<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBNHO:2024:14285</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-09-05T11:29:23</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-09-05</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Noord-Holland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Noord-Holland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2024-11-14</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">C/15/358357 / JU RK 24-1589</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Haarlem</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_personenEnFamilierecht">Civiel recht; Personen- en familierecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2024:14285">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2024:14285</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-09-05T11:29:02</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-09-05</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBNHO:2024:14285 Rechtbank Noord-Holland , 14-11-2024 / C/15/358357 / JU RK 24-1589</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBNHO:2024:14285:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Machtiging uithuisplaatsing bij coach voor 6 maanden. Bij de moeder is sprake van excessief drank- en drugsgebruik en tussen de moeder en de minderjarige vindt fysiek en verbaal geweld plaats. Uithuisplaatsing op een neutrale plek is ondanks meerdere pogingen mislukt, maar bij de coach verloopt het positief. Deze situatie moet geborgd worden.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBNHO:2024:14285:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK NOORD-HOLLAND</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Familie- en Jeugdrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Locatie Haarlem</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zaaknummer: C/15/358357 / JU RK 24-1589</para>
      <para>Datum uitspraak: 14 november 2024</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Beschikking van de kinderrechter over een machtiging tot uithuisplaatsing</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Regio Amsterdam </emphasis>te Amsterdam,</para>
      <para>hierna te noemen de GI, </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>over</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [de minderjarige]
        </emphasis>, geboren op [geboortedatum] in [plaats] ,</para>
      <para>hierna te noemen [de minderjarige] .</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [de moeder]
        </emphasis>,</para>
      <para>hierna te noemen de moeder,</para>
      <para>wonende in [plaats] ,</para>
      <para>advocaat mr. A. Vogelaar te Krommenie,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [de vader]
        </emphasis>,</para>
      <para>hierna te noemen de vader,</para>
      <para>wonende in [plaats] . </para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Het verloop van de procedure</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in haar beoordeling:</para>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>het verzoekschrift met bijlagen, ontvangen op 28 oktober 2024;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>het gewijzigd verzoekschrift, ontvangen op 5 november 2024.</para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>De mondelinge behandeling met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 14 november 2024. Daarbij waren aanwezig:</para>
      <para>- de moeder met haar advocaat;</para>
      <para>- [vertegenwoordiger van de GI] , als vertegenwoordiger van de GI.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De vader is niet verschenen. De kinderrechter stelt vast dat de vader wel juist is opgeroepen.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.3.</nr>
      <para>De kinderrechter heeft [de minderjarige] naar zijn mening gevraagd. [de minderjarige] heeft zijn mening niet gegeven.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>De feiten</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>De ouders zijn bij beschikking van 22 mei 2013 gezamenlijk belast met het ouderlijk gezag over [de minderjarige] .</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>
        [de minderjarige] groeide op met gescheiden ouders, heeft bij moeder gewoond, vervolgens tot de zomer van 2023 bij de vader en daarna weer bij de moeder.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>De kinderrechter heeft bij beschikking van 24 mei 2012 [de minderjarige] onder toezicht gesteld. Die ondertoezichtstelling is telkens verlengd en heeft geduurd tot 24 juli 2014. Bij beschikking van 30 augustus 2018 is [de minderjarige] opnieuw onder toezicht gesteld. Ook die ondertoezichtstelling is telkens verlengd. De maatregel duurt nu tot 30 augustus 2025.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4.</nr>
      <para>Bij mondelinge beslissing van de kinderrechter van deze rechtbank van 19 augustus 2024 is een spoedmachtiging verleend om [de minderjarige] gedurende dag en nacht uit huis te plaatsen in een accommodatie jeugdhulpaanbieder tot 30 augustus 2024, welke machtiging daarna is verlengd tot 30 november 2024.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.5.</nr>
      <para>
        [de minderjarige] woont van 10 september 2024 bij zijn coach [coach] van [jeugdzorginstelling] .</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Het verzoek</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>De GI verzoekt de machtiging tot uithuisplaatsing van [de minderjarige] in zijn netwerk, te weten zijn coach [coach] voor de duur van zes maanden, met uitvoerbaarverklaring bij voorraad.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>Het afgelopen jaar is gebleken ondanks alle inzet van de moeder en de hulpverlening, dat het moeder niet lukt op de opvoedsituatie veilig en vrij van geweld te houden. De moeder maakt op het gebied van relaties en drank- en drugsgebruik keuzes die ervoor zorgen ervoor dat [de minderjarige] en zijn halfzusje [halfzusje] in gevaarlijke situaties komen. Bij de moeder is sprake van excessief drank- en drugsgebruik, de moeder voorziet [de minderjarige] van drugs en tussen de moeder en [de minderjarige] vindt fysiek en verbaal geweld plaats. Daarnaast heeft [de minderjarige] regelmatig problemen met jongeren uit de buurt en komt daardoor in onveilige situaties terecht. Op 9 augustus 2024 heeft [de minderjarige] een mes pakt om zich tegen het geweld van de moeder te beschermen. De GI is bang dat dit weer gebeurt en een slechte afloop krijgt. Uithuisplaatsing op een neutrale plek is mislukt vanwege de weigerende houding van [de minderjarige] en zijn moeder. Sinds september verblijft [de minderjarige] bij zijn coach. Dit gaat redelijk goed. Ter zitting heeft de GI verklaard vertrouwen in de coach te hebben en dat [de minderjarige] voorlopig bij hem kan blijven.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>Het standpunt van de moeder</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De moeder is teleurgesteld in hoe de GI met haar en [de minderjarige] is omgegaan. De moeder krijgt niet de begeleiding die nodig is om [de minderjarige] weer bij haar te laten wonen en de GI communiceert niet goed met de moeder. De moeder werkt hard aan zichzelf met behulp van het Jeugdteam en heeft daar de GI niet voor nodig. [de minderjarige] heeft een goede klik met zijn coach en de moeder staat achter de plaatsing bij de coach. De moeder had ook zelf voorgesteld dat [de minderjarige] bij de coach kon wonen. Wel moet de GI regelen dat [de minderjarige] naar de tandarts gaat voor een beugel. [de minderjarige] is alleen in het weekend bij de moeder en dan kan zij niet met hem naar de tandarts.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>5</nr>De beoordeling</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op basis van de stukken en de mondelinge behandeling is de kinderrechter van oordeel dat de machtiging tot uithuisplaatsing van [de minderjarige] noodzakelijk is in het belang van zijn verzorging en opvoeding (artikel 1:265b, eerste lid, Burgerlijk Wetboek). Zoals eerder door de rechtbank is overwogen is er al jarenlang hulpverlening betrokken in het gezin. De geboden hulpverlening maakt echter niet dat de situatie verbetert, omdat de moeder kennelijk niet in staat is vanwege haar vele trauma’s en achtergrond te profiteren van de hulpverlening. Het lukt haar niet om de opvoedsituatie veilig en vrij van geweld te houden. Tussen de moeder en [de minderjarige] hebben zich nog recentelijk geweldsincidenten voorgedaan, zodat het (nog steeds) niet veilig is voor [de minderjarige] bij de moeder thuis. Uithuisplaatsing op een neutrale plek is, ondanks meerdere pogingen daartoe mislukt, omdat [de minderjarige] en de moeder hebben geweigerd daaraan mee te werken. De regeling waarbij [de minderjarige] (het grootste deel van de tijd) bij zijn coach verblijft verloopt wel positief. Nu de GI heeft aangegeven dat [de minderjarige] daar voorlopig kan blijven en zij vertrouwen in de coach hebben, ligt het in de rede om deze situatie te continueren. Dit stelt de moeder ook in staat om aan haar problemen te werken en de zaken te regelen die in haar leven geregeld moeten worden. Het is positief dat zij samenwerkt met de gezinscoaches en een verwijzing heeft gevraagd voor de Brijder. Zij heeft echter nog veel stappen te zetten.</para>
      <para>De kinderrechter zal daarom de machtiging uithuisplaatsing van [de minderjarige] verlenen bij zijn coach tot 14 mei 2025.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>6</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De kinderrechter:</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>6.1.</nr>
      <para>verleent een machtiging tot uithuisplaatsing van [de minderjarige] in een voorziening voor pleegzorg in zijn netwerk, te weten bij zijn coach, [coach] , met ingang van 14 november 2024 tot 14 mei 2025;<?linebreak?></para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.2.</nr>
      <para>verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.</para>
      <para />
      <informaltable>
        <tgroup cols="3">
          <colspec colname="colA" />
          <colspec colname="colB" />
          <colspec colname="colC" />
          <tbody>
            <row>
              <entry namest="colA" nameend="colC">
                <para>Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 14 november 2024 door mr. C.E. Voskens, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. A.E.J. van Schie als griffier, en op schrift gesteld op 3 december 2024.</para>
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry>
                <para />
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry>
                <para />
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry namest="colA" nameend="colC">
                <para />
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry>
                <para />
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
            </row>
          </tbody>
        </tgroup>
      </informaltable>
      <para />
      <parablock>
        <para>Hoger beroep tegen deze beschikking kan worden ingesteld:</para>
      </parablock>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>door de verzoeker en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.</para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para>Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend bij de griffie van het gerechtshof te Amsterdam.</para>
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>