<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBNHO:2024:3827</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-04-25T10:52:54</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-04-18</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Noord-Holland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Noord-Holland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2024-02-28</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">10539837 \ EJ VERZ 23-26</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#beschikking">Beschikking</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Haarlem</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_verbintenissenrecht">Civiel recht; Verbintenissenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2024:3827">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2024:3827</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-04-25T10:52:23</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-04-25</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBNHO:2024:3827 Rechtbank Noord-Holland , 28-02-2024 / 10539837 \ EJ VERZ 23-26</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBNHO:2024:3827:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>benoeming deskundige 7:304 lid 2 BW. Primaire verzoek is niet-ontvankelijk verklaren omdat geen sprake is van 7:290 bedrijfsruimte. Dit verzoek kan niet leiden tot benoemen van een deskundige op grond van lid 2. Geen rechtens te respecteren belang, verzoek wordt daarom niet-ontvankelijk verklaard.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBNHO:2024:3827:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>
      <emphasis role="bold caps">RECHTBANK </emphasis>
      <emphasis role="bold">NOORD-HOLLAND</emphasis>
    </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Civiel recht</para>
      <para>Kantonrechter </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Haarlem</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zaaknummer / rekestnummer: 10539837 \ EJ VERZ  23-26</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Beschikking van 28 februari 2024</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>
      [verzoeker 1], </title>
    <parablock>
      <para>wonende te [plaats 1] </para>
      <para>2. <emphasis role="bold">[verzoeker 2]</emphasis>, </para>
      <para>wonende te [plaats 2],</para>
      <para>verzoekende partijen,</para>
      <para>hierna samen te noemen: [verzoekers],</para>
      <para>gemachtigde: mr. K.R. Stephan,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">SCHOUTEN OLIE B.V.</emphasis>, </para>
      <para>gevestigd te Alphen aan den Rijn,</para>
      <para>verwerende partij,</para>
      <para>hierna te noemen: Schouten Olie,</para>
      <para>gemachtigde: mr. M. van Essen.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De procedure<?linebreak?></title>
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Het verloop van de procedure blijkt uit:<?linebreak?>- het verzoekschrift tot benoeming van een deskundige ex artikel 7:304 lid 2 BW<?linebreak?>- het verweerschrift<?linebreak?>- wijziging verzoek tot benoeming van een deskundige zijdens [verzoekers]<?linebreak?>- de mondelinge behandeling van 29 januari 2024, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>De feiten<?linebreak?></title>
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>Schouten huurt van [verzoekers] een tankstation te [plaats 1] (verder: het gehuurde). [verzoekers] heeft de huurovereenkomst per aangetekende brief van 23 mei 2022 opgezegd tegen 1 juni 2023. Schouten heeft niet in de opzegging berust. In een aparte dagvaardingsprocedure vordert [verzoekers] – kort gezegd – vast te stellen dat de huurovereenkomst per 1 juni 2023 is geëindigd, met veroordeling van Schouten het gehuurde te ontruimen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>In afwachting van het verdere verloop van de dagvaardingsprocedure heeft Van Leeuwen Schouten Olie verzocht om in te stemmen met het benoemen van een huurprijsdeskundige zodat de huurprijs nader vastgesteld kan worden.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>Schouten Olie heeft niet gereageerd op de verzoeken van [verzoekers] </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Het verzoek</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>
        [verzoekers] verzoekt, na wijziging van het verzoek, primair dat de kantonrechter hem niet-ontvankelijk verklaart. Subsidiair verzoekt [verzoekers] om de heer Martin Post van PostmenBalm B.V. te benoemen als deskundige.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>
        [verzoekers] legt aan het verzoek primair ten grondslag dat een procedure in de zin van artikel 7:304 lid 2 BW enkel van toepassing is op 7:290-bedrijfsruimte en het gehuurde geen bedrijfsruimte is in de zin van artikel 7:290 BW. </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>Het verweer </title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <para>Schouten Olie voert aan dat [verzoekers] geen rechtens relevant belang heeft bij de primaire vordering. Daarnaast voert hij aan dat het gehuurde wel 7:290- bedrijfsruimte is en stelt hij voor om de coöperatie De Huurprijsdeskundigen als deskundige te benoemen. </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>5</nr>De beoordeling</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>5.1.</nr>
      <para>
        [verzoekers] heeft primair verzocht zijn eigen verzoek niet-ontvankelijk te verklaren. [verzoekers] probeert hiermee duidelijkheid te krijgen over de vraag of het gehuurde een 7:290-bedrijfsruimte is. Daar is deze procedure niet voor bedoeld, althans die vraag kan alleen worden beantwoord als een verzoek wordt gedaan om een deskundige te benoemen. [verzoekers] vraagt de kantonrechter echter niet om een deskundige te benoemen, maar om een niet-ontvankelijk verklaring. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.2.</nr>
      <para>Nu het primaire verzoek van [verzoekers] niet kan leiden tot het benoemen van een deskundige en deze procedure op grond van artikel 7:304 lid 2 BW enkel daarvoor bedoeld is, heeft [verzoekers] geen rechtens te respecteren belang bij zijn primaire verzoek. Dit heeft evenwel tot gevolg dat [verzoekers] niet-ontvankelijk wordt verklaard. Daardoor komt de kantonrechter niet toe aan beoordeling van het subsidiair ingestelde verzoek.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.3.</nr>
      <para>Voor de goede orde wijst de kantonrechter er op dat indien [verzoekers] een uitspraak wil over de vraag of het gaat om 7:290-bedrijfsruimte hij hierover in een dagvaardingsprocedure een verklaring voor recht kan vragen. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.4.</nr>
      <para>De proceskosten komen voor rekening van [verzoekers] omdat hij ongelijk krijgt. </para>
      <para />
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>6</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De kantonrechter</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>6.1.</nr>
      <para>verklaart [verzoekers] niet-ontvankelijk in zijn verzoek;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.2.</nr>
      <para>veroordeelt [verzoekers], hoofdelijk zodat als de een betaalt de ander zal zijn gekweten, tot betaling van de proceskosten, die tot en met vandaag voor Schouten Olie worden vastgesteld op een bedrag van € 271,00 aan salaris gemachtigde </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.3.</nr>
      <para>verklaart de veroordeling in deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.</para>
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>Deze beschikking is gegeven door mr. M.P.E. Oomens en op 28 februari 2024 in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De griffier	De kantonrechter</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>