<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBNHO:2024:13340</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-12-27T16:42:10</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-12-20</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Noord-Holland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Noord-Holland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2024-12-05</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">11367656 \ CV EXPL  24-2841</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Alkmaar</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_verbintenissenrecht">Civiel recht; Verbintenissenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2024:13340">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2024:13340</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-12-27T16:41:54</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-12-27</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBNHO:2024:13340 Rechtbank Noord-Holland , 05-12-2024 / 11367656 \ CV EXPL  24-2841</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBNHO:2024:13340:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>tekortkoming in de nakoming / rekening / een wel verschenen en ander niet verschenen</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBNHO:2024:13340:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK NOORD-HOLLAND</bridgehead>
    <para>Handel, Kanton en Bewind</para>
    <para>locatie Zaanstad </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zaaknr./rolnr.: 11367656 \ CV EXPL  24-2841</para>
      <para>Uitspraakdatum: 5 december 2024</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis van de kantonrechter in de zaak van:</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        [eiseres] </para>
      <para>gevestigd te [plaats 1]</para>
      <para>eiseres</para>
      <para>verder te noemen: [eiseres]</para>
      <para>gemachtigde: Incassobureau Fiditon B.V.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>
      <emphasis role="bold">1. [gedaagde 1]</emphasis>voormalig vennoot van de inmiddels opgeheven [VOF]</para>
    <parablock>
      <para>wonende te [plaats 2]</para>
      <para>niet verschenen</para>
    </parablock>
    <para>
      <emphasis role="bold">2. [gedaagde 2] </emphasis>voormalig vennoot van de inmiddels opgeheven [VOF]</para>
    <parablock>
      <para>wonende te [plaats 2]</para>
      <para>procederend in persoon</para>
      <para>gedaagden</para>
      <para>verder te noemen: [gedaagden]</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>
      <nr>1</nr>Het procesverloop</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>
        [eiseres] heeft bij dagvaarding van 15 oktober 2024 een vordering tegen [gedaagden] ingesteld. </para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>
        [gedaagde 1] is niet verschenen en tegen haar is verstek verleend. [gedaagde 2] heeft op 24 oktober 2024 schriftelijk geantwoord. Daarin heeft [gedaagde 2] de vordering erkend.  </para>
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>De vordering</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>
        [eiseres] vordert dat de kantonrechter [gedaagden] veroordeelt tot betaling van € 25.000,0, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover. [eiseres] vordert tevens [gedaagden] te veroordelen tot betaling van de proceskosten. </para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>
        [eiseres] legt aan de vordering ten grondslag – kort weergegeven – dat [gedaagden] op of omstreeks 16 juli 2007 een kredietovereenkomst (werkkapitaal krediet) met een krediet limiet van € 10.000,00 met (de rechtsvoorgangster van [eiseres] ) [naam] zijn aangegaan. Op of omstreeks 9 augustus 2007 zijn [gedaagden] een kredietovereenkomst (werkkapitaal krediet) met een maximaal kredietlimiet van € 35.000,00 aangegaan. Per 3 juli 2017 heeft [eiseres] deze overeenkomsten omgezet in Rekening Courant kredieten. Op een gegeven moment vertoonde de kredietfaciliteit geruime tijd een niet-toegestane limietoverschrijding. Omdat aanzuivering uitbleef en/of er geen of nauwelijks omzet over de zakelijke rekening had plaatsgevonden, heeft [eiseres] bij brief van 20 november 2019 de kredietfaciliteiten opgezegd en opgeëist. Ondanks sommaties hebben [gedaagden] het te betalen bedrag van € 34.707,73 niet betaald. De vordering heeft [eiseres] thans beperkt tot € 25.000,00. Zij behoudt zich het recht voor om in een later stadium [gedaagden] te dagvaarden voor het restant van de hoofdsom. </para>
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>3</nr>De beoordeling</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>
        [gedaagde 2] geldt als in de procedure verschenen. Tegen [gedaagde 1] is verstek verleend.<footnote-ref linkend="_91794727-e8b0-49ca-9661-dee1049d2b83" /> Tussen alle partijen in deze zaak wordt één vonnis gewezen dat als een vonnis op tegenspraak geldt.<footnote-ref linkend="_28965adf-45ab-4bb4-8bea-a0ca96a65124" /></para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>De kantonrechter behandelt en beslist de zaken betreffende vorderingen met een beloop van ten hoogste € 25.000,00, tenzij de rechtstitel dat bedrag te boven gaat en die rechtstitel wordt betwist.<footnote-ref linkend="_03b308ea-ccf1-4c6c-ad58-6713c8dd42db" /> De totale vordering van [eiseres] bedraagt € 34.707,73. In deze procedure vordert [eiseres] veroordeling van [gedaagde 1] en [gedaagde 2] tot betaling van € 25.000,00 onder voorbehoud op het recht op het meerdere. De beoordeling of de kantonrechter bevoegd is van deze zaak kennis te nemen, is daarom afhankelijk van het standpunt van [gedaagde 2] en [gedaagde 1] . </para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <para>Per e-mail van 24 oktober 2024 heeft [gedaagde 2] het volgende naar de rechtbank gestuurd: <emphasis role="italic">(…) Ik weet dat de zaak draait om een schuld bij de [eiseres] en ik weet ook dat deze uiteraard betaald zal moeten worden door mij. Ik zal vandaag per mail, contact opnemen met Vesting Finance om met hen een betaalafspraak te maken van € 350,00 per week om deze zeer vervelende situatie op te lossen. (…)”. </emphasis></para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.4.</nr>
      <para>In deze e-mail heeft [gedaagde 2] de rechtstitel niet betwist. [gedaagde 1] is niet verschenen. Dit leidt ertoe dat de kantonrechter bevoegd is om van de vordering van [eiseres] kennis te nemen. Verder maakt de kantonrechter uit deze e-mail op dat [gedaagde 2] de vordering van [eiseres] heeft erkend. De vordering komt de kantonrechter niet ongegrond of onrechtmatig voor en zal daarom worden toegewezen. </para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.5.</nr>
      <para>Voor zover [gedaagden] hebben verzocht om een betalingsregeling, biedt de wet de kantonrechter niet de mogelijkheid om een betalingsregeling op te leggen. Hiervoor dienen zij, zoals [gedaagde 2] zelf al in de e-mail van 24 oktober 2024 aangaf te zullen gaan doen, contact op te nemen met [eiseres] .  </para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.6.</nr>
      <para>
        [gedaagden] zijn in het ongelijk gesteld en moeten daarom de proceskosten (inclusief de nakosten) betalen. De proceskosten van [eiseres] worden begroot op:</para>
      <para>- kosten van de dagvaarding 									€ 138,81</para>
      <para>- griffierecht 																€ 1.409,00 </para>
      <para>- salaris gemachtigde 												€ 543,00 (1 punt x € 543,00)</para>
      <para>- nakosten 																	€ 135,00 (plus de kosten van betekening zoals </para>
      <parablock>
        <para>vermeld in de beslissing)</para>
        <para>Totaal 																		€ 2.225,81</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.4.</nr>
      <para>De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing. </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>4</nr>De beslissing	</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De kantonrechter:</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <para>veroordeelt [gedaagden] hoofdelijk om aan [eiseres] te betalen een bedrag van € 25.000,00, te vermeerderen met de wettelijke rente over dat bedrag, met ingang van 15 oktober 2024 tot de dag van volledige betaling; </para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2.</nr>
      <para>veroordeelt [gedaagden] hoofdelijk tot betaling van de proceskosten die de kantonrechter aan de kant van [eiseres] tot en met vandaag vaststelt op € 2.225,81 te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [gedaagden] niet tijdig aan de veroordelingen voldoen en het vonnis daarna wordt betekend; </para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3.</nr>
      <para>veroordeeld [gedaagden] hoofdelijk tot betaling van de wettelijke rente over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald;</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.4.</nr>
      <para>verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.5.</nr>
      <parablock>
        <para>wijst af het meer of anders gevorderde.</para>
        <para>Dit vonnis is gewezen door mr. P.J. Jansen en op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De griffier		De kantonrechter</para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
  <footnote id="_91794727-e8b0-49ca-9661-dee1049d2b83" label="1">
    <para> Artikel 140 lid 1 Rv.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_28965adf-45ab-4bb4-8bea-a0ca96a65124" label="2">
    <para> Artikel 140 lid 3 Rv.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_03b308ea-ccf1-4c6c-ad58-6713c8dd42db" label="3">
    <para> Artikel 93 aanhef en onder a Rv.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>