<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBNHO:2024:1565</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-02-28T15:00:50</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-02-16</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Noord-Holland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Noord-Holland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2024-02-21</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">10081329 \ CV EXPL  22-5262</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#bodemzaak">Bodemzaak</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#verstek">Verstek</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Haarlem</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_verbintenissenrecht">Civiel recht; Verbintenissenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2024:1565">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2024:1565</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-02-26T09:17:07</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-02-28</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBNHO:2024:1565 Rechtbank Noord-Holland , 21-02-2024 / 10081329 \ CV EXPL  22-5262</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBNHO:2024:1565:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Tegenspraak. Eindvonnis na akte. Ambtshalve toetsing. De kantonrechter oordeelt dat de artikelen 1.12 en 3.26 van de Algemene Voorwaarden 2020 ANWB oneerlijk zijn ten aanzien van de gevorderde incassokosten. Deze artikelen worden niet getoetst over de opschortingsbedingen en tussentijdse opzegmogelijkheid, nu de eisende partij daar geen gebruik van heeft gemaakt. Dit geldt eveneens voor de prijswijzigingsbedingen. De gevorderde hoofdsom en rente is toewijsbaar. De buitengerechtelijke incassokosten worden afgewezen.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBNHO:2024:1565:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK NOORD-HOLLAND</bridgehead>
    <para>Handel, Kanton en Insolventie</para>
    <para>locatie Haarlem</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zaaknr./rolnr.: 10081329 \ CV EXPL  22-5262</para>
      <para>Uitspraakdatum: 21 februari 2024</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Verstekvonnis van de kantonrechter in de zaak van:</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>de besloten vennootschap</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">ANWB B.V.</emphasis>
      </para>
      <para>gevestigd te 's-Gravenhage</para>
      <para>de eisende partij</para>
      <para>gemachtigde: gerechtsdeurwaarders A. Niekus en Mr E. Krom</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [gedaagde]
        </emphasis>
      </para>
      <para>wonende te [plaats]</para>
      <para>de gedaagde partij</para>
      <para>procederend in persoon</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De verdere procedure</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Bij tussenvonnis van 28 juni 2023 (hierna: het tussenvonnis) heeft de kantonrechter de eisende partij in de gelegenheid gesteld haar vordering nader toe te lichten, hetgeen zij bij akte heeft gedaan.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>2</nr>De verdere beoordeling</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Artikel 1.12 en artikel 3.26 van de Algemene Voorwaarden 2020 (hierna: Algemene Voorwaarden): incassokosten</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>De eisende partij voert aan dat de bedingen over de gevolgen van te laat betalen, zoals bedoeld in de eerste bullet van artikel 1.12 en de tweede bullet van artikel 3.26 van de Algemene Voorwaarden niet onredelijk bezwarend zijn. In die bepalingen is aangesloten bij het recht dat de eisende partij heeft op grond van artikel 6:96 lid 5 en 6 van het Burgerlijk Wetboek (hierna: BW). De term ‘incassokosten’ is dermate ingevoerd in het Nederlands taalgebied dat de consument begrijpt dat hiermee de wettelijke regeling voor incassokosten wordt bedoeld. Die bewoordingen leiden dus niet tot de conclusie dat het beding oneerlijk of niet transparant is. De eisende partij past de wettelijke regeling toe en wil daarbij alleen de incassokosten in rekening brengen die passen bij de tot dan toe aan de orde zijnde incassoactiviteiten. Daarom brengt zij in eerste instantie slechts een deel van de incassokosten, te weten € 6,00, in rekening in plaats van direct € 40,00 en daarna pas het maximaal toegestane bedrag overeenkomstig het Besluitvergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit), aldus de eisende partij. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>De kantonrechter blijft van oordeel dat de bedoelde bedingen onvoldoende aansluiten bij artikel 6:96 lid 5 en lid 6 BW en het Besluit. In het algemeen spraakgebruik wordt de term ‘incassokosten’ niet alleen gebruikt in de zin van de wettelijke regeling voor incassokosten (artikel 6:96 lid 2 sub c BW en de leden 5 en 6 van datzelfde artikel). De term ‘incassokosten’ komt in dat wetsartikel ook niet voor. Het gebruik van deze term in voornoemde bedingen sluit voor een normaal geïnformeerde en redelijk omzichtige en oplettende gemiddelde consument dus niet uit dat daarmee ook andere kosten kunnen worden bedoeld. Het gebrek aan verwijzing naar artikel 6:96 lid 5 en 6 BW leidt er bovendien toe dat kan worden afgeweken van de wet en dat incassokosten ongelimiteerd in rekening kunnen worden gebracht. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>Op grond van het voorgaande stelt de kantonrechter vast dat het vermoeden niet is weerlegd dat de eerste bullet van artikel 1.12 en de tweede bullet van artikel 3.26 van de Algemene Voorwaarden onredelijk bezwarend zijn. Deze bedingen worden daarom als oneerlijk aangemerkt en vernietigd. De gevorderde buitengerechtelijke incassokosten zullen worden afgewezen. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Artikel 1.12 en artikel 3.26 van de Algemene Voorwaarden: opschortingsbedingen en tussentijdse opzegmogelijkheid</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4.</nr>
      <para>De eisende partij voert aan dat zij ten aanzien van de gedaagde partij geen gebruik heeft gemaakt van enig opschortings- of tussentijds opzegbeding. De kantonrechter zal verdere ambtshalve toetsing van de tweede en derde bullet van artikel 1.12 en van de derde bullet van artikel 3.26 van de Algemene Voorwaarden daarom achterwege laten.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Artikel 1.8 en 3.24 van de Algemene Voorwaarden: prijswijzigingsbedingen</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.5.</nr>
      <para>De eisende partij voert aan dat zij betaling vordert van de overeengekomen en ongewijzigde prijs. De kantonrechter constateert dat in dit geval dus geen gebruik is gemaakt van een prijswijzigingsbeding. Verdere ambtshalve toetsing van deze bedingen zal daarom achterwege blijven. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Conclusie</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.6.</nr>
      <para>De gevorderde hoofdsom komt de kantonrechter overigens niet onrechtmatig of ongegrond voor en zal daarom worden toegewezen. Ook de gevorderde rente is toewijsbaar.  </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.7.</nr>
      <para>De gedaagde partij wordt (grotendeels) in het ongelijk gesteld en zal daarom in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten voor de genomen akte blijven echter voor rekening van de eisende partij, aangezien het aan haarzelf te wijten is dat het nodig was deze extra akte op te stellen.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>3</nr>De beslissing </title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De kantonrechter:</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>veroordeelt de gedaagde partij tot betaling aan de eisende partij van € 191,50, te vermeerderen met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf de vervaldag van de ingebrekestelling tot aan de dag van de gehele betaling;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>veroordeelt de gedaagde partij tot betaling van de proceskosten, die de kantonrechter aan de kant van de eisende partij tot en met vandaag vaststelt op:</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>€	107,22 wegens dagvaardingskosten,</para>
        <para>€	128,00 wegens griffierecht en</para>
        <para>€	  40,00 wegens salaris gemachtigde;</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <para>verklaart de veroordeling(en) in dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.4.</nr>
      <para>wijst af het meer of anders gevorderde.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Dit vonnis is gewezen door mr. W.S.J. Thijs en op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De griffier                                                                                                        De kantonrechter</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>