<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBNHO:2024:14321</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-05-21T10:17:29</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2026-02-10</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Noord-Holland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Noord-Holland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2024-11-06</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">10622357</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#bodemzaak">Bodemzaak</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Haarlem</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_verbintenissenrecht">Civiel recht; Verbintenissenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2024:14321">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2024:14321</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-05-21T10:17:07</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2026-05-21</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBNHO:2024:14321 Rechtbank Noord-Holland , 06-11-2024 / 10622357</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBNHO:2024:14321:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Luchtvaart; Vertraging door buitengewone omstandigheden, namelijk restricties van de verkeersleiding. Aansluitende vlucht gemist. Het betoog van AirHelp slaagt. Vordering toegewezen.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBNHO:2024:14321:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK NOORD-HOLLAND</bridgehead>
    <para>Handel, Kanton en Insolventie</para>
    <para>locatie Haarlem</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zaaknr./rolnr.: 10622357 \ CV EXPL  23-4609</para>
      <para>Uitspraakdatum: 6 november 2024</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis van de kantonrechter in de zaak van:</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>de vennootschap naar het recht harer vestiging</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">AirHelp Germany GmbH</emphasis>
      </para>
      <para>gevestigd te Berlijn (Duitsland)</para>
      <para>eiseres</para>
      <para>hierna te noemen: AirHelp</para>
      <para>gemachtigde: mr. D.E. Lof (Lof Legal Services)</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>de buitenlandse vennootschap</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">Etihad Airways PJSC</emphasis>
      </para>
      <para>gevestigd te Abu Dhabi (Verenigde Arabische Emiraten)</para>
      <para>gedaagde</para>
      <para>hierna te noemen: de vervoerder</para>
      <para>gemachtigde: mr. J.O. Stoop (Kneppelhout &amp; Korthals N.V.)</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">De zaak in het kort</emphasis>
      </para>
      <para>AirHelp heeft van de vervoerder compensatie gevraagd voor een vertraagde vlucht. De vervoerder voert aan dat de vertraging het gevolg was van buitengewone omstandigheden, namelijk restricties van de verkeersleiding. Door deze vertraging heeft de passagier zijn aansluitende vlucht gemist. Het betoog van AirHelp slaagt. Daarom zal de vordering van AirHelp worden toegewezen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>
      <nr>1</nr>Het procesverloop</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Het verloop van de procedure blijkt uit:</para>
      <para>- de dagvaarding:</para>
      <para>- de conclusie van antwoord;</para>
      <para>- de conclusie van repliek;</para>
      <para>- de conclusie van dupliek;<?linebreak?>- de akte eisers.<?linebreak?></para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>Ten slotte is vonnis bepaald.</para>
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>De feiten</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>
        [betrokkene] (hierna: de passagier) heeft een vervoersovereenkomst gesloten. Op grond daarvan moest de vervoerder hem op 19 februari 2022 vervoeren van Amsterdam-Schiphol Airport via Abu Dhabi International Airport (Verenigde Arabische Emiraten) naar Phuket International Airport (Thailand), met vluchtcombinatie EY78 en EY430.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>De vervoerder heeft vlucht EY78 van Amsterdam naar Abu Dhabi (hierna: de vlucht) vertraagd uitgevoerd. De passagier heeft de overstap op de aansluitende vlucht gemist. De passagier is omgeboekt naar een alternatieve vlucht waarmee hij met een vertraging van meer dan 24 uur is aangekomen op de eindbestemming.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>De passagier heeft zijn eventuele vorderingsrecht overgedragen aan AirHelp. </para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4.</nr>
      <para>AirHelp heeft daarom compensatie van de vervoerder gevorderd.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.5.</nr>
      <para>De vervoerder heeft niet uitbetaald. </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Het geschil</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>AirHelp vordert dat de vervoerder, bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis, veroordeeld zal worden tot betaling van:<?linebreak?>-	€ 600,00, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf de datum van de vlucht tot aan de dag der algehele voldoening;<?linebreak?>- de proceskosten, te vermeerderen met wettelijke rente. <?linebreak?></para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>AirHelp baseert haar vordering op de Verordening (EG) nr. 261/2004 (hierna: de Verordening) en de rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: het Hof). AirHelp stelt dat de vervoerder haar vanwege de vertraging van de vlucht moet compenseren met een bedrag van € 600,00 (artikel 7 van de Verordening). <?linebreak?></para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <para>De vervoerder voert verweer. Hij voert aan dat de vertraging van de vlucht gevolg was van buitengewone omstandigheden. Deze konden ondanks het treffen van alle redelijke maatregelen niet voorkomen worden (artikel 5 lid 3 van de Verordening). </para>
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>4</nr>De beoordeling</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <para>De kantonrechter stelt ambtshalve vast dat hij bevoegd is om van de vordering kennis te nemen.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2.</nr>
      <para>Vast staat dat de passagier met een vertraging van meer dan drie uur op de eindbestemming is aangekomen. In beginsel moet de vervoerder dan compenseren. Dit is anders als de vervoerder kan aantonen dat de vertraging het gevolg is geweest van buitengewone omstandigheden en dat hij alle redelijke maatregelen heeft getroffen om de vertraging op de eindbestemming te voorkomen of te beperken. </para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3.</nr>
      <para>Volgens de vervoerder vertrok de vlucht met een vertraging van 1 uur en 4 minuten. Hiervan waren 44 minuten het gevolg van restricties van de luchtverkeersleiding en door de beveiliging en immigratie dan wel douane. Hierop kon hij geen invloed op uitoefenen. Ten aanzien van de overige 20 minuten vertraging doet hij geen beroep op buitengewone omstandigheden. De vlucht is uiteindelijk met een vertraging van 50 minuten aangekomen op de luchthaven van Abu Dhabi. </para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.4.</nr>
      <para>AirHelp heeft de door de vervoerder gestelde vertragingsoorzaken van de vlucht niet betwist, zodat deze vaststaan. Beperkingen door de overheid en de luchtverkeersleiding zijn omstandigheden die niet inherent zijn aan de activiteit van een luchtvaartmaatschappij en de vervoerder kon hier ook geen daadwerkelijke invloed op uitoefenen. Daarom staat vast dat 44 minuten van de aankomstvertraging van de vlucht het gevolg waren van buitengewone omstandigheden.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.5.</nr>
      <para>Nu de vertraging van de vlucht deels door buitengewone en deels door andere omstandigheden is veroorzaakt, dient te worden vastgesteld of de passagier de aansluitende vlucht zou hebben gehaald zonder de buitengewone omstandigheid. Vast staat dat de passagier om 00:30 uur lokale tijd is aangekomen in Abu Dhabi. Zonder de vertraging vanwege de buitengewone omstandigheden van 44 minuten zou de onderhavige vlucht dus om 23:46 uur lokale tijd te Abu Dhabi arriveren.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.6.</nr>
      <para>AirHelp voert aan dat de aansluitende vlucht met 7 minuten vertraging om 01:12 uur is vertrokken. De vervoerder heeft dit niet weersproken, zodat dit vaststaat. De vervoerder heeft aangevoerd dat de minimumoverstaptijd te Abu Dhabi 60 minuten bedraagt. AirHelp heeft dit niet betwist. Als er geen buitengewone omstandigheden waren opgetreden, had de passagier de aansluitende vlucht dus kunnen halen. Daarom was de uiteindelijke vertraging van de passagier op de eindbestemming het gevolg van buitengewone omstandigheden.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.7.</nr>
      <para>De volgende vraag die voorligt is of de vervoerder alle redelijke maatregelen heeft getroffen om de vertraging van de passagier te voorkomen dan wel te beperken. De vervoerder stelt dat hij de passagier heeft omgeboekt op de eerst mogelijke alternatieve vlucht naar de eindbestemming. In de tussentijd heeft hij de passagier volledige verzorging gegeven, waarbij hij maaltijden en een hotelovernachting heeft geregeld.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.8.</nr>
      <para>AirHelp betwist dat de vervoerder de passagier heeft omgeboekt op de eerst mogelijke alternatieve vlucht. Zij voert aan dat de vervoerder de passagier ook op vluchtcombinatie EY428 en QR843 had kunnen omboeken. Daarmee was hij dezelfde dag nog gearriveerd op de eindbestemming. Nu is de passagier meer dan 24 uur later op de eindbestemming aangekomen, aldus AirHelp.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.9.</nr>
      <para> De vervoerder heeft hier tegenin gebracht dat de door AirHelp genoemde alternatieve vlucht 65 minuten na de aankomst van de passagier vertrok. De minimumoverstaptijd is 60 minuten. De vlucht in kwestie is met nog meer vertraging vertrokken, maar heeft onderweg 14 minuten vertraging ingehaald. De vervoerder kon niet van tevoren weten dat en hoe veel tijd de vlucht onderweg zou inhalen. Daarom kon de passagier niet vóór vertrek van de vlucht in kwestie omgeboekt worden naar de alternatieve vlucht. Als hij zou hebben gewacht met omboeken tot ná de aankomst van de vlucht in kwestie, is het waarschijnlijk dat dit meer dan vijf minuten had gekost. Ook dan had de passagier onvoldoende overstaptijd gehad, aldus de vervoerder. </para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.10.</nr>
      <para>Uit het arrest van het Hof van 11 juni 2020 (C-74/19) volgt dat, indien de passagier met een door de vervoerder zelf uitgevoerde alternatieve vlucht de dag na de oorspronkelijk vastgestelde dag aankomt dit in beginsel geen redelijke maatregel vormt. Hierbij gaat de kantonrechter voor de interpretatie van het hiervoor genoemde woord ‘dag’ uit van een tijdruimte en voor de uitleg ervan wordt aangesloten bij de algemeen geaccepteerde uitleg, zijnde een tijdsduur van 24 uur. Als onbetwist staat vast dat passagier is omgeboekt naar een vlucht waarmee zij meer dan 24 uur later dan oorspronkelijk gepland in Phuket is aangekomen. Het is aan de vervoerder om in een dergelijk geval voldoende te onderbouwen dat er geen enkele andere mogelijkheid voor een rechtstreekse of indirecte alternatieve vlucht bestond met een door hemzelf of door een andere luchtvaartmaatschappij uitgevoerde vlucht die op een minder laat tijdstip aankwam dan de alternatief aangeboden vlucht. De vervoerder voert aan dat hij de passagier op de eerstvolgende vlucht en de snelste alternatief van Abu Dhabi naar de eindbestemming heeft omgeboekt. Daarnaast is Etihad de enige luchtvaartmaatschappij die vluchten aanbiedt vanaf Abu Dhabi naar Phuket. Daarom kon hij de passagier niet op een eerdere vlucht kunnen omboeken. </para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.11.</nr>
      <para>De kantonrechter is van oordeel dat de vervoerder zijn verweer op dit punt onvoldoende heeft onderbouwd. Het is namelijk aan de vervoerder om aan te tonen dat de omgeboekte vlucht de eerstvolgende alternatieve vlucht was. Hierin is de vervoerder niet geslaagd. De vervoerder heeft enkel aangevoerd dat hij de passagier heeft omgeboekt naar de eerst beschikbare vlucht met plaats. Volgens de vervoerder is hij de enige luchtvaartmaatschappij die vliegt van Abu Dhabi naar Phuket. Hiermee is echter niet uitgesloten dat er vluchten met een overstap - uitgevoerd door andere luchtvaartmaatschappijen - beschikbaar waren. Het had op de weg van de vervoerder gelegen om, bijvoorbeeld, schermafdrukken van het geautomatiseerde systeem en/of een onderbouwde toelichting op dit systeem te overleggen. Het voorgaande leidt tot de conclusie dat de vervoerder naar het oordeel van de kantonrechter niet aannemelijk heeft gemaakt dat de alternatief aangeboden vluchten een redelijke maatregel vormen in de zin van bovengenoemd arrest.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.12.</nr>
      <para>Ten slotte heeft de vervoerder aangevoerd dat hij rauwelijks is gedagvaard. Hij heeft aangevoerd dat AirHelp haar vordering in de aanmaning niet deugdelijk heeft onderbouwd. In de aanmaning stelt AirHelp dat er sprake was van een overboeking, waarmee vermoedelijk wordt bedoeld dat de passagier werd geweigerd op de vlucht en daardoor de overstap had gemist. In de dagvaarding legt AirHelp vertraging van de vlucht ten grondslag aan de vordering waardoor er sprake is van rauwelijks dagvaarden, aldus de vervoerder. AirHelp betwist dit en voert aan dat zij bij het indienen van de claim per abuis had aangegeven dat het ging om een instapweigering. Echter maakte dat geen verschil, omdat de regelgeving hetzelfde is. Daarnaast had het niet uitgemaakt of AirHelp compensatie had gevorderd vanwege een vertraging, de vervoerder heeft in zijn reactie buiten rechte gereageerd op een vertraging en niet op een instapweigering. De onderhavige zaak zou daarom alsnog voorgelegd worden bij de rechtbank met hetzelfde verweer van de vervoerder, aldus AirHelp. De vervoerder heeft hier niets tegen aangevoerd. De kantonrechter is van oordeel dat er geen sprake is van rauwelijks dagvaarden. </para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.13.</nr>
      <para>De vervoerder zal in het ongelijk worden gesteld. Daarom zal hij worden veroordeeld in de kosten van de procedure. Ook de nakosten worden toegewezen, voor zover deze kosten daadwerkelijk door AirHelp worden gemaakt. De gevorderde rente over de proceskosten wordt toegewezen vanaf de datum gelegen 14 dagen na betekening van dit vonnis.</para>
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>5</nr>De beslissing	</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De kantonrechter:</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>5.1.</nr>
      <para>veroordeelt de vervoerder tot betaling aan AirHelp van € 600,00, te vermeerderen met de wettelijke rente over € 600,00 vanaf 19 februari 2022, tot aan de dag van voldoening van dit bedrag;</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.2.</nr>
      <parablock>
        <para>veroordeelt de vervoerder tot betaling van de proceskosten die aan de kant van AirHelp tot en met vandaag worden begroot op de bedragen zoals deze hieronder zijn gespecificeerd:</para>
        <para>dagvaarding 					€ 	129,14;<?linebreak?>griffierecht						€ 	322,00;<?linebreak?>salaris gemachtigde		€ 	270,00;</para>
        <para>nakosten							€    67,50;</para>
        <para>vermeerderd met de wettelijke rente over deze bedragen vanaf de datum gelegen 14 dagen na betekening van dit vonnis;</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.3.</nr>
      <parablock>
        <para>verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;<?linebreak?></para>
        <para>Dit vonnis is gewezen door mr. M.W. Koenis, kantonrechter en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van bovengenoemde datum in aanwezigheid van de griffier. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De griffier		De kantonrechter</para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>