<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBNHO:2023:3015</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-04-17T09:16:37</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2023-04-04</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Noord-Holland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Noord-Holland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2023-03-29</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">C/15/332263 / HA ZA 22-590 (herstelvonnis)</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#bodemzaak">Bodemzaak</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Haarlem</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2023:3015">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2023:3015</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-04-17T09:15:27</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2023-04-17</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBNHO:2023:3015 Rechtbank Noord-Holland , 29-03-2023 / C/15/332263 / HA ZA 22-590 (herstelvonnis)</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBNHO:2023:3015:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Herstelvonnis. Art. 31 Rv, kennelijke fout die zich voor eenvoudig herstel leent. Onjuist bedrag.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBNHO:2023:3015:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>
      <inlinemediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="9b2c834e-5dc1-48ba-a9be-6ed4c11810df" depth="2" width="13" format="image/png" />
        </imageobject>
      </inlinemediaobject>
      <inlinemediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="6d46d252-d7bb-4501-86ce-9f06014385f4" depth="2" width="523" format="image/png" />
        </imageobject>
      </inlinemediaobject>vonnis</para>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK NOORD-HOLLAND</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Handel, Kanton en Insolventie</para>
      <para>Zittingsplaats Haarlem</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer / rolnummer: C/15/332263 / HA ZA 22-590</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Herstelvonnis van 29 maart 2023</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [eiseres]
        </emphasis>,</para>
      <para>wonende te [woonplaats],</para>
      <para>eiseres ,</para>
      <para>advocaat mr. L.E. de Jong te Zoeterwoude,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [gedaagde]
        </emphasis>,</para>
      <para>wonende te [woonplaats],</para>
      <para>gedaagde,</para>
      <para>advocaat mr. A.M. Buitenhuis te Nieuw-Vennep.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Partijen zullen hierna [eiseres] en [gedaagde] genoemd worden.</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Het verzoek tot verbetering </title>
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Bij e-mail van 20 maart 2023 is namens [gedaagde] de rechtbank verzocht om verbetering van het op 1 maart 2023 in deze zaak gewezen vonnis, in die zin dat het in de beslissing onder randnummer 6.9. van het vonnis opgenomen bedrag van € 32.700,- wordt gewijzigd in een bedrag van € 37.200,-.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>De rechtbank heeft [eiseres] in de gelegenheid gesteld zich over dit verzoek uit te laten. Bij e-mail van 21 maart 2023 heeft mr. de Jong namens [eiseres] aan de rechtbank bericht dat hetgeen mr. Buitenhuis stelt juist is en daarbij de rechtbank verzocht deze kennelijke verschrijving te herstellen. </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>2</nr>De beoordeling</title>
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>De rechtbank kan ex artikel 31 lid 1 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering een kennelijke fout die zich leent voor eenvoudig herstel op verzoek van een partij verbeteren. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>De rechtbank is van oordeel dat in het vonnis van 1 maart 2023 sprake is van een kennelijke fout, die zich voor eenvoudig herstel leent. De rechtbank zal het verzoek dan ook toewijzen als volgt. </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>3</nr>De beslissing</title>
    <para>De rechtbank</para>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>bepaalt dat nr. 6.9. van het op 1 maart 2023 tussen [eiseres] en [gedaagde] gewezen vonnis, waar staat </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>“<emphasis role="italic">bepaalt dat de verkoopopbrengst die resteert na betaling van de kosten van de verkoop en levering van de woning en van de resterende hypotheekschuld bij BLG Wonen – minus de eventuele betalingsachterstand – tussen partijen zal worden verdeeld in de verhouding drie/vijfde voor [gedaagde] en twee/vijfde voor [eiseres], waarbij het aandeel van [eiseres] met een bedrag van € 32.700,- zal worden verminderd gelijkelijk het aandeel van [gedaagde] zal worden vermeerderd, en de eventuele betalingsachterstand op de hypotheekschuld ten laste van het deel dat aan [gedaagde] toekomt wordt gebracht,</emphasis>”</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>wordt gewijzigd in </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>“<emphasis role="italic">bepaalt dat de verkoopopbrengst die resteert na betaling van de kosten van de verkoop en levering van de woning en van de resterende hypotheekschuld bij BLG Wonen – minus de eventuele betalingsachterstand – tussen partijen zal worden verdeeld in de verhouding drie/vijfde voor [gedaagde] en twee/vijfde voor [eiseres], waarbij het aandeel van [eiseres] met een bedrag van € 37.200,- zal worden verminderd gelijkelijk het aandeel van [gedaagde] zal worden vermeerderd, en de eventuele betalingsachterstand op de hypotheekschuld ten laste van het deel dat aan [gedaagde] toekomt wordt gebracht,</emphasis>”,</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>bepaalt dat deze verbetering onder de vermelding van de datum 29 maart 2023 wordt vermeld op de minuut van het vonnis van 1 maart 2023,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <para>gelast elk van partijen, voor zover zij dit niet reeds hebben gedaan, de ontvangen grosse dan wel het ontvangen afschrift van het vonnis van 1 maart 2023 na ontvangst van dit herstelvonnis aan de griffie van de rechtbank te retourneren.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Dit vonnis is gewezen door mr. A.J. Wolfs en in het openbaar uitgesproken op 29 maart 2023.<footnote-ref linkend="_d3e23d76-9025-4f04-a64c-87984975cd0a" /></para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
  <footnote id="_d3e23d76-9025-4f04-a64c-87984975cd0a" label="1">
    <para>Conc.: 1589</para>
    <para />
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>