<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBNHO:2023:7666</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-08-07T10:59:30</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2023-08-04</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Noord-Holland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Noord-Holland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2023-04-19</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">10216495 / CV EXPL 22-5607</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Alkmaar</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2023:7666">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2023:7666</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-08-07T10:58:32</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2023-08-07</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBNHO:2023:7666 Rechtbank Noord-Holland , 19-04-2023 / 10216495 / CV EXPL 22-5607</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBNHO:2023:7666:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>In deze zaak vordert X  betaling van facturen. De kantonrechter wijst de vordering af omdat X niet heeft onderbouwd dat er tussen partijen een overeenkomst tot stand is gekomen. Dit had, gelet op de gemotiveerde betwisting van Y, wel op de weg van X gelegen.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBNHO:2023:7666:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK NOORD-HOLLAND</bridgehead>
    <para>Handel, Kanton en Bewind</para>
    <para>locatie Alkmaar</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zaaknr./rolnr.: 10216495 / CV EXPL 22-5607 (SJ) </para>
      <para>Uitspraakdatum: 19 april 2023</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis van de kantonrechter in de zaak van:</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Youvia B.V. </emphasis>
      </para>
      <para>gevestigd en kantoorhoudende te [kantoorplaats]</para>
      <para>eiseres</para>
      <para>verder te noemen: Youvia</para>
      <para>gemachtigde: LAVG Gerechtsdeurwaarder</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Parfumodeur B.V. </emphasis>
      </para>
      <para>gevestigd en kantoorhoudende te [kantoorplaats]</para>
      <para>gedaagde  </para>
      <para>verder te noemen naar haar handelsnaam: iBuyy</para>
      <para>gemachtigde: U. Aslan</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">De zaak in het kort</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>In deze zaak vordert Youvia betaling van facturen. De kantonrechter wijst de vordering af omdat Youvia niet heeft onderbouwd dat er tussen partijen een overeenkomst tot stand is gekomen. Dit had, gelet op de gemotiveerde betwisting van iBuyy, wel op de weg van Youvia gelegen.</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>
      <nr>1</nr>Het procesverloop</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Youvia heeft bij dagvaarding van 9 november 2022 een vordering tegen iBuyy ingesteld. iBuyy heeft mondeling geantwoord.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>Youvia heeft hierop schriftelijk gereageerd, waarna iBuyy een schriftelijke reactie heeft gegeven. </para>
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>De feiten</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>Youvia exploiteert een online marketing bedrijf. Zij heeft haar statutaire naam per 13 maart 2020 gewijzigd van DTG B.V. naar Youvia, mede handelend onder de naam DTG.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>iBuyy is een onderneming op het gebied van de (groot)handel in parfums en cosmetica.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>De vordering</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>Youvia vordert dat de kantonrechter iBuyy veroordeelt tot betaling van € 864,72, te vermeerderen met de wettelijke handelsrente vanaf 26 september 2022 over € 645,71 en tot betaling van de proceskosten. </para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>Youvia legt aan de vordering ten grondslag – kort weergegeven – dat zij en iBuyy op 17 oktober 2019 een overeenkomst op afstand hebben gesloten voor het in opdracht en voor rekening van iBuyy publiceren van het bedrijfsprofiel op het netwerk van Youvia, zoals nader is omschreven in de factuur/overeenkomst als ‘Abonnement Kiyoh Pro Plus pakket’, die naar het adres van iBuyy is gestuurd. Het abonnement is na een jaar verlengd. Naast betaling van de hoofdsom van € 645,71 maakt Youvia aanspraak op de wettelijke handelsrente die tot 26 september 2022 € 121,70 bedraagt en de buitengerechtelijke kosten van € 96,86,</para>
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>Het verweer <?linebreak?></title>
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <para>iBuyy betwist de vordering en voert aan – samengevat – dat zij nog nooit van Youvia heeft gehoord, geen diensten heeft afgenomen, geen contract heeft gesloten en geen website (meer) heeft. De facturen van Youvia heeft iBuyy niet eerder gezien dan bij de dagvaarding.</para>
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>5</nr>De beoordeling</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>5.1.</nr>
      <para>Partijen zijn verdeeld over de vraag of er tussen hen op 17 oktober 2019 een overeenkomst tot stand is gekomen (die vervolgens is verlengd) op grond waarvan iBuyy de door Youvia gevorderde facturen moet betalen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.2.</nr>
      <para>Een overeenkomst komt tot stand door een aanbod en aanvaarding daarvan.<footnote-ref linkend="_66eb96a0-d840-4573-9bb3-ad5eeb680baa" /></para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.3.</nr>
      <para>De kantonrechter stelt vast dat er een (ondertekende) schriftelijke overeenkomst tussen partijen ontbreekt. De facturen die Youvia heeft overgelegd zijn niet als zodanig aan te merken. Hieruit kan namelijk niet worden opgemaakt dat iBuyy het aanbod van Youvia heeft aanvaard. Daarbij komt dat iBuyy heeft betwist dat zij deze (eerder dan bij dagvaarding) heeft ontvangen. De omstandigheid dat iBuyy niet heeft gereageerd op de facturen kan dus niet worden gezien als een aanvaarding. Dan is de vraag of er tussen partijen op een andere wijze een overeenkomst tot stand is gekomen. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.4.</nr>
      <para>De kantonrechter is van oordeel dat Youvia, gelet op het door iBuyy gevoerde verweer, niet voldoende feitelijk heeft onderbouwd dat tussen partijen een overeenkomst tot stand is gekomen. Youvia heeft alleen gesteld dat de overeenkomst op afstand is gesloten en dat zij facturen naar het adres van iBuyy heeft verzonden, waarbij ze in de dagvaarding spreekt over het adres waar iBuyy op dat moment kantoor hield en in de repliek over een niet concreet aangeduid e-mailadres. Maar Youvia heeft verder niet onderbouwd op welke wijze – online of telefonisch – de overeenkomst op afstand tot stand is gekomen. Ook heeft Youvia bijvoorbeeld geen stukken van het bestelproces of een geluidsopname of notitie van een telefoongesprek overgelegd waaruit de totstandkoming van de overeenkomst blijkt. Dit had wel op haar weg gelegen, gelet op het door iBuyy gevoerde verweer en de onduidelijkheid over het verzendadres. Het overleggen van de facturen is, zoals hiervoor al is overwogen, niet voldoende, vooral niet omdat niet vaststaat dat/hoe die door iBuyy zijn ontvangen. </para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.5.</nr>
      <para>Het voorgaande leidt ertoe dat Youvia haar vordering onvoldoende heeft onderbouwd. Omdat Youvia niet heeft voldaan aan de stelplicht, wordt aan bewijslevering niet toegekomen. De vordering van Youvia wordt dan ook afgewezen.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.6.</nr>
      <para>De proceskosten komen voor rekening van Youvia, omdat zij ongelijk krijgt. Omdat iBuyy in persoon op de eerste rolzitting is verschenen, worden de reis-, verblijf- en verletkosten aan haar kant tot en met vandaag (ambtshalve) vastgesteld op een forfaitair bedrag van € 50,00. Niet is gebleken dat iBuyy meer kosten heeft gemaakt. De stelling van iBuyy dat zij € 95,00 heeft betaald voor het inschakelen van een juridisch adviseur, is namelijk niet onderbouwd. </para>
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>6</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De kantonrechter:</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>6.1.</nr>
      <para>wijst de vordering af;</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.2.</nr>
      <parablock>
        <para>veroordeelt Youvia tot betaling van de proceskosten, die tot en met vandaag voor iBuyy worden vastgesteld op € 50,00. </para>
        <para>Dit vonnis is gewezen door mr. I.H. Lips en op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De griffier		De kantonrechter</para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
  <footnote id="_66eb96a0-d840-4573-9bb3-ad5eeb680baa" label="1">
    <para> Artikel 6:217 van het Burgerlijk Wetboek</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>