<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBNHO:2024:1381</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-02-22T10:59:32</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-02-13</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Noord-Holland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Noord-Holland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2024-02-14</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">C/15/345168 / HA ZA 23-592</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#bodemzaak">Bodemzaak</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Haarlem</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_burgerlijkProcesrecht">Civiel recht; Burgerlijk procesrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2024:1381">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2024:1381</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-02-22T10:58:40</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-02-22</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBNHO:2024:1381 Rechtbank Noord-Holland , 14-02-2024 / C/15/345168 / HA ZA 23-592</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBNHO:2024:1381:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Vonnis in incident ex artikel 22 Rv. Vordering tot opdracht overleggen nadere stukken afgewezen</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBNHO:2024:1381:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>
      <inlinemediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="b9270782-5e37-4d14-bf41-c07511d4734f" depth="2" width="13" format="image/png" />
        </imageobject>
      </inlinemediaobject>
      <inlinemediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="0f4d50a3-fb8b-4379-9ecf-0c777c1ad3e4" depth="2" width="523" format="image/png" />
        </imageobject>
      </inlinemediaobject>vonnis</para>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK NOORD-HOLLAND</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Handel, Kanton en Insolventie</para>
      <para>Zittingsplaats Haarlem</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer / rolnummer: C/15/345168 / HA ZA 23-592</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis in incident van 14 februari 2024</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [eiser]
        </emphasis>,</para>
      <para>wonende te [plaats 1],</para>
      <para>eiser in de hoofdzaak,</para>
      <para>verweerder in het incident,</para>
      <para>advocaat mr. D.E. Liqui Lung te Amsterdam,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [gedaagde]
        </emphasis>,</para>
      <para>wonende te [plaats 2],</para>
      <para>gedaagde in de hoofdzaak,</para>
      <para>eiser in het incident,</para>
      <para>advocaat mr. E. Smid te Amsterdam.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Partijen zullen hierna [eiser] en [gedaagde] genoemd worden.</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De procedure</title>
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Het verloop van de procedure blijkt uit:</para>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>de dagvaarding met producties</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de conclusie van antwoord tevens houdende de incidentele vordering tot overlegging van </para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para>	stukken</para>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>de incidentele conclusie van antwoord met producties</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de akte uitlating producties, tevens houdende overlegging productie bij conclusie van</para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para>	antwoord.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>Ten slotte is vonnis bepaald in het incident.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>2</nr>De beoordeling in het incident</title>
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>In de hoofdzaak vordert [eiser] betaling door [gedaagde] van een bedrag van € 31.062,24, te vermeerderen met rente en kosten.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>
        [gedaagde] voert verweer in de hoofdzaak en stelt in zijn conclusie van antwoord dat [eiser] de e-mail, door hem als productie 4 bij de dagvaarding overlegd, volledig moet overleggen, evenals de eventueel daarmee samenhangende e-mails.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>
        [eiser] heeft vervolgens de bewuste e-mail toegestuurd aan de advocaat van [gedaagde]. In reactie daarop is namens [gedaagde] verzocht om overlegging van de e-mails van 5 mei 2009 en juni 2009 waarnaar in de e-mail van 30 september 2020 verwezen wordt. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4.</nr>
      <para>
        [eiser] voert aan dat hij die e-mails niet meer in zijn bezit heeft en dat het bovendien niet onwaarschijnlijk is dat die e-mails - zoals in die tijd veel gebeurde - ook in cc aan [gedaagde] waren toegestuurd.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.5.</nr>
      <para>
        [gedaagde] handhaaft zijn incidentele vordering. Hij stelt dat [eiser] niet heeft voldaan aan zijn wettelijke plicht op grond van artikel 22 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering om de rechter volledig te informeren. Hij benadrukt dat dit des te meer van belang is omdat hij de complete administratie van [vereniging] in 2014 toen hij aftrad als bestuurder aan [eiser] heeft overgedragen, die daarna zelf als enig bestuurder van de exploitatievereniging is doorgegaan. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.6.</nr>
      <para>Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.7.</nr>
      <parablock>
        <para>Als productie 4 bij de dagvaarding heeft [eiser] een e-mail overgelegd van 30 september 2020 van notaris M. Laenen aan hem. De overgelegde e-mail houdt onder meer in:</para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Per email op 9 juni 2009 van 14.59 uur heeft [betrokkene 1] de voorbeeld BTW nota op verzoek van [gedaagde] voorgelegd aan [betrokkene 2]:</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>en de e-mail eindigde met de zin:</para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Verder is in de e-mail van [betrokkene 1] aan jou van 5 mei 2009 van 18.41 uur het volgende </emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">opgenomen: </emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.8.</nr>
      <para>De rechtbank stelt vast dat [eiser] in reactie op de inhoud van randnummers 77 t/m 81 van de conclusie van antwoord de gehele e-mail heeft overgelegd als productie 11. In zijn conclusie van antwoord in het incident heeft [eiser] gesteld dat hij niet meer de beschikking heeft over de genoemde e-mailcorrespondentie uit 2009.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.9.</nr>
      <para>De rechtbank is van oordeel dat [eiser] binnen de van hem te vergen mogelijkheden heeft voldaan aan het verzoek van [gedaagde]. Dat e-mails uit 2009 niet langer voor handen zijn is, gelet op de wettelijke bewaarplicht van zeven jaar, niet ongebruikelijk of ondenkbaar. [gedaagde] heeft onvoldoende onderbouwd gesteld dat [eiser] nog de beschikking heeft over de (samenhangende) e-mails uit 2009. De incidentele vordering zal daarom worden afgewezen. </para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.10.</nr>
      <para>
        [gedaagde] wordt als de in het ongelijk gestelde partij veroordeeld in de kosten van het incident tot op heden aan de zijde van [eiser] begroot op € 521,00 aan salaris advocaat. </para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>3</nr>De beslissing</title>
    <para>De rechtbank</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">in het incident</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>wijst de vordering af;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>veroordeelt [gedaagde] tot betaling aan [eiser] van een bedrag van € 521,00 voor proceskosten;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <para>verklaart deze proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad;</para>
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">in de hoofdzaak</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.4.</nr>
      <para>verwijst de zaak naar de rol van <emphasis role="bold">28 februari 2024</emphasis> voor beraad mondelinge behandeling;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.5.</nr>
      <para>houdt iedere verdere beslissing aan. </para>
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>Dit vonnis is gewezen door mr. W.S.J. Thijs en in het openbaar uitgesproken op 14 februari 2024.<footnote-ref linkend="_8cde98f2-aeec-4a37-94a2-5dc5f7c6dc63" /></para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
  <footnote id="_8cde98f2-aeec-4a37-94a2-5dc5f7c6dc63" label="1">
    <para>type: 1155</para>
    <para>coll:</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>