<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBNHO:2024:5191</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-06-05T17:00:28</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-05-27</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Noord-Holland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Noord-Holland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2024-05-29</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">C/15/349712 / HA ZA 24-122</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#bodemzaak">Bodemzaak</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Haarlem</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_verbintenissenrecht">Civiel recht; Verbintenissenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2024:5191">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2024:5191</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-06-03T13:59:04</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-06-05</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBNHO:2024:5191 Rechtbank Noord-Holland , 29-05-2024 / C/15/349712 / HA ZA 24-122</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBNHO:2024:5191:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Incident. Vrijwaring. Schadevergoeding door lekkages in een woning. Aangevoerd is dat de renovatiewerkzaamheden door diverse onderaannemers zijn uitgevoerd.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBNHO:2024:5191:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>
      <inlinemediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="57ce191e-7c89-42d9-b98b-819dff7d05e0" depth="2" width="13" format="image/png" />
        </imageobject>
      </inlinemediaobject>
      <inlinemediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="29a26d97-06ed-4b46-bcca-fddb0992bedd" depth="2" width="523" format="image/png" />
        </imageobject>
      </inlinemediaobject>vonnis</para>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK NOORD-HOLLAND</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Handel, Kanton en Insolventie</para>
      <para>Zittingsplaats Haarlem</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer / rolnummer: C/15/349712 / HA ZA 24-122</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis in incident van 29 mei 2024</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [eiseres]
        </emphasis>,</para>
      <para>wonende te [plaats 1],</para>
      <para>eiseres in de hoofdzaak,</para>
      <para>verweerster in het incident,</para>
      <para>advocaat mr. K. Zeylmaker te Rotterdam,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [gedaagde] H.O.D.N. [bedrijf 1]</emphasis>,</para>
      <para>wonende te [plaats 2],</para>
      <para>gedaagde in de hoofdzaak,</para>
      <para>eiser in het incident,</para>
      <para>advocaat mr. J.N. Heeringa te Amsterdam.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Partijen zullen hierna [eiseres] en [gedaagde] genoemd worden.</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De procedure</title>
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Het verloop van de procedure blijkt uit:</para>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>de dagvaarding met producties 1 t/m 32</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de incidentele conclusie tot oproeping in vrijwaring met producties 1 en 2</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de conclusie van antwoord in incident.</para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>Ten slotte is vonnis bepaald in het incident.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>De vordering in de hoofdzaak</title>
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>Het geschil in de hoofdzaak ziet – kort gezegd – op vergoeding van schade die is ontstaan door lekkages in een woning. Op grond van een aannemingsovereenkomst heeft  [gedaagde] het dak van de woning van (de rechtsvoorgangers) van [eiseres] in juni 2020 gerenoveerd. Nadat [eiseres] de woning in februari 2021 heeft betrokken heeft zij – ook na diverse herstelwerkzaamheden – veelvuldig last van lekkage (gehad). [eiseres] heeft inmiddels afgezien van nakoming door [gedaagde] en vordert vervangende schadevergoeding van € 30.855,- en heeft daarnaast nevenvorderingen ingesteld. </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>De vordering in het incident</title>
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>
        [gedaagde] vordert dat hem wordt toegestaan de volgende drie onderaannemers in vrijwaring op te roepen:</para>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>de heer [betrokkene 1], h.o.d.n. [bedrijf 2], gevestigd in [plaats 3];</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de heer [betrokkene 2], h.o.d.n. [bedrijf 3], gevestigd in [plaats 4];</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de heer [betrokkene 3], h.o.d.n. [bedrijf 4], gevestigd in [plaats 5]. </para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>
        [gedaagde] legt aan zijn vordering ten grondslag dat de werkzaamheden aan het dak van de woning van [eiseres] (uitsluitend) door deze drie (onder)aannemers zijn uitgevoerd. Voor zover mocht blijken dat [eiseres] aanspraak zou kunnen maken op betaling van enig bedrag van [gedaagde] dan heeft hij er recht en belang bij om zijn onderaannemers in vrijwaring op te roepen. Alle eventuele fouten in de werkzaamheden uitgevoerd op en aan het dak van de woning dienen te worden toegerekend aan [betrokkene 1], [betrokkene 2] en [betrokkene 3] voornoemd. Aldus zijn zij toerekenbaar tekortgeschoten in de uitvoering van de opdracht van [gedaagde], indien zou komen vast te staan in de hoofdzaak dat [gedaagde] toerekenbaar tekort zou zijn geschoten in de uitvoering van de opdracht van [eiseres]. Derhalve heeft [gedaagde] alsdan regres op hen voor de aldus door hem geleden schade. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <para>
        [eiseres] refereert zich aan het oordeel van de rechtbank.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>4</nr>De beoordeling in het incident</title>
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <para>Voor toewijzing van een incidentele vordering tot oproeping in vrijwaring is vereist dat eiser in het incident, de gewaarborgde, zich met redenen omkleed beroept op een rechtsverhouding met een derde, de waarborg, die meebrengt dat de waarborg verplicht is om de nadelige gevolgen van een eventuele veroordelende beslissing tegen de gewaarborgde in de hoofdzaak te dragen. Het bestaan van die rechtsverhouding behoeft in het vrijwaringsincident niet vast te staan.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2.</nr>
      <para>De rechtbank is van oordeel dat de incidentele vordering moet worden toegewezen, nu de aangevoerde en niet weersproken gronden die vordering kunnen dragen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3.</nr>
      <para>Naar het oordeel van de rechtbank kan in het incident geen van partijen als de in het ongelijk gestelde partij worden beschouwd. Daarom zullen de proceskosten worden gecompenseerd in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>5</nr>De beslissing</title>
    <para>De rechtbank</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">in het incident</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <paragroup>
      <nr>5.1.</nr>
      <para>staat toe dat [betrokkene 1] h.o.d.n. [bedrijf 2], [betrokkene 2] h.o.d.n. [bedrijf 3] en [betrokkene 3] h.o.d.n. [bedrijf 4] door [gedaagde] worden gedagvaard tegen de terechtzitting van 10 juli 2024,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.2.</nr>
      <para>compenseert de kosten van het incident tussen partijen, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt,</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">in de hoofdzaak </emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.3.</nr>
      <para>bepaalt dat de zaak weer op de rol zal komen van <emphasis role="bold">10 juli 2024</emphasis> voor conclusie van antwoord,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.4.</nr>
      <para>houdt iedere verdere beslissing aan. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Dit vonnis is gewezen door mr. W.S.J. Thijs en in het openbaar uitgesproken op 29 mei 2024.<footnote-ref linkend="_2548e47a-c65f-4bb1-8e0a-28d92b0a5880" /></para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
  <footnote id="_2548e47a-c65f-4bb1-8e0a-28d92b0a5880" label="1">
    <para>type: 1589</para>
    <para>coll:</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>