<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBNHO:2023:6173</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-06-30T15:24:01</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2023-06-30</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Noord-Holland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Noord-Holland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2023-05-22</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">C/15/339610 / KG RK 23-354</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#rekestprocedure">Rekestprocedure</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Alkmaar</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:relation rdfs:label="Formele relatie" ecli:resourceIdentifier="ECLI:NL:RBNHO:2023:6167" psi:type="http://psi.rechtspraak.nl/tussenuitspraak" psi:aanleg="http://psi.rechtspraak.nl/eerdereAanleg">Tussenuitspraak: ECLI:NL:RBNHO:2023:6167</dcterms:relation>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2023:6173">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2023:6173</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-06-30T15:23:12</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2023-06-30</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBNHO:2023:6173 Rechtbank Noord-Holland , 22-05-2023 / C/15/339610 / KG RK 23-354</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBNHO:2023:6173:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Tweede verzoek verlof conservatoir beslag opnieuw afgewezen op grond van artikel 21 Rv. Geen mogelijkheid om schending artikel 21 Rv te 'repareren'.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBNHO:2023:6173:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold caps">RECHTBANK Noord-Holland</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Civiel recht </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Alkmaar</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zaaknummer: C/15/339610 / KG RK 23-354</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Beschikking van de voorzieningenrechter van 22 mei 2023</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>
      [verzoeker], </title>
    <parablock>
      <para>handelend onder de naam S-Line Express, </para>
      <para>wonende te Amsterdam,<?linebreak?>2. <emphasis role="bold">[verzoeker]</emphasis>, </para>
      <para>handelend onder de naam MAH Klussenbedrijf,</para>
      <para>wonende te Amsterdam,<?linebreak?>3. <emphasis role="bold">[verzoeker]</emphasis>, </para>
      <para>handelend onder de naam A-Bezorg, </para>
      <para>wonende te Amsterdam,</para>
      <para>verzoekers,</para>
      <para>advocaat: mr. K.T. Ghaffari te Nijmegen,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [verweerder]
        </emphasis>, </para>
      <para>Handelend onder de naam ASD Koeriersbedrijf, </para>
      <para>wonende te Stompetoren,</para>
      <para>verweerder.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De procedure</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <parablock>
        <para>Verzoekers hebben bij verzoekschrift van dinsdag 21 maart 2023 aan de voorzieningenrechter van de rechtbank Noord-Holland, locatie Alkmaar, verlof verzocht om verschillende conservatoire beslagen te mogen leggen. Dit verzoek is toegewezen bij verlof van 22 maart 2023. </para>
        <para>Daarna hebben verzoekers conservatoire beslagen ten laste van verweerder gelegd. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <parablock>
        <para>Verweerder heeft in een dagvaarding in kort geding opheffing van de gelegde beslagen gevorderd. </para>
        <para>Verzoekers hebben in een volgend verzoekschrift van 15 mei 2023 tot het opnieuw mogen leggen van conservatoir beslag geen melding gemaakt van het inmiddels door verweerder opgestarte opheffingsgeding. De voorzieningenrechter was van oordeel dat dit een zo ernstige schending van artikel 21 Rv betreft, dat daarvan alleen een afwijzing van het verzoek het gevolg kan zijn. Het verzoek van 15 mei 2023 is daarom afgewezen.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.3.</nr>
      <parablock>
        <para>Verzoekers hebben bij verzoekschrift van 16 mei 2023 opnieuw verzocht om opnieuw conservatoir beslag te mogen leggen ten laste van verweerder. Als onderbouwing van deze nieuwe poging voeren zij daartoe het volgende aan. </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">“Bij beschikking van 16 mei 2023 wijst de Voorzieningenrechter dit nieuwe verzoek af. De Voorzieningenrechter is van oordeel dat verzoekers artikel 21 Rv hebben geschonden door in hun verzoekschrift van 15 mei 2023 geen melding te maken van de "lopende procedure" zoals het opheffingskortgeding van 16 mei 2023 te 15:30 uur. Bovendien zag dit opheffingskortgeding op dezelfde beslagen als waarvoor nu -voor een hoger bedrag- opnieuw verlof wordt gevraagd, aldus de Voorzieningenrechter.</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Op dit moment is geen sprake (meer) van "lopende procedures" bij deze of een andere rechtbank en/of gelegde beslagen. Het eerder gelegde conservatoir beslag op de onroerende zaak is opgeheven waarna het opheffingskortgeding door gerekwestreerde is ingetrokken. Volledigheidshalve melden verzoekers dat door een andere schuldeiser van gerekwestreerde op 11 mei 2023 beslag is gelegd op de onroerende zaak van gerekwestreerde.</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Het voorgaande maakt dat verzoekers thans met een nieuwe situatie te maken hebben en dienen daarom dit nieuwe verzoek in tot het leggen van conservatoir beslag. </emphasis>
          <?linebreak?>
          <emphasis role="italic">Evident is immers dat verzoekers onverkort belang hebben bij verlening van een nieuw verlof -ditmaal voor een hoger bedrag- tot conservatoir beslaglegging.”</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>2</nr>De gronden</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>De voorzieningenrechter komt opnieuw tot het oordeel dat het verzoek moet worden afgewezen, en wel op grond van het volgende.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>Artikel 21 Rv is in 2002 ingevoerd als uitvloeisel van een al langer bestaande ontwikkeling waarin van procespartijen wordt verlangd dat zij zich (in elk stadium van de procedure) onthouden van onwaarheid en onvolledigheid. Uit de rechtspraak volgt dat een schending van de verplichting van artikel 21 Rv niet in hoger beroep kan worden hersteld. De herstelfunctie van het hoger beroep gaat niet zover dat een partij, die in eerste aanleg weloverwogen en doelbewust relevante informatie achterhoudt, de gelegenheid zou moeten krijgen om na ontdekking daarvan haar verzoek op dat punt aan te passen. Een andersluidend oordeel zou ertoe leiden dat een partij in feite risicoloos, zonder enige belemmering of sanctie haar waarheidsplicht zou kunnen schenden en ook ongestraft de rechter op het verkeerde been zou mogen zetten.<footnote-ref linkend="_343ab74e-38c9-482e-a017-d8520ee64dfa" /></para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <parablock>
        <para>Naar het oordeel van de voorzieningenrechter geldt het voorgaande ook voor een hernieuwde poging van hetzelfde verzoek bij <emphasis role="italic">dezelfde</emphasis> instantie (in dit geval de voorzieningenrechter). Het feit dat in deze zaak inmiddels geen sprake meer is van een “lopende procedure”, maakt niet dat daarmee de eerdere schending van artikel 21 Rv niet meer aan de orde is. </para>
        <para>Daarom wordt opnieuw als volgt beslist.</para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>3</nr>De beslissing </title>
    <parablock>
      <para>De voorzieningenrechter:</para>
      <para>wijst het verzoek af.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze beschikking is gegeven door mr. L.J. Saarloos, op 22 mei 2023<footnote-ref linkend="_4d80063d-739d-4662-8c4d-f9a3600a0fb4" /></para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <footnote id="_343ab74e-38c9-482e-a017-d8520ee64dfa" label="1">
    <para> Zie Hof Amsterdam 13 januari 2015, ECLI:NL:GHAMS:2015:85 en Hof Amsterdam 29 oktober 2019, ECLI:NL:GHAMS:2019:3879</para>
  </footnote>
  <footnote id="_4d80063d-739d-4662-8c4d-f9a3600a0fb4" label="2">
    <para>LJS/KB</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>