<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBNHO:2024:7452</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-07-29T11:30:05</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-07-22</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Noord-Holland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Noord-Holland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2024-07-03</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">C/15/351161 / HA ZA 24-191</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#bodemzaak">Bodemzaak</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Haarlem</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_verbintenissenrecht">Civiel recht; Verbintenissenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2024:7452">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2024:7452</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-07-29T11:29:52</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-07-29</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBNHO:2024:7452 Rechtbank Noord-Holland , 03-07-2024 / C/15/351161 / HA ZA 24-191</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBNHO:2024:7452:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Incident. Vrijwaring. Referte. Toewijzing.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBNHO:2024:7452:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>
      <inlinemediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="00b65f47-a7b6-4fe7-b596-b025697287f5" depth="2" width="13" format="image/png" />
        </imageobject>
      </inlinemediaobject>
      <inlinemediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="b79c942b-2a34-4072-b82c-a0e4646ec7ab" depth="2" width="523" format="image/png" />
        </imageobject>
      </inlinemediaobject>vonnis</para>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK NOORD-HOLLAND</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Handel, Kanton en Insolventie</para>
      <para>Zittingsplaats Haarlem</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer / rolnummer: C/15/351161 / HA ZA 24-191</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis in incident van 3 juli 2024</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [eiseres] B.V.</emphasis>,</para>
      <para>gevestigd te [plaats 1],</para>
      <para>eiseres in de hoofdzaak,</para>
      <para>verweerster in het incident,</para>
      <para>advocaat mr. H.J. Dekker te Den Haag,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [gedaagde], H.O.D.N. [bedrijf 1]</emphasis>,</para>
      <para>wonende te [plaats 2],</para>
      <para>gedaagde in de hoofdzaak,</para>
      <para>eiser in het incident,</para>
      <para>advocaat mr. F.R. Duijn te Zaandam.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Partijen zullen hierna [eiseres] en [bedrijf 1] genoemd worden.</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De procedure</title>
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Het verloop van de procedure blijkt uit:</para>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>de dagvaarding met producties 1 t/m 39</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de incidentele conclusie tot oproeping in vrijwaring </para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de conclusie van antwoord in het vrijwaringsincident.</para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>Ten slotte is vonnis bepaald in het incident.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>De vordering in de hoofdzaak</title>
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>Het geschil in de hoofdzaak ziet – kort gezegd – op vergoeding van schade die [eiseres] stelt te hebben geleden vanwege het niet deugdelijk uitvoeren van tunings-werkzaamheden aan een bij [bedrijf 1] gekochte auto. De tuning is feitelijk verricht door een derde partij; [bedrijf 2] (hierna: [bedrijf 2]). [eiseres] is er aanvankelijk vanuit gegaan dat hij de tuningsovereenkomst direct met [bedrijf 2] had gesloten, maar de rechtbank Limburg heeft bij vonnis van 26 april 2023 geoordeeld dat niet [bedrijf 2] maar [bedrijf 1] de contractspartij van [eiseres] is. [eiseres] vordert van [bedrijf 1] betaling van: 1) betaalde facturen van € 4.997,40, 2) schadevergoeding van € 112.738,11 voor huidige reparaties aan het voertuig, 3) schadevergoeding ten aanzien van de waardevermindering van het voertuig, 4) schadevergoeding van € 61.321,56 voor gemaakte juridische kosten, 5) buitengerechtelijke kosten van € 2.565,57 vermeerderd met wettelijke rente en 6) de proceskosten, te vermeerderen met de wettelijke rente. </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>De vordering in het incident</title>
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>
        [gedaagde] vordert dat hem wordt toegestaan [bedrijf 2] Dieseltuning B.V. in vrijwaring op te roepen. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>
        [bedrijf 1] legt aan zijn vordering ten grondslag dat alle (feitelijke) werkzaamheden zijn verricht door [bedrijf 2]. Voor zover geoordeeld zou worden dat [gedaagde] (toerekenbaar) tekortgeschoten zou zijn in de verplichtingen tegenover [eiseres], en geheel of gedeeltelijk aansprakelijk is voor de schade, is [bedrijf 1] van oordeel dat [bedrijf 2] daarvan de gevolgen dient te dragen. Volgens [bedrijf 1] is [bedrijf 2] op dezelfde grondslag aansprakelijk voor de schade. Een veroordeling van [bedrijf 1] in de hoofdzaak kan daarom tot gevolg hebben dat [bedrijf 1] op grond van haar rechtsverhouding met [bedrijf 2] geheel dan wel gedeeltelijk regres zal kunnen nemen op [bedrijf 2], aldus [bedrijf 1]. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <para>
        [eiseres] refereert zich aan het oordeel van de rechtbank.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>4</nr>De beoordeling in het incident</title>
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <para>Voor toewijzing van een incidentele vordering tot oproeping in vrijwaring is vereist dat eiser in het incident, de gewaarborgde, zich met redenen omkleed beroept op een rechtsverhouding met een derde, de waarborg, die meebrengt dat de waarborg verplicht is om de nadelige gevolgen van een eventuele veroordelende beslissing tegen de gewaarborgde in de hoofdzaak te dragen. Het bestaan van die rechtsverhouding behoeft in het vrijwaringsincident niet vast te staan.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2.</nr>
      <para>De rechtbank is van oordeel dat de incidentele vordering moet worden toegewezen, nu de aangevoerde en niet weersproken gronden die vordering kunnen dragen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3.</nr>
      <para>Naar het oordeel van de rechtbank kan in het incident geen van partijen als de in het ongelijk gestelde partij worden beschouwd. Daarom zullen de proceskosten worden gecompenseerd in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>5</nr>De beslissing</title>
    <para>De rechtbank</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">in het incident</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <paragroup>
      <nr>5.1.</nr>
      <para>staat toe dat [bedrijf 2] Dieseltuning B.V. door [gedaagde] wordt gedagvaard tegen de terechtzitting van 14 augustus 2024,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.2.</nr>
      <para>compenseert de kosten van het incident tussen partijen, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt,</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">in de hoofdzaak </emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.3.</nr>
      <para>bepaalt dat de zaak weer op de rol zal komen van <emphasis role="bold">14 augustus 2024</emphasis> voor conclusie van antwoord.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Dit vonnis is gewezen door mr. H.A. Pott Hofstede en in het openbaar uitgesproken op 3 juli 2024.<footnote-ref linkend="_20532dbe-d1af-4644-a476-5873bb39e05e" /></para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
  <footnote id="_20532dbe-d1af-4644-a476-5873bb39e05e" label="1">
    <para>type: 1589</para>
    <para>coll:</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>