<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBNHO:2023:7846</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-08-18T18:00:10</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2023-08-09</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Noord-Holland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Noord-Holland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2023-08-16</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">10297564 CV EXPL 23-553</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Haarlem</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_burgerlijkProcesrecht">Civiel recht; Burgerlijk procesrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2023:7846">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2023:7846</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-08-14T15:01:26</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2023-08-18</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBNHO:2023:7846 Rechtbank Noord-Holland , 16-08-2023 / 10297564 CV EXPL 23-553</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBNHO:2023:7846:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>vonnis in vrijwaringsincident. Verlof oproepen in vrijwaring verleend.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBNHO:2023:7846:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK NOORD-HOLLAND</bridgehead>
    <para>Handel, Kanton en Insolventie</para>
    <para>locatie Haarlem</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zaaknr./rolnr.: 10297564 CV EXPL 23-553</para>
      <para>Uitspraakdatum: 16 augustus 2023</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis van de kantonrechter in het incident in de zaak van:</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr> [eisers] </title>
    <parablock>
      <para>2. <emphasis role="bold">[eisers]</emphasis></para>
      <para>beiden wonende te [woonplaats 1]</para>
      <para>eisers in de hoofdzaak</para>
      <para>verweerders in het incident </para>
      <para>verder te noemen: [eisers] c.s.</para>
      <para>gemachtigde: mr. V.A. Valjavec</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr> [gedaagden]</title>
    <parablock>
      <para>wonende te [woonplaats 2] ,</para>
      <para>2. <emphasis role="bold">[gedaagden]</emphasis></para>
      <para>wonende te [woonplaats 3] </para>
      <para>gedaagden in de hoofdzaak</para>
      <para>eisers in het incident </para>
      <para>verder te noemen: [gedaagden] c.s. </para>
      <para>gemachtigde: mr. S.C. de Bakker en mr. S. van der Vleuten.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="procesverloop">
    <title>
      <nr>1</nr>Het procesverloop</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>
        [eisers] c.s. hebben bij dagvaarding van 16 januari 2023 een vordering tegen [gedaagden] c.s. ingesteld. [gedaagden] c.s. hebben een incidentele conclusie tot oproeping in vrijwaring genomen en geantwoord in de hoofdzaak. [eisers] c.s. hebben niet  schriftelijk gereageerd op de incidentele vordering. </para>
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>De vordering in de hoofdzaak</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>
        [eisers] c.s. vorderen dat de kantonrechter [gedaagden] c.s. veroordeelt tot betaling van € 3.025,00, zijnde het restant van de waarborgsom, te vermeerderen met buitengerechtelijke incassokosten en proceskosten. Zij leggen aan de vordering ten grondslag – kort weergegeven – dat [gedaagden] c.s. als verhuurders van een tot eind september 2022 door [eisers] c.s. gehuurd appartement niet hebben voldaan aan de op hen rustende verplichting om (het restant van) de waarborgsom ad € 3.025,00 binnen twee maanden na beëindiging van de huurovereenkomst aan [eisers] c.s. terug te betalen.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>De vordering in het incident</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>
        [gedaagden] c.s. vorderen dat hen zal worden toegestaan om de vennootschap onder firma V.O.F. Interhouse Haarlem, kantoor houdende te (2011 VH) Haarlem aan de Wilhelminastraat 17 en haar vennoten de heer [vennoot] en mevrouw [vennoot] , beiden wonende te [adres] , in vrijwaring op te roepen. Zij leggen aan de vordering ten grondslag dat Interhouse Haarlem haar diensten niet goed heeft uitgevoerd en niet de zorgvuldigheid heeft betracht die van een professionele partij als Interhouse Haarlem verwacht mag worden. Zij stellen dat de eind-checkout rapportage dusdanig onduidelijk is verwoord en slordig is opgeschreven dat [eisers] c.s. daardoor (kennelijk) dacht dat hij zijn hele waarborg terug zou krijgen. Zij verklaren dat zij deze waarborgsom van € 5.070,00 echter in het kader van de uitvoering van de geconstateerde gebreken na de eindoplevering en de benodigde herstelwerkzaamheden aan Interhouse Haarlem hebben overgemaakt, waarna Interhouse Haarlem een bedrag van € 2.045,00 aan [eisers] c.s. heeft overgemaakt en de rest heeft verrekend met de factuur voor herstelwerkzaamheden. Verder voeren zij aan dat zij na ontvangst van een sommatiebrief van de kant van [eisers] c.s. contact hebben opgenomen met Interhouse Haarlem maar dat zij aangaf het restant van de waarborgsom niet aan [eisers] c.s. over te maken. [gedaagden] c.s. stellen dat zij om die reden belang hebben bij oproeping van Interhouse Haarlem en haar vennoten in vrijwaring.</para>
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>Het verweer in het incident</title>
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <para>
        [eisers] c.s. heeft geen verweer gevoerd tegen de vordering in het incident.	</para>
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>5</nr>De beoordeling in het incident</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>5.1.</nr>
      <para>Een veroordeling van [gedaagden] c.s. in de hoofdzaak kan tot gevolg hebben, dat [gedaagden] c.s. op grond van hun rechtsverhouding met Interhouse Haarlem en haar vennoten geheel dan wel gedeeltelijk regres zal kunnen nemen op Interhouse Haarlem.<?linebreak?></para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.2.</nr>
      <parablock>
        <para>
          [eisers] c.s. heeft geen verweer gevoerd tegen de vordering in het incident en wordt geacht zich te hebben gerefereerd aan het oordeel van de kantonrechter.	</para>
        <para>Daarom wordt het verzoek toegewezen. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.3.</nr>
      <para>Omdat geen van partijen ongelijk krijgt zullen de proceskosten in het incident worden gecompenseerd.  </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>6</nr>De beslissing	</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De kantonrechter:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">in het incident:</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>6.1.</nr>
      <para>staat [gedaagden] c.s. toe de vennootschap onder firma V.O.F. Interhouse Haarlem, kantoor houdende te (2011 VH) Haarlem aan de Wilhelminastraat 17 en haar vennoten de heer [vennoot] en mevrouw [vennoot] , beiden wonende te [adres] , te dagvaarden tegen de rolzitting van 13 september 2023 te 10.00 uur om op de eis in de vrijwaring te antwoorden;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.2.</nr>
      <para>compenseert de proceskosten in het incident in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt;</para>
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">in de hoofdzaak:</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.3.</nr>
      <para>verwijst de zaak naar diezelfde rolzitting voor beraad;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.4.</nr>
      <para>houdt iedere verdere beslissing aan.</para>
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>Dit vonnis is gewezen door mr. M.P.E. Oomens, kantonrechter en op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken door mr. E. Kanninga-Jonker in aanwezigheid van de griffier. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De griffier		De kantonrechter</para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>