenkomst buiten verkoopruimte.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBNHO:2024:8069:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK NOORD-HOLLAND</bridgehead>
    <para>Handel, Kanton en Bewind</para>
    <para>locatie Zaanstad </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zaaknr./rolnr.: 11084632 \ CV EXPL  24-922</para>
      <para>Uitspraakdatum: 25 juli 2024 </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Verstekvonnis van de kantonrechter in de zaak van:</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>de besloten vennootschap </para>
      <para>
        <emphasis role="bold">Budget Thuis B.V.</emphasis>, voorheen genaamd <emphasis role="bold">NutsServices B.V.</emphasis>, handelend onder de naam <emphasis role="bold">BudgetEnergie</emphasis></para>
      <para>gevestigd te Amsterdam</para>
      <para>de eisende partij </para>
      <para>gemachtigde: Syncasso Gerechtsdeurwaarders </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [gedaagde] </emphasis>
      </para>
      <para>wonende te [plaats] </para>
      <para>de gedaagde partij  </para>
      <para>niet verschenen</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De procedure</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>De eisende partij heeft de gedaagde partij gedagvaard. Tegen de gedaagde partij is verstek verleend. </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>2</nr>De beoordeling</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <parablock>
        <para>De eisende partij vordert veroordeling van de gedaagde partij tot betaling van € 3.632,33 aan hoofdsom, te vermeerderen met de wettelijke rente, buitengerechtelijke incassokosten en de proceskosten. <?linebreak?></para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Ambtshalve toetsing van de (pre)contractuele informatieplichten </emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <parablock>
        <para>De vordering is gebaseerd op een overeenkomst tussen een handelaar en een consument. De overeenkomst is gesloten buiten de verkoopruimte. Bij het sluiten van dergelijke overeenkomsten moet de handelaar voldoen aan de wettelijke (pre)contractuele informatieplichten van de artikelen 6:230m lid 1 onder a, b, c, e, f, g, h, i, j, o en p en 6:230t lid 1 en 2 van het Burgerlijk Wetboek (BW). Dit ter bescherming van de consument. De handelaar moet gemotiveerd stellen en onderbouwen dat aan deze plichten is voldaan. De kantonrechter moet er ambtshalve op toezien dat die voorschriften worden nageleefd, dus ook als er geen verweer is gevoerd. Zie, onder meer, het arrest van de Hoge Raad van 12 november 2021 (ECLI:NL:HR:2021:1677).</para>
        <para>
          <?linebreak?>
          <emphasis role="italic">De precontractuele informatieplichten</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>De eisende partij heeft gesteld dat zij heeft voldaan aan de hiervoor genoemde precontractuele informatieplichten van de artikelen 6:230m lid 1 en 6:230t lid 1 BW. Ter onderbouwing hiervan heeft zij schermafdrukken van het aanmeldproces voorzien van een toelichting overgelegd. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4.</nr>
      <para>Uit deze toelichting en stukken blijkt niet (voldoende) dat de eisende partij heeft voldaan aan de precontractuele informatieplicht van artikel 6:230t lid 1 BW. Hoewel de overeenkomst kwalificeert als een duurzame gegevensdrager bevat dit stuk niet alle in artikel 6:230m lid 1 BW genoemde informatie.     </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">De contractuele informatieplicht</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.5.</nr>
      <para>Voor wat betreft de contractuele informatieplicht (artikel 6:230t lid 2 BW) heeft de eisende partij voldoende gesteld en onderbouwd dat deze is nagekomen.<?linebreak?></para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.6.</nr>
      <para>Gelet op het voorgaande zal de kantonrechter voor deze schending een sanctie toepassen.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Welke sanctie hoort hierbij?</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.7.</nr>
      <para>Gelet op de jurisprudentie van het Hof van Justitie van de Europese Unie (HvJ EU) en het hiervoor genoemde arrest van de Hoge Raad moet de kantonrechter aan de schending van de informatieplichten gevolgen verbinden door passende maatregelen te nemen die de consument effectieve rechtsbescherming bieden. Die maatregelen moeten doeltreffend, afschrikwekkend en evenredig zijn.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.8.</nr>
      <parablock>
        <para>In deze zaak heeft de eisende partij de essentiële precontractuele informatieplicht zoals opgenomen in artikel 6:230t lid 1 BW geschonden. Met het oog op voornoemde Europeesrechtelijke beginselen en jurisprudentie van het HvJ EU en de Hoge Raad, zal de kantonrechter de overeenkomst gedeeltelijk vernietigen, te weten voor 25% van de door de gedaagde partij verschuldigde hoofdsom. Daarbij wordt (mede) toepassing gegeven aan de artikelen 3:40 lid 2 en 3:41 BW, en aan de artikelen 6:193b, 6:193d, 6:193f en 6:193j BW, omdat de schending van de informatieplichten ook een oneerlijke handelspraktijk is.<?linebreak?></para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Ambtshalve toetsing van: de </emphasis>
          <emphasis role="bold italic">Leveringsovereenkomst </emphasis>
          <emphasis role="italic">(hierna: de overeenkomst), </emphasis>
          <emphasis role="bold italic">Voorwaarden leveringsovereenkomst Budget Energie</emphasis>
          <emphasis role="italic"> (hierna: de voorwaarden leveringsovereenkomst) en de </emphasis>
          <emphasis role="bold italic">Algemene voorwaarden van Budget Energie voor levering van elektriciteit en gas aan kleinverbruikers 2017 (geldig vanaf 1 april 2017) </emphasis>
          <emphasis role="italic">(hierna: de algemene voorwaarden)</emphasis>
          <?linebreak?>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.9.</nr>
      <parablock>
        <para>De kantonrechter is, gelet op het Dexia-arrest<footnote-ref linkend="_7a680a76-59c7-4beb-8e13-37de5c61f4e7" />, gehouden om onderzoek te doen naar (mogelijk) oneerlijke bedingen in de toepasselijke algemene voorwaarden. Volgens Richtlijn 93/13/EEG betreffende oneerlijke bedingen in consumentenovereenkomsten is een beding oneerlijk wanneer dit het evenwicht tussen de wederzijdse rechten en verplichtingen ten nadele van de consument aanzienlijk verstoort. De kantonrechter moet in iedere procedure over ieder onderdeel van de vordering beoordelen of daarover in de algemene voorwaarden afspraken zijn gemaakt en of die afspraken al dan niet eerlijk zijn ten opzichte van de consument. Als de kantonrechter oordeelt dat een contractuele afspraak niet eerlijk is, moet het beding worden vernietigd en moet de vordering op dat onderdeel worden afgewezen (ook als de eisende partij in de procedure een beroep doet op wettelijke bepalingen in plaats van op die contractuele afspraak).</para>
        <para>
          <?linebreak?>
          <emphasis role="italic">Eindnota </emphasis>
          <?linebreak?>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.10.</nr>
      <parablock>
        <para>In de algemene voorwaarden is ten aanzien van de eindnota een beding (artikel 12.3) opgenomen. De kantonrechter is van oordeel dat dit beding niet als oneerlijk kan worden aangemerkt.<?linebreak?></para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Rentebeding </emphasis>
          <?linebreak?>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.11.</nr>
      <para>Artikel 12.6 van de algemene voorwaarden betreft een rentebeding: <?linebreak?><emphasis role="italic">“(…) Betaalt u te laat? Dan informeren wij u eerst schriftelijk of digitaal dat u in verzuim bent. U krijgt dan nog veertien kalenderdagen de tijd om te betalen zonder dat wij hiervoor extra kosten in rekening brengen. Ook informeren wij u over de gevolgen als u niet alsnog binnen deze veertien kalenderdagen betaalt. Dan moet u ons de gewone wettelijke rente betalen.(…)” </emphasis><?linebreak?></para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.12.</nr>
      <parablock>
        <para>Het rentebeding in artikel 12.6 van de algemene voorwaarden is in overeenstemming met de regeling in artikel 6:119 BW. Daarbij speelt mee dat partijen een betalingstermijn zijn overeengekomen en dat de consument (pas) de wettelijke rente is verschuldigd als hij niet binnen de hiervoor genoemde termijn van veertien kalenderdagen heeft betaald. Dit beding is daarom niet oneerlijk.  <?linebreak?></para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Buitengerechtelijke incassokosten </emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.13.</nr>
      <para>Artikel 12.6 van de algemene voorwaarden ziet ook op de incassokosten. Dit beding is op zichzelf niet oneerlijk, omdat het beding in overeenstemming is met het bepaalde in artikel 6:96 BW en het Besluit vergoeding buitengerechtelijke incassokosten.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.14.</nr>
      <para>In de overeenkomst is ook een beding opgenomen over de buitengerechtelijke incassokosten en luidt als volgt: <?linebreak?><emphasis role="italic">“(…) Kosten bij te late betaling. Betaalt u te laat? Dan sturen we u een herinnering. Voor elke factuur die niet binnen de herinneringstermijn van veertien dagen is betaald, ontvangt u een aanmaning waarop wij u € 15,- in rekening brengen. </emphasis></para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Wij stellen u in gebreke als u de aanmaning niet betaalt. Hiervoor brengen we € 25,- in rekening. </emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Wanneer u niet binnen de gestelde termijn van de ingebrekestelling heeft betaald, moeten we gerechtelijke incassomaatregelen nemen. Die kosten zijn wettelijk vastgesteld en worden apart bij u in rekening gebracht. Het gaat dan om incassokosten van 15%van het factuurbedrag met een minimum van € 40,- (…).” </emphasis>
          <?linebreak?>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.15.</nr>
      <parablock>
        <para>De kantonrechter oordeelt als volgt. In een eerdere uitspraak in een andere zaak (ECLI:NL:RBNHO:2023:10445, te vinden op rechtspraak.nl) heeft de kantonrechter dit beding oneerlijk bevonden. De kantonrechter ziet geen reden om daar nu anders over te denken en vernietigt daarom dit beding. De buitengerechtelijke incassokosten zullen daarom worden afgewezen.</para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Wat is toewijsbaar?</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.16.</nr>
      <parablock>
        <para>Gelet op het voorgaande is van de oorspronkelijke hoofdsom van € 3.782,33 een bedrag van € 2.836,75 (€ 3.782,33 x 0,75) toewijsbaar.<?linebreak?></para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Verschenen rente </emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.17.</nr>
      <parablock>
        <para>De vordering tot vergoeding van de verschenen rente zal worden afgewezen, omdat de eisende partij die rente (gelet op de toewijsbare hoofdsom en gelet op artikel 12.6 van de algemene voorwaarden) over een te hoog bedrag heeft berekend. De wettelijke rente zal worden toegewezen over de toewijsbare hoofdsom vanaf de dag van de dagvaarding. </para>
        <para>
          <?linebreak?>
          <emphasis role="italic">Deelbetaling </emphasis>
          <?linebreak?>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.18.</nr>
      <para>De gedaagde partij heeft een bedrag van € 150,00 voldaan. Deze deelbetaling strekt, gelet op het bepaalde in artikel 6:44 BW en wat hiervoor is overwogen, in mindering op de toewijsbare hoofdsom. Dit maakt dat een bedrag van € 2.686,75 (€ 2.836,75 - € 150,00) zal worden toegewezen.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Conclusie en kosten</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.19.</nr>
      <para>De vordering wordt gedeeltelijk toegewezen.  <?linebreak?></para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.20.</nr>
      <para>De gedaagde partij wordt grotendeels in het ongelijk gesteld en zal daarom in de proceskosten worden veroordeeld.  </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>3</nr>De beslissing </title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De kantonrechter:</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>veroordeelt de gedaagde partij tot betaling aan de eisende partij van € 2.686,75, te vermeerderen met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 29 april 2024 tot aan de dag van de gehele betaling;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>veroordeelt de gedaagde partij tot betaling van de proceskosten, die de kantonrechter aan de kant van de eisende partij tot en met vandaag vaststelt op:</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>€	113,54 wegens dagvaardingskosten,</para>
        <para>€	496,00 wegens griffierecht en</para>
        <para>€	238,00 wegens salaris gemachtigde;</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.4.</nr>
      <para>verklaart de veroordeling(en) in dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.5.</nr>
      <para>wijst af het meer of anders gevorderde.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Dit vonnis is gewezen door mr. M. Woerdman en op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De griffier                                                                                                        De kantonrechter</para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
  <footnote id="_7a680a76-59c7-4beb-8e13-37de5c61f4e7" label="1">
    <para> HvJ EU 27 januari 2021, C‑229/19 en C‑289/19, ECLI:NL:EU:C:68 (Dexia).</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>