<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBNHO:2024:11284</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-11-11T09:45:27</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-11-01</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Noord-Holland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Noord-Holland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2024-10-23</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">10895599 CV EXPL 24-542</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#bodemzaak">Bodemzaak</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#verstek">Verstek</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Haarlem</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_verbintenissenrecht">Civiel recht; Verbintenissenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2024:11284">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2024:11284</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-11-11T09:44:58</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-11-11</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBNHO:2024:11284 Rechtbank Noord-Holland , 23-10-2024 / 10895599 CV EXPL 24-542</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBNHO:2024:11284:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Eindvonnis na akte. Ambtshalve toetsing kinderopvangzaak. Voldaan aan de informatieplichten van artikel 6:230l BW. In de ‘Algemene voorwaarden voor Kinderopvang Dagopvang en Buitenschoolse opvang 2017’ en de ‘Aanvullende voorwaarden Smallsteps versie 1 januari 2020’ staan geen oneerlijke bik-, rente- en prijswijzigingsbedingen. De vordering wordt toegewezen.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBNHO:2024:11284:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK NOORD-HOLLAND</bridgehead>
    <para>Handel, Kanton en Insolventie </para>
    <para>locatie Haarlem </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zaaknr./rolnr.: 10895599 CV EXPL 24-652 </para>
      <para>Uitspraakdatum: 23 oktober 2024 </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Verstekvonnis van de kantonrechter in de zaak van:</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid <emphasis role="bold">Smallsteps B.V. </emphasis></para>
      <para>te Amsterdam </para>
      <para>de eisende partij</para>
      <para>gemachtigde: Coeo Incasso B.V.  </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [gedaagde] </emphasis>
      </para>
      <para>te [plaats] </para>
      <para>de gedaagde partij</para>
      <para>niet verschenen</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De verdere procedure </title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Bij tussenvonnis van 28 februari 2024 (hierna: het tussenvonnis) is de eisende partij door de kantonrechter in de gelegenheid gesteld om de toepasselijke algemene voorwaarden te overleggen en om zich uit te laten over de eventuele (on)eerlijkheid van de daarin opgenomen bedingen die verband houden met de vordering. Daaraan heeft de eisende partij uitvoering gegeven bij akte van 27 maart 2024 (hierna: de akte).</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>2</nr>De verdere beoordeling</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Ambtshalve toetsing van de algemene voorwaarden </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>De kantonrechter begrijpt dat op de onderhavige overeenkomst de ‘Algemene voorwaarden voor Kinderopvang Dagopvang en Buitenschoolse opvang 2017’ (hierna: de algemene voorwaarden) en de ‘Aanvullende voorwaarden Smallsteps versie 1 januari 2020’ (hierna: de aanvullende voorwaarden) van toepassing zijn. De kantonrechter zal de daarin opgenomen bedingen die verband houden met de vordering toetsen op (on)eerlijkheid. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>Artikel 17 van de algemene voorwaarden betreft een rente- en incassobeding en artikel 16 een prijswijzigingsbeding. Deze bedingen zijn door de kantonrechter getoetst en niet oneerlijk bevonden. Daarom worden ze in stand gelaten.  </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>Artikel 15 van de aanvullende voorwaarden betreft ook een rente- en incassobeding en in artikel 16 van deze voorwaarden staat ook een prijswijzigingsbeding. Deze bedingen zijn beknopter opgeschreven dan de hiervoor bedoelde bedingen in de algemene voorwaarden, maar inhoudelijk zijn deze (nagenoeg) gelijk. Omdat uit de aanvullende voorwaarden duidelijk blijkt dat de daarin opgenomen artikelen een aanvulling zijn op de algemene voorwaarden, waarin de hiervoor genoemde niet-oneerlijke bedingen zijn opgenomen, en ook de bedingen in de aanvullende voorwaarden aansluiten bij de wettelijke regels daaromtrent, is de kantonrechter van oordeel dat de gedaagde partij kon weten waar zij contractueel aan gehouden kan worden. Ook deze bedingen zijn daarom niet oneerlijk en worden in stand gelaten. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Ambtshalve toetsing van de (pre)contractuele informatieplichten </emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4.</nr>
      <para>In de dagvaarding heeft de eisende partij primair gesteld dat de bepalingen over de (pre)contractuele informatieverplichtingen niet van toepassing zijn op de onderhavige overeenkomst, omdat deze overeenkomst kwalificeert als kinderzorg en daarom valt onder de uitzondering van artikel 6:230h lid 2 sub c van het Burgerlijk Wetboek (BW). De kantonrechter volgt de eisende partij niet in haar stelling. Met “sociale diensten”, zoals omschreven in artikel 6:230h lid 2 sub c BW wordt gedoeld op diensten die worden verleend aan mensen die bijzonder kwetsbaar zijn of een laag inkomen hebben, of mensen die een bijzondere behoefte hebben aan hulp, ondersteuning, bescherming en aanmoediging in een specifieke levensfase (overweging 29 Richtlijn 2011/83/EU). Deze diensten zijn uitgesloten omdat in deze situatie verdergaande bescherming voor de zwakkere partij wenselijk is. De (commerciële) kinderopvangovereenkomst die in deze zaak aan de orde is, valt niet onder de definitie van een “sociale dienst”, zodat artikel 6:230h lid 2 sub c BW niet van toepassing is. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.5.</nr>
      <para>In het tussenvonnis heeft de kantonrechter al geoordeeld dat uit de stellingen van de eisende partij blijkt dat de overeenkomst is gesloten in de verkoopruimte van de eisende partij. Bij het sluiten van dergelijke overeenkomsten moet de handelaar voldoen aan de wettelijke precontractuele informatieplichten van artikel 6:230l aanhef en onder a, b, c, d en f BW. Alhoewel de eisende partij heeft toegelicht en onderbouwd dat is voldaan aan de (meer omvattende) informatieplichten van artikel 6:230m lid 1 BW, heeft zij hiermee (in ieder geval) voldoende toegelicht en onderbouwd dat is voldaan aan de betreffende informatieplichten van artikel 6:230l BW. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Conclusie en proceskosten </emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.6.</nr>
      <para>De vordering wordt toegewezen, omdat deze de kantonrechter niet onrechtmatig of ongegrond voorkomt. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.7.</nr>
      <para>De gedaagde partij wordt in het ongelijk gesteld en zal daarom in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten voor de akte komen echter voor rekening van de eisende partij, omdat het aan haarzelf te wijten is dat deze genomen moest worden. </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>3</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De kantonrechter:</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>veroordeelt de gedaagde partij tot betaling aan de eisende partij van € 1.948,24, te vermeerderen met de wettelijke rente over € 1.587,23 vanaf 4 januari 2024 tot aan de dag van de gehele betaling;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <parablock>
        <para>veroordeelt de gedaagde partij tot betaling van de proceskosten, die de kantonrechter aan de kant van de eisende partij tot en met vandaag vaststelt op:</para>
        <para>dagvaarding	€ 137,38</para>
        <para>griffierecht	€ 372,00</para>
        <para>salaris gemachtigde	€ 204,00;</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <para>verklaart de veroordeling(en) in dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Dit vonnis is gewezen door mr. M.P.E. Oomens en op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De griffier		De kantonrechter</para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>