<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBNHO:2024:12054</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-11-22T14:03:28</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-11-22</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Noord-Holland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Noord-Holland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2024-11-22</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">15/269282-24</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegMeervoudig">Eerste aanleg - meervoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Haarlem</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2024:12054">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2024:12054</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-11-22T14:00:02</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-11-22</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBNHO:2024:12054 Rechtbank Noord-Holland , 22-11-2024 / 15/269282-24</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBNHO:2024:12054:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <parablock>
        <para>Veroordeling tot deels voorwaardelijke gevangenisstraf in verband met de invoer van 700 gram cocaïne in geïmpregneerde kleding.</para>
        <para>Nadere overweging opzet.</para>
      </parablock>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBNHO:2024:12054:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK NOORD-HOLLAND</bridgehead>
    <para>Team Straf, zittingsplaats Haarlem</para>
    <para>Meervoudige strafkamer</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Parketnummer: 15/269282-24 (P)</para>
      <para>Uitspraakdatum: 22 november 2024</para>
      <para>Tegenspraak </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van 8 november 2024 in de zaak tegen:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [verdachte]
        </emphasis>
        <emphasis role="bold smallcaps">,</emphasis>
      </para>
      <para>geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats],</para>
      <para>ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres [adres]<?linebreak?>[adres].</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie</para>
      <para>mr. A.M. de Leeuw en van hetgeen de verdachte en zijn raadsman, <?linebreak?>mr. F.W. Huizinga, advocaat te Haarlem, naar voren hebben gebracht.</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Tenlastelegging </title>
    <parablock>
      <para>Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:</para>
      <para>hij, op of omstreeks 22 augustus 2024 te Schiphol, gemeente Haarlemmermeer opzettelijk binnen het grondgebied van Nederland heeft gebracht een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne, zijnde cocaïne een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>Voorvragen</title>
    <para>De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zij bevoegd is tot kennisneming van de zaak, dat de officier van justitie ontvankelijk is in de vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.</para>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>3</nr>Beoordeling van het bewijs</title>
    <paragroup>
      <nr>3.1</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Standpunt van de officier van justitie</emphasis>
        </para>
        <para>De officier van justitie heeft gerekwireerd tot bewezenverklaring van het ten laste gelegde feit.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Standpunt van de verdediging</emphasis>
        </para>
        <para>De raadsman heeft zich op het standpunt gesteld dat de verdachte niet wist dat zijn kleding was geïmpregneerd met cocaïne, waardoor het tenlastegelegde opzet niet kan worden bewezen en de verdachte moet worden vrijgesproken. Subsidiair heeft de raadsman zich op het standpunt gesteld dat het Nederlands Forensisch Instituut (NFI)  slechts een deel van de kleding heeft onderzocht en vervolgens met een gemiddelde per kledingstuk heeft gerekend, zodat niet kan worden geconcludeerd dat er 700 gram cocaïne in de kleding heeft gezeten.</para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <para>
        <emphasis role="bold">Oordeel van de rechtbank</emphasis>
      </para>
      <para />
      <paragroup>
        <nr>3.3.1</nr>
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="bold">Redengevende feiten en omstandigheden</emphasis>
          </para>
          <para>De rechtbank komt tot bewezenverklaring van het ten laste gelegde feit op grond van de bewijsmiddelen die in de bijlage bij dit vonnis zijn vervat.</para>
        </parablock>
        <para />
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>3.3.3</nr>
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="bold">Nadere bewijsoverweging opzet</emphasis>
          </para>
          <para>Bij de beantwoording van de vraag of de aangetroffen cocaïne opzettelijk door de verdachte binnen het grondgebied van Nederland is gebracht, overweegt de rechtbank als volgt.</para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>De rechtbank stelt op grond van de stukken in het dossier vast dat de verdachte op <?linebreak?>22 augustus 2024 vanuit Curaçao naar Nederland is gereisd. Uit onderzoek van het NFI is gebleken dat in de koffer van de verdachte, die hij mee had als ruimbagage, <?linebreak?>24 kledingstukken zaten die geïmpregneerd waren met cocaïne. </para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>De verdachte heeft ter terechtzitting verklaard dat hij een deel van de kleding in zijn koffer een week voor zijn vertrek naar Nederland in een winkel op Curaçao heeft gekocht. Het ging volgens de verdachte om een stuk of vijf kledingstukken die hij heeft gepast en gekocht in de winkel en waaraan hij niets vreemds heeft opgemerkt. Uit het rapport van het NFI blijkt echter dat niet alleen in die kledingstukken cocaïne zat, maar ook in meerdere andere kledingstukken, waarvan de verdachte heeft verklaard dat dit zijn eigen kleding betrof. De verdachte heeft desgevraagd verklaard niet te weten hoe de cocaïne in zijn eigen kleding kan zijn gekomen. In zijn verhoor bij de Koninklijke Marechaussee heeft de verdachte verklaard dat hij zijn koffer zelf heeft ingepakt en heeft afgesloten en dat niemand bij zijn koffer kon.<?linebreak?>De rechtbank neemt ook in aanmerking dat uit het dossier blijkt dat in de koffer alleen kledingstukken zaten, dat de geïmpregneerde kledingstukken stug en zwaar aanvoelden en dat deze in maat varieerden van XS tot XL. </para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>Gelet op al het voorgaande acht de rechtbank de verklaring van de verdachte dat hij niet wist van de cocaïne in zijn koffer, niet geloofwaardig en kan het niet anders zijn dan dat de verdachte wist dat hij cocaïne vervoerde. De rechtbank is dan ook van oordeel dat de verdachte willens en wetens, en dus opzettelijk, een hoeveelheid cocaïne heeft ingevoerd. </para>
        </parablock>
        <para />
      </paragroup>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.4.</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Bewezenverklaring</emphasis>
        </para>
        <para>De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde feit heeft begaan, met dien verstande dat</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>hij op 22 augustus 2024 te Schiphol, gemeente Haarlemmermeer opzettelijk binnen het grondgebied van Nederland heeft gebracht een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>Kwalificatie en strafbaarheid van het feit</title>
    <para>Het bewezenverklaarde levert op:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2, onder A, van de Opiumwet gegeven verbod.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden waardoor de wederrechtelijkheid aan het bewezenverklaarde zou ontbreken. Het bewezenverklaarde is dus strafbaar.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>5</nr>Strafbaarheid van de verdachte</title>
    <para>Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit. De verdachte is dus strafbaar.</para>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>6</nr>Motivering van de sanctie</title>
    <paragroup>
      <nr>6.1.</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Standpunt van de officier van justitie</emphasis>
        </para>
        <para>De officier van justitie heeft gevorderd dat de verdachte zal worden veroordeeld tot gevangenisstraf voor de duur van 7 maanden, met aftrek van voorarrest. Daarnaast heeft de officier van justitie gevorderd de schorsing van de voorlopige hechtenis van de verdachte op te heffen bij uitspraak. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.2.</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Standpunt van de verdediging</emphasis>
        </para>
        <para>De raadsman heeft, indien het ten laste gelegde bewezen zal worden verklaard, verzocht om bij het opleggen van de straf rekening te houden met de persoonlijke omstandigheden van de verdachte en hem een deels voorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen, eventueel in combinatie met een taakstraf. </para>
        <para>Het opnieuw opsluiten van de verdachte heeft negatieve consequenties voor de verdachte, zoals het kwijtraken van zijn baan. Bovendien kampt de verdachte met gezondheidsklachten. De raadsman heeft verzocht de vordering van de officier van justitie tot opheffing van de schorsing van de voorlopige hechtenis af te wijzen. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.3.</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Oordeel van de rechtbank</emphasis>
        </para>
        <para>Bij de beslissing over de straf die aan de verdachte moet worden opgelegd, heeft de rechtbank zich laten leiden door de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, alsmede de persoon van de verdachte, zoals van een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Ernst van het feit</emphasis>
        </para>
        <para>De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan overtreding van de Opiumwet door met cocaïne geïmpregneerde kledingstukken Nederland in te voeren. De rechtbank gaat hierbij uit van de hoeveelheid die wordt genoemd in het rapport van het NFI, te weten circa 700 gram cocaïne, nu zij geen reden heeft om hieraan te twijfelen. Cocaïne is een voor de gezondheid van personen schadelijke stof. De ingevoerde hoeveelheid was van dien aard, dat deze bestemd moet zijn geweest voor verdere verspreiding en handel. De verspreiding van en handel in cocaïne gaat gepaard met vele andere vormen van criminaliteit, waaronder ondermijning en ernstige gewelds- en levensdelicten. Met zijn handelen draagt de verdachte hieraan bij en dat rekent de rechtbank de verdachte aan.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Persoon van de verdachte</emphasis>
        </para>
        <para>Met betrekking tot de persoon van de verdachte heeft de rechtbank in het bijzonder gelet op het op naam van de verdachte staand Uittreksel Justitiële Documentatie van 27 september 2024, waaruit blijkt dat de verdachte niet eerder is veroordeeld in Nederland. Verder zal de rechtbank rekening houden met de persoonlijke omstandigheden van de verdachte zoals die op de terechtzitting naar voren zijn gebracht. Hij heeft een baan en moet in verband met een nieraandoening regelmatig voor controle naar het ziekenhuis.  </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Straf</emphasis>
        </para>
        <para>Gelet op de ernst van het feit is de rechtbank van oordeel dat een gevangenisstraf met een onvoorwaardelijk deel passend en geboden is. Daarbij weegt de rechtbank mee dat één van de strafdoelen is om een preventieve werking te bewerkstelligen. Van de op te leggen straf dient een afschrikwekkende werking uit te gaan, ook om anderen ervan te weerhouden dit soort feiten te plegen. </para>
        <para>De rechtbank ziet in de persoon van de verdachte en zijn blanco strafblad wel aanleiding om ook een voorwaardelijk strafdeel op te leggen, als stok achter de deur om de verdachte ervan te weerhouden in de toekomst opnieuw (soortgelijke) strafbare feiten te plegen.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Gelet op het voorgaande ziet de rechtbank aanleiding om af te wijken van de eis van de officier van justitie en is zij, alles afwegend, van oordeel dat een gevangenisstraf voor de duur van 7 maanden, met aftrek van voorarrest, waarvan 3 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar passend en geboden is. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Opheffen schorsing voorlopige hechtenis</emphasis>
        </para>
        <para>De voorlopige hechtenis van de verdachte is met ingang van 5 september 2024 geschorst. Nu aan de verdachte een gevangenisstraf wordt opgelegd waarvan het onvoorwaardelijke deel van langere duur is dan het voorarrest, moet de rechtbank bij het wijzen van dit vonnis opnieuw een afweging maken tussen de strafvorderlijke belangen en het persoonlijke belang van de verdachte. De rechtbank is van oordeel dat de persoonlijke belangen van de verdachte, mede gelet op de aanwezige 12jaarsgrond, niet langer zwaarder wegen dan het strafvorderlijk belang. De rechtbank zal de schorsing van de voorlopige hechtenis van de verdachte daarom opheffen.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>7</nr>Toepasselijke wettelijke voorschriften</title>
    <parablock>
      <para>De volgende wetsartikelen zijn van toepassing:</para>
      <para>14a, 14b, 14c van het Wetboek van Strafrecht</para>
      <para>2, 10 Opiumwet.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>8</nr>Beslissing</title>
    <para>De rechtbank:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verklaart bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde feit heeft begaan zoals hiervoor onder 3.4. weergegeven.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verklaart niet bewezen wat aan de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen en spreekt hem daarvan vrij.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bepaalt dat het onder 3.4. bewezen verklaarde feit het hierboven onder 4. vermelde strafbare feit oplevert.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verklaart de verdachte hiervoor strafbaar.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van <emphasis role="bold">7 (zeven) maanden</emphasis>, met bevel dat van deze straf een gedeelte, groot <emphasis role="bold">3 (drie) maanden</emphasis>, <emphasis role="bold">niet</emphasis> ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten op grond dat de verdachte voor het einde van de op twee jaren bepaalde proeftijd zich aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bepaalt dat de tijd die de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van dit vonnis in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Heft op de schorsing van de voorlopige hechtenis van de verdachte.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Samenstelling rechtbank en uitspraakdatum</emphasis>
      </para>
      <para>Dit vonnis is gewezen door</para>
      <para>mr. J. Lintjer, voorzitter,</para>
      <para>mr. A. Buiskool en mr. P.A. Hesselink, rechters,</para>
      <para>in tegenwoordigheid van de griffier G.A.M. Delis,</para>
      <para>en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 22 november 2024.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Bijlage</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">De bewijsmiddelen</emphasis>
      </para>
      <para>(--------------)</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>