<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBNHO:2023:8265</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-08-22T13:48:41</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2023-08-22</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Noord-Holland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Noord-Holland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2023-06-21</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">10437284 WM</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Alkmaar</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_bestuursstrafrecht">Bestuursrecht; Bestuursstrafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2023:8265">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2023:8265</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-08-22T13:47:51</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2023-08-22</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBNHO:2023:8265 Rechtbank Noord-Holland , 21-06-2023 / 10437284 WM</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBNHO:2023:8265:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Gedraging is voldoende komen vast te staan. Geen aanleiding om boete te matigen. Beroep ongegrond.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBNHO:2023:8265:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">RECHTBANK NOORD-HOLLAND</emphasis>
      </para>
      <para>Handel, Kanton en Bewind</para>
      <para>locatie Alkmaar</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zaaknummer	: 10437284 \ WM VERZ  23-244</para>
      <para>CJIB-nummer	: 248490702</para>
      <para>Uitspraakdatum	: 21 juni 2023</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Uitspraak op een beroep als bedoeld in artikel 9 van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (WAHV) en proces-verbaal van de zitting</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
      <para>
        [betrokkene]
      </para>
      <para>gemachtigde	: Appjection B.V. </para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Het verloop van de procedure en het proces-verbaal van de zitting</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna te noemen: boete) opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep ongegrond dan wel niet-ontvankelijk verklaard. Tegen die beslissing is door betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>De zaak is behandeld op de zitting van 7 juni 2023. Op de zitting is de vertegenwoordiger van de officier van justitie verschenen. Betrokkene is ook verschenen en namens gemachtigde van betrokkene is S.N. Velker verschenen. Op de zitting heeft de gemachtigde van betrokkene het dossier ingezien. De kantonrechter heeft na de zitting uitspraak gedaan.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>2</nr>Overwegingen</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">De gedraging</emphasis>
        </para>
        <para>De gedraging waarvoor de boete is opgelegd, luidt – kort omschreven – als volgt: stilstaan op het trottoir, voetpad, fietspad, fiets/bromfietspad of het ruiterpad (niet de rijbaan gebruiken). </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Het verweer tegen de opgelegde boete</emphasis>
        </para>
        <para>Betrokkene is het niet eens met de opgelegde boete en door gemachtigde van betrokkene is namens betrokkene aangevoerd dat er geen zaakoverzicht is ontvangen. Daarnaast is betrokkene niet gehoord ondanks een verzoek daartoe. Dit moet leiden tot vernietiging van de beslissing van de officier van justitie. Er wordt tevens een beroep gedaan op het gelijkheidsbeginsel of willekeur en aangevoerd dat er ter plaatse weinig parkeerplaatsen beschikbaar zijn</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Het standpunt van de vertegenwoordiger van de officier van justitie</emphasis>
        </para>
        <para>De vertegenwoordiger van de officier van justitie heeft op de zitting meegedeeld dat de informatieplicht en hoorplicht zijn geschonden en dat de beslissing van de officier van justitie moet worden vernietigt en heeft de kantonrechter verzocht om het beroep voor het overige ongegrond te verklaren.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4.</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">De beoordeling van het verweer met betrekking tot de informatieplicht</emphasis>
        </para>
        <para>De kantonrechter begrijpt dat gemachtigde een beroep doet op de schending van de informatieplicht. Het zaakoverzicht bevindt zich in het dossier. De vertegenwoordiger van de officier van justitie heeft ter zitting aangegeven dat het zaakoverzicht achter de beslissing van de officier van justitie wordt meegestuurd, maar dat zij hiervan geen verzendadministratie kan vinden. Gelet op het ontbreken van een deugdelijke verzendadministratie, kan aldus niet worden vastgesteld dat aan de gemachtigde van betrokkene een zaakoverzicht is gestuurd en is de informatieplicht geschonden.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.5.</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">De beoordeling van het verweer met betrekking tot de hoorplicht </emphasis>
        </para>
        <para>De gemachtigde van betrokkene heeft gesteld dat de beslissing van de officier van justitie moet worden vernietigt omdat betrokkene in het administratief beroep bij de officier van justitie niet is gehoord. Daarbij is verwezen naar een uitspraak van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden.<footnote-ref linkend="_aeccdd75-d1f2-4725-8072-0944a01e4ab2" /></para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De gemachtigde van betrokkene heeft op zichzelf gelijk dat de officier van justitie ook in dit geval de hoorplicht heeft geschonden. De gemachtigde en betrokkene zijn namelijk niet ‘fysiek’ gehoord door de officier van justitie. Er is ook geen toestemming gegeven om daarvan af te zien. Het beroep is daarom gegrond en de beslissing van de officier van justitie zal worden vernietigd wegens een schending van de hoorplicht. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.6.</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">De beoordeling van het verweer met betrekking tot het gelijkheidsbeginsel of willekeur</emphasis>
        </para>
        <para>Van schending van het gelijkheidsbeginsel ten aanzien van betrokkene is alleen sprake als zonder (juridisch ) geldige reden ten nadele van betrokkene is afgeweken van het met betrekking tot een gedraging als deze geldende beleid<footnote-ref linkend="_d039ffce-1822-40f6-a05f-d1a9104b6b12" />. De gemachtigde van betrokkene stelt hierover niets en daarvan is overigens ook niets gebleken.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Ten aanzien van het beroep op willekeur geldt dat elke zaak moet worden beoordeeld op de eigen feiten en omstandigheden. De gemachtigde van betrokkene licht niet voldoende toe waarom in dit geval sprake zou zijn van willekeur. Het is de kantonrechter ook overigens niet gebleken dat sprake is van willekeur.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.7.</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">De beoordeling van de gedraging waarvoor de boete is opgelegd </emphasis>
        </para>
        <para>De kantonrechter is van oordeel dat uit de stukken die zich in het dossier bevinden – met name uit de verklaring van de verbalisant ondersteund met foto’s – voldoende blijkt dat de gedraging waarvoor de boete is opgelegd, is verricht. Een beperkt aanbod van parkeerplaatsen vormt geen deugdelijke grond om het voertuig ter plaatse te parkeren. Ook het verweer dat het voertuig niet hinderlijk stond geparkeerd treft geen doel, nu dit niet afdoet aan het verboden karakter van de gedraging. Iedere weggebruiker die zich niet aan de verkeersregels houdt loopt het risico om bekeurd te worden. De boete is dus terecht opgelegd. De kantonrechter ziet in hetgeen betrokkene heeft aangevoerd ook geen reden om de boete te matigen. Het beroep tegen de beschikking waarbij de boete is opgelegd wordt daarom ongegrond verklaard.</para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.8.</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Proceskosten</emphasis>
        </para>
        <para>De kantonrechter zal het verzoek om een proceskostenvergoeding afwijzen. Gelet op de uitspraak van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden.<footnote-ref linkend="_3d68969d-36a2-40f9-83de-315acb18ddb1" /></para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">De uitspraak</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De kantonrechter:</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>‒ verklaart het beroep tegen de beslissing van de officier van justitie gegrond en vernietigt die beslissing;</para>
        <para>‒ verklaart het beroep tegen de beschikking waarbij de boete is opgelegd ongegrond;</para>
        <para>‒ wijst het verzoek om vergoeding van de proceskosten af.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Deze uitspraak is gedaan door mr. I.H. Lips, kantonrechter, bijgestaan door de griffier, en in het openbaar uitgesproken.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De griffier							De kantonrechter</para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>Tegen deze uitspraak kan op grond van artikel 14 WAHV hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, binnen 6 weken na de hieronder vermelde dag van toezending. Hoger beroep is in beginsel alleen mogelijk als de boete in de uitspraak is bepaald op een bedrag van meer dan € 110,00. Het beroepschrift moet worden verzonden aan de afdeling Kanton van de rechtbank Noord-Holland, Postbus 251, 1800 BG Alkmaar. De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure in hoger beroep, tenzij door u bij het beroepschrift uitdrukkelijk om een mondelinge behandeling van de zaak is verzocht. <emphasis role="bold">Het instellen van hoger beroep per e-mail is niet mogelijk</emphasis>.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Datum toezending: </para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
  <footnote id="_aeccdd75-d1f2-4725-8072-0944a01e4ab2" label="1">
    <para> Vgl. uitspraak van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 16 januari 2019, te vinden op www.rechtspraak.nl met nummer ECLI:NL:GHARL:2019:334.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_d039ffce-1822-40f6-a05f-d1a9104b6b12" label="2">
    <para> Vgl. uitspraak van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 24 augustus 2021, te vinden op www.rechtspraak.nl met zoekterm ECLI:NL:GHARL:2021:8106.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_3d68969d-36a2-40f9-83de-315acb18ddb1" label="3">
    <para> Vgl. uitspraak van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 28 april 2020, te vinden op www.rechtspraak.nl met zoekterm ECLI:NL:GHARL:2020:3336.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>