<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBNHO:2024:5066</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-03-21T17:58:03</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-05-23</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Noord-Holland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Noord-Holland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2024-04-17</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">C/15/347208 / HA RK 23-166</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#rekestprocedure">Rekestprocedure</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_verbintenissenrecht">Civiel recht; Verbintenissenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>NJF 2024/355</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2024:5066">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2024:5066</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-06-24T16:50:47</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-06-24</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBNHO:2024:5066 Rechtbank Noord-Holland , 17-04-2024 / C/15/347208 / HA RK 23-166</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBNHO:2024:5066:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Beschikking. Heropening vereffening. Verzoekster is schuldeiser van de ontbonden rechtspersoon. Gebleken van een bate. Verzoek wordt toegewezen. Proceskostenveroordeling wordt afgewezen, omdat de ontbonden rechtspersoon geen partij is in deze procedure.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBNHO:2024:5066:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold caps">RECHTBANK Noord-Holland </bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Civiel recht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Alkmaar</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zaaknummer / rekestnummer: C/15/347208 / HA RK 23-166</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Beschikking van 17 april 2024</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">LOWIETJE BEHEER B.V.</emphasis>, </para>
      <para>te Bergen (NH),</para>
      <para>verzoekende partij,</para>
      <para>hierna te noemen: Lowietje,</para>
      <para>advocaat: mr. F.J.H. Krumpelman te Rotterdam,</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De procedure</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het verloop van de procedure blijkt uit:</para>
    </parablock>
    <para>- het verzoekschrift, met producties 1-9;</para>
    <para>- de mondelinge behandeling op 15 maart 2024, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt. Ter zitting zijn verschenen mevrouw [naam 1] en mr. Krumpelman namens Lowietje, de heer [naam 2] namens [naam 2] Holding B.V. (hierna: [naam 2] Holding) en de heer [naam 3] namens Jamie Werkt B.V. (hierna: Jamie Werkt). </para>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>2</nr>De beoordeling</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Het verzoek en het verweer daarop</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>Uit een uittreksel van de Kamer van Koophandel blijkt dat de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Leisure Facility B.V. (hierna: Leisure), laatstelijk statutair gevestigd te Bergen, is ontbonden met ingang van 31 maart 2023.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>Lowietje verzoekt heropening van de vereffening als bedoeld in artikel 2:23c van het Burgerlijk Wetboek (hierna: BW) van Leisure, op de grond dat zij schuldeiser is van Leisure en er na het tijdstip waarop Leisure is opgehouden te bestaan nog van het bestaan van een bate is gebleken.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>Ter zitting hebben [naam 2] Holding en Jamie Werkt verweer gevoerd tegen het verzoek van Lowietje. Hun standpunt komt er op neer dat er ten tijde van de ontbinding van Leisure geen activa en dus geen baten aanwezig waren. Bovendien is namens Jamie Werkt aangevoerd dat zij heeft begrepen dat Lowietje als aandeelhouder van Leisure is uitgenodigd voor de aandeelhoudersvergadering waarin is ingestemd met de turboliquidatie.</para>
      <para />
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Het juridisch kader</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4.</nr>
      <para>De rechtbank kan op verzoek van een belanghebbende de vereffening heropenen en zo nodig een vereffenaar benoemen, indien na het tijdstip waarop de rechtspersoon is opgehouden te bestaan nog een schuldeiser opkomt of van het bestaan van een bate blijkt.<footnote-ref linkend="_6feb581f-5c78-4b2d-9574-a8aaed82b41e" /> De heropening leidt ertoe dat de rechtspersoon herleeft voor zover dit voor de vereffening nodig is. Het enkele feit dat zich een schuldeiser meldt, is voldoende is om tot heropening over te gaan.<footnote-ref linkend="_3b7c6f09-b93d-41fd-9ed0-6ab8c37ea5d2" /> Indien er echter geen baten zijn, is dit zinloos. In dat geval zal belang bij heropening in het algemeen ontbreken. Een verzoeker zal daarom steeds aannemelijk moeten maken dat er nog een bate aanwezig is. Daarbij geldt volgens vaste jurisprudentie dat de rechter terughoudend dient te toetsen, hetgeen betekent dat aan dit aannemelijk maken geen hoge eisen mogen worden gesteld en dat de aanwezigheid van een bate snel mag worden aangenomen. De gedachte hierachter is dat een partij zoveel mogelijk de gelegenheid moet hebben door hem gepretendeerde rechten geldend te maken.<footnote-ref linkend="_a373f4bd-263f-4e2f-a0ea-3730d5ff0ac8" /> In gevallen van ontbinding van een rechtspersoon als hier aan de orde (in de praktijk ook wel aangeduid als ‘turboliquidatie’) dient daarbij bovendien te worden bedacht dat het hele traject zich vrijwel volledig buiten het zicht van de schuldeisers heeft afgespeeld.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Aanwezigheid schuldeiser en bate</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.5.</nr>
      <para>Lowietje heeft naar het oordeel van de rechtbank voldoende aannemelijk gemaakt dat zij schuldeiser is van Leisure. Lowietje heeft hiertoe een geldleningsovereenkomst en bankoverschrijvingen van Leisure naar Lowietje overgelegd. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.6.</nr>
      <para>Daarnaast heeft Lowietje naar het oordeel van de rechtbank voldoende aannemelijk gemaakt dat is gebleken van een bate, nadat Leisure is opgehouden te bestaan. Lowietje heeft namelijk boekingsoverzichten van de jaren 2022 en 2023 van Leisure overgelegd, waaruit de omzetcijfers van Leisure blijken. [naam 2] Holding en Jamie Werkt hebben ter zitting onvoldoende tegen deze omzetoverzichten ingebracht, zodat de rechtbank hieraan voorbijgaat. De enkele betwisting van de stelling dat er een bate is, volstaat niet. Bovendien is de juistheid van het standpunt van Jamie Werkt, dat Lowietje was uitgenodigd voor de aandeelhoudersvergadering van Leisure waarin werd beslist over de turboliquidatie, ter zitting namens Lowietje weersproken, terwijl ook overigens niet gebleken is van een dergelijke instemming van Lowietje. Jamie Werkt heeft dit enkel ‘van horen zeggen’ van Flix Beheer B.V. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Toewijzing verzoek</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.7.</nr>
      <para>Naar het oordeel van de rechtbank is voldoende aannemelijk gemaakt dat er sprake is van een noodzaak tot heropening van de vereffening. Het verzoek zal dan ook worden toegewezen. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.8.</nr>
      <para>Ten overvloede merkt de rechtbank op dat Lowietje de rechtbank niet heeft verzocht een vereffenaar te benoemen.   </para>
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Proceskosten</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.9.</nr>
      <para>Lowietje heeft de rechtbank verzocht Leisure te veroordelen in de proceskosten. <?linebreak?>Die veroordeling kan in deze procedure niet worden uitgesproken, omdat Leisure in deze procedure geen partij is en Leisure pas na het in kracht van gewijsde gaan van deze beschikking wederom een bestaande rechtspersoon (in liquidatie) zal zijn. Dit verzoek zal daarom worden afgewezen.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>3</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>heropent de vereffening van het vermogen van de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Leisure Facility B.V., laatstelijk statutair gevestigd te Bergen,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <para>wijst af hetgeen meer of anders is verzocht.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Deze beschikking is gegeven door mr. D.D.M. Hazeu en in het openbaar uitgesproken op 17 april 2024.</para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
  <footnote id="_6feb581f-5c78-4b2d-9574-a8aaed82b41e" label="1">
    <para> Artikel 2:23c lid 1 BW.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_3b7c6f09-b93d-41fd-9ed0-6ab8c37ea5d2" label="2">
    <para> Artikel 2:23c lid 1 BW.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_a373f4bd-263f-4e2f-a0ea-3730d5ff0ac8" label="3">
    <para> HR 11 oktober 1991, ECLI:NL:HR:1991:ZC0366 en HR 2 oktober 1998, ECLI:NL:HR:1998:ZC2727.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>