<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBNHO:2024:5857</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-06-20T11:25:05</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-06-12</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Noord-Holland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Noord-Holland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2024-06-05</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">10527661 \ CV EXPL  23-3335</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#bodemzaak">Bodemzaak</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Haarlem</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_verbintenissenrecht">Civiel recht; Verbintenissenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2024:5857">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2024:5857</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-06-20T11:24:35</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-06-20</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBNHO:2024:5857 Rechtbank Noord-Holland , 05-06-2024 / 10527661 \ CV EXPL  23-3335</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBNHO:2024:5857:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Eindvonnis. Consumentenrecht. Kredietovereenkomst. Vordering ten aanzien van niet verschenen gedaagde 1 toegewezen. Vordering ten aanzien van gedaagde 2 afgewezen. Eiseres is niet geslaagd in het leveren van het opgedragen bewijs. Opgeroepen getuige is niet verschenen op getuigenverhoor.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBNHO:2024:5857:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK NOORD-HOLLAND</bridgehead>
    <para>Handel, Kanton en Insolventie</para>
    <para>locatie Haarlem</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zaaknr./rolnr.: 10527661 \ CV EXPL 23-3335</para>
      <para>Uitspraakdatum: 5 juni 2024</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis van de kantonrechter in de zaak van:</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>de besloten vennootschap</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">BNP Paribas Personal Finance B.V.</emphasis>
      </para>
      <para>gevestigd te Amsterdam</para>
      <para>eiseres</para>
      <para>verder te noemen: BNP</para>
      <para>gemachtigde: mr. H.J.M. Hofman</para>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>
      [gedaagde]
    </title>
    <parablock>
      <para>wonende te [plaats]</para>
      <para>gedaagde sub 1</para>
      <para>verder te noemen: [gedaagde]</para>
      <para>niet verschenen<?linebreak?></para>
      <para>2. de besloten vennootschap<emphasis role="bold"> Des Bewindvoering B.V., </emphasis>in haar hoedanigheid van bewindvoerder van <emphasis role="bold">[betrokkene]</emphasis></para>
      <para>gevestigd te Alkmaar</para>
      <para>gedaagde sub 2</para>
      <para>verder te noemen: [betrokkene]</para>
      <para>gemachtigde: mr. W.G. Westerman</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="procesverloop">
    <title>
      <nr>1</nr>Het verdere procesverloop</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>BNP heeft naar aanleiding van het tussenvonnis van 20 maart 2024 [gedaagde] opgeroepen om op 14 mei 2024 als getuige te worden gehoord. De getuige is niet op het getuigenverhoor verschenen. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>Op 14 mei 2024 heeft een zitting plaatsgevonden. De griffier heeft aantekeningen gemaakt van wat de verschenen partijen naar voren hebben gebracht. </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>2</nr>De verdere beoordeling</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>De kantonrechter heeft in zijn tussenvonnis van 20 maart 2024 BNP toegelaten tot het bewijs van feiten en omstandigheden die kunnen leiden tot toewijzing van de vordering tegen [betrokkene]. Hij heeft BNP opgedragen om [gedaagde] daartoe bij exploot als getuige op te roepen. Het exploot is door BNP in het geding gebracht. Daaruit blijkt dat [gedaagde] in de BNP is ingeschreven op een adres dat als briefadres is gekwalificeerd. [betrokkene] heeft verklaard dat [gedaagde] geen vaste woon- of verblijfplaats heeft.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>Hoewel daartoe rechtsgeldig opgeroepen is [gedaagde] op de voor het verhoor bepaalde dag niet verschenen. BNP heeft vervolgens niet aangedrongen op vervolgstappen en zich gerefereerd. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <parablock>
        <para>De kantonrechter is van oordeel dat verdere pogingen om [gedaagde] aan de tand te voelen onder de geschetste omstandigheden, mede gelet op de omvang van de vordering, niet opportuun zijn en dat eindvonnis moet worden gewezen.</para>
        <para>
          <?linebreak?>
          <emphasis role="italic">De vordering ten aanzien van [gedaagde]</emphasis>
          <?linebreak?>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4.</nr>
      <para>Wat betreft [gedaagde] is de vordering bij gebrek aan enig verweer toewijsbaar. Anders dan bij tussenvonnis overwogen, is de eiswijziging aan [gedaagde] betekend, zodat de gewijzigde eis kan worden toegewezen. Dat betekent dat de kantonrechter de kredietovereenkomst tussen partijen zal ontbinden en [gedaagde] zal veroordelen tot betaling van € 10.346,23 aan hoofdsom en € 112,82 aan wettelijke rente vanaf de datum van opeising tot 20 november 2021. De gevorderde wettelijke rente vanaf 21 november 2021 zal worden toegewezen over de hoofdsom van € 10.346,23. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.5.</nr>
      <parablock>
        <para>
          [gedaagde] wordt als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten veroordeeld. </para>
        <para>
          <?linebreak?>
          <emphasis role="italic">De vordering ten aanzien van [betrokkene]</emphasis>
          <?linebreak?>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.6.</nr>
      <para>Wat betreft [betrokkene] volhardt de kantonrechter bij de overwegingen sub 5.4 en 5.5 van het tussenvonnis van 20 maart 2024. Die overwegingen brengen mee dat de vordering tegen [betrokkene] moet worden afgewezen. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.7.</nr>
      <para>BNP wordt als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten veroordeeld. </para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>3</nr>De beslissing	</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De kantonrechter:</para>
      <para>
        <?linebreak?>
        <emphasis role="italic">ten aanzien van [gedaagde]:</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>ontbindt de kredietovereenkomst tussen partijen;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>veroordeelt [gedaagde] tot betaling aan BNP van € 10.459,05 te vermeerderen met de wettelijke rente over € 10.346,23 vanaf 21 november 2021 tot aan de dag van de gehele betaling;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <parablock>
        <para>veroordeelt [gedaagde] tot betaling van de proceskosten, die de kantonrechter aan de kant van BNP tot en met vandaag vaststelt op:</para>
        <para>dagvaarding	€	131,82</para>
        <para>griffierecht	€	514,00</para>
        <para>salaris gemachtigde	€	812,00	(2 salarispunten à € 406,00) 	</para>
        <para>nakosten	€	135,00		</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.4.</nr>
      <para>verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.5.</nr>
      <para>wijst de vordering voor het overige af.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">ten aanzien van [betrokkene]: </emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.6.</nr>
      <para>wijst de vordering af;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.7.</nr>
      <para>veroordeelt BNP tot betaling van de proceskosten, die tot en met vandaag voor [betrokkene] worden vastgesteld op een bedrag van € 812,00 (2 salarispunten à € 406,00) aan salaris van de gemachtigde van [betrokkene] en € 135,00 aan nakosten.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Dit vonnis is gewezen door mr. A.H. Schotman en op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De griffier		De kantonrechter</para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>