<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBNHO:2024:11405</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-12-18T15:00:29</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-11-06</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Noord-Holland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Noord-Holland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2024-10-30</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">11142743 BM VERZ 24-1536</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Zaanstad</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_personenEnFamilierecht">Civiel recht; Personen- en familierecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2024:11405">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2024:11405</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-12-10T11:18:32</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-12-18</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBNHO:2024:11405 Rechtbank Noord-Holland , 30-10-2024 / 11142743 BM VERZ 24-1536</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBNHO:2024:11405:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Verzoek opheffing bewind afgewezen. Grond is nog aanwezig. Verzoeker heeft onvoldoende aannemelijk gemaakt dat de noodzaak tot het bewind niet meer bestaat.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBNHO:2024:11405:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <section>
    <title>RECHTBANK NOORD-HOLLAND</title>
    <parablock>
      <para>Handel, Kanton en Bewind</para>
      <para>locatie Zaanstad</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zaaknummer: 11142743 BM VERZ 24-1536 NVDM</para>
      <para>Uitspraakdatum: 30 oktober 2024 </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Beschikking van de kantonrechter </title>
    <para />
    <parablock>
      <para>op verzoek van: </para>
      <para>
        [verzoeker] , </para>
      <para>geboren te [geboorteplaats] , [geboorteland] , op [geboortedatum] , </para>
      <para>van wie het adres bekend is bij deze rechtbank,</para>
      <para>hierna ook te noemen: verzoeker,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>van wie de bewindvoerders zijn: </para>
      <para>A.C. Lakeman-Kramer en F. Lakeman, vennoten van Lakeman Bewindvoering,</para>
      <para>gevestigd te Zaandam.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>procedure</title>
    <para>De kantonrechter heeft kennisgenomen van:</para>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>het verzoek met bijlagen, ter griffie ingekomen op 15 mei 2024;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>de reactie van de bewindvoerders, ter griffie ingekomen op 12 juni 2024.</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op 25 september 2024 heeft een mondelinge behandeling van het verzoek plaatsgevonden.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>beoordeling</title>
    <para>Het verzoek strekt tot opheffing van het bij beschikking van 15 november 2021 ingestelde bewind over de goederen die aan verzoeker (zullen) toebehoren.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verzoeker voert aan dat hij vrijwillig onder bewind is gegaan en dat hij er dus ook weer vrijwillig mee moet kunnen stoppen. Daarnaast ontkent verzoeker dat sprake is van een geestelijke of lichamelijke toestand op grond waarvan hij niet in staat is zelf zijn financiën te beheren. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De bewindvoerders voeren verweer tegen het verzoek. Zij vinden opheffing van het bewind niet verstandig. Verzoeker heeft problematische schulden en het is nog altijd niet gelukt om een schuldhulptraject op te starten omdat betrokkene daar niet aan wil mee werken. Ook blijven er verkeersboetes binnenkomen waardoor de schulden blijven toenemen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Gelet op het voorgaande overweegt de kantonrechter als volgt. De kantonrechter wil voorop stellen dat het feit dat bewind vrijwillig wordt aangevraagd niet betekent dat er ook weer vrijwillig mee kan worden gestopt. De vraag of het bewind kan stoppen dient te worden beantwoord door de kantonrechter. Nu er nog sprake is van problematische schulden en het door een gebrek aan medewerking van verzoeker nog altijd niet gelukt is daarvoor een oplossing te vinden, is de kantonrechter van oordeel dat opheffing van het bewind nog niet aan de orde kan zijn. Zeker niet nu de schulden nog steeds oplopen doordat, zoals verzoeker ter zitting zelf heeft verklaard, een vriend verkeersboetes veroorzaakt met een voertuig dat op naam staat van verzoeker. Dit wekt namelijk de indruk dat verzoeker als katvanger wordt gebruikt en dit zegt ook iets over de mate waarin verzoeker zelfredzaam is. Nu A.C. Lakeman-Kramer namens de bewindvoerders ter zitting heeft verklaard bereid te zijn het bewind te blijven uitvoeren, zal de kantonrechter het verzoek afwijzen. Verzoeker heeft onvoldoende aannemelijk gemaakt dat de noodzaak voor het bewind niet meer bestaat. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De beslissing luidt derhalve als volgt.  </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>beslissing</title>
    <parablock>
      <para>De kantonrechter:</para>
      <para>wijst het verzoek af.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze beschikking is gegeven door mr. A.C. Schroten, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op bovengenoemde datum in aanwezigheid van de griffier. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De griffier	De kantonrechter</para>
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>