<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBNHO:2024:7114</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-08-08T14:42:10</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-07-15</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Noord-Holland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Noord-Holland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2024-07-15</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">10977901 \ CV EXPL  24-682</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Alkmaar</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_verbintenissenrecht">Civiel recht; Verbintenissenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2024:7114">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2024:7114</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-08-08T14:41:59</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-08-08</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBNHO:2024:7114 Rechtbank Noord-Holland , 15-07-2024 / 10977901 \ CV EXPL  24-682</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBNHO:2024:7114:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Eiser heeft opdracht gegeven aan gedaagde om een tweedehands BMW te kopen en te repareren en heeft in dat kader een bedrag van € 15.950,= overgemaakt naar de rekening van gedaagde. Eiser heeft geen BMW geleverd gekregen en wil zijn geld terug. Volgens gedaagde moet eiser nog een rekening van de reparatie van een Toyota betalen. Uit het niet verschijnen van gedaagde op de zitting leidt de kantonrechter af dat gedaagde het standpunt van eiser niet (meer) betwist. De kantonrechter oordeelt dat gedaagde het bedrag van € 15.950,= aan eiser moet terugbetalen.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBNHO:2024:7114:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK NOORD-HOLLAND</bridgehead>
    <para>Handel, Kanton en Bewind</para>
    <para>locatie Alkmaar</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zaaknr./rolnr.: 10977901 \ CV EXPL  24-682</para>
      <para>Uitspraakdatum: 3 juli 2024</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis van de kantonrechter in de zaak van:</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [eiser]
        </emphasis>
      </para>
      <para>wonende te [plaats 1] , [land]</para>
      <para>eiser</para>
      <para>verder te noemen: [eiser]</para>
      <para>gemachtigde: mr. K.R. Stephan</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [gedaagde] </emphasis>
      </para>
      <para>woonplaats hebbende te [plaats 2] </para>
      <para>gedaagde  </para>
      <para>verder te noemen: [gedaagde]</para>
      <para>procederend in persoon</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">De zaak in het kort</emphasis>
      </para>
      <para>
        [eiser] heeft opdracht gegeven aan [gedaagde] om een tweedehands BMW te kopen en te repareren en heeft in dat kader een bedrag van € 15.950,= overgemaakt naar de rekening van [gedaagde] . [eiser] heeft geen BMW geleverd gekregen en wil zijn geld terug. Volgens [gedaagde] moet [eiser] nog een rekening van de reparatie van een Toyota betalen. Uit het niet verschijnen van [gedaagde] op de zitting leidt de kantonrechter af dat [gedaagde] het standpunt van [eiser] niet (meer) betwist. De kantonrechter oordeelt dat [gedaagde] het bedrag van € 15.950,= aan [eiser] moet terugbetalen. </para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>
      <nr>1</nr>Het procesverloop</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>
        [eiser] heeft bij dagvaarding van 28 februari 2024 een vordering tegen [gedaagde] ingesteld. [gedaagde] heeft mondeling geantwoord.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>Op 10 juni 2024 heeft een zitting plaatsgevonden. [gedaagde] is, ondanks dat hij op de juiste manier is uitgenodigd, niet op de zitting verschenen. De griffier heeft aantekeningen gemaakt van wat [eiser] ter toelichting van zijn standpunt naar voren heeft gebracht. Voorafgaand aan de zitting heeft [eiser] bij brieven van 31 mei 2024 en 5 juni 2024 nog stukken toegezonden.</para>
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>De feiten</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>
        [eiser] heeft [gedaagde] eind januari 2023 opdracht verleend (“de opdracht”) tot de aankoop van een tweedehands BMW 330 E (“de BMW”). </para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>
        [eiser] en [gedaagde] hebben eind januari 2023 ook een overeenkomst van aanneming van werk met betrekking tot de reparatie van de BMW gesloten (“de aannemingsovereenkomst”). </para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>Op 30 januari 2023 heeft [eiser] een bedrag van € 15.950,= overgemaakt op de rekening van [gedaagde] (“de aanbetaling”). </para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4.</nr>
      <para>In de brief van 18 december 2023 heeft [eiser] de opdracht en de aannemingsovereenkomst buitengerechtelijk ontbonden. </para>
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>De vordering</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>
        [eiser] vordert dat de kantonrechter [gedaagde] veroordeelt tot betaling van € 15.950,=, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 31 januari 2023. Ook vordert [eiser] de betaling van de buitengerechtelijke kosten van € 934,50 en de proceskosten, waaronder de kosten van een tolk. </para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>
        [eiser] legt aan de vordering ten grondslag – kort weergegeven – dat [gedaagde] is tekortgeschoten in de nakoming van zijn verplichtingen onder de opdracht en de aannemingsovereenkomst (gezamenlijk ook “de overeenkomsten”). Volgens [eiser] kan [gedaagde] de overeenkomsten blijvend niet meer nakomen en is [gedaagde] in verzuim, omdat de BMW inmiddels aan een derde is verkocht. [eiser] heeft de overeenkomsten buitengerechtelijk ontbonden en wil de aanbetaling terug.</para>
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>Het verweer</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <para>
        [gedaagde] betwist de vordering. Hij voert aan – samengevat – dat hij een bedrag van <?linebreak?>€ 1.600,= heeft aanbetaald voor (de koop van) de BMW, maar dat hij het restant van de koopsom nog niet aan de Belgische verkoper heeft betaald en dat de auto nog op naam van de verkoper staat. [eiser] moet eerst € 20.000,= voor de reparatie van de BMW aan [gedaagde] betalen, maar heeft dat niet gedaan. Bovendien heeft [gedaagde] nog een bedrag van € 7.126,90 van [eiser] tegoed, omdat hij in 2020 een Toyota van [eiser] (“de Toyota”) heeft gerepareerd en [eiser] dat bedrag niet aan hem heeft betaald. [gedaagde] heeft gewerkt, dus hij wil zijn geld. </para>
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>5</nr>De beoordeling</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>5.1.</nr>
      <para>Deze zaak heeft een internationaal karakter en daarom moet de kantonrechter ambtshalve beoordelen of de Nederlandse rechter bevoegd is om van de vordering kennis te nemen en welk recht van toepassing is.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Rechtsmacht </emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.2.</nr>
      <para>
        [gedaagde] woont in Nederland en moet in beginsel worden opgeroepen voor de gerechten van Nederland. Bovendien is [gedaagde] vrijwillig verschenen bij de rechtbank Noord-Holland, locatie Alkmaar. De kantonrechter stelt dan ook vast dat de Nederlandse rechter bevoegd is kennis te nemen van het geschil.<?linebreak?><emphasis role="italic">Toepasselijk recht</emphasis></para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.3.</nr>
      <para>
        [eiser] heeft op de zitting aangevoerd dat Nederlands recht op de zaak van toepassing is, omdat uit de omstandigheden kan worden afgeleid dat partijen daarvoor hebben gekozen. Partijen zijn in hun standpunten zelf uitgegaan van de toepasselijkheid van Nederlands recht en [gedaagde] heeft de toepasselijkheid van Nederlands recht niet betwist. De kantonrechter is van oordeel dat Nederlands recht op de zaak van toepassing is.  <?linebreak?><emphasis role="italic">De vordering tot terugbetaling </emphasis></para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.4.</nr>
      <para>
        [eiser] heeft zijn standpunt op de zitting toegelicht. Hij is tijdens de zitting ook ingegaan op het door [gedaagde] gevoerde verweer. </para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.5.</nr>
      <para>Tijdens de zitting heeft mr. Stephan verklaard dat [gedaagde] kort na de brief van 18 december 2023 telefonisch contact met hem heeft opgenomen en heeft bevestigd dat hij de BMW heeft doorverkocht aan een derde en niet meer in zijn bezit heeft. </para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.6.</nr>
      <para>Omdat [gedaagde] niet op de zitting is verschenen, heeft hij dus niet gereageerd op wat [eiser] op de zitting naar voren heeft gebracht. Uit het niet verschijnen op de zitting kan de kantonrechter de gevolgtrekkingen maken die hij geraden acht<footnote-ref linkend="_3ca75388-7ebc-4c53-af78-f5b2501a81df" />. In dit geval leidt de kantonrechter uit het niet verschijnen van [gedaagde] af dat [gedaagde] de stellingen van [eiser] niet (meer) betwist. De kantonrechter gaat daarom uit van de juistheid hiervan. Dat houdt in dat de kantonrechter [eiser] in de eerste plaats volgt in zijn stelling dat [gedaagde] de BMW aan een derde heeft (door-)verkocht. Daarom is nakoming door [gedaagde] van de overeenkomsten blijvend onmogelijk. Dat houdt in dat [eiser] de overeenkomsten mag ontbinden<footnote-ref linkend="_74bf8964-2b59-4be1-b40a-0955dad8ecc9" />. [eiser] heeft de overeenkomsten bij brief van 18 december 2023 dus terecht buitengerechtelijk ontbonden. Daarom ontstaat een verbintenis tot ongedaanmaking voor partijen van de al door hen ontvangen prestaties<footnote-ref linkend="_0146142e-63a7-468f-b2f6-11844dbb520c" />. Dat houdt in dat [gedaagde] het bedrag van € 15.950,= dat hij van [eiser] heeft ontvangen zal moeten terugbetalen. </para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.7.</nr>
      <parablock>
        <para>In de tweede plaats volgt de kantonrechter [eiser] in zijn stelling dat de reparatie van de Toyota € 1.100,= kostte en dat [eiser] die kosten heeft betaald. De kantonrechter wijst het door [gedaagde] gevoerde verweer dan ook van de hand.</para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Conclusie</emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.8.</nr>
      <para>De conclusie is dat de kantonrechter de vordering van [eiser] tot betaling van de hoofdsom van € 15.950,= zal toewijzen.<?linebreak?><emphasis role="italic">Wettelijke rente</emphasis></para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.9.</nr>
      <para>
        [eiser] vordert de wettelijke rente over de hoofdsom vanaf 31 januari 2023. Omdat [gedaagde] daar geen verweer tegen heeft gevoerd, zal de kantonrechter de wettelijke rente toewijzen als gevorderd.<?linebreak?><emphasis role="italic">Buitengerechtelijke kosten</emphasis></para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.10.</nr>
      <para>
        [eiser] vordert een bedrag van € 934,50 (inclusief BTW) aan buitengerechtelijke kosten. [eiser] heeft voldoende gesteld en onderbouwd dat buitengerechtelijke incassowerkzaamheden hebben plaatsgevonden. De kantonrechter is van oordeel dat [gedaagde] de buitengerechtelijke kosten is verschuldigd op grond van de wet<footnote-ref linkend="_7e16bb20-9d83-4c4c-9119-747607707722" /> en dat het besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (“het Besluit”) van toepassing is. Het gevorderde bedrag is in overeenstemming met het wettelijke tarief en zal worden toegewezen. <?linebreak?><emphasis role="italic">Tolkkosten</emphasis></para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.11.</nr>
      <para>
        [eiser] heeft in de brief van 5 juni 2024 verzocht om vergoeding van de kosten van de tolk voor de zitting. Omdat de tolk niet op de zitting aanwezig was en de kosten dus niet zijn gemaakt, zal de kantonrechter de tolkkosten niet in de proceskostenveroordeling meenemen. <?linebreak?><emphasis role="italic">Proceskosten</emphasis></para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.12.</nr>
      <para>De proceskosten komen voor rekening van [gedaagde] , omdat hij ongelijk krijgt. De proceskosten van [eiser] worden begroot op € 1.793,08, bestaande uit (i) kosten dagvaarding € 140,08, (ii) griffierecht € 706,=, (iii) salaris gemachtigde € 812,= (2,00 punten x € 406,=) en (iv) nakosten € 135,= (plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing).</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.13.</nr>
      <para>De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.</para>
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>6</nr>De beslissing	</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De kantonrechter:</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>6.1.</nr>
      <para>veroordeelt [gedaagde] tot betaling aan [eiser] van € 15.950,=, te vermeerderen met de wettelijke rente over dat bedrag vanaf 31 januari 2023 tot aan de dag van de gehele betaling;</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.2.</nr>
      <para>veroordeelt [gedaagde] tot betaling van de buitengerechtelijke kosten van € 934,50;<?linebreak?></para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.3.</nr>
      <para>veroordeelt [gedaagde] tot betaling van de proceskosten van [eiser] van € 1.793,08, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe en te vermeerderen met de kosten van betekening als [gedaagde] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.4.</nr>
      <para>veroordeelt [gedaagde] tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 Burgerlijk Wetboek over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.5.</nr>
      <para>verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.6.</nr>
      <parablock>
        <para>wijst de vordering voor het overige af.</para>
        <para>Dit vonnis is gewezen door mr. B. de Metz en op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De griffier		De kantonrechter</para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
  <footnote id="_3ca75388-7ebc-4c53-af78-f5b2501a81df" label="1">
    <para> Artikel 88 lid 2 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (“Rv.”).</para>
  </footnote>
  <footnote id="_74bf8964-2b59-4be1-b40a-0955dad8ecc9" label="2">
    <para> Artikel 6:265 Burgerlijk Wetboek (“BW”). </para>
  </footnote>
  <footnote id="_0146142e-63a7-468f-b2f6-11844dbb520c" label="3">
    <para> Op grond van artikel 271 BW. </para>
  </footnote>
  <footnote id="_7e16bb20-9d83-4c4c-9119-747607707722" label="4">
    <para> Artikel 6:96 lid 4 BW.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>