<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBNHO:2023:2864</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-03-30T11:12:43</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2023-03-30</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Noord-Holland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Noord-Holland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2023-03-01</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">10279305 \ WM VERZ  23-32</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Zaanstad</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_bestuursstrafrecht">Bestuursrecht; Bestuursstrafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2023:2864">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2023:2864</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-03-30T11:04:51</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2023-03-30</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBNHO:2023:2864 Rechtbank Noord-Holland , 01-03-2023 / 10279305 \ WM VERZ  23-32</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBNHO:2023:2864:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <parablock>
        <para>WAHV. Parkeerboete. Een beperkt aanbod van parkeerplaatsen en het niet veroorzaken van hinder geen deugdelijke grond ter plaatse te parkeren. Boete terecht opgelegd.</para>
        <para>Hoorplicht geschonden door officier van justitie. Kantonrechter oordeelt dat betrokkene is geschaad in zijn belangen en dient te worden gecompenseerd. Matiging boetebedrag met 25%.</para>
      </parablock>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBNHO:2023:2864:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para />
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK NOORD-HOLLAND</bridgehead>
    <parablock>
      <para>Handel, Kanton en Bewind</para>
      <para>locatie Zaanstad</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zaaknummer	: 10279305 \ WM VERZ  23-32</para>
      <para>CJIB-nummer	: 237976036</para>
      <para>Uitspraakdatum	: 1 maart 2023</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Uitspraak op een beroep als bedoeld in artikel 9 van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (WAHV)</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
      <para>
        [betrokkene]
      </para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>Het verloop van de procedure</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna te noemen: boete) opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing is door betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De zaak is behandeld op de zitting van 21 februari 2023. Op de zitting is de vertegenwoordiger van de officier van justitie verschenen. Betrokkene is ook verschenen. De kantonrechter heeft na de zitting uitspraak gedaan.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>Overwegingen</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De gedraging waarvoor de boete is opgelegd, luidt – kort omschreven – als volgt: een voertuig parkeren waar dat niet mag (bord E1, parkeerverbod(szone)).   </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Betrokkene is het niet eens met de beslissing van de officier van justitie en heeft in het beroepschrift de gronden daarvoor aangevoerd. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Ter zitting stelt betrokkene dat zij door de officier van justitie niet is gehoord. </para>
      <para>De vertegenwoordiger van de officier van justitie erkend ter zitting dat de hoorplicht is geschonden en verzoekt de kantonrechter de beslissing van de officier van justitie te vernietigen en de inleidende beschikking in stand te houden.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De kantonrechter verklaart in zoverre het beroep gegrond en zal de beslissing van de officier van justitie vernietigen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De kantonrechter dient vervolgens te beoordelen of de inleidende beschikking in stand kan blijven. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Betrokkene erkent de gedraging, zodat deze vast staat. Betrokkene doet echter een beroep op de omstandigheden van het geval. De parkeersituatie bij het wooncomplex is in de avonduren nijpend. De bewoners worden genoodzaakt hun auto in de grasrand of netjes langs de weg te parkeren. De mensen gaan de volgende dag weer naar hun werk, werkelijk niemand heeft hier last van, aldus betrokkene. </para>
      <para>Ter zitting stelt betrokkene aanvullend dat er erg selectief wordt gehandhaafd omdat er op vrijdag tijdens het moskee bezoek niet wordt gehandhaafd. Daarnaast stelt betrokkene dat hij die nacht om 4 uur thuis kwam en de auto in de ochtend weer heeft weggehaald. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De kantonrechter overweegt dat een beperkt aanbod van parkeerplaatsen geen deugdelijke grond vormt om het voertuig ter plaatse te parkeren. Hoewel de kantonrechter begrijpt dat er sprake is van een zeer vervelende situatie in de avonduren, treft ook het verweer dat het voertuig niet hinderlijk stond geparkeerd geen doel, nu dit niet afdoet aan het verboden karakter van de gedraging. De boete is dus terecht opgelegd. Met betrekking tot het parkeerprobleem in de wijk dient betrokkene zich te wenden tot de gemeente. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De kantonrechter ziet echter wel aanleiding om de boete te matigen. Daarbij is het volgende van belang. In dit geval heeft de officier van justitie de betrokkene die zonder (professioneel) gemachtigde procedeerde een wettelijk voorgeschreven onderdeel van de procedure in administratief beroep onthouden door hem niet in de gelegenheid te stellen om te worden gehoord. Betrokkene is geschaad in zijn belangen door hem een essentieel onderdeel van de procedure in administratief beroep te onthouden. Onder verwijzing naar de uitspraak van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden<footnote-ref linkend="_2e463ef8-b2db-47c6-a162-f561455588ac" />, is de kantonrechter van oordeel dat betrokkene voor deze schending dient te worden gecompenseerd en ziet aanleiding om de boete te matigen met 25 procent.  </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het beroep tegen de beschikking waarbij de boete is opgelegd is gelet op de matiging gedeeltelijk gegrond. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>De uitspraak</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De kantonrechter:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>‒ verklaart het beroep tegen de beslissing van de officier van justitie gegrond en vernietigt die beslissing;</para>
      <para>‒ verklaart het beroep tegen de beschikking waarbij de boete is opgelegd gedeeltelijk gegrond;</para>
      <para>‒ wijzigt de beslissing van de officier van justitie, in die zin dat de boete wordt gematigd tot een bedrag van € 71,25 (met handhaving van de administratiekosten);</para>
      <para>‒ bepaalt dat de officier van justitie het te veel betaalde bedrag dat betrokkene als zekerheidstelling heeft betaald, aan betrokkene terugbetaalt.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door mr. A.P. Ploeger, kantonrechter, bijgestaan door de griffier, en in het openbaar uitgesproken.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De griffier							De kantonrechter</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Tegen deze uitspraak kan op grond van artikel 14 WAHV hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, binnen 6 weken na de hieronder vermelde dag van toezending. Hoger beroep is in beginsel alleen mogelijk als de boete in de uitspraak is bepaald op een bedrag van meer dan € 110,00. Het beroepschrift moet worden verzonden aan de afdeling Kanton van de rechtbank Noord-Holland, Postbus 251, 1800 BG Alkmaar. De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure in hoger beroep, tenzij door u bij het beroepschrift uitdrukkelijk om een mondelinge behandeling van de zaak is verzocht. <emphasis role="bold">Het instellen van hoger beroep per e-mail is niet mogelijk</emphasis>.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Datum toezending: </para>
    </parablock>
  </section>
  <footnote id="_2e463ef8-b2db-47c6-a162-f561455588ac" label="1">
    <para>Vgl. de uitspraak van Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 22 november 2022, te vinden op www.rechtspraak.nl met zoekterm ECLI:NL:GHARL:2022:9934.</para>
    <para />
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>