<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBNHO:2023:6851</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-07-25T08:20:16</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2023-07-19</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Noord-Holland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Noord-Holland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2023-07-20</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">23/3940</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#voorlopigeVoorziening">Voorlopige voorziening</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Haarlem</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_omgevingsrecht">Bestuursrecht; Omgevingsrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2023:6851">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2023:6851</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-07-21T08:20:36</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2023-07-21</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBNHO:2023:6851 Rechtbank Noord-Holland , 20-07-2023 / 23/3940</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBNHO:2023:6851:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Begunstigingstermijn is al verstreken ten tijde van indiening van een verzoek om een voorlopige voorziening. Indien niet aan de last is voldaan, is de dwangsom (een bedrag ineens) van rechtswege verbeurd. Dit kan niet meer met het treffen van een voorlopige voorziening worden voorkomen. Er is daarom gen spoedeisend belang meer bij het treffen van een voorlopige voorziening. Het verzoek daartoe wordt daarom afgewezen.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBNHO:2023:6851:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <para>
    <emphasis role="bold">RECHTBANK NOORD-HOLLAND</emphasis>
  </para>
  <parablock>
    <para>Bestuursrecht</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>zaaknummer: HAA 23/3940</para>
  </parablock>
  <bridgehead>
    <?linebreak?>uitspraak van de voorzieningenrechter van 20 juli 2023 in de zaak tussen</bridgehead>
  <section>
    <title>
      <?linebreak?>
      [verzoeker] e.a., uit Vijfhuizen, verzoekers</title>
    <para>(gemachtigde: J. van der Velden),</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Haarlemmermeer.</title>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Inleiding</title>
    <para />
    <para>1. In deze uitspraak beslist de voorzieningenrechter op het verzoek om een voorlopige voorziening van verzoekers tegen verweerders besluit waarmee verzoekers zijn gelast om uiterlijk op 1 juli 2023 de met het bestemmingsplan situatie te beëindigen en beëindigd te houden, door: </para>
    <orderedlist numeration="loweralpha">
      <listitem>
        <para>de bewoning van de garage/hobbyruimte op het adres [adres] te Vijfhuizen te beëindigen en beëindigd te houden;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>alle bedden slaapbanken te verwijderen en door verwijdering van keuken/toilet of douche. </para>
      </listitem>
    </orderedlist>
    <parablock>
      <para>Daarbij heeft verweerder bepaald dat verzoekers een dwangsom zullen verbeuren van </para>
      <para>€ 7.000,- ineens als op 1 juli 2023 niet is voldaan aan de last als bedoeld onder a, en nog eens € 7.000,- als verzoekers op 1 juli 2023 niet hebben voldaan aan de last als bedoeld onder b.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>2. Verzoekers hebben tegen dit besluit bezwaar gemaakt. Dit bezwaar heeft verweerder ongegrond verklaard bij besluit van 1 juni 2023. </para>
    <para />
    <para>3. Verzoekers hebben tegen het besluit van 1 juni 2023 op 3 juli 2023 beroep ingesteld. Daarnaast hebben verzoekers de voorzieningenrechter op eveneens 3 juli 2023 verzocht om een voorlopige voorziening te treffen. Zij verzoeken te bepalen dat zij geen dwangsom verbeuren tot 8 weken na de uitspraak in het beroep.</para>
    <para />
    <para>4.  Het oordeel van de voorzieningenrechter heeft een voorlopig karakter en bindt de rechtbank in een (eventueel) bodemgeding niet.</para>
    <para />
    <para>5. De voorzieningenrechter heeft verzoekers bij brief van 6 juli 2013 gevraagd om een nadere onderbouwing van hun spoedeisende belang bij de gevraagde voorlopige voorziening.</para>
    <para />
    <para>6. Bij brief van 13 juli 2023 hebben verzoekers hierop gereageerd. </para>
    <para />
    <para>7. Bij brief van 19 juli 2023 hebben verzoeker de voorzieningenrechter verzocht om vooruitlopend op de verdere behandeling van het verzoek een ordemaatregel te treffen.</para>
    <para />
    <para>8. Omdat het verzoek kennelijk ongegrond is, doet de voorzieningenrechter uitspraak zonder zitting. Artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk. De voorzieningenrechter legt hierna uit waarom het verzoek kennelijk ongegrond is.</para>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>Beoordeling door de voorzieningenrechter </title>
    <para />
    <parablock>
      <para>9. De voorzieningenrechter treft op grond van artikel 8:81, eerste lid, van de Awb alleen een voorlopige voorziening als "onverwijlde spoed" dat vereist. </para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>9.1</nr>
      <para>Vast staat dat de termijn waarbinnen verzoekers aan de opgelegde last konden voldoen (die liep tot 1 juli 2023) op 3 juli 2023, de datum van indiening van het verzoek om een voorlopige voorziening, al was verstreken.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>9.2</nr>
      <para>Tevens staat vast dat als verzoekers op 1 juli 2023 niet aan de last en de daarin genoemde twee onderdelen hebben voldaan, zij van rechtswege dwangsommen hebben verbeurd ten bedrage van € 14.000,- (2x € 7.000) ineens. De voorzieningenrechter moet er hierbij van uitgaan dat de last, zolang in beroep (nog) niet anders is geoordeeld, op 1 juli 2023 nog geldig was. Het op of na 3 juli 2023 treffen van een voorlopige voorziening maakt dit niet anders (meer). Dat geldt ook voor een schorsing van de last op dit moment, welke schorsing verzoekers dan ook – terecht – niet hebben verzocht. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>9.3</nr>
      <para>Verzoekers hebben daarom geen spoedeisend belang bij het treffen van de gevraagde voorlopige voorziening. Dat verweerder een controle gepland heeft op 24 juli 2023, dat verweerder dan tot de conclusie kan komen dat (nog) niet aan de last is voldaan en vervolgens mogelijk zal besluiten tot invordering van de volgens verweerder dan op 1 juli 2023 van rechtswege verbeurde dwangsommen, maakt dit niet anders. Het thans treffen van de gevraagde voorlopige voorziening kan immers aan die omstandigheden niet afdoen. De voorzieningenrechter wijst er in dit verband nog wel op dat als verweerder overgaat tot invordering van verbeurde dwangsommen, verzoekers kunnen opkomen tegen het besluit tot invordering. Verzoekers kunnen de voorzieningenrechter dan ook vragen om een voorlopige voorziening te treffen. De voorzieningenrechter zal in dat kader dan onder meer kunnen beoordelen of zwaarwegende financiële of andere belangen aan de zijde van verzoekers zich verzetten tegen onmiddellijke invordering.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>Conclusie en gevolgen</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>10. Het verzoek is daarom kennelijk ongegrond. De voorzieningenrechter wijst het verzoek dus af. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding, voor het treffen van een ordemaatregel evenmin.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door mr. R.H.M. Bruin, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. E. Degen, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 20 juli 2023.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <informaltable>
      <tgroup cols="2">
        <colspec colname="colA" />
        <colspec colname="colB" />
        <tbody>
          <row>
            <entry>
              <para>griffier</para>
            </entry>
            <entry>
              <para>voorzieningenrechter</para>
            </entry>
          </row>
        </tbody>
      </tgroup>
    </informaltable>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <bridgehead>Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open. </bridgehead>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>