<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBNHO:2024:1897</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-02-26T11:26:43</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-02-26</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Noord-Holland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Noord-Holland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2024-02-19</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">C/15/348572/ HA RK 24/40</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#wraking">Wraking</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Alkmaar</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2024:1897">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2024:1897</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-02-26T11:24:45</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-02-26</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBNHO:2024:1897 Rechtbank Noord-Holland , 19-02-2024 / C/15/348572/ HA RK 24/40</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBNHO:2024:1897:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Verzoeker verzoekt dat de politierechter wordt gewraakt. De wrakingskamer verklaart het verzoek kennelijk ongegrond. Het wrakingsverzoek richt zich feitelijk alleen tegen een procesbeslissing van de politierechter. Dat kan geen grond voor wraking opleveren. Gesloten stelsel van rechtsmiddelen.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBNHO:2024:1897:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>
      <inlinemediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="f162b284-db49-4322-9956-db704f634b8e" depth="2" width="13" format="image/png" />
        </imageobject>
      </inlinemediaobject>
      <inlinemediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="eb030717-b53c-43bb-acee-bba1af32fb87" depth="2" width="523" format="image/png" />
        </imageobject>
      </inlinemediaobject>beslissing</para>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK NOORD-HOLLAND</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Wrakingskamer </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer / rekestnummer: C/15/348572/ HA RK 24/40</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Beslissing van 19 februari 2024</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op het verzoek tot wraking ingediend door:</para>
    </parablock>
    <para>
      <?linebreak?>
    </para>
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [verzoeker],</emphasis>
        <?linebreak?>ingeschreven in de basisregistratie personen </para>
      <para>op het adres [adres],</para>
      <para>verzoeker,</para>
      <para>advocaat: mr. W.B.O. van Soest, advocaat te Rotterdam.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het verzoek is gericht tegen:</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">mr. I.M. Hendriks,</emphasis>
      </para>
      <para>hierna te noemen: de rechter.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>
      <nr>1</nr>Procesverloop</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Verzoeker heeft op 29 januari 2024 ter zitting de wraking verzocht van de rechter in de bij deze rechtbank, team Straf, zittingsplaats Alkmaar aanhangige zaak met als parketnummer 15/097327-23, hierna te noemen: de hoofdzaak.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>De rechter heeft niet in de wraking berust en heeft op 31 januari 2024 schriftelijk op het verzoek gereageerd. </para>
      <para />
      <paragroup>
        <nr>1.2.1.</nr>
        <parablock>
          <para>Bij brief van de griffier van 30 januari 2024 is (de raadsman van) verzoeker in de</para>
          <para>gelegenheid gesteld om binnen een week het verzoek schriftelijk aan te vullen. Verzoeker heeft hier niet op gereageerd.</para>
        </parablock>
        <para />
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>1.2.2.</nr>
        <parablock>
          <para>De wrakingskamer heeft op grond van de hierna opgenomen overwegingen besloten </para>
          <para>geen datum te bepalen voor een mondelinge behandeling van dit verzoek en bepaald dat vandaag uitspraak zal worden gedaan. </para>
        </parablock>
        <para />
      </paragroup>
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>Inleiding</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>De hoofdzaak betreft een strafzaak waarbij verzoeker verdachte is. In deze zaak heeft op 29 januari 2024 een terechtzitting plaatsgevonden. Op dezelfde dag, voorafgaand aan deze zitting, heeft de raadsman van verzoeker aan de griffie van de rechtbank de volgende e-mail gezonden:</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">“Ik zal een verzoek doen tot aanhouding van de zaak. Kijkend naar het nieuwe proces-verbaal omtrent de weer zeer magere inspanning die is geleverd om een cruciale getuige te zoeken, laat mij niet anders dan weer een aanhoudingsverzoek te doen, (…).</emphasis>
          <?linebreak?>
          <emphasis role="italic">Curacao geeft aan dat de getuige naar Rotterdam is verhuisd. Waarom wordt er niet gekeken naar de BRP-gegevens of de gemeente Rotterdam benaderd. (…)</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Ik vraag u de zaak terug te verwijzen naar de R-C.” </emphasis>
          <?linebreak?>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>Van de zitting van 29 januari 2024 is een proces-verbaal opgemaakt. Dat proces-verbaal vermeldt onder meer het volgende:</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">“De </emphasis>
          <emphasis role="bold italic">politierechter</emphasis>
          <emphasis role="italic"> maakt melding van het zojuist door de raadsman per e-mail ingediende aanhoudingsverzoek (</emphasis>
          <emphasis role="bold italic">bijlage) </emphasis>
          <emphasis role="italic">om de zaak nogmaals naar de rechter- commissaris te verwijzen om de getuige te horen. </emphasis>
          <?linebreak?>
          <emphasis role="italic">(…)</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">De </emphasis>
          <emphasis role="bold italic">politierechter </emphasis>
          <emphasis role="italic">voert het woord:</emphasis>
          <?linebreak?>
          <emphasis role="italic">Ik wijs het verzoek tot aanhouding af. Het is inderdaad kort opgeschreven door de rechter-commissaris, maar ik vind dat er genoeg moeite door de rechter-commissaris is gedaan. (…) Daarnaast ben ik van oordeel dat datgene wat van de rechter-commissaris mocht worden verwacht is gedaan.</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">De </emphasis>
          <emphasis role="bold italic">raadsman </emphasis>
          <emphasis role="italic">voert het woord:</emphasis>
          <?linebreak?>
          <emphasis role="italic">Ik constateer dat sprake is van een schending van art. 6 EVRM. U heeft niet genoemd of rekening wordt gehouden met compenserende factoren. De motivering is gebrekkig en onvoldoende, want u bent niet ingegaan op de vragen die ik heb opgeworpen in mijn e-mail en vandaag op zitting. U heeft dingen ingevuld die er niet staan. Ik geef u een laatste kans dit in overweging te nemen, anders ga ik u wraken.</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">De </emphasis>
          <emphasis role="bold italic">politierechter </emphasis>
          <emphasis role="italic">voert het woord:</emphasis>
          <?linebreak?>
          <emphasis role="italic">Als u wilt wraken, kunt u dat doen, maar dan moet u daar een keuze in maken.</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">De </emphasis>
          <emphasis role="bold italic">raadsman</emphasis>
          <emphasis role="italic"> voert het woord:</emphasis>
          <?linebreak?>
          <emphasis role="italic">Dan wraak ik u bij dezen. In aanvulling op wat ik zojuist opmerkte, noem ik nog dat geen onderzoek is gedaan naar het adres op Curaçao met nummer 89. Het is niet duidelijk wat de Kmar heeft gedaan. U vult zaken in die niet in het proces-verbaal staan als het gaat om de volgorde. Ook is geen onderzoek naar het BRP gedaan om te zien of hij in Rotterdam woont. Er is sprake van een onvolledig onderzoek. Er is nog geen sprake van een situatie waarin het niet mogelijk is om [naam] binnen een aanvaardbare termijn te horen. Aan alle onderdelen is voorbij gegaan en het recht op een eerlijk proces is geschonden.”</emphasis>
          <?linebreak?>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Het standpunt van verzoeker</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <parablock>
        <para>Verzoeker heeft volgens het proces-verbaal van de terechtzitting van 29 januari</para>
        <para>2024 ter onderbouwing van het wrakingsverzoek – samengevat – het volgende aangevoerd. <?linebreak?>De rechter heeft ten onrechte het namens verzoeker op de zitting van 29 januari 2024 gedane verzoek om aanhouding van de strafzaak voor het voeren van een nader (adres)onderzoek, gepasseerd. De motivering van de beslissing van de rechter in het proces-verbaal van deze zitting is gebrekkig. Het uit artikel 6 EVRM voor verzoeker voortvloeiende recht op een eerlijk proces wordt hierdoor geschonden.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>Het standpunt van de rechter</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <parablock>
        <para>De rechter heeft hierop, voor zover van belang, als volgt gereageerd. </para>
        <para>De wraking is gericht tegen de afwijzende beslissing van de rechter op het verzoek van de raadsman van verzoeker om de zaak aan te houden. Dit is een procesbeslissing en kan geen grond vormen voor wraking. De inhoud en de motivering van de beslissing van de (afwijzende) beslissing geeft geen blijk van vooringenomenheid van de rechter.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>5</nr>De beoordeling</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>5.1.</nr>
      <parablock>
        <para>De wrakingskamer is van oordeel dat het verzoek tot wraking moet worden afgewezen, </para>
        <para>omdat daar geen grond voor is. Hierbij neemt de wrakingskamer tot uitgangspunt dat wraking van een rechter alleen aan de orde is indien, kort samengevat, de rechter (i) jegens een partij een vooringenomenheid koestert of (ii) wanneer de schijn van partijdigheid gewekt is. </para>
        <para>In deze zaak is van beide gevallen geen sprake.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.2.</nr>
      <parablock>
        <para>Het wrakingsverzoek richt zich feitelijk alleen tegen de in het proces-verbaal van de </para>
        <para>zitting van 29 januari 2024 neergelegde afwijzende beslissing van de rechter op het namens verzoeker gedane verzoek om de behandeling van zijn strafzaak aan te houden voor het uitvoeren van nader (adres)onderzoek van een – in de ogen van verzoeker – cruciale getuige. Dat kan geen grond voor wraking opleveren. Het gesloten stelsel van rechtsmiddelen brengt mee dat een rechterlijke (tussen)beslissing als zodanig geen grond kan vormen voor wraking: wraking is geen verkapt rechtsmiddel. Het enkele feit dat de rechter een voor een partij negatieve (proces)beslissing neemt, levert geen grond voor wraking op. Dat is vaste rechtspraak sinds Hoge Raad 25 september 2018 (ECLI:NL:HR:2018:1413). Indien verzoeker het met zo’n beslissing niet eens is, kan hij dat na een eventueel in te stellen rechtsmiddel ter toetsing voorleggen aan de rechter die er dan over beslist. De wrakingskamer komt geen oordeel toe over de juistheid van de (tussen)beslissing tot afwijzing van het verzoek tot aanhouding.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.3.</nr>
      <para>De slotsom is dat het verzoek kennelijk ongegrond is.<?linebreak?></para>
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>6</nr>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>6.1.1. verklaart het verzoek tot wraking van de rechter kennelijk ongegrond,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>6.1.2. beveelt de griffier onverwijld aan verzoeker, de rechter en het openbaar ministerie </para>
      <para>een voor eensluidend gewaarmerkt afschrift van deze beslissing toe te zenden,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>6.1.3. beveelt dat het proces in de hoofdzaak wordt voortgezet in de stand waarin het zich </para>
      <para>bevond ten tijde van het indienen van het verzoek.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze beslissing is gegeven door mr. L.J. Saarloos, voorzitter, mr. D.D.M. Hazeu en <?linebreak?>mr. N. Boots, leden van de wrakingskamer, in tegenwoordigheid van de griffier, en in het openbaar uitgesproken op 19 februari 2024.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>griffier 									voorzitter</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.</para>
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>