<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBNHO:2024:3693</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-04-25T09:18:25</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-04-15</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Noord-Holland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Noord-Holland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2024-03-06</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">10621864 \ CV EXPL  23-4569</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#bodemzaak">Bodemzaak</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Haarlem</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_verbintenissenrecht">Civiel recht; Verbintenissenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2024:3693">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2024:3693</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-04-25T09:18:16</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-04-25</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBNHO:2024:3693 Rechtbank Noord-Holland , 06-03-2024 / 10621864 \ CV EXPL  23-4569</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBNHO:2024:3693:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Eindvonnis. Ambtshalve toetsing algemene voorwaarden 2018 van Pre Wonen. Rente- en incassobeding door de cumulatie met het boetebeding oneerlijk. Ktr vernietigt artikel 6.1, 13.1 en 13.2 van de algemene voorwaarden voor zover deze betrekking hebben op rente en bik.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBNHO:2024:3693:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK NOORD-HOLLAND</bridgehead>
    <para>Handel, Kanton en Insolventie</para>
    <para>locatie Haarlem</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zaaknr./rolnr.: 10621864 \ CV EXPL  23-4569</para>
      <para>Uitspraakdatum: 6 maart 2024</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis in de zaak van:</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">de stichting Stichting Pré Wonen </emphasis>
      </para>
      <para>gevestigd te Haarlem</para>
      <para>de eisende partij</para>
      <para>hierna te noemen: Pré Wonen </para>
      <para>gemachtigde: Van der Hoeden / Mulder Gerechtsdeurwaarders en Juristen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen </para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>
      [gedaagde 1] </title>
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">2. [gedaagde 2] </emphasis>
      </para>
      <para>beiden wonende te [plaats] </para>
      <para>de gedaagde partij</para>
      <para>hierna te noemen: [gedaagden] </para>
      <para>gedaagde sub 1 procederend in persoon, mede namens gedaagde sub 2</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De verdere procedure</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Bij tussenvonnis van 18 oktober 2023 heeft de kantonrechter partijen in de gelegenheid gesteld om zich uit te laten over het daarin voorshands uitgesproken oordeel over de oneerlijkheid van bepaalde bedingen in de toepasselijke algemene voorwaarden. Dit heeft Pré Wonen gedaan bij akte van 13 december 2023. [gedaagden] heeft niet gereageerd. Vonnis is bepaald op vandaag.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>De vordering</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>Pré Wonen vordert – samengevat – ontbinding en ontruiming van het gehuurde en hoofdelijke veroordeling van de gedaagde partij tot betaling van de huurachterstand vermeerderd met buitengerechtelijke incassokosten, wettelijke rente, een gebruiksvergoeding voor iedere maand dat het gehuurde in gebruik blijft en de proceskosten.  </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>De eisende partij legt aan de vordering ten grondslag – kort weergegeven – dat de gedaagde partij tekortschiet in de nakoming van de huurovereenkomst, welke tekortkoming ontbinding en ontruiming van de huurovereenkomst rechtvaardigt. </para>
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>3</nr>De verdere beoordeling</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Ambtshalve toetsing Algemene Huurvoorwaarden voor zelfstandige woonruimte 2018</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Huurprijswijzigingsbeding</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>De kantonrechter blijft bij wat is overwogen in het tussenvonnis. Dit betekent dat artikel IV van de huurovereenkomst niet oneerlijk is.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Rentebeding, het beding voor de buitengerechtelijke kosten (het incassobeding) en het beding voor de gerechtelijke kosten (het proceskostenbeding)</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>De kantonrechter blijft bij wat is overwogen in het tussenvonnis. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <para>Dat artikel 13.2 een specifieke regeling zou zijn ten opzichte van artikel 13.1 van de algemene voorwaarden volgt de kantonrechter niet omdat beide artikelen bepalen wanneer  buitengerechtelijk kosten verschuldigd zijn en wat de hoogte is. Het standpunt van de eisende partij, dat geen sprake is van oneerlijke bedingen die verband houden met de vordering, wordt dus verworpen.  </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.4.</nr>
      <para>De conclusie is dat de rente- en incassobedingen in de algemene voorwaarden, door de cumulatie met het boetebeding, oneerlijk zijn. Daarom vernietigt de kantonrechter de bedingen in artikel 6.1, 13.1 en 13.2. van de algemene voorwaarden voor zover deze betrekking hebben op rente en buitengerechtelijke kosten. Als gevolg daarvan worden de gevorderde rente en buitengerechtelijke kosten afgewezen. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.5.</nr>
      <para>De proceskosten worden toegewezen als hierna vermeld.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">De vordering wegens huurachterstand: afbetalingsregeling met voorwaardelijke ontbinding en ontruiming</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.6.</nr>
      <para>De huurachterstand tot en met september 2023 bedraagt inmiddels € 6.218,51. De proceskosten bedragen inmiddels € 1.322,56, bestaande uit € 130,56 voor de dagvaarding, € 514,00 aan griffierecht en € 678,00 voor salaris gemachtigde. De totale vordering bedraagt tot en met september 2023: € 7.541,07.<?linebreak?></para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.7.</nr>
      <para>Partijen zijn ter zitting het volgende overeengekomen. De huurovereenkomst zal onder opschortende voorwaarde worden ontbonden. Dit betekent dat [gedaagden] nog een kans krijgt om de ontbinding van de huurovereenkomst en de ontruiming van de woonruimte te voorkomen door de volgende regeling na te komen:</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.8.</nr>
      <para>
        [gedaagden] betaalt aan Pré Wonen € 7.541,07, te voldoen in maandelijkse termijnen van € 500,00. De eerste termijn moet uiterlijk betaald zijn op 1 oktober 2023. De aflossingen van € 500,00 moeten worden overgemaakt op rekeningnummer [rekeningnummer] ten name van [betrokkene] van Van der Hoeden / Mulder gerechtsdeurwaarders en Juristen onder vermelding van dossiernummer [nummer]. De lopende huur moet tijdig worden betaald aan Pré Wonen. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.9.</nr>
      <para>Als [gedaagden] de regeling of de lopende huur niet op tijd of niet volledig nakomt, is de opschortende voorwaarde vervuld. Het (restant van het) bedrag van € 7.541,07 zal direct opeisbaar zijn en de huurovereenkomst is dan per direct ontbonden. In dat geval dient [gedaagden] de woonruimte te ontruimen met alle zich daarin bevindende personen en goederen, voor zover deze goederen niet eigendom van Pré Wonen zijn, te verlaten en met afgifte van de sleutels ter volledige en vrije beschikking te stellen Pré Wonen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.10.</nr>
      <para>Gelet op de ingrijpende gevolgen voor [gedaagden] wordt de ontruimingstermijn gesteld op veertien dagen na betekening van dit vonnis. </para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.11.</nr>
      <para>De vordering zal overeenkomstig het voorgaande worden toegewezen.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>4</nr>De beslissing </title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De kantonrechter:</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <para>ontbindt de huurovereenkomst onder de opschortende voorwaarde dat [gedaagden] de regeling en de lopende huur niet op tijd of niet volledig nakomt;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2.</nr>
      <para>veroordeelt [gedaagden] voor het geval dat [gedaagden] de regeling of de lopende huur niet op tijd of niet volledig heeft voldaan, om binnen veertien dagen na betekening van dit vonnis de gehuurde woonruimte aan het adres [adres] te ([postcode]) [plaats] te ontruimen en leeg op te leveren en de sleutels over te dragen aan Pré Wonen; </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3.</nr>
      <para>veroordeelt [gedaagden] hoofdelijk, in die zin dat als de een betaalt de ander zal zijn bevrijd, om aan Pré Wonen te betalen € 7.541,07, op de wijze zoals hiervoor onder 3.8 en 3.9 is vermeld;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.4.</nr>
      <para>veroordeelt [gedaagden] daarnaast hoofdelijk, zoals voormeld, om aan Pré Wonen te betalen € 757,08 voor iedere maand of gedeelte daarvan dat [gedaagden] de woonruimte in gebruik houdt nadat de huurovereenkomst definitief is ontbonden; </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.5.</nr>
      <para>bepaalt dat wat [gedaagden] na 7 september 2023 aan Pré Wonen heeft voldaan op de hiervoor genoemde bedragen in mindering strekt;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.6.</nr>
      <para>verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.7.</nr>
      <para>wijst af het meer of anders gevorderde.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Dit vonnis is gewezen door mr. M.P.E. Oomens en op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De griffier																													   De kantonrechter</para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>