<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBNHO:2024:2837</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-04-02T08:33:24</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-03-21</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Noord-Holland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Noord-Holland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2024-03-20</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">C/15/342811 / HA RK 23-117</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#beschikking">Beschikking</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Haarlem</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_burgerlijkProcesrecht">Civiel recht; Burgerlijk procesrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2024:2837">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2024:2837</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-04-02T08:33:01</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-04-02</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBNHO:2024:2837 Rechtbank Noord-Holland , 20-03-2024 / C/15/342811 / HA RK 23-117</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBNHO:2024:2837:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Verzoekschrift voorlopig deskundigenbericht.  Toevoeging. Beslissing over verdeling kosten.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBNHO:2024:2837:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>
      <inlinemediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="3deaf80a-7cef-4a9b-ae32-2badbd00247c" depth="2" width="13" format="image/png" />
        </imageobject>
      </inlinemediaobject>
      <inlinemediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="e3d0c943-7bff-4998-9657-f91a3ed62cb5" depth="2" width="523" format="image/png" />
        </imageobject>
      </inlinemediaobject>beschikking</para>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK NOORD-HOLLAND</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Handel, Kanton en Insolventie</para>
      <para>Zittingsplaats Haarlem</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer / rekestnummer: C/15/342811 / HA RK 23-117</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Beschikking van 20 maart 2024</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [verzoekster]
        </emphasis>,</para>
      <para>wonende te [plaats],</para>
      <para>verzoekster,</para>
      <para>advocaat mr. A.S. Arts,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [belanghebbende]
        </emphasis>,</para>
      <para>wonende te [plaats],</para>
      <para>belanghebbende,</para>
      <para>gemachtigde M.E. Fehrman te Amsterdam.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Partijen zullen hierna [verzoekster] en [belanghebbende] worden genoemd.</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Het verdere verloop van de procedure</title>
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Het verloop van de procedure blijkt (voor zover van belang) uit:</para>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>de beschikking van 18 oktober 2023 en de daaraan ten grondslag liggende stukken</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de e-mail van mr. Arts aan de rechtbank van 14 november 2023 waarin bezwaar wordt 	gemaakt tegen (een deel van) de begroting van de deskundige</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de e-mail van de rechtbank aan mr. Arts van 16 november 2023 </para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de e-mail van mr. Arts aan de rechtbank van 17 november 2023</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>het deskundigenrapport en de eindnota van de deskundige van 13 februari 2024</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de brieven van de griffier aan partijen van 21 respectievelijk 22 februari 2024</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de brief van mr. Arts van 4 maart 2024.</para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>2</nr>De verdere beoordeling</title>
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>Bij beschikking van 18 oktober 2023 heeft de rechter op verzoek van [verzoekster] een voorlopig deskundigenonderzoek bevolen en M. Ambtman, verbonden aan Keuringsdienst voor Wonen, tot deskundige benoemd. In de beschikking is bepaald dat het door [verzoekster] te betalen voorschot van de deskundige op grond van artikel 199 lid 3 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) door de griffier ten laste van ’s Rijks kas zal worden voorgeschoten en gedurende de procedure in debet zal worden gesteld. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>Artikel 205 lid 2 Rv bepaalt dat als het voorschot door de griffier is voorgeschoten en in debet is gesteld de rechter na toezending van het deskundigenrapport moet vaststellen wie van partijen welk deel van deze kosten moet dragen. Aangezien het voorlopige deskundigenonderzoek is geëindigd en tussen partijen (nog) geen bodemzaak aanhangig is gemaakt over de vordering waarop het voorlopige deskundigenonderzoek betrekking had, moet nu alsnog over de verdeling van de kosten en betaling daarvan aan de griffier worden beslist.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>Bij brieven van 21 respectievelijk 22 februari 2024 heeft de griffier het deskundigenrapport en een kopie van de nota van de deskundige ad € 1.950,- inclusief btw aan partijen gezonden en meegedeeld dat zij zich desgewenst binnen twee weken konden uitlaten over de vraag wie de kosten van de deskundige moet dragen.  </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4.</nr>
      <para>In de brief van 4 maart 2024 heeft de advocaat van [verzoekster] aangegeven dat [verzoekster] vindt dat de kosten in gelijke mate tussen haar en [belanghebbende] moeten worden verdeeld, omdat de deskundige in het rapport heeft geadviseerd een aanvullende inspectie te laten uitvoeren door een erkend loodgieter, welke kosten naar verwachting door [verzoekster] zullen  moeten worden gedragen. Dit om specifieker uit te zoeken waar de geluidsoverlast vandaan komt. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.5.	(</nr>
      <para>De gemachtigde van) [belanghebbende] heeft zich niet over de verdeling van de kosten uitgelaten. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.6.</nr>
      <para>De rechterbank stelt vast dat de hoogte van de nota van de deskundige gelijk is aan de eerder door de deskundige ingediende begroting, te weten € 1.950,-. [verzoekster] heeft destijds bij e-mail van 14 november 2023 bezwaar gemaakt tegen (een post op) die begroting. Dat bezwaar betrof de opname van een post “Overleg met beide advocaten” in de begroting terwijl [belanghebbende] (destijds althans) geen advocaat (of gemachtigde) had. De rechtbank heeft partijen daarop bericht dat in de begroting een post overleg met advocaten is opgenomen niet onlogisch of onjuist is. Dat overleg naderhand niet of in een andere vorm blijkt plaats te vinden, maakt niet dat de begroting onjuist is. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.7.</nr>
      <para>Uit de reactie van [verzoekster] op de brieven van de griffier van 21 en 22 december 2023 blijkt niet dat [verzoekster] zich op het standpunt stelt dat de eindnota van de deskundige te hoog is. Voor zover de rechtbank dat wel zo moet begrijpen, wordt als volgt overwogen. <?linebreak?>Uit de begroting blijkt niet welke bedragen de deskundige voor de verschillende posten heeft gerekend. Vergeleken met de overige in de begroting genoemde posten zal de post “overleg met beide advocaten” qua tijdsbesteding en daarmee ook qua kosten naar het oordeel van de rechtbank echter een minimaal bedrag zijn. De posten “Bouwkundige staat verbouwing”, “Visuele inspectie”, “Lekkage onderzoek” en “Maximaal 1 keer aanpassen rapportage” zullen vanwege de daarmee gemoeide tijd verreweg de grootste kostenposten van de begroting zijn. Of de deskundige uiteindelijk “overleg heeft gehad met beide advocaten” en daarvoor een bedrag in rekening heeft gebracht,  is bovendien niet duidelijk, omdat de eindnota niet is gespecificeerd naar verrichte werkzaamheden. Voor zover voor overleg wel een bedrag in rekening is gebracht, zal dit zoals hiervoor overwogen hooguit een klein bedrag zijn. De rechtbank ziet daarom geen aanleiding de hoogte van het aan de deskundige toekomende loon daarvoor te corrigeren. Het loon van de deskundige wordt daarom vastgesteld op € 1.950,-. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.8.</nr>
      <para>Wat betreft de vraag wie van partijen welk deel van deze kosten moet dragen, overweegt de rechter het volgende. In het verzoekschrift heeft [verzoekster] gesteld dat zij, sinds er in januari 2022 werkzaamheden hebben plaatsgevonden in en aan de woning van [belanghebbende], ernstige geluidsoverlast ervaart die bestaat uit een zwaar en schrapend geluid. Tijdens de inspectie ter plaatse heeft de deskundige het zware en schrapende geluid dat de reden was voor het onderzoek niet geconstateerd en geen overschrijding van de geldende geluidsnorm/richtlijn vastgesteld. Ook schrijft de deskundige in zijn rapport dat hij de kans dat het geluid dat [verzoekster] hoort afkomstig is van de afvoeren van de na de gerealiseerde uitbouw en berging waar de wasmachine en badruimte/wastafel zich bevinden klein acht. De deskundige adviseert in zijn rapport om een loodgieter de thermostaatkranen en de cv-installaties van beide partijen te laten inspecteren en (daarna) een gespecialiseerd rioolbedrijf in te schakelen om het riool te onderzoeken op discrepanties en het door te spoelen. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.9.</nr>
      <para>De deskundige heeft tijdens zijn onderzoek dus geen geluidsoverlast vastgesteld en – uitgaande van geluidsoverlast – niet vastgesteld dat de oorzaak daarvan gelegen is in de woning van [belanghebbende]. [verzoekster] heeft in dit onderzoek dus geen gelijk gekregen. De rechtbank ziet in de uitkomsten van het onderzoek dan ook aanleiding om de kosten van het onderzoek voor rekening van [verzoekster] te laten komen. Dat nader onderzoek bij beide partijen wordt geadviseerd, is geen reden om tot een andere verdeling te komen. Het ligt veel meer voor de hand om – afhankelijk van de uitkomsten daarvan – de kosten van het vervolgonderzoek dat bij beide partijen moet worden uitgevoerd te delen of voor rekening te laten komen van de partij bij wie eventueel een geluidsoverlast veroorzakend probleem wordt geconstateerd.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.10.</nr>
      <para>Nu de kosten van het onderzoek voor rekening van [verzoekster] komen, zal zij op grond van artikel 205 lid 2 Rv worden veroordeeld om de uit ’s Rijks kas voorgeschoten kosten van € 1.950,- aan de griffier te betalen.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>3</nr>De beslissing</title>
    <para>De rechtbank</para>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>bepaalt dat de deskundige een bedrag van € 1.950,- (inclusief btw) toekomt,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>stelt vast dat [verzoekster] dit bedrag dient te dragen,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <para>veroordeelt [verzoekster] genoemd bedrag van € 1.950,- (inclusief btw) – zijnde de ten laste van ’s Rijks kas voorgeschoten deskundigenkosten – te voldoen aan de griffier van de rechtbank door overmaking van het bedrag onder vermelding van “kosten deskundigenonderzoek [verzoekster]/[belanghebbende]” en het zaak- en C/15/342811 / HA RK 23-117 binnen veertien dagen nadat zij daarvoor een nota van de griffier (via het Landelijk Dienstencentrum van de Rechtspraak, het LDCR) hebben ontvangen,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.4.</nr>
      <para>verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.</para>
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>Deze beschikking is gegeven door mr. E.B. de  Vries-van den Heuvel en in het openbaar uitgesproken op 20 maart 2024.<footnote-ref linkend="_e3fe1368-b043-4176-98eb-d0711b236647" /></para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <footnote id="_e3fe1368-b043-4176-98eb-d0711b236647" label="1">
    <para>Conc.: 977</para>
    <para />
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>