<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBNHO:2024:11899</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-11-20T10:46:22</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-11-20</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Noord-Holland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Noord-Holland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2024-10-17</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">11137891 \ CV EXPL  24-1422</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Zaanstad</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_verbintenissenrecht">Civiel recht; Verbintenissenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2024:11899">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2024:11899</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-11-20T10:46:02</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-11-20</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBNHO:2024:11899 Rechtbank Noord-Holland , 17-10-2024 / 11137891 \ CV EXPL  24-1422</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBNHO:2024:11899:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>tekortkoming in de nakoming / betaling factuur / ambtshalve toetsing / erkenning</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBNHO:2024:11899:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK NOORD-HOLLAND</bridgehead>
    <para>Handel, Kanton en Bewind</para>
    <para>locatie Zaanstad </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zaaknr./rolnr.: 11137891 \ CV EXPL  24-1422</para>
      <para>Uitspraakdatum: 17 oktober 1024 </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis van de kantonrechter in de zaak van:</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>de besloten vennootschap <emphasis role="bold">NS Reizigers B.V. </emphasis></para>
      <para>gevestigd te Utrecht</para>
      <para>eiseres</para>
      <para>verder te noemen: NS Reizigers</para>
      <para>gemachtigde: LAVG BV (Groningen)</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [gedaagde]
        </emphasis>
      </para>
      <para>wonende te [plaats] </para>
      <para>gedaagde  </para>
      <para>verder te noemen: [gedaagde]</para>
      <para>verschenen in persoon</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>
      <nr>1</nr>Het procesverloop</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>NS Reizigers heeft bij dagvaarding van 22 mei 2024 een vordering tegen [gedaagde] ingesteld. Omdat [gedaagde] niet in de procedure is verschenen, heeft de kantonrechter verstek verleend. </para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>Per e-mail van 10 juli 2024 is [gedaagde] in verzet gekomen. Hiermee heeft [gedaagde] het verstek gezuiverd. [gedaagde] heeft schriftelijk geantwoord. NS Reizigers heeft hierop schriftelijk gereageerd en haar vordering verminderd, waarna [gedaagde] nog een schriftelijke reactie heeft gegeven. </para>
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>De vordering en het verweer </title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>NS Reizigers vordert – na vermindering van eis – dat de kantonrechter [gedaagde] veroordeelt tot betaling van € 40,00 Dit bedrag bestaat uit de hoofdsom van € 157,21 (€ 5,60 aan abonnementsgelden, € 124,91 aan reiskosten en € 26,70 aan gebruikskosten) en € 40,00 aan buitengerechtelijke incassokosten, waarop een betaling van € 157,21 in mindering strekt. NS Reizigers vordert ook veroordeling in de verdere rente en de proceskosten. NS Reizigers legt aan de vordering ten grondslag – kort weergegeven – dat [gedaagde] uit hoofde van het Basisproduct NS Flex, het NS Flex abonnement en de overeenkomst personen vervoer een bedrag van in totaal € 157,21 aan haar verschuldigd is. [gedaagde] heeft de door NS Reizigers verzonden factuur, ondanks diverse aanmaningen, onbetaald gelaten. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>
        [gedaagde] heeft de vordering erkend. [gedaagde] wijst erop dat ze het openstaande bedrag al heeft betaald, zij het na de vereiste betalingstermijn. [gedaagde] verzoekt om een betalingsregeling voor de openstaande nota.</para>
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>3</nr>De beoordeling</title>
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <parablock>
        <para>
          [gedaagde] heeft de vordering in hoofdsom erkend. Zij heeft in dat kader op 8 juli 2024, na dagvaarding, een bedrag van € 157,21 voldaan. </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">De abonnementsovereenkomst </emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>Vast staat dat de abonnementsovereenkomst op afstand is gesloten. Daarom moet bij het aangaan van deze overeenkomst zijn voldaan aan de (pre)contractuele informatieplichten van de artikelen 6:230m lid 1 en 6:230v Burgerlijk Wetboek (BW). De kantonrechter moet er ambtshalve op toezien dat die voorschriften worden nageleefd, dus ook als er geen verweer is gevoerd.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <para>NS Reizigers vindt dat zij voor wat betreft de abonnementsovereenkomst heeft voldaan aan de precontractuele informatieplichten ex artikel 6:230m lid 1 BW. Ter onderbouwing hiervan heeft zij schermafdrukken van het bestelproces overgelegd, voorzien van een toelichting.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.4.</nr>
      <para>De kantonrechter is van oordeel dat NS Reizigers hiermee voldoende heeft toegelicht en onderbouwd dat is voldaan aan de precontractuele informatieplichten van artikel 6:230, eerste lid, BW. </para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.5.</nr>
      <para>Voor wat betreft de contractuele informatieplicht van artikel 6:230v, zevende lid, onder a, BW heeft NS Reizigers niet (voldoende) gesteld en onderbouwd dat deze is nagekomen. De overgelegde bestelbevestiging bevat namelijk geen informatie over de wijze van betaling zoals bedoeld in artikel 6:230m, eerste lid, onder g, BW. NS Reizigers stelt weliswaar dat [gedaagde] een machtiging heeft gegeven aan NS Reizigers om de abonnementsgelden, reiskosten en gebruikskosten automatisch af te schrijven, maar dat blijkt niet uit de bestelbevestiging. </para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.6.</nr>
      <parablock>
        <para>De kantonrechter zal voor deze schending een sanctie toepassen. </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Welke sanctie hoort hierbij? </emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.7.</nr>
      <para>Gelet op de jurisprudentie van het Hof van Justitie van de Europese Unie<footnote-ref linkend="_2bba2e14-8204-4a40-b258-f2c69a2cba84" /> en onder meer, het arrest van de Hoge Raad van 12 november 2021<footnote-ref linkend="_8d681ead-1389-470a-aaa1-f7c9fc1699e1" /> moet de kantonrechter aan de schending van de informatieplichten gevolgen verbinden door passende maatregelen te nemen die de consument effectieve rechtsbescherming bieden. Die maatregelen moeten doeltreffend, afschrikwekkend en evenredig zijn.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.8.</nr>
      <para>De overeenkomst zal gedeeltelijk worden vernietigd, te weten voor 25% van de door [gedaagde] verschuldigde abonnementsgelden. De sanctie wordt toegepast op het oorspronkelijk door [gedaagde] verschuldigde bedrag, zodat daarvan resteert een bedrag van € 4,20 (€ 5,60 x 0,75) aan abonnementsgelden. Dit bedrag aan abonnementsgelden is toewijsbaar.  </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">De reisovereenkomst</emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.9.</nr>
      <parablock>
        <para>De reisovereenkomst ex artikel 8:100 BW valt onder de uitzondering van artikel 6:230h lid 5 BW. De eisende partij heeft voldoende onderbouwd dat is voldaan aan de hierin genoemde informatieplichten. Dit deel van de vordering (€ 124,91) is dan ook toewijsbaar.</para>
        <para>
          <emphasis role="italic">OV-fiets </emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.10.</nr>
      <parablock>
        <para>De kantonrechter is van oordeel dat de overeenkomst met betrekking tot het huren van een OV-fiets moet worden gekwalificeerd als een overeenkomst binnen de verkoopruimte in de zin van artikel 6:230l BW. De eisende partij heeft met de overgelegde toelichting voldoende onderbouwd dat is voldaan aan de informatieplichten van dit artikel. De gevorderde kosten voor het huren van een OV-fiets zijn toewijsbaar (€ 26,70). </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Ambtshalve toetsing van de algemene voorwaarden</emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.11.</nr>
      <parablock>
        <para>De kantonrechter is, gelet op het Dexia-arrest<footnote-ref linkend="_7f4d2dda-6da4-4d95-ae36-ba1eefdbbc93" />, gehouden om onderzoek te doen naar (mogelijk) oneerlijke bedingen in de toepasselijke algemene voorwaarden. Volgens de Europese Richtlijn betreffende oneerlijke bedingen in consumentenovereenkomsten (hierna: Richtlijn 93/13/EEG) is een beding oneerlijk wanneer dit het evenwicht tussen de wederzijdse rechten en verplichtingen ten nadele van de consument aanzienlijk verstoort. De kantonrechter moet in iedere procedure over ieder onderdeel van de vordering beoordelen of daarover in de algemene voorwaarden afspraken zijn gemaakt en of die afspraken al dan niet eerlijk zijn ten opzichte van de consument. Als de kantonrechter oordeelt dat een contractuele afspraak niet eerlijk is, moet het beding worden vernietigd en moet de vordering op dat onderdeel worden afgewezen (ook als de eisende partij in de procedure een beroep doet op wettelijke bepalingen in plaats van op die contractuele afspraak).</para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Concrete ambtshalve toetsing van de algemene voorwaarden</emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.12.</nr>
      <para>Uit de overgelegde stukken blijkt dat op de overeenkomst(en) de volgende algemene voorwaarden van de eisende partij van toepassing zijn verklaard:</para>
      <para>- Productvoorwaarden NS Flex geldig vanaf mei 2021 (hierna: de Productvoorwaarden);</para>
      <para>- Algemene voorwaarden voor het vervoer van Reizigers en Handbagage van de Nederlandse Spoorwegen (AVR-NS) geldig vanaf 1 augustus 2022 (Hierna: De Algemene Voorwaarden); en</para>
      <para>- Algemene voorwaarden stads- en streekvervoer geldig vanaf 1 mei 2015.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Incassobedingen </emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.13.</nr>
      <para>In de Productvoorwaarden staat een beding over incassokosten (artikel 12.6). De kantonrechter heeft in een eerder vonnis in een andere zaak overwogen dat dit een oneerlijk beding betreft.<footnote-ref linkend="_1576fe18-5ef9-45e9-ab4f-6e277b4f662c" /> Daarom is dat beding vernietigd. De kantonrechter ziet, gelet op het gestelde in de dagvaarding en uitgaande van de huidige stand van de jurisprudentie, in deze zaak geen aanleiding om daar anders over te denken. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.14.</nr>
      <para>Gelet hierop worden de gevorderde buitengerechtelijke incassokosten afgewezen. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Eenzijdige prijswijzigingsbedingen </emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.15.</nr>
      <para>Uit de stukken is gebleken dat NS Reizigers geen in dit geval geen gebruik heeft gemaakt van een eenzijdig prijswijzigingsbeding, zodat deze bedingen geen verband houden met de onderhavige vordering. Daarom zal de kantonrechter deze bedingen niet toetsen op (on)eerlijkheid.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">De Algemene Voorwaarden en de Algemene Voorwaarden stads- en streekvervoer</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.16.</nr>
      <para>De kantonrechter heeft geconstateerd dat in de Algemene Voorwaarden en de Algemene Voorwaarden stads- en streekvervoer geen bedingen staan die verband houden met de onderhavige vordering. Daarom zal de kantonrechter deze bedingen niet toetsen op (on)eerlijkheid.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">De conclusie en kosten</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.17.</nr>
      <para>
        [gedaagde] heeft de vordering erkend. Dat betekent dat de vordering ten aanzien van de reiskosten (€ 124,91), OV-fietskosten (€ 27,70) en de abonnementsgelden (€ 4,20) toewijsbaar is, in totaal een bedrag van € 156,81. De gevorderde rente is ook toewijsbaar, zoals hierna vermeld, omdat [gedaagde] hiertegen geen verweer heeft gevoerd en zij in verzuim is. De gevorderde buitengerechtelijke incassokosten worden, gelet op rechtsoverweging 3.13. afgewezen. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.18.</nr>
      <para>
        [gedaagde] heeft een bedrag van € 157,21 na dagvaarding voldaan. NS Reizigers heeft haar vordering met dat bedrag verminderd. Het verschil tussen de oorspronkelijke vordering van € 157,21 en de toewijsbare hoofdsom van € 156,81 is € 0,40. Dit bedrag dient nog in mindering te worden gebracht op de hierna vermelde proceskosten.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.19.</nr>
      <para>Omdat [gedaagde] ongelijk krijgt, moet zij de proceskosten (inclusief de nakosten) betalen aan NS Reizigers. De proceskosten worden begroot op: </para>
      <para>- kosten van de dagvaarding 								€ 113,54</para>
      <para>- griffierecht 															€ 130,00</para>
      <para>- salaris gemachtigde											€   80,00 (2 punten x € 40,00)</para>
      <para>- nakosten 																€   20,00 (plus de kosten van betekening zoals</para>
      <parablock>
        <para>vermeld in de beslissing) </para>
        <para>Totaal 																	€ 343,54</para>
        <para>Minus verschil 														€     0,40</para>
        <para>																				-----------</para>
        <para>Totaal 																	€ 343,14</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.20.</nr>
      <para>
        [gedaagde] heeft bij haar laatste reactie vermeld dat zij met de gemachtigde van NS Reizigers een betalingsregeling heeft getroffen. Dat wat [gedaagde] aan NS Reizigers ter aflossing op de getroffen betalingsregeling heeft voldaan, strekt op het hiervoor genoemde bedrag in mindering. De kantonrechter vertrouwt erop dat dit op een correcte manier wordt uitgevoerd.</para>
      <para />
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>4</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De kantonrechter:</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <para>veroordeelt [gedaagde] tot betaling van de wettelijke rente over € 156,81 vanaf 22 mei 2024 tot 8 juli 2024. </para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2.</nr>
      <para>veroordeelt [gedaagde] tot betaling van de proceskosten die tot en met vandaag voor NS Reizigers worden vastgesteld op € 343,14, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [gedaagde] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend; </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3.</nr>
      <para>verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.4.</nr>
      <parablock>
        <para>wijst de vordering voor het overige af.</para>
        <para>Dit vonnis is gewezen door mr. P.J. Jansen en op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De griffier		De kantonrechter</para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
  <footnote id="_2bba2e14-8204-4a40-b258-f2c69a2cba84" label="1">
    <para> HvJ EU 23 januari 2019, zaak C-430/17, ECLI:EU:C:2019:47 (Walbusch Walter Busch), punt 41; HvJ EU 10 juli 2019, zaak C-649/17, ECLI:EU:C:2019:576 (Amazon EU), punt 44.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_8d681ead-1389-470a-aaa1-f7c9fc1699e1" label="2">
    <para> Hoge Raad 12 november 2021, ECLI:NL:HR:2021:1677, te vinden op rechtspraak.nl.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_7f4d2dda-6da4-4d95-ae36-ba1eefdbbc93" label="3">
    <para> HvJ 27 januari 2021, C229/19 en C289/19, ECLI:NL:EU:C:68 (Dexia).</para>
  </footnote>
  <footnote id="_1576fe18-5ef9-45e9-ab4f-6e277b4f662c" label="4">
    <para> Zie het tussenvonnis van de rechtbank Noord-Holland van 20 september 2023 ECLI:NL:RBNHO:2023:12873 en het eindvonnis van 22 november 2024 ECLI:NL:RBNHO:2023:11969. </para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>