<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBNHO:2023:5723</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-06-23T09:57:10</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2023-06-21</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Noord-Holland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Noord-Holland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2023-04-06</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr"> 10389087 \ CV EXPL  23-850</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#verstek">Verstek</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Haarlem</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_verbintenissenrecht">Civiel recht; Verbintenissenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2023:5723">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2023:5723</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-06-23T09:56:41</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2023-06-23</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBNHO:2023:5723 Rechtbank Noord-Holland , 06-04-2023 /  10389087 \ CV EXPL  23-850</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBNHO:2023:5723:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Ambtshalve toetsing. Energie. Voldaan aan de (pre)contractuele informatieplichten. Op de eindnota zijn al een aantal facturen in mindering gebracht.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBNHO:2023:5723:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK NOORD-HOLLAND</bridgehead>
    <para>Handel, Kanton en Bewind  </para>
    <para>locatie Zaanstad </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zaaknr./rolnr.: 10389087 \ CV EXPL  23-850</para>
      <para>Uitspraakdatum: 6 april 2023 </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Verstekvonnis van de kantonrechter in de zaak van:</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>de besloten vennootschap </para>
      <para>
        <emphasis role="bold">BUDGET THUIS B.V.</emphasis>, voorheen genaamd <emphasis role="bold">NUTSSERVICES B.V.</emphasis>, handelend onder de naam <emphasis role="bold">BUDGETENERGIE </emphasis></para>
      <para>gevestigd te Amsterdam</para>
      <para>de eisende partij </para>
      <para>gemachtigde: Syncasso Gerechtsdeurwaarders</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [gedaagde] </emphasis>
      </para>
      <para>wonende te [plaats] , gemeente [gemeente] </para>
      <para>de gedaagde partij  </para>
      <para>niet verschenen</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De procedure</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>De eisende partij heeft de gedaagde partij gedagvaard. Tegen de gedaagde partij is verstek verleend. </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>2</nr>De beoordeling</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>De eisende partij stelt dat de gedaagde partij uit hoofde van de tussen hen gesloten overeenkomst gehouden is om een bedrag van € 762,69 te voldoen. Ook maakt de eisende partij aanspraak op de buitengerechtelijke incassokosten en de wettelijke rente. De totale vordering van de eisende partij bedraagt volgens haar dan ook € 895,05. De eisende partij beperkt – onder uitdrukkelijke reservering van haar rechten op het meerdere - haar vordering tot een bedrag van € 500,00, te vermeerderen met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf de dag van dagvaarding tot aan de dag van de algehele betaling. Daarnaast vordert zij veroordeling van de gedaagde partij in de proceskosten.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <parablock>
        <para>De vordering is gebaseerd op een overeenkomst tussen een handelaar en een consument. De overeenkomst is gesloten buiten de verkoopruimte. Bij het sluiten van dergelijke overeenkomsten moet de handelaar voldoen aan de wettelijke (pre)contractuele informatieplichten van de artikelen 6:230m lid 1 onder a, b, c, e, f, g, h, i, j, o en p en 6:230t lid 1 en 2 van het Burgerlijk Wetboek (BW). Dit ter bescherming van de consument. De handelaar moet gemotiveerd stellen en onderbouwen dat aan deze plichten is voldaan. De kantonrechter moet er ambtshalve op toezien dat die voorschriften worden nageleefd, dus ook als er geen verweer is gevoerd. Zie, onder meer, het arrest van de Hoge Raad van 12 november 2021 (ECLI:NL:HR:2021:1677).</para>
        <para>
          <emphasis role="italic">De (pre)contractuele informatieplichten</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>De eisende partij heeft in de dagvaarding voldoende gesteld en onderbouwd dat zij heeft voldaan aan de hiervoor genoemde precontractuele informatieplichten van artikel 6:230m lid 1 en 6:230t lid 1 BW.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4.</nr>
      <para>Voor wat betreft de contractuele informatieplicht (artikel 6:230t lid 2 BW) heeft de eisende partij ook voldoende gesteld en onderbouwd dat deze is nagekomen. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.5.</nr>
      <para>De eisende partij heeft twee termijnbedragen (te weten van 1 december 2021 en van 1 februari 2022) ter hoogte van € 122,00 gevorderd en de eindnota ter hoogte van € 518,69. Uit de eindnota blijkt dat een aantal termijnbedragen op deze nota in mindering zijn gebracht, te weten de termijnbedragen over de maanden november 2021, december 2021, januari 2022 en februari 2022. Nu reeds de termijnbedragen over de maanden december 2021 en februari 2022 op deze factuur in mindering zijn gebracht, ligt dit deel van de vordering voor afwijzing gereed. Dit betekent dat (nog) een bedrag van € 393,69‬ voor toewijzing gereed ligt. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Opzegvergoeding  </emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.6.</nr>
      <para>Ten aanzien van de gevorderde opzegvergoeding van € 125,00 overweegt de kantonrechter als volgt. De eisende partij heeft gesteld dat de gedaagde partij deze vergoeding is verschuldigd, omdat hij de overeenkomst voortijdig heeft beëindigd. Bij het aangaan van de overeenkomst is de gedaagde partij gewezen op de verschuldigdheid van <?linebreak?>€ 125,00 per aansluiting van elektriciteit en/of gas bij voortijdige beëindiging, aldus de eisende partij. Ter onderbouwing verwijst de eisende partij naar de overeenkomst. De kantonrechter stelt vast dat de hoogte van deze vergoeding in overeenstemming is met hetgeen is bepaald in artikel 4 lid 2 van de Richtsnoeren Redelijke Opzegvergoedingen van de NMA. Naar het oordeel van de kantonrechter is de gedaagde partij deze vergoeding dan ook verschuldigd. Daarom zal de vordering ten aanzien van de opzegvergoeding van <?linebreak?>€ 125,00 worden toegewezen. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Wat is toewijsbaar?</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.7.</nr>
      <para>Gelet op het voorgaande is een bedrag van € 518,69‬‬‬ (€ 393,69‬ + € 125,00) aan hoofdsom toewijsbaar.<?linebreak?></para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.8.</nr>
      <para>De eisende partij maakt aanspraak op de vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten. De gevorderde vergoeding komt echter niet voor toewijzing in aanmerking, nu de eisende partij niet, althans onvoldoende heeft gesteld op welke datum de eisende partij de aanmaning in de zin van artikel 6:96 lid 6 BW aan de gedaagde partij heeft verzonden. In dit verband wordt verwezen naar de uitspraak van de Hoge Raad van 25 november 2016, ECLI:NL:HR:2016:2704. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.9.</nr>
      <para>De vordering tot vergoeding van de verschenen rente zal worden afgewezen, omdat de eisende partij die rente (gelet op de toewijsbare hoofdsom) over een te hoog bedrag heeft berekend. De wettelijke rente zal worden toegewezen over de toewijsbare hoofdsom vanaf de dag van de dagvaarding.  </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.10.</nr>
      <parablock>
        <para>De gedaagde partij wordt grotendeels in het ongelijk gesteld en zal daarom in de proceskosten worden veroordeeld. </para>
        <para>
          <emphasis role="bold">3. De beslissing </emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De kantonrechter:</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>veroordeelt de gedaagde partij tot betaling aan de eisende partij van € 500,00, te vermeerderen met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 6 maart 2023 tot aan de dag van de gehele betaling;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>veroordeelt de gedaagde partij tot betaling van de proceskosten, die de kantonrechter aan de kant van de eisende partij tot en met vandaag vaststelt op:</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>€	109,26 wegens dagvaardingskosten,</para>
        <para>€	128,00 wegens griffierecht en</para>
        <para>€	  80,00 wegens salaris gemachtigde;</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <para>verklaart de veroordeling(en) in dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.4.</nr>
      <para>wijst af het meer of anders gevorderde.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Dit vonnis is gewezen door mr. M.P.E. Oomens en op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De griffier                                                                                                        De kantonrechter</para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>