<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBNHO:2024:13733</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-01-07T09:47:18</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-01-07</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Noord-Holland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Noord-Holland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2024-11-12</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">C/15/358520</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#wraking">Wraking</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Haarlem</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2024:13733">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2024:13733</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-01-07T09:45:45</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-01-07</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBNHO:2024:13733 Rechtbank Noord-Holland , 12-11-2024 / C/15/358520</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBNHO:2024:13733:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Wrakingskamer. Op 24 en 31 oktober 2024 zijn de uitspraken op het verschoningsverzoek en het eerste wrakingsverzoek gedaan. Verzoeker heeft daarna, op 2 november 2024, verzocht om wraking van de wrakingskamer, maar wraking na een einduitspraak is niet mogelijk. Nu de wrakingskamer al uitspraak heeft gedaan is de zaak immers niet meer bij de leden van wrakingskamer I in behandeling. Het huidige wrakingsverzoek is dan ook kennelijk niet-ontvankelijk.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBNHO:2024:13733:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>
      <inlinemediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="657a7a7e-881e-4b3f-92ad-8fdaa6a609ab" depth="2" width="13" format="image/png" />
        </imageobject>
      </inlinemediaobject>
      <inlinemediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="2c4aca8a-55d3-45fd-9540-7ad8797b1513" depth="2" width="523" format="image/png" />
        </imageobject>
      </inlinemediaobject>beslissing</para>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK NOORD-HOLLAND</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Wrakingskamer </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer: C/15/358520</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Beslissing van 12 november 2024</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>op het verzoek tot wraking ingediend door:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [verzoeker] ,</emphasis>
      </para>
      <para>wonende te Hoofddorp,</para>
      <para>verzoeker.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het verzoek is gericht tegen:</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">mrs. L.M. Kos, H. de Jong en J. van der Kluit</emphasis>, </para>
      <para>hierna: leden van wrakingskamer I.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>
      <nr>1</nr>Procesverloop</title>
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Bij deze rechtbank, team Handel, Kanton &amp; Insolventie, locatie Haarlem is een procedure aanhangig met als zaaknummer C/15/356483 (hierna: de hoofdzaak) waarbij verzoeker een van de procespartijen is.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>Verzoeker heeft de wraking verzocht van de behandelend rechter in de hoofdzaak, mr. Schotman. Mr. Schotman heeft niet in de wraking berust. Mr. Schotman heeft een verzoek tot verschoning gedaan. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.3.</nr>
      <parablock>
        <para>Op 24 oktober 2024 hebben de leden van wrakingskamer I eerst als verschoningskamer het verzoek van mr. Schotman behandeld in zijn aanwezigheid. Daarna heeft de verschoningskamer mondeling uitspraak gedaan waarbij het verschoningsverzoek is afgewezen. Hiervan is proces-verbaal opgemaakt.<footnote-ref linkend="_6802eaac-6b39-4097-8c47-56e19aaadd1b" /></para>
        <para>Vervolgens hebben de leden van wrakingskamer I het wrakingsverzoek van verzoeker behandeld. Bij beslissing van 31 oktober 2024 heeft wrakingskamer I dat wrakingsverzoek afgewezen.<footnote-ref linkend="_377d9255-0210-4801-a7f6-ec234768188d" /></para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.4.</nr>
      <para>Op 2 november 2024 heeft verzoeker schriftelijk de wraking verzocht van de leden van wrakingskamer I.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>Het verzoek </title>
    <para>Verzoeker heeft als onderbouwing van zijn verzoek – samengevat – aangevoerd dat met de beslissingen op het verschoningsverzoek en het wrakingsverzoek ernstig inbreuk wordt gemaakt op het recht op een eerlijke behandeling van de hoofdzaak. </para>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>3</nr>De beoordeling</title>
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>Op 24 en 31 oktober 2024 zijn de uitspraken op het verschoningsverzoek en het eerste wrakingsverzoek gedaan. Verzoeker heeft daarna, op 2 november 2024, verzocht om wraking van de wrakingskamer, maar wraking na een einduitspraak is niet mogelijk. Nu de wrakingskamer al uitspraak heeft gedaan is de zaak immers niet meer bij de leden van wrakingskamer I in behandeling. Het huidige wrakingsverzoek is dan ook kennelijk niet-ontvankelijk. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>Aangezien het huidige wrakingsverzoek kennelijk niet-ontvankelijk is, laat deze wrakingskamer een mondelinge behandeling van het verzoek achterwege.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>4</nr>Beslissing</title>
    <para>De rechtbank verklaart verzoeker (kennelijk) niet-ontvankelijk in het verzoek tot wraking.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze beslissing is gegeven door mr. C.A.M. van der Heijden, voorzitter, mr. T. van Muijden en mr. J.H.A.C. Everaerts, leden van de wrakingskamer, in tegenwoordigheid van mr. Y.S. Brouwer, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 12 november 2024.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>griffier						voorzitter</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.</para>
    </parablock>
  </section>
  <footnote id="_6802eaac-6b39-4097-8c47-56e19aaadd1b" label="1">
    <para> Rechtbank Noord-Holland, 24 oktober 2024, ECLI:NL:RBNHO:2024:11353</para>
  </footnote>
  <footnote id="_377d9255-0210-4801-a7f6-ec234768188d" label="2">
    <para> Rechtbank Noord-Holland, 31 oktober 2024, ECLI:NL:RBNHO:2024:11352</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>