<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBNHO:2024:8067</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-08-08T10:21:08</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-08-07</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Noord-Holland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Noord-Holland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2024-07-24</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">11160888 \ CV EXPL  24-3899</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#bodemzaak">Bodemzaak</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#verstek">Verstek</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Haarlem</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_verbintenissenrecht">Civiel recht; Verbintenissenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2024:8067">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2024:8067</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-08-08T10:20:33</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-08-08</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBNHO:2024:8067 Rechtbank Noord-Holland , 24-07-2024 / 11160888 \ CV EXPL  24-3899</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBNHO:2024:8067:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Handelaar (Kikker Energie)-consument. Ambtshalve toetsing van de informatieplichten en de algemene voorwaarden. Buiten verkoopruimte.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBNHO:2024:8067:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK NOORD-HOLLAND</bridgehead>
    <para>Handel, Kanton en Insolventie </para>
    <para>locatie Haarlem </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zaaknr./rolnr.: 11160888 \ CV EXPL  24-3899</para>
      <para>Uitspraakdatum: 24 juli 2024 </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Verstekvonnis van de kantonrechter in de zaak van:</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>de besloten vennootschap </para>
      <para>
        <emphasis role="bold">Kikker Energie B.V.</emphasis>
      </para>
      <para>gevestigd te Amsterdam </para>
      <para>de eisende partij </para>
      <para>gemachtigde: gerechtsdeurwaarder B.E.J. Caminada</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [gedaagde] </emphasis>
      </para>
      <para>wonende te [plaats] </para>
      <para>de gedaagde partij  </para>
      <para>niet verschenen</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De procedure</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>De eisende partij heeft de gedaagde partij gedagvaard. Tegen de gedaagde partij is verstek verleend. </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>2</nr>De beoordeling</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>De eisende partij vordert veroordeling van de gedaagde partij tot betaling van € 382,45, te vermeerderen met de wettelijke rente, de buitengerechtelijke incassokosten en de proceskosten. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Ambtshalve toetsing van de (pre)contractuele informatieplichten </emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>De vordering is gebaseerd op een overeenkomst tussen een handelaar en een consument. De overeenkomst is gesloten buiten de verkoopruimte via een tussenpersoon. Bij het sluiten van dergelijke overeenkomsten moet de handelaar voldoen aan de wettelijke (pre)contractuele informatieplichten van de artikelen 6:230m lid 1 onder a, b, c, e, f, g, h, i, j, o en p en 6:230t lid 1 en 2 van het Burgerlijk Wetboek (BW). Dit ter bescherming van de consument. De handelaar moet gemotiveerd stellen en onderbouwen dat aan deze plichten is voldaan. De kantonrechter moet er ambtshalve op toezien dat die voorschriften worden nageleefd, dus ook als er geen verweer is gevoerd. Zie, onder meer, het arrest van de Hoge Raad van 12 november 2021 (ECLI:NL:HR:2021:1677).</para>
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">De precontractuele informatieplichten</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>De eisende partij heeft in de dagvaarding gesteld dat zij (via haar tussenpersoon) heeft voldaan aan de hiervoor genoemde precontractuele informatieplichten van de artikelen 6:230m lid 1 en 6:230t lid 1 BW. Zij heeft ter onderbouwing onder meer overgelegd het zogeheten ‘vertelscript’ en de contractbevestiging. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4.</nr>
      <para>Uit deze toelichting en stukken blijkt niet (voldoende) dat de eisende partij voorafgaand aan het sluiten van de overeenkomst aan de informatieplicht als bedoeld in artikel 6:230t lid 1 BW heeft voldaan. Uit de toelichting van de eisende partij blijkt dat het aanbod naar de consument is gemaild zonder dat duidelijk is of de consument hier (uitdrukkelijk) mee heeft ingestemd.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">De contractuele informatieplicht</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.5.</nr>
      <para>De eisende partij heeft gesteld dat zij heeft voldaan aan artikel 6:230v lid 7 BW (de kantonrechter begrijpt 6:230t lid 2 BW en zal dit in het vervolg ook zo verbeterd lezen) en verwijst ter onderbouwing naar de contractbevestiging. Naar het oordeel van de kantonrechter heeft de eisende partij voldoende gesteld en onderbouwd dat zij aan de contractuele informatieplicht van artikel 6:230t lid 2 BW heeft voldaan. <?linebreak?></para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.6.</nr>
      <parablock>
        <para>Gelet op het voorgaande zal de kantonrechter voor deze schending een sanctie toepassen.<?linebreak?></para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Welke sancties horen hierbij?</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.7.</nr>
      <para>Gelet op de jurisprudentie van het Hof van Justitie van de Europese Unie (HvJ EU) en het hiervoor genoemde arrest van de Hoge Raad moet de kantonrechter aan de schending van de informatieplichten gevolgen verbinden door passende maatregelen te nemen die de consument effectieve rechtsbescherming bieden. Die maatregelen moeten doeltreffend, afschrikwekkend en evenredig zijn.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.8.</nr>
      <parablock>
        <para>In deze zaak heeft de eisende partij de essentiële precontractuele informatieplicht zoals opgenomen in artikel 6:230t lid 1 BW geschonden. Met het oog op voornoemde Europeesrechtelijke beginselen en jurisprudentie van het HvJ EU en de Hoge Raad, zal de kantonrechter de overeenkomst gedeeltelijk te vernietigen, te weten voor </para>
        <para>25% van de door de gedaagde partij verschuldigde hoofdsom. Daarbij wordt (mede) toepassing gegeven aan de artikelen 3:40 lid 2 en 3:41 BW, en aan de artikelen 6:193b, 6:193d, 6:193f en 6:193j BW, omdat de schending van de informatieplichten ook een oneerlijke handelspraktijk is. Omdat de eisende partij geacht wordt bekend te zijn met de Richtlijn Sanctiemodel essentiële informatieplichten en daar op had kunnen anticiperen krijgt zij niet alsnog de gelegenheid zich over deze sanctie uit te laten.<?linebreak?></para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Ambtshalve toetsing van </emphasis>
          <emphasis role="bold italic">Productvoorwaarden Kikker Energie (Groene) Stroom en Gas </emphasis>
          <emphasis role="italic">(hierna: de productvoorwaarden) en </emphasis>
          <emphasis role="bold italic">Algemene Voorwaarden voor de levering van elektriciteit en gas aan kleinverbruikers</emphasis>
          <emphasis role="italic"> (hierna: de algemene voorwaarden)</emphasis>
          <?linebreak?>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.9.</nr>
      <para>De kantonrechter is, gelet op het Dexia-arrest<footnote-ref linkend="_40f9a41a-49fd-4447-b9b4-904a0dd7c65a" />, gehouden om onderzoek te doen naar (mogelijk) oneerlijke bedingen in de toepasselijke algemene voorwaarden. Volgens Richtlijn 93/13/EEG betreffende oneerlijke bedingen in consumentenovereenkomsten is een beding oneerlijk wanneer dit het evenwicht tussen de wederzijdse rechten en verplichtingen ten nadele van de consument aanzienlijk verstoort. De kantonrechter moet in iedere procedure over ieder onderdeel van de vordering beoordelen of daarover in de algemene voorwaarden afspraken zijn gemaakt en of die afspraken al dan niet eerlijk zijn ten opzichte van de consument. Als de kantonrechter oordeelt dat een contractuele afspraak niet eerlijk is, moet het beding worden vernietigd en moet de vordering op dat onderdeel worden afgewezen (ook als de eisende partij in de procedure een beroep doet op wettelijke bepalingen in plaats van op die contractuele afspraak). <?linebreak?><emphasis role="italic">Eindnota </emphasis><?linebreak?></para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.10.</nr>
      <para>In de algemene voorwaarden is ten aanzien van de eindnota een beding (artikel 12.3) opgenomen. De kantonrechter is van oordeel dat dit beding niet als oneerlijk kan worden aangemerkt. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Opzegvergoeding </emphasis>
          <?linebreak?>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.11.</nr>
      <para>Artikel 3.4 van de productvoorwaarden betreft een opzegvergoeding. De kantonrechter is van oordeel dat voornoemd beding niet oneerlijk is, omdat het aansluit bij de wettelijke regeling. De gevorderde opzegvergoeding is toewijsbaar, omdat de gedaagde partij de overeenkomst voortijdig heeft opgezegd.<?linebreak?><emphasis role="italic">Rentebeding </emphasis><?linebreak?></para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.12.</nr>
      <para>Artikel 12.6 van de algemene voorwaarden betreft een rentebeding: <?linebreak?><emphasis role="italic">“(…) Betaalt u te laat? Dan informeren wij u eerst schriftelijk of digitaal dat u in verzuim bent. U krijgt dan nog veertien kalenderdagen de tijd om te betalen zonder dat wij hiervoor extra kosten in rekening brengen. Ook informeren wij u over de gevolgen als u niet alsnog binnen deze veertien kalenderdagen betaalt. Dan moet u ons de gewone wettelijke rente betalen.(…)” </emphasis><?linebreak?></para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.13.</nr>
      <para>Het rentebeding in artikel 12.6 van de algemene voorwaarden is in overeenstemming met de regeling in artikel 6:119 BW. Daarbij speelt mee dat partijen een betalingstermijn zijn overeengekomen en dat de consument (pas) de wettelijke rente is verschuldigd als hij niet binnen de hiervoor genoemde termijn van veertien kalenderdagen heeft betaald. Dit beding is daarom niet oneerlijk.  <?linebreak?><emphasis role="italic">Buitengerechtelijke incassokosten </emphasis></para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.14.</nr>
      <para>Artikel 12.6 van de algemene voorwaarden ziet ook op de incassokosten. Dit beding is op zichzelf niet oneerlijk, omdat het beding in overeenstemming is met het bepaalde in artikel 6:96 BW en het Besluit vergoeding buitengerechtelijke incassokosten.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.15.</nr>
      <para>Artikel 2.3 van de productvoorwaarden ziet ook buitengerechtelijke incassokosten en luidt als volgt:  <?linebreak?><emphasis role="italic">“Als je niet op tijd hebt betaald, ontvang je eerst een betaalherinnering. Deze betaalherinnering is kosteloos, tenzij je een betaling terugstort (storneert) of als er een automatische incasso mislukt doordat je onvoldoende saldo hebt. In dit geval stuurt Kikker Energie je een verzoek om de betaling alsnog te voldoen, waarbij we een bedrag van € 2,50 inclusief btw aan administratiekosten in rekening brengen. Deze administratiekosten dien je dan gezamenlijk met de openstaande factuur te voldoen. </emphasis><?linebreak?><emphasis role="italic">Als je binnen 14 dagen, de betaaltermijn van de eerstere herinnering, je betalingsverplichting alsnog niet nakomt, betaal je de volgende kosten: Aanmaning van een niet betaalde nota: dit betreft 15% van het aan Kikker Energie verschuldigde bedrag, met een minimumbedrag van € 40,00. Als een vordering ter incasso wordt overgedragen aan een derde partij, kan deze partij extra kosten in rekening brengen. De totale buitengerechtelijke kosten voor een aanmaning, een (slot)sommatie en de kosten van een derde partij zijn maximaal de wettelijke toegestane buitengerechtelijke kosten per nota.” </emphasis><?linebreak?></para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.16.</nr>
      <para>De bedongen vergoeding als bedoeld in voornoemd artikel is niet begrensd in omvang en daarmee mogelijk hoger dan de vergoeding conform het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten. Bovendien zijn volgens de tekst van het beding de incassokosten al verschuldigd (namelijk € 2,50 aan administratiekosten) zodra de consument in verzuim is, terwijl de wettekst voorschrijft dat de incassokosten pas ná het verstrijken van de in de veertiendagenbrief genoemde termijn verschuldigd worden.<?linebreak?></para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.17.</nr>
      <para>Daarbij komt dat de combinatie van het boetebeding in artikel 3.4 van de productvoorwaarden en de voornoemde incassobedingen ook oneerlijk is. Dit beding wijkt immers ten nadele van de consument aanzienlijk af van de aanvullend rechtelijke bepalingen in artikel 6:92 BW.  <?linebreak?></para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.18.</nr>
      <para>De stelling van de eisende partij dat artikel 2.3 van de productvoorwaarden niet onredelijk bezwarend is omdat zij in de praktijk aansluit bij de wettelijke regelingen, is voor de beoordeling van de (on)eerlijkheid van het beding niet relevant.<footnote-ref linkend="_5162aeb1-0bfb-4df4-9dc2-1c31a6403993" /> Het gaat erom dat de eisende partij op grond van de algemene voorwaarden de mogelijkheid heeft meer kosten (dan wettelijk toegestaan) in rekening te brengen en dat de bepalingen het evenwicht tussen de rechten en verplichtingen van partijen aanzienlijk kan verstoren. De kantonrechter is dan ook van oordeel dat artikel 2.3 van de productvoorwaarden daardoor aanzienlijk ten nadele van consumenten afwijkt van de wettelijke regeling over de vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten.<?linebreak?></para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.19.</nr>
      <parablock>
        <para>De conclusie is dat sprake is van oneerlijke bedingen ten aanzien van de buitengerechtelijke incassokosten en daarom worden deze bedingen voor zover die zien op de buitengerechtelijke incassokosten vernietigd. Gelet hierop wijst de kantonrechter de gevorderde buitengerechtelijke incassokosten af.<?linebreak?></para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Wat is toewijsbaar?</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.20.</nr>
      <para>Gelet op het voorgaande is van de oorspronkelijke hoofdsom van € 132,45 (€ 382,45 - € 250,00 aan opzegvergoeding), een bedrag van € 99,34 (€ 132,45 x 0,75) toewijsbaar. Dit bedrag wordt vermeerderd met de eveneens toe te wijzen opzegvergoeding.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.21.</nr>
      <para>De vordering tot vergoeding van de verschenen rente zal worden afgewezen, omdat de eisende partij die rente (gelet op de toewijsbare hoofdsom en gelet op artikel 12.6 van de algemene voorwaarden) over een te hoog bedrag heeft berekend. De wettelijke rente zal worden toegewezen over de toewijsbare hoofdsom vanaf de dag van de dagvaarding. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Conclusie en kosten</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.22.</nr>
      <para>De vordering wordt gedeeltelijk toegewezen.  <?linebreak?></para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.23.</nr>
      <para>De gedaagde partij wordt grotendeels in het ongelijk gesteld en zal daarom in de proceskosten worden veroordeeld. <?linebreak?></para>
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>3</nr>De beslissing </title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De kantonrechter:</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>veroordeelt de gedaagde partij tot betaling aan de eisende partij van € 349,34‬, te vermeerderen met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 22 mei 2024 tot aan de dag van de gehele betaling;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>veroordeelt de gedaagde partij tot betaling van de proceskosten, die de kantonrechter aan de kant van de eisende partij tot en met vandaag vaststelt op:</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>€	113,54 wegens dagvaardingskosten,</para>
        <para>€	130,00 wegens griffierecht en</para>
        <para>€	 82,00 wegens salaris gemachtigde;</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.4.</nr>
      <para>verklaart de veroordeling(en) in dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.5.</nr>
      <para>wijst af het meer of anders gevorderde.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Dit vonnis is gewezen door mr. W.S.J. Thijs en op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De griffier                                                                                                        De kantonrechter</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <footnote id="_40f9a41a-49fd-4447-b9b4-904a0dd7c65a" label="1">
    <para> HvJ EU 27 januari 2021, C‑229/19 en C‑289/19, ECLI:NL:EU:C:68 (Dexia).</para>
  </footnote>
  <footnote id="_5162aeb1-0bfb-4df4-9dc2-1c31a6403993" label="2">
    <para>Zie ook: ECLI:NL:RBNHO:2023:13204 en ECLI:NL:RBNHO:2024:2265.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>