<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBNHO:2024:13495</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-01-09T12:06:38</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-12-24</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Noord-Holland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Noord-Holland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2024-12-04</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">11004356 CV EXPL 24-794</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#bodemzaak">Bodemzaak</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#verstek">Verstek</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Haarlem</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_verbintenissenrecht">Civiel recht; Verbintenissenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2024:13495">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2024:13495</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-01-09T12:05:54</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-01-09</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBNHO:2024:13495 Rechtbank Noord-Holland , 04-12-2024 / 11004356 CV EXPL 24-794</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBNHO:2024:13495:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Eindvonnis na akte. Ambtshalve toetsing Aanvullende Voorwaarden Smallsteps versie mei 2019. Bedingen die verband houden met de vordering zijn niet oneerlijk. T.a.v. ambtshalve toetsing informatieplichten blijft de kantonrechter bij wat in het tussenvonnis is overwogen; 10% sanctie.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBNHO:2024:13495:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK NOORD-HOLLAND</bridgehead>
    <para>Handel, Kanton en Bewind</para>
    <para>locatie Alkmaar </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zaaknr./rolnr.: 11004356 CV EXPL 24-794 </para>
      <para>Uitspraakdatum: 4 december 2024 </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Verstekvonnis van de kantonrechter in de zaak van:</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>de besloten vennootschap <emphasis role="bold">Smallsteps B.V. </emphasis></para>
      <para>te Vianen (Utrecht)</para>
      <para>de eisende partij</para>
      <para>gemachtigde: Flanderijn gerechtsdeurwaarders </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [gedaagde] </emphasis>
      </para>
      <para>te [plaats] </para>
      <para>de gedaagde partij</para>
      <para>niet verschenen</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De verdere procedure </title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Bij tussenvonnis van 9 oktober 2024 (hierna: het tussenvonnis) is de eisende partij door de kantonrechter in de gelegenheid gesteld om het ontbrekende deel van de toepasselijke algemene voorwaarden te overleggen en om zich uit te laten over de eventuele (on)eerlijkheid van de daarin opgenomen bedingen die verband houden met de vordering. Daaraan heeft de eisende partij uitvoering gegeven bij akte van 6 november 2024 (hierna: de akte).</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>2</nr>De verdere beoordeling</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Ambtshalve toetsing van de overige algemene voorwaarden </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>Bij de dagvaarding ontbraken de op twee van de drie overeenkomsten van toepassing zijnde Aanvullende Voorwaarden Smallsteps versie mei 2019 (hierna: de aanvullende voorwaarden 2019). Bij de akte heeft de eisende partij deze algemene voorwaarden overgelegd. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>Artikel 15 van de aanvullende voorwaarden 2019 betreft een rente- en incassobeding en artikel 16 een prijswijzigingsbeding. Deze bedingen luiden hetzelfde als de reeds in het tussenvonnis niet oneerlijk bevonden bedingen van de Aanvullende Voorwaarden Smallsteps versie januari 2020. De kantonrechter blijft bij wat hierover in het tussenvonnis is geoordeeld en volgt de eisende partij daarom in het standpunt dat ook de aanvullende voorwaarden 2019 geen met de vordering verband houdende oneerlijke bedingen bevatten. Daarom worden ook deze voorwaarden in stand gelaten. </para>
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Ambtshalve toetsing van de precontractuele informatieplichten </emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>In het tussenvonnis heeft de kantonrechter geoordeeld dat de eisende partij niet heeft voldaan aan artikel 6:230m lid 1 onder h BW. Dit omdat de informatie over het herroepingsrecht slechts in de algemene voorwaarden is opgenomen zonder dat de gedaagde partij er vóór het sluiten van de overeenkomst op is gewezen dát deze informatie in de algemene voorwaarden te vinden is. In de akte heeft de eisende partij de kantonrechter verzocht om een toelichting op dit punt te geven, omdat volgens haar uit het Tiketa-arrest<footnote-ref linkend="_c1999c84-f81f-4b4c-8aab-6ef1d5a2782a" /> volgt dat de informatie over het herroepingsrecht ook alleen in de algemene voorwaarden mag staan. De kantonrechter volgt de eisende partij niet in dit standpunt en overweegt daartoe als volgt. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4.</nr>
      <para>In de aanhef van artikel 6:230m lid 1 BW staat dat de informatie van dat wetsartikel ‘<emphasis role="italic">op duidelijke en begrijpelijke wijze</emphasis>’ vóór het sluiten van de overeenkomst aan de consument moet worden verstrekt. Het staat de rechter vrij om te beoordelen of de informatie op die wijze aan de consument ter kennis is gebracht (punt 47 Tiketa-arrest). De kantonrechter is van oordeel dat hieraan niet wordt voldaan als de betreffende (essentiële) informatie alleen in de algemene voorwaarden staat, zonder dat de consument daar vóór het sluiten van de overeenkomst op wordt gewezen. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.5.</nr>
      <para>De kantonrechter blijft dus bij wat in het tussenvonnis is overwogen; aan dit (enkele) gebrek wordt een sanctie in de vorm van vernietiging van 10% van de door de gedaagde partij verschuldigde hoofdsom verbonden.  </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Wat is toewijsbaar?</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.6.</nr>
      <para>Gelet op het voorgaande is een bedrag van € 3.807,40 aan hoofdsom toewijsbaar (€ 4.230,44 x 0.9). </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.7.</nr>
      <para>De buitengerechtelijke kosten zijn toewijsbaar over deze hoofdsom, tot een bedrag van    € 611,95.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.8.</nr>
      <para>De vordering tot vergoeding van de verschenen rente zal worden afgewezen, omdat de eisende partij die rente (gelet op de toewijsbare hoofdsom) over een te hoog bedrag heeft berekend. De wettelijke rente zal worden toegewezen over de toewijsbare hoofdsom vanaf de dag van de dagvaarding. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.9.</nr>
      <para>De gedaagde partij heeft na het verstrijken van de veertiendagentermijn een bedrag van € 800,00 voldaan. Deze deelbetaling strekt, gelet op het bepaalde in artikel 6:44 BW en wat hiervoor is overwogen, eerst in mindering op de buitengerechtelijke incassokosten van          € 611,95. Dit maakt dat een bedrag van € 3.619,35 (€ 3.807,40 - € 188,05) aan hoofdsom toewijsbaar is. De eisende partij heeft de vordering beperkt tot € 500,00. Dat bedrag zal worden toegewezen. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Conclusie en proceskosten </emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.10.</nr>
      <para>De vordering wordt gedeeltelijk toegewezen.  </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.11.</nr>
      <para>De gedaagde partij wordt grotendeels in het ongelijk gesteld en zal daarom in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten voor de akte komen echter voor rekening van de eisende partij, omdat het aan haarzelf te wijten is dat deze genomen moest worden. </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>3</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De kantonrechter:</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>veroordeelt de gedaagde partij tot betaling aan de eisende partij van € 500,00, te vermeerderen met de wettelijke rente over € 3.619,35 vanaf 6 maart 2024 tot aan de dag van de gehele betaling;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <parablock>
        <para>veroordeelt de gedaagde partij tot betaling van de proceskosten, die de kantonrechter aan de kant van de eisende partij tot en met vandaag vaststelt op:</para>
        <para>dagvaarding	€ 130,49</para>
        <para>griffierecht	€ 130,00</para>
        <para>salaris gemachtigde	€   82,00;</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <para>verklaart de veroordeling(en) in dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Dit vonnis is gewezen door mr. M.P.E. Oomens en op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De griffier		De kantonrechter</para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
  <footnote id="_c1999c84-f81f-4b4c-8aab-6ef1d5a2782a" label="1">
    <para> HvJ EU 21 oktober 2020, ECLI:EU:C:2022:112.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>