<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBNHO:2024:11509</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-11-14T16:30:46</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-11-07</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Noord-Holland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Noord-Holland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2024-10-21</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">C/15/349307 / HA ZA 24/98</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Alkmaar</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2024:11509">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2024:11509</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-11-14T16:30:19</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-11-14</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBNHO:2024:11509 Rechtbank Noord-Holland , 21-10-2024 / C/15/349307 / HA ZA 24/98</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBNHO:2024:11509:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Mondeling vonnis. Het verweer van gedaagde, dat zaken betreffende een agentuurovereenkomst behoren tot de competentie van de kantonrechter, slaagt. De rechtbank is van oordeel dat zij onbevoegd is om van het geschil kennis te nemen en dat de zaak op grond van artikel 71 lid 2 Rv moet worden verwezen naar de kantonrechter van deze rechtbank.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBNHO:2024:11509:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold caps">RECHTBANK Noord-Holland</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Civiel recht </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Alkmaar</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zaaknummer: C/15/349307 / HA ZA 24-98</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Proces-verbaal van mondelinge behandeling, gehouden op 21 oktober 2024, houdende mondeling vonnis</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">REGIONAAL ADVIES B.V.</emphasis>, </para>
      <para>te Almere,</para>
      <para>eisende partij,</para>
      <para>hierna te noemen: Regionaal Advies,</para>
      <para>advocaat: mr. N.J.P. Vanaken,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [gedaagde]
        </emphasis>, </para>
      <para>te [plaats] ,</para>
      <para>gedaagde partij,</para>
      <para>hierna te noemen: [gedaagde] ,</para>
      <para>advocaat: mr. J. Tophoff.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De zitting wordt gehouden in het gebouw van deze rechtbank ingevolge het vonnis van deze rechtbank van 26 juni 2024.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Tegenwoordig zijn mr. J.H. Gisolf, rechter, en mr. D.C.H.M. de Dood, griffier.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Na uitroeping van de zaak verschijnen:</para>
    </parablock>
    <para>- de heer [naam 1] (bestuurder) en de heer [naam 2] (operationele zaken) namens Regionaal Advies bijgestaan door mr. Vanaken voornoemd,</para>
    <para>- [gedaagde] bijgestaan door mr. Tophoff voornoemd.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechter stelt vast dat de dagvaarding van 5 februari 2024 met producties 1 tot en met 24 en de conclusie van antwoord van 8 mei 2024 met productie 1 tot het procesdossier behoren.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechter gaat over tot de mondelinge behandeling. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De uitgangspunten</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Regionaal Advies is opgericht per 2 juli 2018 en is actief op het vlak van duurzame energietoepassingen. In de praktijk verkoopt zij zonnepaneelsystemen aan de particuliere en zakelijke markt. De door haar verkochte zonnepaneelsystemen worden vervolgens geleverd en gemonteerd door haar zusteronderneming De Zonnegroep B.V.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>Regionaal Advies heeft een overeenkomst voor de duur van één jaar met ingang van 6 september 2023 gesloten met [onderneming] . Dit betreft de onderneming van [gedaagde] , die zij is gestart in mei 2019.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>2</nr>De gronden van de beslissing</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>Alvorens de zaak inhoudelijk te behandelen, stelt de rechter partijen in de gelegenheid zich uit te laten over de bevoegdheid van de rechtbank. [gedaagde] heeft namelijk in de conclusie van antwoord aangevoerd dat zaken betreffende een agentuurovereenkomst behoren tot de competentie van de kantonrechter. Dit verweer slaagt naar het oordeel van de rechtbank. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>Naar het voorlopig oordeel van de rechtbank is er sprake van een agentuurovereenkomst vanwege de elementen in de overeenkomst tussen partijen. Regionaal Advies heeft (als principaal) aan [gedaagde] (als handelsagent) opdracht gegeven en [gedaagde] heeft zich verbonden om tegen beloning te bemiddelen bij de totstandkoming van overeenkomsten. De door Regionaal Advies genoemde punten, doen niet af aan de elementen van een agentuurovereenkomst. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>De verwijzing van Regionaal Advies naar een uitspraak van de Hoge Raad uit 2008 (ECLI:NL:HR:2008:BC7476) is achterhaald. Sinds 2013 volgt uit artikel 71 lid 3 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) dat het onderwerp van het geschil bepalend is en niet de grondslag van de vordering.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4.</nr>
      <para>Gezien het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat zij onbevoegd is om van het geschil kennis te nemen en dat de zaak op grond van artikel 71 lid 2 Rv moet worden verwezen naar de kantonrechter van deze rechtbank. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.5.</nr>
      <para>De rechter van de handelskamer ten overstaan van wie in de onderhavige zaak de mondelinge behandeling plaatsvindt, is tevens kantonrechter. Daarom wordt de zaak voortgezet door dezelfde rechter, maar dan in de hoedanigheid van kantonrechter.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>3</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>verwijst de zaak in de stand waarin deze zich bevindt naar de kantonrechter van deze rechtbank, locatie Alkmaar, ten behoeve van de mondelinge behandeling op <emphasis role="bold">maandag 21 oktober 2024</emphasis> om 13:30 uur, </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>wijst partijen erop dat zij in het vervolg van de procedure niet meer vertegenwoordigd hoeven te worden door een advocaat, maar ook persoonlijk of bij gemachtigde kunnen verschijnen, </para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <para>wijst partijen erop dat het in deze procedure geheven griffierecht ingevolge artikel 8 lid 4 WGBZ zal worden verlaagd en dat het eventueel teveel betaalde griffierecht door de griffier zal worden teruggestort.</para>
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>Waarvan proces-verbaal,</para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
      <informaltable>
        <tgroup cols="2">
          <colspec colname="colA" />
          <colspec colname="colB" />
          <tbody>
            <row>
              <entry>
                <para />
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry>
                <para>de griffier</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>de rechter</para>
              </entry>
            </row>
          </tbody>
        </tgroup>
      </informaltable>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>