<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBNHO:2024:3232</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-04-09T09:16:56</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-04-02</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Noord-Holland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Noord-Holland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2024-02-15</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">10745087 CV EXPL 23-3461</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#verstek">Verstek</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Zaanstad</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_verbintenissenrecht">Civiel recht; Verbintenissenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2024:3232">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2024:3232</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-04-09T09:16:38</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-04-09</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBNHO:2024:3232 Rechtbank Noord-Holland , 15-02-2024 / 10745087 CV EXPL 23-3461</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBNHO:2024:3232:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Eindvonnis verstekzaak sociale huur (ZVH). Ontbinding en ontruiming worden toegewezen vanwege huurachterstand. Bik- en rentebedingen worden vernietigd vanwege hun oneerlijke karakter.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBNHO:2024:3232:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK NOORD-HOLLAND</bridgehead>
    <para>Handel, Kanton en Bewind</para>
    <para>locatie Zaanstad</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zaaknr./rolnr.: 10745087 CV EXPL 23-3461</para>
      <para>Uitspraakdatum: 15 februari 2024</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Verstekvonnis in de zaak van:</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">de stichting Stichting Zaandams Volkshuisvesting (ZVH)</emphasis>
      </para>
      <para>te Zaandam</para>
      <para>de eisende partij</para>
      <para>gemachtigde: O.J. Boeder</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen </para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>
      [gedaagde 1]
    </title>
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">2. [gedaagde 2]</emphasis>
      </para>
      <para>te [plaats]</para>
      <para>de gedaagde partijen, hierna te noemen gedaagde sub 1 en gedaagde sub 2 dan wel gezamenlijk de gedaagde partijen</para>
      <para>niet verschenen</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De procedure</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Op 28 december 2023 heeft de kantonrechter een tussenvonnis gewezen en daarin de eisende partij in de gelegenheid gesteld om zich uit te laten over de (on)eerlijkheid van bedingen in de algemene voorwaarden die verband houden met de vordering. De eisende partij heeft vervolgens een akte genomen op 25 januari 2024. </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>2</nr>De verdere beoordeling</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>De eisende partij vordert – samengevat – ontbinding en ontruiming van het gehuurde en veroordeling van de gedaagde partijen tot betaling van de huurachterstand, vermeerderd met buitengerechtelijke incassokosten, een gebruiksvergoeding voor iedere maand dat het gehuurde in gebruik blijft en de proceskosten.  </para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <parablock>
        <para>De eisende partij legt aan de vordering ten grondslag – kort weergegeven – dat de gedaagde partijen tekortschieten in de nakoming van de huurovereenkomst, welke tekortkoming ontbinding en ontruiming van de huurovereenkomst rechtvaardigt. </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Gedaagde sub 2</emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <parablock>
        <para>De kantonrechter constateert op basis van de overgelegde huurovereenkomst dat alleen gedaagde sub 1 partij is bij de huurovereenkomst. De eisende partij heeft niet toegelicht op welke grond gedaagde sub 2 aansprakelijk zou zijn voor de huurbetaling en ook niet op welke grond de overige vorderingen jegens hem zouden moeten worden toegewezen. Ook de aanmaning van 12 september 2023 is alleen gericht aan gedaagde sub 1. Bij gebrek aan een (deugdelijke) grondslag voor toewijzing van de vorderingen ten aanzien van gedaagde sub 2 zullen de vorderingen jegens hem worden afgewezen.  </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Ambtshalve toetsing van: </emphasis>
          <emphasis role="bold italic">Algemene Huurvoorwaarden Huurovereenkomst zelfstandige woonruimte (december 2020)</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Buitengerechtelijke incassokosten en proceskosten</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4.</nr>
      <para>De eisende partij heeft in de akte gesteld dat artikel 6.1, artikel 13.2 in combinatie met artikel 13.1 en het boetebeding van artikel 15 van de algemene voorwaarden niet oneerlijk zijn. Volgens de eisende partij zetten de dwingendrechtelijke verplichtingen met betrekking tot de buitengerechtelijke incassokosten zoals gevorderd in de dagvaarding deze bedingen buiten werking, zodat er geen sprake is van nadeel of oneerlijke bedingen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.5.</nr>
      <para>De kantonrechter volgt dit betoog niet. Dat de eisende partij zich niet op beroept op voornoemde bepalingen in de algemene voorwaarden maar alleen naleving van wettelijke bepalingen verlangt is niet relevant, zie daarvoor ook r.o. 2.3 van het tussenvonnis. In de toelichting van de eisende partij ziet de kantonrechter dan ook geen aanleiding voor een ander oordeel over de oneerlijkheid van genoemde bedingen dan in het tussenvonnis. Onder verwijzing naar r.o. 2.9 en 2.10 van het tussenvonnis vernietigt de kantonrechter de bedingen in artikel 6.1, 13.1 en 13.2 van de algemene voorwaarden voor zover deze betrekking hebben op rente en buitengerechtelijke kosten. De gevorderde buitengerechtelijke incassokosten zullen daarom worden afgewezen. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Huurachterstand </emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.6.</nr>
      <para>Gedaagde partij sub 1 moet de huurachterstand betalen. Ten tijde van het uitbrengen van de dagvaarding bedroeg de huurachterstand tot en met oktober 2023 € 3.774,13. Dit bedrag is toewijsbaar. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Ontbinding, ontruiming en gebruiksvergoeding</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.7.</nr>
      <para>De gevorderde ontbinding, ontruiming en gebruiksvergoeding zijn ook toewijsbaar ten aanzien van gedaagde sub 1,  omdat deze de kantonrechter niet onrechtmatig of ongegrond voorkomen. Er is sprake van een huurachterstand van meer dan drie maanden.  </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.8.</nr>
      <para>Gelet op de ingrijpende gevolgen voor de gedaagde partij sub 1 wordt de ontruimingstermijn gesteld op veertien dagen na betekening van dit vonnis.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Conclusie</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.9.</nr>
      <para>De vordering wordt gedeeltelijk toegewezen. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.10.</nr>
      <para>De gedaagde partij sub 1 wordt overwegend in het ongelijk gesteld en zal daarom in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten voor het nemen van de akte blijven voor de eisende partij omdat het aan haar te wijten was dat het nodig was om deze te nemen. Ten aanzien van de gedaagde partij sub 2 zal de eisende partij worden veroordeeld in de proceskosten, omdat zij ongelijk krijgt. Deze kosten zullen worden begroot op nihil. </para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>3</nr>De beslissing </title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De kantonrechter:</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>ontbindt de tussen de eisende partij en gedaagde sub 1 bestaande huurovereenkomst;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>veroordeelt de gedaagde partij sub 1 om het perceel aan de [adres] te ([postcode]) [plaats] binnen 14 dagen na betekening van dit vonnis te ontruimen en te verlaten met alle zich daarin en/of daarop bevindende personen en/of zaken (voor zover deze laatste niet het eigendom van de eisende partij zijn) en onder afgifte van de sleutels aan de eisende partij;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <para>veroordeelt de gedaagde partij sub 1 om aan de eisende partij te betalen een bedrag van € 3.774,13 aan achterstallige huurpenningen;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.4.</nr>
      <para>veroordeelt de gedaagde partij sub 1 om aan de eisende partij te betalen een bedrag van € 798,96 per maand, voor iedere maand dat de gedaagde partij sub 1 het gehuurde vanaf 1 november 2023 in gebruik houdt;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.5.</nr>
      <parablock>
        <para>veroordeelt de gedaagde partij sub 1 in de proceskosten, tot op heden aan de zijde van de eisende partij begroot op:</para>
        <para>€ 130,32 wegens dagvaardingskosten,</para>
        <para>€ 487,00 wegens griffierecht en</para>
        <para>€ 271,00 wegens salaris gemachtigde;</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.6.</nr>
      <para>veroordeelt de eisende partij in de proceskosten van de gedaagde partij sub 2, tot op heden begroot op nihil;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.7.</nr>
      <para>verklaart de veroordelingen in 3.2 tot en met 3.6. uitvoerbaar bij voorraad;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.8.</nr>
      <para>wijst het meer of anders gevorderde af.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Dit vonnis is gewezen door mr. M.M. Kruithof en op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.</para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>De griffier								De kantonrechter</para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>