<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBNHO:2024:7097</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-07-18T07:30:35</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-07-15</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Noord-Holland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Noord-Holland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2024-06-19</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">10798112 \ CV EXPL 23-4930</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#bodemzaak">Bodemzaak</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#verstek">Verstek</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Alkmaar</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_verbintenissenrecht">Civiel recht; Verbintenissenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2024:7097">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2024:7097</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-07-18T07:30:12</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-07-18</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBNHO:2024:7097 Rechtbank Noord-Holland , 19-06-2024 / 10798112 \ CV EXPL 23-4930</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBNHO:2024:7097:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Eindvonnis na akte sociale huur. Woonwaard Algemene voorwaarden maart 2021. Ambtshalve toetsing van bik- en rentebedingen (in combinatie met boetebeding) leidt tot afwijzing van de gevorderde bik en rente.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBNHO:2024:7097:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK NOORD-HOLLAND</bridgehead>
    <para>Handel, Kanton en Bewind</para>
    <para>locatie Alkmaar</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zaaknr./rolnr.: 10798112 \ CV EXPL 23-4930</para>
      <para>Uitspraakdatum: 19 juni 2024</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Verstekvonnis in de zaak van:</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Stichting Woonwaard Noord-Kennemerland</emphasis>
      </para>
      <para>te Alkmaar</para>
      <para>de eisende partij</para>
      <para>gemachtigde: Huting &amp; Van der Mije Gerechtsdeurwaarders</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [gedaagde]
        </emphasis>
      </para>
      <para>te [plaats]</para>
      <para>de gedaagde partij</para>
      <para>niet verschenen</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De verdere procedure</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Bij tussenvonnis van 14 februari 2024 (hierna: het tussenvonnis) heeft de kantonrechter de eisende partij in de gelegenheid gesteld om zich bij akte uit te laten over het voorshands uitgesproken oordeel over de oneerlijkheid van bepaalde bedingen in de toepasselijke algemene voorwaarden.<footnote-ref linkend="_fa30d6e5-0718-41b6-811d-537c4d9f6b5c" /> Ter uitvoering van dat tussenvonnis heeft de eisende partij een akte ingediend. </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>2</nr>De verdere beoordeling</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <parablock>
        <para>In de akte heeft de eisende partij gesteld dat artikel 13.1 van de algemene voorwaarden niet oneerlijk is, omdat het artikel voor beide partijen geldt en daaruit niet de conclusie kan worden getrokken dat een partij ongelimiteerd kosten in rekening kan brengen bij de ander. De kosten van de deurwaarder en rechter die worden aangehaald zijn bij wet of besluit vastgesteld en deze staan niet ter vrije keuze van een partij, aldus de eisende partij. Ten aanzien van artikel 13.2 stelt de eisende partij dat het feit dat de rente en incassokosten niet gespecifieerd zijn, niet betekent dat het beding oneerlijk is. Uit de tekst van artikel 16.2 van de algemene voorwaarden volgt dat de eisende partij bij het opstellen van de algemene voorwaarden is uitgegaan van de wettelijke bepalingen. Dit artikel luidt als volgt: “<emphasis role="bold italic">Is een deel van deze voorwaarden niet geldig? Dan blijft de rest wel geldig</emphasis></para>
        <para>
          <emphasis role="underline italic">Stel: de wet verandert</emphasis>
          <emphasis role="italic">. Dan kan het zijn dat een artikel in deze voorwaarden vanaf dan tegen de wet in gaat. Dat artikel is dan niet (meer) geldig.(…)” </emphasis>
        </para>
        <para>Tot slot stelt de eisende partij dat het boetebeding in artikel 16.1 niet van toepassing is op betalingsverzuim, maar op andere verplichtingen van de huurder. In artikel 6.2 van de algemene voorwaarden, waarin staat dat de huurder bij te late betaling rente en incassokosten betaalt, wordt voor meer informatie verwezen naar artikel 13.2 en niet naar artikel 16.1.  </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>De kantonrechter volgt de eisende partij niet. Zoals ook al in het tussenvonnis is overwogen heeft de eisende partij voor zichzelf de mogelijkheid gecreëerd om in geval van betalingsverzuim op grond van de artikelen 13.1 en 13.2 hogere rente en kosten bij de huurder in rekening te brengen dan waar zij op grond van de wet recht op zou hebben gehad. Als de eisende partij bij het opstellen van de algemene voorwaarden de bedoeling heeft gehad om aan te sluiten bij de wet, dan had zij dat duidelijk in de algemene voorwaarden moeten opnemen. Dat het boetebeding in artikel 16.1 niet ziet op betalingsverzuim, volgt de kantonrechter ook niet. In dat beding worden alleen de overtredingen van de artikel 6.7 (onderverhuur) en/of 6.10 (drugs) uitgezonderd, niet de verplichting om tijdig de huur te betalen (artikel 6.1).  </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4.</nr>
      <para>Uit het voorgaande vloeit voort dat de kantonrechter blijft bij het oordeel dat de artikelen 13.1 en 13.2 van de algemene voorwaarden oneerlijk zijn voor zover deze betrekking hebben op rente en incassokosten en daarom worden deze vernietigd. Als gevolg daarvan zullen de gevorderde rente en buitengerechtelijke incassokosten worden afgewezen.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>3</nr>De verdere beslissing </title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De kantonrechter:</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>wijst de vordering af.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Dit vonnis is gewezen door mr. M. Woerdman en op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De griffier																													   De kantonrechter</para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <footnote id="_fa30d6e5-0718-41b6-811d-537c4d9f6b5c" label="1">
    <para>Algemene Huurvoorwaarden maart 2021.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>