<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBNHO:2024:7106</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-07-16T10:06:31</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-07-15</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Noord-Holland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Noord-Holland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2024-07-15</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">C/15/354482 / KG RK 24/446</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#wraking">Wraking</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Alkmaar</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2024:7106">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2024:7106</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-07-16T10:05:02</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-07-15</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBNHO:2024:7106 Rechtbank Noord-Holland , 15-07-2024 / C/15/354482 / KG RK 24/446</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBNHO:2024:7106:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>De wrakingskamer is van oordeel dat het wrakingsverzoek kennelijk ongegrond is. Het wrakingsverzoek richt zich tegen een procesbeslissing van de kantonrechter. Het gesloten stelsel van rechtsmiddelen brengt mee dat dit geen wrakingsgrond op kan leveren. De wrakingskamer is van oordeel dat verzoekster misbruik maakt van het middel van wraking. De wrakingskamer bepaalt dat een volgend wrakingsverzoek niet in behandeling zal worden genomen.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBNHO:2024:7106:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>
      <inlinemediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="36f3202b-cd90-4724-b079-187f06027757" depth="2" width="13" format="image/png" />
        </imageobject>
      </inlinemediaobject>
      <inlinemediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="bc860d68-138d-4249-87ce-df536da576b4" depth="2" width="523" format="image/png" />
        </imageobject>
      </inlinemediaobject>beslissing</para>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK NOORD-HOLLAND</bridgehead>
    <para>[jw.sys.1.zaaknr] / [jw.sys.1.rolnummer_rekestnr][datum_beslissing]</para>
    <para>Wrakingskamer </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer / rekestnummer: C/15/354482 / KG RK 24/446</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Beslissing van 15 juli 2024</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op het verzoek tot wraking ingediend door:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [verzoekster],</emphasis>
      </para>
      <para>wonende te [woonplaats],</para>
      <para>verzoekster.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het verzoek is gericht tegen:</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">mr. J.S. Reid,</emphasis>
      </para>
      <para>hierna te noemen: de kantonrechter.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>
      <nr>1</nr>Procesverloop</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1</nr>
      <para>Verzoekster heeft op 10 juli 2024 (wederom) schriftelijk de wraking verzocht van de kantonrechter in de bij deze rechtbank, team Handel, Kanton &amp; Bewind locatie Alkmaar aanhangige zaak met als zaaknummer 11019314 EJ VERZ 24-100, hierna te noemen: de hoofdzaak.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2</nr>
      <para>De wrakingskamer heeft op grond van de hierna opgenomen overwegingen besloten geen datum te bepalen voor een mondelinge behandeling van dit verzoek en bepaald dat vandaag uitspraak zal worden gedaan. </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>De uitgangspunten</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1</nr>
      <para>Verzoekster heeft met (een rechtsvoorganger van) [bedrijfsnaam] B.V. (hierna: [bedrijfsnaam]) een huurovereenkomst gesloten die ziet op de huur van bedrijfsruimte door verzoekster.<?linebreak?></para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2</nr>
      <para>
        [bedrijfsnaam] heeft de huurovereenkomst opgezegd en de ontruiming aan verzoekster aangezegd.<?linebreak?></para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3</nr>
      <para>Op 28 maart 2024 heeft verzoekster een verzoekschrift ingediend bij de kantonrechter, dat ertoe strekt dat de kantonrechter de ontruimingstermijn verlengt. Deze verzoekschriftprocedure is de hoofdzaak.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4</nr>
      <para>
        [bedrijfsnaam] heeft in de hoofdzaak op 15 mei 2024 een verweerschrift ingediend tegen het door verzoekster gedane verzoek.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.5</nr>
      <para>Bij brief van 27 mei 2024 heeft de griffier in verband met een in de hoofdzaak te houden mondelinge behandeling verzoekster en [bedrijfsnaam] in de gelegenheid gesteld om verhinderdata op te geven.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.6</nr>
      <para>Op 5 juni 2024 heeft de griffier aan verzoekster de volgende brief gestuurd:<?linebreak?><emphasis role="italic">“Voor de goede orde doe ik u hierbij toekomen een afschrift van het verweerschrift alsmede een afschrift van de e-mail d.d. 28 mei jl. van de gemachtigde van de wederpartij.</emphasis><?linebreak?><emphasis role="italic">Gezien de mededeling van verweerster dat zij niet ter zitting zal verschijnen heeft de kantonrechter besloten dat in deze procedure geen mondelinge behandeling zal plaatsvinden. </emphasis><?linebreak?><emphasis role="italic">U wordt in de gelegenheid gesteld om uw reactie op het verweerschrift schriftelijk kenbaar te maken, en wel uiterlijk 2 juli 2024.”</emphasis><?linebreak?></para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.7</nr>
      <para>Op 7 juni 2024 heeft verzoekster een eerste wrakingsverzoek ingediend. Zij heeft daaraan, kort gezegd, ten grondslag gelegd dat de motivering van de procesbeslissing om de zitting te annuleren in het licht van alle omstandigheden van het geval en naar objectieve maatstaven gemeten niet anders kan worden begrepen dan als blijk van vooringenomenheid. De beslissing kan niet anders worden gezien dan dat de rechter er alles aan doet te voorkomen dat verzoekster in de tussentijd (want het plannen en houden van een zitting kost veel meer tijd) nog andere procedures kan voeren/uitspraken uitlokken c.q. gronden nader kan toelichten en mogelijkerwijs aanvullen en/of wijzigen. De indruk van verzoekster is dat de rechter maar één doel nastreeft: het beschermen van de (illegale) belangen van [bedrijfsnaam].</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.8.</nr>
      <para>Bij beslissing van 14 juni 2024 heeft de wrakingskamer het eerste wrakingsverzoek kennelijk ongegrond verklaard.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.9.</nr>
      <para>Op 2 juli 2024 heeft verzoekster in de hoofdzaak een reactie ingediend op het door [bedrijfsnaam] ingediende verweerschrift.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.10.</nr>
      <para>Bij e-mail van 9 juli 2024 heeft de griffier de reactie van verzoekster doorgezonden aan [bedrijfsnaam] en aan laatstgenoemde de gelegenheid gegeven uiterlijk 23 juli 2024 op deze reactie te reageren. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.11.</nr>
      <para>Bij e-mail van 9 juli 2024 heeft verzoekster het volgende aan de kantonrechter geschreven:</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">“Aan de kantonrechter,</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Er is geen zitting gepland omdat [bedrijfsnaam] BV niet in het geding zou verschijnen c.q. geen nader verweer zou voeren.</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Nu wordt [bedrijfsnaam] BV alsnog in de gelegenheid gesteld nader verweer te voeren op de door verzoekster ingediende reactie op het primaire  verweerschrift.</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Ik verzoek u deze volstrekt onbegrijpelijke procesbeslissing te motiveren.”</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.12.</nr>
      <parablock>
        <para>Op dezelfde dag heeft de griffier namens de kantonrechter aan verzoekster per e-mail het volgende geantwoord:<?linebreak?><emphasis role="italic">“Geachte heer, mevrouw, </emphasis></para>
        <para>
          <emphasis role="italic">De kantonrechter bepaalt op grond van artikel 19 RV dat het meest fundamentele beginsel van hoor en wederhoor wordt toegepast.” </emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.13.</nr>
      <parablock>
        <para>Op 10 juli 2024 heeft verzoekster een tweede wrakingsverzoek (het huidige wrakingsverzoek) ingediend.<?linebreak?>Zij heeft daaraan ten grondslag gelegd dat de motivering van de procesbeslissing van 9 juli 2024 om [bedrijfsnaam] een gelegenheid te bieden om te reageren op de door verzoekster op 2 juli 2024 ingediende reactie, in het licht van alle omstandigheden van het geval en naar objectieve maatstaven gemeten niet anders kan worden begrepen dan als blijk van vooringenomenheid.<?linebreak?>De kantonrechter is alleen maar bezig met de belangen van [bedrijfsnaam]. Ondanks het feit dat [bedrijfsnaam] zelf nadrukkelijk aangeeft niet ter zitting te zullen verschijnen c.q. geen nader verweer te voeren, de gewraakte rechter op grond daarvan beslist dat een zitting niet nodig is (terwijl hoger beroep in deze zaak niet openstaat en op geen enkele wijze tegemoet is gekomen aan de overige gerechtvaardigde belangen van verzoekster gehoord te kunnen worden op een zitting) krijgt de wederpartij opnieuw een gelegenheid nader verweer te voeren, zonder daarbij een zitting te bepalen (waar verzoekster tot wraking weer kan reageren op het nadere verweer van [bedrijfsnaam] en overige procesrechten voorafgaand  aan en ter zitting kan uitoefenen).</para>
        <para>Met deze fundamentele schending van een volledig recht op hoor en wederhoor (inclusief zitting) ten nadele van verzoekster (tot wraking) staat vast dat de rechter in deze zaak (volstrekt) vooringenomen is c.q. er alles aan doet de belangen van [bedrijfsnaam] te beschermen zonder rekening te houden met de belangen van verzoekster, aldus verzoekster.<?linebreak?></para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>3</nr>De beoordeling</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1</nr>
      <para>De wrakingskamer is van oordeel dat het verzoek tot wraking moet worden afgewezen, omdat het kennelijk ongegrond is. Hierbij neemt de wrakingskamer tot uitgangspunt dat wraking van een rechter alleen aan de orde is indien, kort samengevat, de rechter (i) jegens een partij een vooringenomenheid koestert of (ii) wanneer de schijn van partijdigheid gewekt is. <?linebreak?></para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2</nr>
      <para>In deze zaak is van beide gevallen geen sprake.<?linebreak?></para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3</nr>
      <para>Het tweede wrakingsverzoek richt zich feitelijk alleen tegen de op 9 juli 2024 aan verzoekster bekend gemaakte beslissing van de kantonrechter om [bedrijfsnaam] gelegenheid te bieden schriftelijk te reageren op de door verzoekster op 9 juli 2024 ingediende schriftelijke reactie op het verweerschrift van [bedrijfsnaam]. <?linebreak?>Dat kan geen grond voor wraking opleveren. Het gesloten stelsel van rechtsmiddelen brengt mee dat een rechterlijke (tussen)beslissing of de motivering daarvan als zodanig geen grond kan vormen voor wraking: wraking is geen verkapt rechtsmiddel. Het enkele feit dat de rechter een voor een partij negatieve (proces)beslissing neemt, levert geen grond voor wraking op. Dat is vaste rechtspraak sinds het arrest van de Hoge Raad van 25 september 2018 (ECLI:NL:HR:2018:1413). </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.4</nr>
      <para>Het voorgaande geldt ook, indien het gaat om een door de wrakingskamer onjuist, onbegrijpelijk, gebrekkig of te summier geachte motivering of om het ontbreken van een motivering. <?linebreak?>Dit is uitsluitend anders indien de motivering van de (tussen)beslissing in het licht van alle omstandigheden van het geval en naar objectieve maatstaven gemeten – bijvoorbeeld door de in de motivering gebezigde bewoordingen – niet anders kan worden verstaan dan als blijk van vooringenomenheid van de rechter die haar heeft gegeven.<?linebreak?>Dat wrakingskamer is van oordeel dat deze uitzonderingssituatie zich hier niet voordoet.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.5</nr>
      <para>Dat, zoals verzoekster aanvoert, geen hoger beroep openstaat tegen de toekomstige eindbeschikking van de kantonrechter in de hoofdzaak, doet aan het voorgaande niet af. Van een absoluut verbod om in hoger beroep te gaan is namelijk geen sprake. Volgens vaste rechtspraak kunnen wettelijke rechtsmiddelenverboden worden doorbroken, indien de kantonrechter (i) buiten het toepassingsgebied van de desbetreffende bepaling is getreden, (ii) de bepaling ten onrechte buiten toepassing heeft gelaten of (iii) bij behandeling van de zaak een zo fundamenteel rechtsbeginsel heeft veronachtzaamd dat van eerlijke en onpartijdige behandeling van de zaak niet kan worden gesproken. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.6</nr>
      <para>De slotsom is dat het verzoek kennelijk ongegrond is.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.7</nr>
      <para>De rechtbank stelt vast dat verzoekster de kantonrechter inmiddels twee keer heeft gewraakt op de enkele grond dat zij zich niet kan verenigen met een procesbeslissing. De wrakingskamer is van oordeel dat verzoekster hiermee misbruik maakt van het middel van wraking. De wrakingskamer zal daarom toepassing geven aan artikel 39, vierde lid, Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering en bepalen dat een volgend wrakingsverzoek niet in behandeling zal worden genomen. <?linebreak?></para>
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>4</nr>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1</nr>
      <para>verklaart het verzoek kennelijk ongegrond,<?linebreak?></para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2</nr>
      <para>bepaalt dat een volgend wrakingsverzoek van verzoekster in de hoofdzaak niet in behandeling wordt genomen,<?linebreak?></para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3</nr>
      <para>beveelt de griffier onverwijld aan verzoekster, de kantonrechter en de wederpartij in de hoofdzaak een eensluidend gewaarmerkt afschrift van deze beslissing toe te zenden,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.4</nr>
      <para>beveelt dat het proces in de hoofdzaak wordt voortgezet in de stand waarin het zich bevond ten tijde van het indienen van het verzoek.</para>
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>Deze beslissing is gegeven door mr. N. Boots, voorzitter, mr. S.W.S. Kiliç en                      mr. J.M. Jongkind, leden van de wrakingskamer, in tegenwoordigheid van de griffier, en in het openbaar uitgesproken op 15 juli 2024.[concipiënt_initialen] </para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>griffier						voorzitter</para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.</para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>