<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBNHO:2023:7414</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-08-01T11:31:56</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2023-08-01</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Noord-Holland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Noord-Holland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2023-05-05</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">10312734 \ WM VERZ  23-62</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Alkmaar</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_bestuursstrafrecht">Bestuursrecht; Bestuursstrafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2023:7414">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2023:7414</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-08-01T11:29:19</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2023-08-01</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBNHO:2023:7414 Rechtbank Noord-Holland , 05-05-2023 / 10312734 \ WM VERZ  23-62</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBNHO:2023:7414:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>WAHV - niet meewerken aan onderzoek van speeksel en/of aanwijzingen in dit kader niet opvolgen - verklaart het beroep gegrond</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBNHO:2023:7414:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">RECHTBANK NOORD-HOLLAND</emphasis>
      </para>
      <para>Handel, Kanton en Bewind</para>
      <para>locatie Alkmaar</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zaaknummer	: 10312734 \ WM VERZ  23-62</para>
      <para>CJIB-nummer	: 247429730</para>
      <para>Uitspraakdatum	: 5 mei 2023</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Uitspraak op een beroep als bedoeld in artikel 9 van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (WAHV)</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
      <para>
        [betrokkene]
      </para>
      <para>(hierna te noemen: betrokkene).</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Het verloop van de procedure</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna te noemen: boete) opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep niet-ontvankelijk verklaard. Tegen die beslissing is door betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>De zaak is behandeld op de zitting van 21 april 2023. Op de zitting is de vertegenwoordiger van de officier van justitie verschenen. Betrokkene is ook verschenen. De kantonrechter heeft na de zitting uitspraak gedaan.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>2</nr>Overwegingen</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">De gedraging</emphasis>
        </para>
        <para>De gedraging waarvoor de boete is opgelegd, luidt – kort omschreven – als volgt: niet meewerken aan onderzoek van speeksel en/of aanwijzingen in dit kader niet opvolgen.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Het verweer tegen de gedraging waarvoor de boete is opgelegd</emphasis>
        </para>
        <para>Betrokkene is het niet eens met de beslissing van de officier van justitie en heeft in het beroepschrift de gronden daarvoor aangevoerd. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Het standpunt van de vertegenwoordiger van de officier van justitie</emphasis>
        </para>
        <para>De vertegenwoordiger van de officier van justitie heeft ter zitting aangegeven dat de zekerheid op nihil kan worden gezet. Daarnaast verzoekt zij om de zaak inhoudelijk te behandelen, omdat het beroep van betrokkene bij de officier van justitie ten onrechte niet-ontvankelijk is verklaard. Met betrekking tot de gedraging stelt de vertegenwoordiger zich op het standpunt dat deze kan worden vastgesteld en heeft zij de kantonrechter verzocht om het beroep ongegrond te verklaren.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4.</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">De beoordeling van het draagkrachtverweer</emphasis>
        </para>
        <para>Betrokkene is opgeroepen om de financiële situatie mondeling toe te lichten en bewijzen te overleggen. De kantonrechter is van oordeel dat er voldoende aanleiding bestaat om het bedrag van de door betrokkene te betalen zekerheid te verlagen tot nihil, zodat is toegekomen aan een behandeling van de zaak.</para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.5.</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic"> De beoordeling van de termijnoverschrijding</emphasis>
        </para>
        <para>De kantonrechter is het met de vertegenwoordiger van de officier van justitie eens dat het beroep bij de officier van justitie tijdig is ingesteld, omdat het beroepschrift op de tweede werkdag na afloop van de beroepstermijn door de officier van justitie is ontvangen. Dat betekent dat het beroep tegen de beslissing van de officier van justitie gegrond is. Vervolgens moet de kantonrechter beoordelen of de boete terecht is opgelegd. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.6.</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">De beoordeling van de gedraging waarvoor de boete is opgelegd</emphasis>
        </para>
        <para>De kantonrechter is van oordeel dat de gedraging niet is komen vast te staan. In artikel 160 lid 5 van de Wegenverkeerwet 1994 is bepaald dat de bestuurder van een voertuig en degene die aanstalten maakt een voertuig te gaan besturen, verplicht zijn om hun medewerking te verlenen aan een onderzoek. Betrokkene is consistent in zijn verweer dat hij geen voertuig bestuurde, maar dat hij het voertuig aan het schoonmaken was. Bovendien is betrokkene geen kentekenhouder van dit voertuig. De kantonrechter volgt dit verweer. Nu de gedraging niet vaststaat, is de boete ten onrechte opgelegd. Het beroep is daarom gegrond. De beschikking waarbij de boete is opgelegd en de beslissing van officier van justitie zullen worden vernietigd. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">De uitspraak</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De kantonrechter:</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>‒ verklaart het beroep gegrond;</para>
        <para>‒ vernietigt de beslissing van de officier van justitie en de beschikking waarbij de </para>
      </parablock>
      <para>boete is opgelegd;</para>
      <para>‒ bepaalt dat de officier van justitie het bedrag dat betrokkene als zekerheidstelling heeft betaald, aan betrokkene terugbetaalt.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Deze uitspraak is gedaan door mr. P.J.Jansen, kantonrechter, bijgestaan door de griffier, en in het openbaar uitgesproken.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De griffier							De kantonrechter</para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>Tegen deze uitspraak kan op grond van artikel 14 WAHV hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, binnen 6 weken na de hieronder vermelde dag van toezending. Hoger beroep is in beginsel alleen mogelijk als de boete in de uitspraak is bepaald op een bedrag van meer dan € 110,00. Het beroepschrift moet worden verzonden aan de afdeling Kanton van de rechtbank Noord-Holland, Postbus 251, 1800 BG Alkmaar. De wet gaat van een geheel schriftelijke procedure in hoger beroep, tenzij door u bij het beroepschrift uitdrukkelijk om een mondelinge behandeling van de zaak is verzocht. <emphasis role="bold">Het instellen van hoger beroep per e-mail is niet mogelijk</emphasis>.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Datum toezending: </para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>