<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBNHO:2023:3582</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-06-23T14:30:20</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2023-04-18</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Noord-Holland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Noord-Holland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2023-04-19</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">10237918 \ CV EXPL 22-5794</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Alkmaar</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_verbintenissenrecht">Civiel recht; Verbintenissenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2023:3582">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2023:3582</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-06-23T14:19:30</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2023-06-23</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBNHO:2023:3582 Rechtbank Noord-Holland , 19-04-2023 / 10237918 \ CV EXPL 22-5794</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBNHO:2023:3582:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>werkzaamheden evenement, onbetaalde factuur, niet onderbouwde klachten</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBNHO:2023:3582:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK NOORD-HOLLAND</bridgehead>
    <para>Handel, Kanton en Bewind</para>
    <para>locatie Alkmaar</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zaaknr./rolnr.: 10237918 \ CV EXPL  22-5794 CK</para>
      <para>Uitspraakdatum: 19 april 2023</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis van de kantonrechter in de zaak van:</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [eiser] </emphasis>
      </para>
      <para>wonende te [woonplaats 1]</para>
      <para>eiser</para>
      <para>verder te noemen: [eiser]</para>
      <para>gemachtigde: mr. A. Kasumovic</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [gedaagde] </emphasis>
      </para>
      <para>wonende te [woonplaats 2] </para>
      <para>gedaagde  </para>
      <para>verder te noemen: [gedaagde]</para>
      <para>gemachtigde: mr. C.A. Pennings</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>
      <nr>1</nr>Het procesverloop</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>
        [eiser] heeft bij dagvaarding van 1 december 2022 een vordering tegen [gedaagde] ingesteld. [gedaagde] heeft schriftelijk geantwoord. </para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>Op 28 maart 2023 heeft een zitting plaatsgevonden. Partijen zijn verschenen, bijgestaan door hun gemachtigden. De griffier heeft aantekeningen gemaakt van wat partijen ter toelichting van hun standpunten naar voren hebben gebracht. [eiser] heeft gebruik gemaakt van spreektaantekeningen, die zijn overgelegd. </para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.3.</nr>
      <para>Voorafgaand aan de zitting heeft [eiser] bij brief van 16 februari 2023 nog stukken (producties 9 t/m 12) toegezonden. </para>
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>De feiten</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>Partijen zijn actief in de evenementenbranche. [eiser] heeft voor [gedaagde] werkzaamheden verricht in verband met en tijdens een evenement en bruiloft in Amsterdam, gehouden van 8 tot en met 10 juli 2022. </para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>
        [eiser] heeft 13 juli 2022 een bedrag van € 5.645,86 gefactureerd. [gedaagde] heeft, ondanks aanmaningen, niet betaald.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Het geschil</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>
        [eiser] vordert dat de kantonrechter [gedaagde] veroordeelt tot betaling van zijn factuur van € 5.645,86, vermeerderd met de wettelijke handelsrente en incassokosten, en met veroordeling van [gedaagde] in de proceskosten. [eiser] legt aan de vordering ten grondslag – kort weergegeven – dat [gedaagde] tekortschiet in de nakoming van de overeenkomst tussen partijen, omdat [eiser] apparatuur heeft verhuurd en werkzaamheden heeft verricht, maar [gedaagde] zijn betalingsverplichting niet nakomt. </para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>
        [gedaagde] betwist de vordering. Hij voert aan – samengevat – dat [eiser] zijn werk niet of niet goed heeft gedaan, niet de juiste apparatuur heeft geleverd, onder invloed zou zijn, zaken beschadigd heeft en mensen in gevaar heeft gebracht. Het werk van [eiser] heeft volgens [gedaagde] daarom geen waarde gehad, zodat hij daarvoor ook niet hoeft te betalen. </para>
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>4</nr>De beoordeling</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <para>De vraag in deze zaak is of [gedaagde] moet worden veroordeeld tot betaling van de factuur van [eiser] . </para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2.</nr>
      <para>De kantonrechter is van oordeel dat [gedaagde] die factuur inderdaad moet betalen. Dat oordeel wordt hierna uitgelegd.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3.</nr>
      <para>Vast staat dat partijen een afspraak hebben gemaakt ten aanzien van de door [eiser] uit te voeren werkzaamheden. Ook staat vast dat zij voor de werkzaamheden een vaste prijs van € 2.000,00 zijn overeengekomen. Meijer heeft die prijs aan [gedaagde] genoemd en [gedaagde] is daarmee akkoord gegaan. Een en ander blijkt uit de stukken en wat op de zitting is besproken. </para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.4.</nr>
      <para>De werkzaamheden zijn op 7, 8 en 9 juli 2022 door [eiser] verricht. Omdat die werkzaamheden, inclusief de huur en aanschaf van materialen en benodigdheden, door [eiser] overeenkomstig de opdracht en afspraak zijn verricht, moet [gedaagde] de factuur daarvoor betalen.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.5.</nr>
      <para>Op de zitting heeft [gedaagde] erkend dat [eiser] niet was ingehuurd voor afbouwwerkzaamheden op 10 juli 2022, na afloop van het evenement. Het verwijt van [gedaagde] dat [eiser] zijn werk niet heeft afgemaakt omdat hij niet aanwezig was bij de afbouw op 10 juli 2022, is dus onjuist en niet terecht. </para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.6.</nr>
      <para>
        [gedaagde] heeft verschillende klachten over de werkzaamheden van [eiser] en stelt dat [eiser] de afspraken niet is nagekomen. Ook zou [gedaagde] door de tekortkomingen van [eiser] schade hebben geleden. De kantonrechter kan dit verweer van [gedaagde] niet volgen. [gedaagde] heeft zijn stellingen tegenover de ontkenning daarvan door [eiser] niet of nauwelijks gemotiveerd en onderbouwd. [gedaagde] heeft aan deze stellingen ook geen (juridische) gevolgen verbonden die kunnen rechtvaardigen dat hij de factuur van [eiser] niet hoeft te betalen. Er is geen beroep gedaan op (gedeeltelijke) ontbinding van de overeenkomst, geen beroep op opschorting, geen beroep op verrekening en er is ook geen tegenvordering ingediend. </para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.7.</nr>
      <para>Ook als het verweer van [gedaagde] als een beroep op ontbinding, opschorting of verrekening zou worden opgevat, kan het niet tot de door [gedaagde] gewenste gehele of gedeeltelijke afwijzing van de vordering van [eiser] leiden. Er kan namelijk niet worden vastgesteld waaruit de gestelde tekortkomingen van [eiser] precies bestaan en wat de gevolgen daarvan zijn, en evenmin of [gedaagde] daardoor schade heeft geleden en zo ja, welke.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.8.</nr>
      <para>
        [gedaagde] heeft een bewijsaanbod gedaan, maar dat wordt gepasseerd. Aan bewijslevering kan pas worden toegekomen als [gedaagde] zijn standpunt en stellingen voldoende heeft gemotiveerd en onderbouwd. Dat is niet het geval, zoals hiervoor is overwogen.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.9.</nr>
      <para>De conclusie is dat de kantonrechter de vordering van [eiser] zal toewijzen.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.10.</nr>
      <para>De proceskosten komen voor rekening van [gedaagde] , omdat hij ongelijk krijgt. De gevorderde rente over de proceskosten zal worden toegewezen vanaf de datum gelegen 14 dagen na betekening van dit vonnis.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>5</nr>De beslissing	</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De kantonrechter:</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>5.1.</nr>
      <para>veroordeelt [gedaagde] tot betaling aan [eiser] van € 6.414,52, te vermeerderen met de wettelijke handelsrente over € 5.645,86 vanaf 10 november 2022 tot aan de dag van de gehele betaling;</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.2.</nr>
      <parablock>
        <para>veroordeelt [gedaagde] tot betaling van de proceskosten, die de kantonrechter aan de kant van [eiser] tot en met vandaag vaststelt op:</para>
        <para>dagvaarding	€ 107,22</para>
        <para>griffierecht	€ 244,00</para>
        <para>salaris gemachtigde	€ 660,00,</para>
        <para>vermeerderd met de wettelijke rente over de proceskosten vanaf de datum gelegen 14 dagen na betekening van dit vonnis tot de dag van volledige betaling;</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.3.</nr>
      <para>verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.4.</nr>
      <parablock>
        <para>wijst de vordering voor het overige af.</para>
        <para>Dit vonnis is gewezen door mr. P.J. Jansen en op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De griffier		De kantonrechter</para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>