<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBNHO:2023:3407</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-06-07T10:10:28</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2023-04-13</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Noord-Holland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Noord-Holland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2023-04-12</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">9897241 \ CV EXPL  22-3044</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#opTegenspraak">Op tegenspraak</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Haarlem</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_verbintenissenrecht">Civiel recht; Verbintenissenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2023:3407">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2023:3407</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-06-07T10:09:30</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2023-06-07</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBNHO:2023:3407 Rechtbank Noord-Holland , 12-04-2023 / 9897241 \ CV EXPL  22-3044</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBNHO:2023:3407:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Luchtvaartzaak. Annulering vlucht, Covid-19.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBNHO:2023:3407:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK NOORD-HOLLAND</bridgehead>
    <para>Handel, Kanton en Insolventie</para>
    <para>locatie Haarlem</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zaaknr./rolnr.: 9897241 \ CV EXPL  22-3044</para>
      <para>Uitspraakdatum: 12 april 2023</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis van de kantonrechter in de zaak van:</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr> [passagier sub 1] , wonende te [woonplaats]</title>
    <para>2. <emphasis role="bold">[passagier sub 2]</emphasis></para>
    <para>3. <emphasis role="bold">[passagier sub 3]</emphasis></para>
    <para>beiden wonende te [woonplaats]</para>
    <para>4. <emphasis role="bold">[passagier sub 4]</emphasis>, wonende te [woonplaats]</para>
    <parablock>
      <para>eisers</para>
      <para>hierna gezamenlijk te noemen de passagiers</para>
      <para>gemachtigde mr. R.A.C. Telkamp (EUclaim B.V.)</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>de buitenlandse vennootschap<emphasis role="bold"> Aktiengesellschaft (AG) (Zwitserland) Swiss International Air Lines AG Swiss International Air Lines SA Swiss International Air Lines Ltd</emphasis></para>
      <para>gevestigd te Basel (Zwitserland) </para>
      <para>gedaagde</para>
      <para>hierna te noemen de vervoerder</para>
      <para>gemachtigde mr. R.W.L. Russell</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="procesverloop">
    <title>
      <nr>1</nr>Het procesverloop</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>De passagiers hebben bij dagvaarding van 7 maart 2022 een vordering tegen de vervoerder ingesteld. De vervoerder heeft schriftelijk geantwoord.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>De passagiers hebben hierop schriftelijk gereageerd, waarna de vervoerder een schriftelijke reactie heeft gegeven.</para>
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>De feiten</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>De passagiers hebben een vervoersovereenkomst gesloten op grond waarvan de vervoerder de passagiers diende te vervoeren van Zurich Airport (Zwitserland) naar Amsterdam-Schiphol Airport op 9 maart 2020, hierna: de vlucht. </para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>De vlucht is geannuleerd. </para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>De passagiers hebben compensatie van de vervoerder gevorderd in verband met voornoemde annulering.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4.</nr>
      <para>De vervoerder heeft geweigerd tot betaling over te gaan.</para>
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>De vordering en het verweer</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>De passagiers vorderen dat de vervoerder bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis veroordeeld zal worden tot betaling van:<?linebreak?>-	€ 1.000,00, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 9 maart 2020, althans vanaf datum ingebrekestelling dan wel vanaf de datum van betekening van de dagvaarding tot aan de dag der algehele voldoening; <?linebreak?>-  € 181,50 aan buitengerechtelijke incassokosten, te vermeerderen met wettelijke rente;<?linebreak?>-	de proceskosten, de nakosten daaronder begrepen, te vermeerderen met wettelijke rente.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>De passagiers hebben aan de vordering ten grondslag gelegd de Verordening (EG) nr. 261/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 11 februari 2004 tot vaststelling van gemeenschappelijke regels inzake compensatie en bijstand aan luchtreizigers bij instapweigering en annulering of langdurige vertraging van vluchten en tot intrekking van de verordening (EEG) nr. 295/91 (hierna: de Verordening) en de daarop betrekking hebbende rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: het Hof). De passagiers stellen dat de vervoerder vanwege de annulering van de vlucht gehouden is hen te compenseren conform artikel 7 van de Verordening tot een bedrag van € 250,00 per passagier. </para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <para>De vervoerder betwist de vordering. Op zijn verweer wordt bij de beoordeling ingegaan.</para>
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>4</nr>De beoordeling<?linebreak?></title>
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <para>De kantonrechter stelt ambtshalve vast dat de Nederlandse rechter in deze zaak bevoegd is om van de vordering kennis te nemen.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2.</nr>
      <para>Vast staat dat de vlucht van de passagiers is geannuleerd. Voorts staat vast dat de vervoerder zich niet kan beroepen op artikel 5, eerste lid, onder c sub i, ii of iii van de Verordening. Daarom geldt er in beginsel een compensatieplicht voor de vervoerder. Dit is anders indien de vervoerder kan aantonen dat de annulering het gevolg is van buitengewone omstandigheden als bedoeld in artikel 5 lid 3 van de Verordening.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3.</nr>
      <parablock>
        <para>Op het moment dat de vlucht uitgevoerd had moeten worden was sprake van een wereldwijde corona uitbraak. De coronapandemie heeft grote gevolgen gehad voor de luchtvaart. De Europese commissie heeft in haar richtsnoeren betreffende de EU-verordeningen inzake passagiersrechten in de context van de ontwikkeling van COVID-19 het volgende overwogen:</para>
        <para>“<emphasis role="italic">De Commissie is van mening dat als overheden maatregelen nemen om de COVID-19-pandemie in te perken, die maatregelen naar hun aard en oorsprong niet inherent zijn aan de normale uitoefening van de activiteiten van luchtvaartmaatschappijen en dat de maatschappijen die maatregelen niet in de hand hebben.</emphasis></para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Volgens artikel 5, lid 3, wordt van het recht op compensatie afgezien op voorwaarde dat de desbetreffende annulering “het gevolg is” van buitengewone omstandigheden die ondanks het treffen van alle redelijke maatregelen niet voorkomen hadden kunnen worden.</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Er wordt geacht aan die voorwaarde te zijn voldaan als overheden bepaalde vluchten regelrecht verbieden of het verkeer van personen op zodanige wijze verbieden dat de desbetreffende vlucht niet kan worden uitgevoerd.</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Aan die voorwaarde kan ook worden voldaan als de vlucht wordt geannuleerd onder omstandigheden waarin de overeenkomstige verplaatsing van personen niet volledig verboden is, maar beperkt is tot personen die een afwijking genieten (bijvoorbeeld onderdanen of ingezetenen van de desbetreffende staat).</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Als niemand van die personen een bepaalde vlucht zou nemen, zou die vlucht leeg blijven als hij niet zou worden geannuleerd. In dergelijke situaties kan het gerechtvaardigd zijn dat een luchtvaartmaatschappij de vlucht niet pas heel laat maar tijdig annuleert (zelfs zonder zeker te zijn van de rechten van de verschillende passagiers om te reizen), zodat er passende organisatorische maatregelen kunnen worden genomen, onder meer betreffende de door de luchtvaartmaatschappij verplichte verzorging van passagiers. In dergelijke gevallen en afhankelijk van de omstandigheden kan een annulering nog steeds worden beschouwd als “het gevolg” van de maatregel van de overheden. Afhankelijk van de omstandigheden kan dat ook het geval zijn voor vluchten in de omgekeerde richting van de vluchten die rechtstreeks onder het verbod op het verkeer van personen vallen.</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Als de luchtvaartmaatschappij besluit een vlucht te annuleren en aantoont dat dit besluit gerechtvaardigd is om de gezondheid van de bemanning te beschermen, moet die annulering ook als “het gevolg” van buitengewone omstandigheden worden beschouwd.</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Bovenstaande overwegingen zijn niet uitputtend en kunnen niet uitputtend zijn in die zin dat ook andere specifieke omstandigheden met betrekking tot COVID-19 onder de invloedssfeer van artikel 5, lid 3, kunnen vallen</emphasis>.”<?linebreak?></para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.4.</nr>
      <para>De kantonrechter stelt voorop dat hij niet gehouden is aan de richtsnoeren, nu dit geen geldend recht is. Wel kunnen de richtsnoeren richtinggevend zijn. De vervoerder heeft onder meer aangevoerd dat de Zwitserse overheid een aantal overheidsmaatregelen heeft uitgevaardigd met betrekking tot het reizen van en naar Zwitserland. Er werd een negatief reisadvies gegeven, uitgebreide grenscontroles uitgevoerd en een ‘travel ban’ uitgevaardigd. Op grond van deze ‘travel ban’ was toegang tot Zwitserland alleen mogelijk voor bepaalde Zwitserse personen. Ook de Nederlandse overheid had maatregelen uitgevaardigd die impact hadden op het vliegverkeer in Nederland, aldus de vervoerder. Hieruit volgt volgens de vervoerder dat de coronasituatie op 9 maart 2020, te weten de dag van vertrek van de passagiers en luttele dagen voordat de genoemde impactvolle overheidsmaatregelen werden uitgevaardigd al zeer ernstig was. Vanwege het voorgaande en de daarmee gepaard gaande hoge drempel om te reizen begonnen passagiers op grote schaal met het annuleren van door hen geboekte vluchten. Hierdoor ontstonden op vele vluchten een groot aantal lege plekken, waardoor deze vluchten niet meer rendabel konden worden uitgevoerd. Bij het uitvoeren van de vlucht zou het brandstofverbruik vele malen hoger zijn dan het aantal verkochte tickets. Daarnaast kon de vervoerder door de grote stijging van het aantal coronabesmettingen niet langer de veiligheid van zijn passagiers aan boord garanderen. Bovendien heeft de vervoerder een zorgplicht tegenover zijn personeel om besmetting te voorkomen. Hoewel er geen absoluut verbod gold kon de vervoerder in verband met de overheidsmaatregelen en negatieve reisadviezen niet anders dan besluiten om de vlucht te annuleren, aldus nog steeds de vervoerder.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.5.</nr>
      <para>De kantonrechter overweegt dat de vervoerder voldoende heeft onderbouwd dat de coronapandemie op 9 maart 2020 al zeer ernstig, prangend en gevaarlijk was. Naar het oordeel van de kantonrechter is daarmee echter niet gebleken dat de verplaatsing van personen van en naar Zwitserland of Nederland op 9 maart 2020 verboden dan wel beperkt was. Dat het, in verband met de veiligheid van het personeel, niet verantwoord was om deze specifieke vlucht uit te voeren is eveneens niet gebleken. </para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.6.</nr>
      <para>Ook de lage bezettingsgraad betekent niet de vlucht niet door kon gaan. Wellicht heeft de vervoerder keuzes gemaakt die vanuit het oogpunt van de onderneming het meest gunstig waren, maar dit ontslaat de vervoerder niet van de verplichting om gedupeerde passagiers te compenseren. Ook niet omdat de vervoerder al van vele passagiers de ticketprijs heeft moeten terugbetalen. Het beroep van de vervoerder op buitengewone omstandigheden slaagt dan ook niet. De kantonrechter komt daarom niet toe aan de beantwoording van de vraag of de vervoerder voldoende redelijke maatregelen heeft genomen om de annulering te voorkomen. </para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.7.</nr>
      <para>Nu de vervoerder voor het overige geen verweer heeft gevoerd, zal de vordering tot betaling van de hoofdsom, gelet op de annulering van de vlucht worden toegewezen</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.8.</nr>
      <para>De gevorderde wettelijke rente over de hoofdsom is als onvoldoende gemotiveerd weersproken toewijsbaar.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.9.</nr>
      <para>De passagiers hebben een bedrag aan buitengerechtelijke incassokosten gevorderd. De vervoerder heeft deze vordering (gemotiveerd) betwist. De vordering heeft geen betrekking op één van de situaties waarin het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit) van toepassing is. Daarom zal de kantonrechter de vraag of buitengerechtelijke incassokosten verschuldigd zijn toetsen aan de eisen zoals deze zijn geformuleerd in het rapport Voorwerk II. Voldoende aannemelijk is gemaakt dat de passagiers buitengerechtelijke werkzaamheden hebben laten verrichten en dat hiervoor kosten zijn gemaakt. De omvang van de buitengerechtelijke incassokosten moet worden getoetst aan de tarieven zoals vervat in het Besluit in plaats van aan de tarieven van het rapport Voorwerk II; de tarieven neergelegd in het Besluit worden geacht redelijk te zijn. <?linebreak?>Omdat het gevorderde bedrag niet hoger is dan het volgens het Besluit berekende tarief, zullen de gevorderde buitengerechtelijke incassokosten worden toegewezen. De gevorderde rente over de buitengerechtelijke kosten is toewijsbaar, met dien verstande dat deze wordt toegewezen vanaf de datum van de dagvaarding, omdat de passagiers in elk geval vanaf die datum daarop aanspraak kunnen maken en gesteld noch gebleken is dat dit ook al vanaf een eerdere datum kon.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.10.</nr>
      <para>De proceskosten komen voor rekening van de vervoerder, omdat deze ongelijk krijgt. Ook de nakosten kunnen worden toegewezen, voor zover deze kosten daadwerkelijk door de passagiers worden gemaakt. De gevorderde rente is toewijsbaar met ingang van de datum gelegen 14 dagen na betekening van dit vonnis.</para>
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>5</nr>De beslissing	</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De kantonrechter:</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>5.1.</nr>
      <para>veroordeelt de vervoerder tot betaling aan de passagiers van € 1.181,50, te vermeerderen met de wettelijke rente over € 1.000,00 vanaf 9 maart 2020 en over € 181,50 vanaf 7 maart 2022 tot aan de dag van voldoening van deze bedragen;</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.2.</nr>
      <parablock>
        <para>veroordeelt de vervoerder tot betaling van de proceskosten die aan de kant van de passagiers tot en met vandaag worden begroot op de bedragen zoals deze hieronder zijn gespecificeerd:</para>
        <para>dagvaarding 	€ 	125,03;<?linebreak?>griffierecht	€ 	214,00;<?linebreak?>salaris gemachtigde	€ 	264,00;<?linebreak?>vermeerderd met de wettelijke rente over deze bedragen vanaf de datum gelegen 14 dagen na betekening van dit vonnis tot aan de dag van de algehele voldoening;</para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.3.</nr>
      <para>veroordeelt de vervoerder tot betaling van € 66,00 aan nakosten voor zover deze kosten daadwerkelijk door de passagiers worden gemaakt<emphasis role="italic">, </emphasis>vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de datum gelegen 14 dagen na betekening van dit vonnis tot aan de dag van de algehele voldoening; </para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.4.</nr>
      <para>verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.5.</nr>
      <parablock>
        <para>wijst het meer of anders gevorderde af.</para>
        <para>Dit vonnis is gewezen door mr. S.N. Schipper, kantonrechter en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van bovengenoemde datum in aanwezigheid van de griffier. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De griffier		De kantonrechter</para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>