<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBNHO:2024:2859</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-03-28T08:52:03</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-03-21</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Noord-Holland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Noord-Holland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2024-03-07</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">10675357 \ CV EXPL  23-2929</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#bodemzaak">Bodemzaak</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Haarlem</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_verbintenissenrecht">Civiel recht; Verbintenissenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2024:2859">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2024:2859</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-03-28T08:51:45</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-03-28</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBNHO:2024:2859 Rechtbank Noord-Holland , 07-03-2024 / 10675357 \ CV EXPL  23-2929</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBNHO:2024:2859:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>De door verhuurder gevorderde huurprijswijziging is toewijsbaar vanaf 1 april 2023. Daarbij wordt als uitgangspunt genomen de huurprijs die eerder tussen partijen in een vonnis van 2 maart 2023 is vastgesteld.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBNHO:2024:2859:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK NOORD-HOLLAND</bridgehead>
    <para>Handel, Kanton en Bewind</para>
    <para>locatie Zaanstad</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zaaknr./rolnr.: 10675357 \ CV EXPL  23-2929</para>
      <para>Uitspraakdatum: 7 maart 2024</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis van de kantonrechter in de zaak van:</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [eiser]
        </emphasis>
      </para>
      <para>wonende te [plaats 1]</para>
      <para>eiser</para>
      <para>verder te noemen: [eiser]</para>
      <para>gemachtigde: mr. G.H.H. Groen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [gedaagde], h.o.d.n. [bedrijf] </emphasis>
      </para>
      <para>wonende te [plaats 2] </para>
      <para>gedaagde  </para>
      <para>verder te noemen: [gedaagde]</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">De zaak in het kort</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De door verhuurder gevorderde huurprijswijziging is toewijsbaar vanaf 1 april 2023. Daarbij wordt als uitgangspunt genomen de huurprijs die eerder tussen partijen in een vonnis van 2 maart 2023 is vastgesteld.</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>
      <nr>1</nr>Het procesverloop</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>
        [eiser] heeft bij dagvaarding van 24 augustus 2023 een vordering tegen [gedaagde] ingesteld. [gedaagde] heeft mondeling geantwoord en heeft ter rolle van 5 oktober 2023 stukken ingediend.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>Op 22 januari 2024 heeft een zitting plaatsgevonden. De griffier heeft aantekeningen gemaakt van wat partijen ter toelichting van hun standpunten naar voren hebben gebracht. [eiser] heeft gebruik gemaakt van pleitaantekeningen, die zijn overgelegd. </para>
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>De feiten</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>
        [gedaagde] huurt van [eiser] de bedrijfs- c.q. winkelruimte ex artikel 7:290 BW aan het adres [adres] te [plaats 1]. Op de huurovereenkomst zijn de <emphasis role="italic">“Algemene Bepalingen huurovereenkomst winkelruimte en andere bedrijfsruimte in de zin van artikel 7:290 BW”</emphasis> van toepassing (hierna: de algemene bepalingen).</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>In artikel 4.5 van de huurovereenkomst staat: <emphasis role="italic">“Onverminderd de mogelijkheden die de wet biedt om een huurprijsaanpassing te realiseren, wordt de huurprijs jaarlijks per 1 februari voor het eerst met ingang van 1 februari 2020 aangepast in overeenstemming met 20.1 algemene bepalingen en met inachtneming van 20.2 tot en met 20.10 algemene bepalingen.”</emphasis></para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>Artikel 20.1 van de algemene bepalingen luidt: <emphasis role="italic">“Een in 4.5 huurovereenkomst overeengekomen wijziging van de huurprijs vindt plaats op basis van de wijziging van het maandprijsindexcijfer volgens de consumentenprijsindex (CPI) reeks alle huishoudens (2006=100), gepubliceerd door het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS).”</emphasis></para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4.</nr>
      <parablock>
        <para>
          [eiser] heeft bij dagvaarding van 7 juni 2022 een vordering tegen [gedaagde] ingesteld. </para>
        <para>Op 2 maart 2023 heeft de kantonrechter eindvonnis gewezen. De kantonrechter heeft daarbij de vordering van [eiser] tot ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van het gehuurde afgewezen en [gedaagde] veroordeeld een bedrag van € 1.327,52 (huur, rente en buitengerechtelijke incassokosten) en de proceskosten aan [eiser] te voldoen. De door [gedaagde] bij wijze van tegenvordering verzochte huurkorting met een beroep op de coronapandemie en de gevolgen van de overheidsmaatregelen in dat verband, is afgewezen. In het vonnis heeft de kantonrechter bij de feiten onder andere vermeld: <emphasis role="italic">“De actuele huurprijs bedraagt € 750,00 per maand”</emphasis>. Er is geen hoger beroep ingesteld.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.5.</nr>
      <para>Op 15 maart 2023 heeft [eiser] schriftelijk aan [gedaagde] medegedeeld dat de huur met ingang van 1 februari 2023 € 889,71 per maand bedraagt. [eiser] heeft [gedaagde] verzocht de nieuwe huurprijs voor de maand april 2023 en de verhogingen voor de maanden februari en maart 2023, totaal een bedrag van € 1.169,13, aan hem te betalen.</para>
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>De vordering en het verweer</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>
        [eiser] vordert bij dagvaarding dat de kantonrechter [gedaagde] veroordeelt tot betaling van € 2.719,30. Dit bedrag bestaat uit € 2.036,94 aan achterstallige huur in verband huurprijswijzigingen vanaf februari 2020 tot en met juni 2023, € 369,70 aan buitengerechtelijke incassokosten inclusief btw, € 33,24 aan rente en € 1.779,42 aan achterstallige huur over juli en augustus 2023, waarop betaling van € 1.500,00 in mindering strekt. [eiser] legt aan de vordering ten grondslag – kort weergegeven – dat hij op grond van de huurovereenkomst en de algemene bepalingen de huurprijs mag wijzigen. Ondanks herhaaldelijke sommaties is [gedaagde] in gebreke gebleven met volledige betaling van de geïndexeerde huurprijs.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>
        [gedaagde] betwist de vordering. Hij voert aan – samengevat – dat [eiser] tijdens de coronapandemie in 2020 heeft gezegd dat hij de huur niet zou verhogen. [gedaagde] heeft 20% huurverlaging gekregen. Begin dit jaar is er ook een zaak geweest en in maart 2023 is er vonnis gewezen. [gedaagde] is de lagere huurprijs verschuldigd en die betaalt hij ook; [gedaagde] voldoet alleen de huurverhoging niet.</para>
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>4</nr>De beoordeling</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <para>Ter zitting heeft [eiser] mede aan de hand van zijn pleitaantekeningen toegelicht dat zijn vordering in feite ziet op een veroordeling van [gedaagde] om de achterstallige verhoging van de huurprijs uit hoofde van de indexering te voldoen. Het gaat mede gelet op deze toelichting in deze zaak alleen nog om de vraag of [gedaagde] de door [eiser] in rekening gebrachte huurprijswijzigingen moet betalen. </para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2.</nr>
      <para>Niet in geschil is dat partijen de door [eiser] in het geding gebrachte huurovereenkomst hebben gesloten, dat de algemene bepalingen van toepassing zijn, dat in de huurovereenkomst en de algemene bepalingen een regeling is opgenomen over een jaarlijkse huurprijswijziging en dat [eiser] voor 1 februari 2023 geen huurprijswijzigingen heeft doorgevoerd. </para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3.</nr>
      <para>
        [gedaagde] voert verweer en doet een beroep op een toezegging door [eiser] tijdens de coronapandemie in 2020 dat hij de huur niet zou verhogen. Hij heeft 20% huurverlaging gekregen, aldus [gedaagde]. Dit verweer kan [gedaagde] niet baten. In het vonnis van 2 maart 2023 heeft de kantonrechter een beslissing genomen over een door [gedaagde] verzochte huurkorting en heeft de tegenvordering van [gedaagde] in dat kader afgewezen. Dit vonnis is in kracht van gewijsde gegaan en partijen zijn gebonden aan wat in dit vonnis is uitgesproken. [gedaagde] is dus de reguliere huurprijs aan [eiser] verschuldigd en van een huurverlaging is geen sprake.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.4.</nr>
      <para>Het verweer van [gedaagde] kan ook worden opgevat als een beroep op rechtsverwerking. Ook dit verweer slaagt naar het oordeel van de kantonrechter niet. [gedaagde] heeft er niet gerechtvaardigd op kunnen vertrouwen dat [eiser] af zou zien van het doorvoeren van huurprijswijzigingen conform de huurovereenkomst en de algemene bepalingen. [gedaagde] is door de bepalingen ten aanzien van een jaarlijkse huurprijswijziging te aanvaarden de verhoogde huurprijs verschuldigd, ook al heeft [eiser] daarover geen expliciete mededeling gedaan.<footnote-ref linkend="_5e7c1b80-58bb-4756-bf26-ad9424956430" /> [eiser] is gerechtigd de huurprijs te wijzigen. Over het moment waarop de huurprijswijziging en de nieuwe maandelijks te betalen huurprijs ingaat, overweegt de kantonrechter het volgende.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.5.</nr>
      <parablock>
        <para>In het vonnis van 2 maart 2023 heeft de kantonrechter bij de feiten vermeld dat de actuele huurprijs € 750,00 per maand bedraagt. De indexering van de huurprijs op grond van de algemene bepalingen is in die procedure niet aan de orde geweest. Zoals hiervoor reeds overwogen zijn partijen gebonden aan wat in dit vonnis is overwogen en beslist. De kantonrechter zal daarom de huurprijswijziging vanaf 1 april 2023 toewijzen en niet vanaf 1 februari 2020, zoals gevorderd. Het percentage waarmee de huur in 2023 volgens de indexering in 20.1 van de algemene bepalingen wordt verhoogd, bedraagt volgens de door [eiser] overgelegde specificatie 8%. [gedaagde] heeft ter zitting aangevoerd dat de berekening van [eiser] misschien fout is en dat hij een onafhankelijke partij ernaar wil laten kijken. [gedaagde] heeft dit aanbod te laat gedaan en dit aanbod zal daarom worden gepasseerd. [eiser] is gerechtigd de huur van € 750,00 per maand met € 60,00 te verhogen (8% van € 750,00 is </para>
        <para>€ 60,00). Berekend over de periode april 2023 tot en met januari 2024 is een bedrag van tien keer € 60,00 toewijsbaar.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.6.</nr>
      <para>De conclusie is dat de kantonrechter de vordering van [eiser] zal toewijzen tot een bedrag van € 600,00. De niet weersproken wettelijke handelsrente wordt toegewezen, zoals hierna vermeld, omdat [gedaagde] in verzuim verkeert.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.7.</nr>
      <para>De vordering ten aanzien van de buitengerechtelijke incassokosten wordt ook toegewezen, omdat is voldaan aan de vereisten van artikel 6:96 Burgerlijk Wetboek. Het toewijsbare bedrag aan buitengerechtelijke incassokosten wordt vastgesteld volgens het wettelijke tarief dat hoort bij de hoofdsom. Gelet op de datum van dagvaarding wordt het tarief berekend over de huurprijswijziging berekend tot en met augustus 2023, te weten een bedrag van € 300,00 (vijf keer € 60,00). Er wordt een bedrag van € 54,45 (inclusief btw) toegewezen.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.8.</nr>
      <parablock>
        <para>De proceskosten komen voor rekening van [gedaagde], omdat hij ongelijk krijgt. [gedaagde] heeft zich ten onrechte op het standpunt gesteld dat hij geen enkele prijsaanpassing/</para>
        <para>indexering aan [eiser] verschuldigd is. Voor wat betreft het van de proceskosten deel uitmakende griffierecht geldt dat, nu een gedeelte van het gevorderde bedrag niet toewijsbaar is, [gedaagde] ten aanzien van het griffierecht slechts kan worden veroordeeld tot betaling van het griffierecht dat verschuldigd is voor het toe te wijzen bedrag, te weten € 214,00. Het meerdere, dat op grond van de dagvaarding aan [eiser] in rekening is gebracht (€ 30,00), dient voor zijn rekening te blijven.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>5</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De kantonrechter:</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>5.1.</nr>
      <para>veroordeelt [gedaagde] tot betaling aan [eiser] van € 654,45, te vermeerderen met de wettelijke handelsrente over de in dit bedrag begrepen huurprijswijzigingen steeds vanaf de dag van opeisbaarheid tot aan de dag van de gehele betaling;</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.2.</nr>
      <parablock>
        <para>veroordeelt [gedaagde] tot betaling van de proceskosten, die de kantonrechter aan de kant van [eiser] tot en met vandaag vaststelt op:</para>
        <para>dagvaarding	€	131,11</para>
        <para>griffierecht	€	214,00</para>
        <para>salaris gemachtigde	€	264,00;</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.3.</nr>
      <para>verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.4.</nr>
      <parablock>
        <para>wijst de vordering voor het overige af.</para>
        <para>Dit vonnis is gewezen door mr. M. Woerdman en op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De griffier		De kantonrechter</para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
  <footnote id="_5e7c1b80-58bb-4756-bf26-ad9424956430" label="1">
    <para> Zie de uitspraak van het Gerechtshof Amsterdam van 14 maart 2017, ECLI:NL:GHAMS:2017:836.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>