<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBNHO:2024:11022</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-11-14T14:24:46</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-10-28</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Noord-Holland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Noord-Holland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2024-10-17</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">11081740 \ CV EXPL  24-917</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Zaanstad</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_verbintenissenrecht">Civiel recht; Verbintenissenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2024:11022">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2024:11022</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-11-14T14:23:53</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-11-14</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBNHO:2024:11022 Rechtbank Noord-Holland , 17-10-2024 / 11081740 \ CV EXPL  24-917</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBNHO:2024:11022:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>erkenning / ambtshalve toetsing</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBNHO:2024:11022:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK NOORD-HOLLAND</bridgehead>
    <para>Handel, Kanton en Bewind</para>
    <para>locatie Zaanstad</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zaaknr./rolnr.: 11081740 \ CV EXPL  24-917</para>
      <para>Uitspraakdatum: 17 oktober 2024</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis van de kantonrechter in de zaak van:</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>de naamloze vennootschap <emphasis role="bold">[naam] N.V. </emphasis></para>
      <para>gevestigd te [plaats 1]</para>
      <para>eiseres</para>
      <para>verder te noemen: [naam]</para>
      <para>gemachtigde: Syncasso Gerechtsdeurwaarders</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [gedaagde] </emphasis>
      </para>
      <para>wonende te [plaats 2] </para>
      <para>gedaagde  </para>
      <para>verder te noemen: [gedaagde]</para>
      <para>verschenen in persoon</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>
      <nr>1</nr>Het procesverloop</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>
        [naam] heeft tegen [gedaagde] een vordering ingesteld zoals omschreven in de dagvaarding van 19 april 2024.  </para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>
        [gedaagde] heeft op de rolzitting van 23 mei 2024 mondeling geantwoord en heeft daarbij de vordering erkend. [gedaagde] gaat contact opnemen met de deurwaarder voor een betalingsregeling.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.3.</nr>
      <para>Op 4 juli 2024 heeft [naam] nog een akte genomen waarbij zij de algemene voorwaarden hebben overgelegd.</para>
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>De vordering</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>
        [naam] vordert, op de in de dagvaarding vermelde grond(en), naast nevenvorderingen, veroordeling van [gedaagde] tot betaling van een bedrag van in totaal € 1.079,55 (€ 1.339,50 aan hoofdsom en waarop € 259,95 in mindering wordt gebracht), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 18 april 2024 tot de dag van betaling. [naam] vordert tevens dat [gedaagde] wordt veroordeeld tot betaling van de proceskosten. </para>
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>3</nr>De beoordeling van het geschil </title>
    <bridgehead role="italic">De hoofdsom </bridgehead>
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <parablock>
        <para>
          [gedaagde] heeft de vordering erkend. De door [naam] gevorderde hoofdsom wordt daarom toegewezen. </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Ambtshalve toetsing van de Voorwaarden basisverzekeringen en aanvullende verzekeringen 2023 en 2024 (hierna: de Algemene Voorwaarden) </emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>Ondanks dat [gedaagde] de vordering heeft erkend, moet de kantonrechter ambtshalve beoordelen of de Algemene Voorwaarden van [naam] geen oneerlijke bedingen bevatten voor de consument. </para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <para>Bedingen waaraan de consument gebonden is zonder dat daarover afzonderlijk is onderhandeld, zijn oneerlijk als deze in strijd met de goede trouw het evenwicht tussen de rechten en plichten die de consument op grond van de overeenkomst heeft, aanzienlijk verstoort in het nadeel van de consument. Het gaat om een beoordeling van de bedingen op het moment dat de overeenkomst werd gesloten. Of de handelaar de consument ook daadwerkelijk aan die bedingen houdt, of in de praktijk alleen naleving van wettelijke bepalingen verlangt, is niet relevant. Als een beding wegens onredelijkheid wordt vernietigd, kan de handelaar niet terugvallen op een eventuele wettelijke regeling over het zelfde onderwerp. </para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.4.</nr>
      <parablock>
        <para>De toetsing van de algemene voorwaarden leidt tot het volgende.</para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Buitengerechtelijke incassokosten en rente</emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.5.</nr>
      <parablock>
        <para>
          [naam] maakt geen aanspraak op vergoeding van de buitengerechtelijke incassokosten, maar wel op vergoeding van de wettelijke rente vanaf 18 april 2024. De kantonrechter oordeelt echter dat de Algemene Voorwaarden op dit punt geen oneerlijk beding bevatten. Dit betekent dat de gevorderde wettelijke rente wordt toegewezen, voor zover deze rente wordt berekend over de verschuldigde premie. Uit de overeengekomen betalingstermijn volgt namelijk dat de verzekeringnemer zonder ingebrekestelling in verzuim is als de premie niet op tijd wordt betaald.</para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Opschorting </emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.6.</nr>
      <parablock>
        <para>Het opschortingsbeding in de Algemene Voorwaarden is door de kantonrechter getoetst en niet oneerlijk bevonden. </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Premiewijziging </emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.7.</nr>
      <parablock>
        <para>Het premiewijzigingsbeding in de Algemene Voorwaarden is door de kantonrechter getoetst en niet oneerlijk bevonden. </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Conclusie </emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.8.</nr>
      <para>Uit het voorgaande volgt dat een bedrag van € 1.079,55zal worden toegewezen. </para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.9.</nr>
      <para>Omdat [gedaagde] overwegend in het ongelijk wordt gesteld, zal hij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten voor de genomen akte blijven voor rekening van [naam] , aangezien het aan haarzelf te wijten is dat het nodig was deze extra akte op te stellen. De proceskosten van [naam] worden begroot op:</para>
      <para>- kosten van de dagvaarding 			€ 					138,71</para>
      <para>- griffierecht 										€ 					328,00</para>
      <para>- salaris gemachtigde 						€ 					135,00</para>
      <para>- nakosten 											€ 					  67,50</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Totaal 												€ 					669,21	</para>
        <para>te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [gedaagde] niet binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend;</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>4</nr>De beslissing </title>
    <para>De kantonrechter:</para>
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <para>veroordeelt [gedaagde] tot betaling aan [naam] van € 1.079,55, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 18 april 2024 tot aan de dag van volledige betaling;</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2.</nr>
      <para>veroordeelt [gedaagde] tot betaling van de proceskosten, die de kantonrechter aan de kant van [naam] tot en met vandaag vaststelt op € 669,21, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [gedaagde] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend;</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3.</nr>
      <para>verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.4.</nr>
      <parablock>
        <para>wijst de vordering voor het overige af.</para>
        <para>Dit vonnis is gewezen door mr. P.J. Jansen en op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De griffier		De kantonrechter</para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>