<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBNHO:2024:11059</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-11-05T15:18:08</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-10-28</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Noord-Holland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Noord-Holland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2024-10-29</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">15/355260 FT RK 24/538</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#rekestprocedure">Rekestprocedure</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Haarlem</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_insolventierecht">Civiel recht; Insolventierecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2024:11059">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2024:11059</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-11-05T15:17:48</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-11-05</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBNHO:2024:11059 Rechtbank Noord-Holland , 29-10-2024 / 15/355260 FT RK 24/538</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBNHO:2024:11059:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Toewijzing WSNP en afwijzing verkorting. Niet is komen vast te staan dat schuldenares tijdens het minnelijk traject in zijn geheel arbeidsongeschikt was. In een eerder geneeskundige rapportage uit 2023 is schuldenares 45 % arbeidsongeschikt verklaard en is ze belastbaar geacht voor arbeid voor maximaal 4 uur per dag, 20 uur per week. Schuldenares heeft niet gewerkt en ook niet gesolliciteerd. Uit een recent behandelplan van oktober 2024 valt ook niet te concluderen dat zij 100 % arbeidsongeschikt is.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBNHO:2024:11059:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold"> VONNIS TOELATING WSNP</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">RECHTBANK NOORD-HOLLAND</emphasis>
      </para>
      <para>zittingsplaats: 		Haarlem</para>
      <para>afdeling:		Handel, Kanton en Insolventie </para>
      <para>zaaknummer: 		15/355260 FT RK 24/538</para>
      <para>naam rechter:		mr. E.B. van den Heuvel</para>
      <para>insolventienummer:	R.15/24/150</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>uitspraakdatum:	29 oktober 2024 </para>
      <para>in de zaak van:	[schuldenares] (hierna: schuldenares)<?linebreak?>geboren op:		[geboortedatum] 1964 te [plaats]<?linebreak?>wonende te:		[plaats]</para>
      <para>schuldhulpverlener: 	gemeente [plaats], afdeling schulddienstverlening.	</para>
    </parablock>
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Samenvatting</title>
    <para>Schuldenares heeft de rechtbank verzocht om toegelaten te worden tot de wettelijke schuldsaneringsregeling (wsnp) en verzocht om de looptijd van de wsnp bij toelating te verkorten. De rechtbank moet beoordelen of schuldenares voldoet aan de wettelijke eisen die daarvoor gelden. </para>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>2</nr>Beslissing van de rechtbank</title>
    <para>De rechtbank laat schuldenares met ingang van 29 oktober 2024 toe tot de wsnp. De rechtbank wijst het verzoek om de looptijd van de schuldsanering te verkorten af.</para>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Gevolgen voor schuldenaar</title>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>Schuldenares moet zich gedurende de komende 18 maanden houden aan de verplichtingen van de wsnp. In de eerder toegestuurde brochure staat wat die verplichtingen zijn. </para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>Zo lang de wsnp duurt, mogen schuldeisers geen betaling eisen voor de al bestaande schulden. </para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>Als schuldenares zich aan alle verplichtingen houdt, komt zij in aanmerking voor de schone lei. Als schuldenares zich niet aan de verplichtingen houdt, kan de wsnp (eerder) worden beëindigd zonder schone lei. Schuldeisers kunnen schuldenares dan weer tot betaling dwingen.</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>4</nr>Redenen voor deze beslissing</title>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>De rechtbank stelt vast dat de schuld aan de belastingdienst betreffende de omzetbelasting 2021 en 2022 van in totaal € 11.621,- niet te goeder trouw is ontstaan. De ontvangen omzetbelasting had moeten worden afgedragen aan de  belastingdienst, maar dat heeft schuldenares verzuimd.</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>De rechtbank zal schuldenares toch toelaten tot de wsnp. Reden daarvoor is dat voldoende aannemelijk is dat inmiddels sprake is van een stabiele situatie en dat schuldenares geen nieuwe schulden meer zal maken. De schuld betreffende omzetbelasting is ontstaan toen de onderneming van schuldenares en wijlen haar echtgenoot in zwaar weer zat vanwege de afnemende gezondheid van haar echtgenoot met als gevolg dat er minder kon worden gewerkt. Hierdoor kwamen er minder inkomsten binnen. Desondanks is de omzetbelasting altijd betaald, totdat de coronacrisis uitbrak en niet meer kon worden afgedragen. De onderneming is vervolgens op 3 maart 2022 noodgedwongen beëindigd. De rechtbank begrijpt dat de overige schulden hoofdzakelijk uit de onderneming voortkomen. Ook is op de zitting duidelijk geworden dat schuldenares (en wijlen haar man) geen overeenkomsten zijn aangegaan in de wetenschap dat het niet goed ging met de onderneming. In dat kader heeft de schuldhulpverlener de rechtbank erop gewezen dat de zakelijke schuld aan [bedrijf] van € 89.005,68 niet is ontstaan in maart 2022 - zoals abusievelijk in het verzoekschrift staat - maar al jaren daarvoor. Dit geldt ook voor de ontstaansdatum van de schuld bij ABN AMRO Bank van € 51.162,13. Dit betreft een doorlopend krediet dat jaren geleden is afgegeven ten behoeve van de onderneming. Van feiten en/of omstandigheden die aan toelating tot de wsnp in de weg staan is de rechtbank dus niet gebleken.</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>Schuldenares heeft verzocht te bepalen dat de looptijd van de wsnp wordt verkort zonder daarbij het gewenste aantal maanden te noemen. Er wordt slechts verwezen naar een opgave van de maanden waarin tijdens het minnelijk traject is gespaard. De rechtbank concludeert dat schuldenares 13 maal een boedelbijdrage heeft gestort, waarvan twee keer in oktober 2023 en twee keer in december 2023. Dit laat onverlet dat de rechtbank bij een verzoek tot verkorting van de looptijd van de wsnp moet kunnen vaststellen dat schuldenares gedurende de looptijd van het minnelijk traject naar alle normen van de wsnp heeft ‘geleefd’.   </para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>Op 30 november 2023 heeft een verzekeringsarts die verbonden is aan het UWV een verzekeringsgeneeskundige rapportage en een medisch onderzoeksverslag opgesteld. De conclusie uit deze rapportages luidt (samengevat) dat schuldenares voor ten minste 45 % arbeidsongeschikt is en belastbaar is voor maximaal vier uur per dag en 20 uur per week. Dit houdt in dat op schuldenares de verplichting rust om maximaal 20 uur per week arbeid te verrichten of om te solliciteren. Ook is volgens de verzekeringsarts de verwachting dat een adequate behandeling van haar psychische klachten zullen leiden tot afname van een groot deel van haar klachten. De verzekeringsarts schrijft ook dat er een redelijke of goede verwachting is dat verbetering van de belastbaarheid zal optreden in het komende jaar of het daarop volgende jaar. Op grond van deze rapportages is aan schuldenares een uitkering op grond van de Algemene nabestaandenwet toegekend op basis van minimaal 45 % arbeidsongeschiktheid. </para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>Vaststaat dat schuldenares tijdens het minnelijk traject geen betaalde arbeid heeft verricht en ook niet heeft gesolliciteerd. Schuldenares is van mening dat zij geheel arbeidsongeschikt is. Om dit aan te tonen heeft zij op de zitting een behandelplan van 4 oktober 2024 overgelegd. Aanvullend heeft zij nog een vrijwel gelijkluidend behandelplan van 17 oktober 2024 nagezonden. Uit deze stukken blijkt dat schuldenares inmiddels een behandelingstraject is ingegaan (zoals ook door de verzekeringsarts is geadviseerd) en dat zij nog vijf tot negen EMDR-sessies zal volgen. Uit de overgelegde informatie blijkt niet dat schuldenares voor en/of tijdens deze behandeling in zijn geheel niet in staat is om 20 uur per week te werken of om te solliciteren en dus volledig arbeidsongeschikt was.  <?linebreak?>Nu schuldenares gedurende de looptijd van het minnelijk traject geen (parttime) betaalde arbeid heeft verricht en niet heeft gesolliciteerd, heeft zij onvoldoende aannemelijk gemaakt dat zij in het minnelijk traject naar de normen van de wsnp heeft ‘geleefd’. Daarom zal de rechtbank het verzoek om de looptijd van de schuldsaneringsregeling te verkorten afwijzen.</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>5</nr>Stukken waarop dit vonnis is gebaseerd</title>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>Het verzoekschrift <emphasis role="underline">met bijlagen</emphasis> dat door schuldenares is ingediend.</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>De aantekeningen van de zitting die op 15 oktober 2024 plaatsvond. Op deze zitting zijn schuldenares, bijgestaan door [betrokkene 1] van Sociale Raadslieden Buurt en de schuldhulpverlener [betrokkene 2] namens de gemeente [plaats], afdeling schulddienstverlening verschenen.</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>De nagezonden stukken.</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>6</nr>Andere gevolgen van dit vonnis</title>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>De rechtbank benoemt tot rechter-commissaris: mr. J. van der Kluit.</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>De rechtbank benoemt tot bewindvoerder:   </para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <parablock>
      <para>
        [bewindvoerder]
      </para>
      <para>.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para> De bewindvoerder mag een voorschot op het salaris nemen volgens het Besluit salaris bewindvoerder. Dit kan alleen: </para>
    <parablock>
      <para>- 	zolang de schuldsaneringsregeling loopt en </para>
      <para>- 	als er genoeg geld op de boedelrekening staat.</para>
    </parablock>
    <para> De bewindvoerder ontvangt de komende dertien maanden de post van schuldenares en mag deze inzien.</para>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>7</nr>Mogelijkheden om dit vonnis aan te vechten</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis kan voor zover het betreft de afwijzing van het verzoek tot verkorting van de looptijd van de wsnp, binnen acht dagen na de uitspraakdatum worden aangevochten bij het gerechtshof Amsterdam. Dit kan alleen met behulp van een advocaat. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De griffier						De rechter</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>