<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBNHO:2023:1890</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-03-07T13:05:49</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2023-03-03</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Noord-Holland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Noord-Holland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2023-02-22</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">10291713 \ CV EXPL  23-485</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Haarlem</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2023:1890">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2023:1890</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-03-07T13:04:46</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2023-03-07</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBNHO:2023:1890 Rechtbank Noord-Holland , 22-02-2023 / 10291713 \ CV EXPL  23-485</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBNHO:2023:1890:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Vordering handelaar-consument. Abonnementskosten; voldaan aan de (pre)contractuele informatieplichten van artikel 6:230l BW. Toestelkredietovereenkomst heeft de eisende partij niet gesteld dat zij heeft voldaan aan haar informatieplichten.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBNHO:2023:1890:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK NOORD-HOLLAND</bridgehead>
    <para>Handel, Kanton en Insolventie</para>
    <para>locatie Haarlem</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zaaknr./rolnr.: 10291713 \ CV EXPL  23-485</para>
      <para>Uitspraakdatum: 22 februari 2023<?linebreak?></para>
      <para>
        <emphasis role="bold">Verstekvonnis van de kantonrechter in de zaak van:</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>de besloten vennootschap<?linebreak?><emphasis role="bold">T-Mobile Netherlands B.V.</emphasis></para>
      <para>gevestigd te 's-Gravenhage</para>
      <para>de eisende partij </para>
      <para>gemachtigde: Flanderijn gerechtsdeurwaarders</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [gedaagde] </emphasis>
      </para>
      <para>wonende te [woonplaats] </para>
      <para>de gedaagde partij  </para>
      <para>niet verschenen</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De procedure</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>De eisende partij heeft de gedaagde partij gedagvaard. Tegen de gedaagde partij is verstek verleend.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>2</nr>De beoordeling</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>De eisende partij heeft gevorderd de gedaagde partij te veroordelen tot betaling van <?linebreak?>€ 1.242,43 (€ 1.202,43 aan hoofdsom en € 40,00 aan buitengerechtelijke incassokosten), te vermeerderen met de wettelijke rente over de (resterende) hoofdsom vanaf 19 december 2022 tot aan de dag der algehele voldoening, met veroordeling van de gedaagde partij in de proceskosten.<?linebreak?></para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>De eisende partij stelt dat zij op 30 maart 2020 in een van haar winkels met de gedaagde partij een overeenkomst met betrekking tot data- en/of telecommunicatiediensten en een kredietovereenkomst voor de aanschaf van een Apple iPad Pro 11 inch 2002 Grijs heeft gesloten. De eisende partij heeft de overeenkomst wegens wanbetaling op 1 februari 2021 ontbonden. De eisende partij vordert nakoming van de overeenkomst en schadevergoeding wegens de ontbinding daarvan. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <parablock>
        <para>De eisende partij heeft ter onderbouwing van haar vordering verschillende facturen overgelegd. De eisende partij vordert over de maand juni 2020 een bedrag van € 17,17, terwijl op de factuur een (veel) hoger bedrag wordt genoemd. Een specificatie van het bedrag van € 17,17 ontbreekt zodat niet duidelijk is of dat bedrag ziet op abonnementskosten en/of op de toestelkosten. Daardoor ontbreekt een grondslag voor dit deel van de vordering. De kantonrechter wijst het gedeelte van de vordering dat ziet op de factuur van juni 2020 dan ook af.  <?linebreak?></para>
        <para>
          <emphasis role="italic">(Pre)contractuele informatieplichten ten aanzien van de abonnementskosten</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4.</nr>
      <para>De vordering is gebaseerd op een overeenkomst tussen een handelaar en een consument. De overeenkomst is binnen de verkoopruimte gesloten. Bij het sluiten van dergelijke overeenkomsten moet de handelaar voldoen aan de wettelijke (pre)contractuele informatieplichten van artikel 6:230l aanhef en onder a, b, c, d en f van het Burgerlijk Wetboek (BW). Dit ter bescherming van de consument. De handelaar moet gemotiveerd stellen en onderbouwen dat aan deze plichten is voldaan. De kantonrechter moet er ambtshalve op toezien dat die voorschriften worden nageleefd. Zie, onder meer, het arrest van de Hoge Raad van 12 november 2021 (ECLI:NL:HR:2021:1677).</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.5.</nr>
      <para>De kantonrechter is van oordeel dat de eisende partij voldoende heeft toegelicht en onderbouwd dat aan voornoemde informatieplichten is voldaan. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.6.</nr>
      <para>Dit betekent dat een bedrag van <emphasis role="bold">€ 199,35‬ </emphasis>aan abonnementstermijnen toewijsbaar is. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Openstaand bedrag toestelkredietovereenkomst</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.7.</nr>
      <para>Verder vordert de eisende partij betaling van <emphasis role="bold">€ 282,47‬ </emphasis>aan niet betaalde toesteltermijnen en <emphasis role="bold">€ 574,41 </emphasis>aan resterende termijnen van het toestelkrediet. <?linebreak?></para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.8.</nr>
      <para>De eisende partij stelt dat zij geen kosten en/of rente over de toestelprijs in rekening heeft gebracht, zodat sprake is van een zogenoemd zacht krediet. De eisende partij heeft de toestelkredietvoorwaarden echter niet overgelegd, zodat de kantonrechter niet kan vaststellen dat sprake is van een zacht krediet. Daarom gaat de kantonrechter ervan uit dat de bepalingen van titel 7:2A BW op deze overeenkomst van toepassing zijn.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.9.</nr>
      <para>De eisende partij heeft niet gesteld dat zij heeft voldaan aan haar informatieplichten en daar is ook niet van gebleken en ook is niet gesteld of gebleken dat de eisende partij een kredietwaardigheidstoets heeft uitgevoerd. Gelet hierop zal de kredietovereenkomst worden vernietigd. Omdat de eisende partij geen andere grondslag heeft aangevoerd, wordt dit gedeelte van de vordering afgewezen.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Ontbindingsschade </emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.10.</nr>
      <parablock>
        <para>De eisende partij vordert op grond van artikel 6:277 lid 1 BW een bedrag van <?linebreak?><emphasis role="bold">€ 129,03</emphasis> aan (schade)vergoeding voor de resterende abonnementstermijnen wegens de voortijdige ontbinding van de overeenkomst. De eisende partij stelt dat zij het schadebedrag heeft berekend door de na ontbinding resterende loopduur van de overeenkomst (in maanden) te vermenigvuldigen met 50% van de maandprijs van de goedkoopste bundel die de gedaagde partij had kunnen kiezen. Dit is in lijn met rapport Ambtshalve Toetsing III, zodat ook dit bedrag toewijsbaar is.</para>
        <para>
          <?linebreak?>
          <emphasis role="italic">Aanmaningskosten </emphasis>
          <?linebreak?>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.11.</nr>
      <parablock>
        <para>De kantonrechter stelt vast dat de in de factuur van 12 augustus 2020 opgenomen aanmaningskosten van € 15,00 niet zijn opgenomen in de specificatie van de vordering zoals opgenomen in de dagvaarding en daarmee dat deze kosten niet gevorderd zijn. Daar hoeft dus ook niet op te worden beslist. <?linebreak?></para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Conclusie en kosten </emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.12.</nr>
      <para>Gelet op het voorgaande is de gevorderde hoofdsom van <emphasis role="bold">€ 328,38</emphasis> (€ 199,35 + <?linebreak?>€ 129,03) toewijsbaar. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.13.</nr>
      <para>De buitengerechtelijke kosten zijn toewijsbaar over deze hoofdsom, tot een bedrag van € 40,00. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.14.</nr>
      <para>De gedaagde partij wordt in het ongelijk gesteld en zal daarom in de proceskosten worden veroordeeld.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>3</nr>De beslissing </title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De kantonrechter:</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>veroordeelt de gedaagde partij tot betaling aan de eisende partij van € 328,38, te vermeerderen met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 19 december 2022 tot aan de dag van de gehele betaling;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>veroordeelt de gedaagde partij tot betaling van de proceskosten, die de kantonrechter aan de kant van de eisende partij tot en met vandaag vaststelt op:</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>€	107,22 wegens dagvaardingskosten,</para>
        <para>€	322,00 wegens griffierecht en</para>
        <para>€	  80,00 wegens salaris gemachtigde;</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <para>verklaart de veroordeling(en) in dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad; </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.4.</nr>
      <para>wijst af het meer of anders gevorderde.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Dit vonnis is gewezen door mr. M.M. Kruithof en op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De griffier                                                                                                        De kantonrechter</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>