<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBNHO:2024:537</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-11-29T11:51:21</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-01-22</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Noord-Holland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Noord-Holland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2024-01-03</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">C/15/346571 / JU RK 23-1824</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Haarlem</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2024:537">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2024:537</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-11-29T11:50:57</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-11-29</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBNHO:2024:537 Rechtbank Noord-Holland , 03-01-2024 / C/15/346571 / JU RK 23-1824</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBNHO:2024:537:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Verlenging ondertoezichtstelling. Verzoek tot uithuisplaatsing aangehouden in afwachting van duidelijkheid over bestendig perspectief en passend zorgarrangement</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBNHO:2024:537:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>beschikking</para>
    <para />
    <para />
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK NOORD-HOLLAND</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Familie en Jeugd</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats: Haarlem</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zaakgegevens	: C/15/346571 / JU RK 23-1824</para>
      <para>datum uitspraak: 3 januari 2024</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">verlenging ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing</bridgehead>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">de gecertificeerde instelling de William Schrikker Stichting Jeugdbescherming &amp; Jeugdreclassering</emphasis>,<?linebreak?>hierna te noemen de Gecertificeerde Instelling (GI),</para>
      <para>gevestigd te Amsterdam,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>betreffende</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">
      [de minderjarige] , geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats] , hierna te noemen: [de minderjarige] .</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">
      [de moeder] , hierna te noemen: de moeder,</bridgehead>
    <para>wonende op een bij de rechtbank bekend adres, </para>
    <para />
    <bridgehead role="bold">
      [de vader] , hierna te noemen: de vader,</bridgehead>
    <parablock>
      <para>wonende te [woonplaats] ,</para>
      <para>advocaat mr. D. Boukens, gevestigd te Hoorn.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>Het procesverloop</title>
    <para>
      <?linebreak?>Het procesverloop blijkt uit de volgende stukken:</para>
    <para>- het verzoek met bijlagen van de GI van 6 november 2023, ingekomen bij de griffie op 20 november 2023.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op 3 januari 2024 heeft de kinderrechter de zaak op de zitting behandeling met gesloten deuren behandeld. </para>
      <para>Verschenen zijn:</para>
    </parablock>
    <para>- de vader, bijgestaan door mr. Boukens,<?linebreak?>- de GI, vertegenwoordigd door [vertegenwoordiger van de GI] .</para>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>De feiten<?linebreak?></title>
    <para>Het ouderlijk gezag over [de minderjarige] wordt uitgeoefend door de ouders.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        [de minderjarige] woont bij de vader.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij beschikking van 28 december 2022 is [de minderjarige] onder toezicht gesteld. Deze maatregel is nadien verlengd voor het laatst tot 8 januari 2024.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Het verzoek</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De GI heeft verzocht de ondertoezichtstelling te verlengen van [de minderjarige] met een jaar. </para>
      <para>Daarnaast wordt de uithuisplaatsing, gedurende dag en nacht in een accommodatie jeugdhulpaanbieder, van [de minderjarige] verzocht voor de duur van een jaar. De GI verzoekt de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De GI heeft de verzoeken als volgt toegelicht. </para>
      <para>
        [de minderjarige] wordt nog steeds ernstig in zijn ontwikkeling bedreigd. In het afgelopen jaar is duidelijk geworden dat de zorgen rondom [de minderjarige] zijn toegenomen. Duidelijk is geworden dat [de minderjarige] functioneert op een laag ontwikkelingsniveau. Hij heeft een ernstig verstandelijke beperking in combinatie met een Autisme Spectrum Stoornis. Op het gebied van contact, communicatie en stereotiep gedrag laat [de minderjarige] bijzonderheden zien. Zo maakt hij nauwelijks contact met leeftijdsgenoten, heeft hij weinig interesse in contact dat wordt aangeboden en heeft hij stereotypische interesse in fietskrattten, de klok en vrachtwagens. Zijn spraakontwikkeling verloopt vertraagd; [de minderjarige] herhaalt woorden. Hij heeft stereotype bewegingen, en stereotype rituelen. Hij wiebelt veel, kan slechts kort op zijn stoel blijven zitten, lijkt altijd bezig te zijn en heeft een vluchtige concentratie. In het afgelopen jaar is er niets veranderd ten opzichte van het contact tussen [de minderjarige] en de moeder. </para>
      <para>De zorgvraag van [de minderjarige] is zeer intensief. Dat zal in de toekomst zo blijven. Het wordt zwaarder voor de vader en oma (vz) om de zorg voor [de minderjarige] te dragen. [de minderjarige] wordt groter, sterker en sneller. Hierdoor is het voor oma (vz) niet meer goed bij te houden. De vader heeft een terugval gehad in zijn alcoholgebruik en lijkt zijn problematiek niet voldoende te overzien. [de minderjarige] is met urgentie op de wachtlijst geplaatst binnen [jeugdhulpverlener] . Omdat gezocht wordt naar een passende woonplek voor [de minderjarige] wordt daarnaast verzocht een machtiging uithuisplaatsing af te geven, voor de duur van een jaar. Om de toegenomen zorgen iets weg te nemen gaat [de minderjarige] per september extra naar de weekendopvang toe zodat de vader en oma (vz) in het weekend extra worden ontlast. Daarnaast is de ambulante begeleiding opgeschroefd van één naar twee dagen. Momenteel gaat [de minderjarige] vijf hele dagen in de week naar het [locatie] . Daarnaast vangt oma [de minderjarige] op de donderdag op na schooltijd met een nachtje logeren. Het is voor de vader en oma (mz) niet langer mogelijk om de zorgvraag voor [de minderjarige] op te pakken, ook niet met alle ondersteuning die nu al wordt ingezet. Daarom wordt de verlenging van de ondertoezichtstelling voor de duur van een jaar verzocht, aldus de GI. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Het standpunt van belanghebbenden</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De vader is het eens met het verzoek ondertoezichtstelling. Hij verweert zich tegen het verzoek uithuisplaatsing en stelt zich – kort samengevat – op het standpunt dat dit verzoek moet worden afgewezen omdat het niet nader is geconcretiseerd. Sinds de minderjarige bij de vader verblijft, zijn positieve stappen gezet. Er is rust en duidelijkheid. De minderjarige verblijft ook bij oma (vz) en in het weekend bij [jeugdhulpverlener] . De vader werkt overal aan mee. Het verzoek uithuisplaatsing is voorbarig, aldus de vader. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De moeder is niet op de zitting verschenen en heeft haar mening daarom niet mondeling kunnen toelichten. In het verzoek van de GI staat dat de moeder weet dat het perspectief van [de minderjarige] niet bij de ouders ligt. Zij begrijpt dat ook. De GI heeft contact met de moeder gezocht om het verzoek te bespreken, maar het is niet gelukt om met haar in contact te komen. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>De beoordeling</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Uit de overgelegde stukken en de behandeling op de zitting blijkt dat er bij [de minderjarige] sprake is van complexe problematiek. Hij heeft een ontwikkelingsachterstand en heeft - om te kunnen functioneren - altijd sturing en nabijheid van een volwassene nodig. Hij is sterk afhankelijk van volwassenen. De ondertoezichtstelling is nodig om de bescherming en de regie van de GI te houden, zodat voor de vader zo goed mogelijk wordt bekeken wat [de minderjarige] en hij nodig hebben. </para>
      <para>
        [de minderjarige] verblijft nu bij de vader en dat gaat goed. Maar hij verblijft ook bij oma(vz) en voor haar is de belasting mogelijk te groot, gelet op haar leeftijd. De vraag is ook hoe het zorgarrangement voor [de minderjarige] moet worden ingericht zodat zowel [de minderjarige] als de vader de hulp krijgen die ze nodig hebben. Daarin is van belang dat voldoende structuur en veiligheid is geborgd op een manier die aansluit bij de draagkracht van de vader. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De zorg die noodzakelijk is om de ontwikkelingsbedreiging weg te nemen heeft in een vrijwillig kader onvoldoende resultaat gehad.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>In de komende periode moet duidelijk worden wat het concrete perspectief van [de minderjarige] is. Daarbij moet de vraag worden beantwoord hoe een en ander zo kan worden gestructureerd dat een ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing voor de toekomst niet meer nodig is. De opdracht voor de GI is om de zorg zo in te richten dat die overeenkomt met de draagkracht en de verantwoorde wensen in dit opzicht van de vader. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Ten slotte blijkt dat de verwachting gerechtvaardigd is dat de vader in staat wordt geacht de verantwoordelijkheid voor de verzorging en opvoeding te dragen binnen een termijn die, gelet op de persoon en de ontwikkeling van de minderjarige, aanvaardbaar te achten is.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Uit het voorgaande volgt dat is voldaan aan de vereisten voor ondertoezichtstelling genoemd in artikel 1:255 BW. Het verzoek tot ondertoezichtstelling zal daarom worden toegewezen. Gelet op de aanwezige problematiek en de in te zetten hulpverlening, zal de kinderrechter de minderjarige onder toezicht stellen voor de duur van twaalf maanden. </para>
      <para>
        <?linebreak?>Vooralsnog ziet de rechtbank geen aanleiding om op dit moment het verzoek uithuisplaatsing van GI toe te wijzen. De kinderrechter volgt de bezwaren van de vader hiertegen. Mogelijk is een uithuisplaatsing in de toekomst wel noodzakelijk, bijvoorbeeld zodra er meer duidelijkheid komt over het perspectief van [de minderjarige] . Van belang is dat de GI het voortouw neemt in de vraag welk zorgarrangement heeft meest recht doet aan de situatie, waarbij ook de vader en oma (vz) een verantwoord deel van de zorg op zich nemen. Van belang is dat wordt vastgesteld wat hun draagkracht is zodat wordt ingezet op een bestendig toekomstperspectief voor alle betrokkenen. De beslissing op het verzoek uithuisplaatsing zal gelet op het voorgaande worden aangehouden voor de duur van zes maanden. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De kinderrechter verzoekt de GI om de rechtbank uiterlijk [datum] , schriftelijk te infomeren over de alsdan actuele stand van zaken. Hierbij moet in elk geval te worden meegenomen in hoeverre het zorgarrangement van [de minderjarige] toekomstbestendig kan worden vormgegeven en hoe de vader en oma(vz) daarin worden ondersteund. Tevens wordt de GI verzocht om de rechtbank alsdan tevens schriftelijk te informeren of het verzoek uithuisplaatsing wordt gehandhaafd.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De kinderrechter:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>verlengt de ondertoezichtstelling van [de minderjarige] van 3 januari 2024 tot 3 januari 2025;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>houdt de beslissing ten aanzien van het verzoek machtiging uithuisplaatsing gedurende dag en nacht in een accommodatie jeugdhulpverlener aan tot [datum] pro forma;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>verzoekt de GI de rechtbank uiterlijk [datum] schriftelijk te infomeren over de alsdan actuele stand van zaken en daarbij aan te geven of het verzoek uithuisplaatsing wordt gehandhaafd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <informaltable>
      <tgroup cols="3">
        <colspec colname="colA" />
        <colspec colname="colB" />
        <colspec colname="colC" />
        <tbody>
          <row>
            <entry namest="colA" nameend="colC">
              <para>Deze beschikking is gegeven door mr. P.W.M. de Wolf MSM, kinderrechter, in tegenwoordigheid van I.B. Dinkelaar, als griffier en in het openbaar uitgesproken op 3 januari 2024. De schriftelijke uitwerking heeft plaatsgevonden op 18 januari 2024.</para>
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry namest="colA" nameend="colC">
              <para>Hoger beroep tegen deze beschikking kan worden ingesteld:</para>
              <para>-	door de verzoekers en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak,</para>
              <para>-	door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.</para>
              <para>Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend ter griffie van het gerechtshof<?linebreak?>Amsterdam </para>
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
          </row>
        </tbody>
      </tgroup>
    </informaltable>
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>