<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBNHO:2023:534</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-02-21T08:44:18</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2023-01-26</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Noord-Holland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Noord-Holland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2023-01-11</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">9672474 \ CV EXPL 22-781</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#bodemzaak">Bodemzaak</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Haarlem</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_verbintenissenrecht">Civiel recht; Verbintenissenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2023:534">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2023:534</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-02-21T08:43:49</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2023-02-21</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBNHO:2023:534 Rechtbank Noord-Holland , 11-01-2023 / 9672474 \ CV EXPL 22-781</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBNHO:2023:534:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Vordering in conventie en reconventie. Verkeerde partij gedagvaard. Vordering in reconventie onvoldoende onderbouwd.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBNHO:2023:534:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK NOORD-HOLLAND</bridgehead>
    <para>Handel, Kanton en Insolventie</para>
    <para>locatie Haarlem</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zaaknr./rolnr.: 9672474 \ CV EXPL 22-781</para>
      <para>Uitspraakdatum: 11 januari 2023</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis van de kantonrechter in de zaak van:</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>de besloten vennootschap <emphasis role="bold">Billink Financial Solutions B.V. </emphasis></para>
      <para>gevestigd te Rotterdam</para>
      <para>eiseres in conventie</para>
      <para>verweerster in reconventie</para>
      <para>verder te noemen: Billink</para>
      <para>gemachtigde: Deurwaarderskantoor Van Lith B.V. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Bewindvoering IJmond, [bewindvoerder] </emphasis>
      </para>
      <para>zaakdoende te Beverwijk</para>
      <para>in de hoedanigheid van bewindvoerder in het bewind van <emphasis role="bold">[betrokkene 1]</emphasis></para>
      <para>wonende te [plaats] </para>
      <para>gedaagde in conventie </para>
      <para>eiseres in reconventie</para>
      <para>verder te noemen: [betrokkene 1]</para>
      <para>gemachtigde: [bewindvoerder]</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>
      <nr>1</nr>Het procesverloop</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Billink heeft bij dagvaarding van 24 januari 2022 een vordering tegen [betrokkene 1] ingesteld. [betrokkene 1] heeft schriftelijk geantwoord en daarbij een tegenvordering ingediend.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>Billink heeft hierop schriftelijk gereageerd, waarna [betrokkene 1] een schriftelijke reactie heeft gegeven. Billink heeft vervolgens nog schriftelijk gereageerd in de zaak van de tegenvordering.</para>
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>De vordering</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>Billink vordert dat de kantonrechter [betrokkene 1] veroordeelt tot betaling van € 60,29, vermeerderd met de wettelijke rente over een bedrag van € 29,95 vanaf 24 januari 2022 tot de algehele voldoening. Daarnaast vordert zij veroordeling van [betrokkene 1] in de proceskosten. </para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>Billink stelt dat [betrokkene 1] met de webshop Gameresource (hierna: de webshop) een koopovereenkomst heeft gesloten. De webshop heeft aan [betrokkene 1] een product verkocht en geleverd, dat door [betrokkene 1] is behouden. [betrokkene 1] heeft ervoor gekozen om de aankoop achteraf te betalen aan Billink. </para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>Billink heeft [betrokkene 1] per e-mail de factuur gestuurd. [betrokkene 1] heeft deze factuur, ondanks herinnering en aanmaningen, niet voldaan. </para>
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Het verweer en de tegenvordering</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>
        [betrokkene 1] betwist de vordering. Hij voert aan – samengevat – dat Billink de verkeerde partij heeft gedagvaard. [betrokkene 1] heeft geen overeenkomst gesloten met de webshop dan wel Billink. De facturen zijn gericht aan zijn meerderjarige zoon [betrokkene 2] . </para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>
        [betrokkene 1] vordert bij wijze van tegenvordering dat de kantonrechter Billink veroordeelt tot betaling van € 300,00, omdat de gemachtigde van Billink niet zorgvuldig haar werk heeft verricht door [betrokkene 1] te dagvaarden.</para>
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>Het verweer tegen de tegenvordering</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <para>Billink voert aan dat zij de overeenkomst is nagekomen en dat er geen sprake is van enige tekortkoming. Daardoor kan de tegenvordering niet worden toegewezen. Zou er sprake zijn van enige tekortkoming, dan is niet aangetoond dat er schade is geleden. </para>
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>5</nr>De beoordeling</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">De vordering</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>5.1.</nr>
      <para>Het meest verstrekkende verweer van [betrokkene 1] is dat niet hij als contractspartij heeft te gelden, maar zijn meerderjarige zoon [betrokkene 2] . Het volgende wordt hiertoe overwogen.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.2.</nr>
      <para>De overeenkomst tussen de webshop en de betrokkene is langs elektronische weg tot stand gekomen, zodat een schriftelijke door partijen ondertekende overeenkomst waarin de contractuele relatie tussen partijen is vastgelegd, ontbreekt. De vraag wie als contractspartij heeft te gelden hangt dan ook af van hetgeen betrokkenen daaromtrent jegens elkaar hebben verklaard en over en weer uit elkaars gedragingen hebben afgeleid en mochten afleiden. De kantonrechter stelt hierbij voorop dat ingevolge het bepaalde in artikel 150 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) op Billink de stelplicht, en bij gemotiveerde betwisting de bewijslast, rust van de stelling dat tussen Billink (dan wel de webshop) en [betrokkene 1] een overeenkomst tot stand is gekomen.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.3.</nr>
      <para>De kantonrechter is van oordeel dat Billink, gelet op het gevoerde verweer, onvoldoende concrete feiten en omstandigheden heeft aangevoerd voor haar stelling dat zij met [betrokkene 1] de overeenkomst heeft gesloten. [betrokkene 1] heeft uitdrukkelijk betwist dat hij een bestelling heeft geplaatst bij de webshop en dus een overeenkomst is aangegaan. Het enkele feit dat [betrokkene 1] op het factuuradres staat ingeschreven, is onvoldoende om aan te nemen dat tussen partijen een overeenkomst tot stand is gekomen. Daarnaast heeft [betrokkene 1] gemotiveerd gesteld dat de bestelbevestiging en factuur gericht zijn aan de zoon van [betrokkene 1] . Ook heeft [betrokkene 1] gemotiveerd betwist dat het gebruikte e-mailadres aan hem toebehoort. Dat de e-mailberichten van Billink wel zijn geopend, betekent niet dat dit e-mailadres aan [betrokkene 1] toebehoort. Verder heeft [betrokkene 1] gemotiveerd betwist dat hij de bestelling heeft ontvangen. </para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.4.</nr>
      <para>Billink stelt zich verder op het standpunt dat zij nodeloos extra kosten heeft gemaakt, doordat [betrokkene 1] (of zijn bewindvoerder) heeft nagelaten om eerder te reageren. De kantonrechter volgt deze stelling niet. Immers, Billink heeft haar factuur en aanmaning geadresseerd aan de zoon van [betrokkene 1] . Voor [betrokkene 1] , dan wel zijn bewindvoerder, bestaat geen wettelijk plicht om te reageren op de brieven die gericht zijn aan de meerderjarige zoon of te protesteren tegen de wel of niet bestaande vorderingen op hem. </para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.5.</nr>
      <parablock>
        <para>De kantonrechter is gelet op wat hiervoor is overwogen van oordeel dat Billink de verkeerde partij heeft gedagvaard. Het gevolg hiervan is dat de vordering van Billink wordt afgewezen. </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">De tegenvordering</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.6.</nr>
      <para>In reconventie vordert [betrokkene 1] een tegemoetkoming van € 300,00. Deze vordering ligt voor afwijzing gereed. Het ligt op de weg van [betrokkene 1] zijn standpunt dat de gemachtigde van Billink de zorgplicht jegens [betrokkene 1] heeft geschonden, met feiten en omstandigheden te onderbouwen. Dit heeft hij onvoldoende gedaan. Nu niet is gebleken van een onrechtmatige daad of een tekortkoming, kan geen sprake zijn van een schadevergoeding. </para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.7.</nr>
      <parablock>
        <para>Gelet op het voorgaande wordt de vordering van [betrokkene 1] afgewezen. </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Proceskosten </emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.8.</nr>
      <para>Nu partijen over en weer in het ongelijk zijn gesteld, is de kantonrechter van oordeel dat het redelijk is dat partijen ieder de eigen proceskosten dragen.</para>
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>6</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De kantonrechter:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">de vordering en de tegenvordering</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>6.1.</nr>
      <para>wijst de vordering af;</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.2.</nr>
      <para>bepaalt dat iedere partij de eigen proceskosten draagt;</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.3.</nr>
      <parablock>
        <para>verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.</para>
        <para>Dit vonnis is gewezen door mr. I. de Greef en op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De griffier		De kantonrechter</para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>