<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBNHO:2023:1874</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-03-07T12:18:29</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2023-03-03</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Noord-Holland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Noord-Holland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2023-02-15</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">9759182 \ CV EXPL  22-1740</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Haarlem</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2023:1874">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2023:1874</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-03-07T12:16:12</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2023-03-07</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBNHO:2023:1874 Rechtbank Noord-Holland , 15-02-2023 / 9759182 \ CV EXPL  22-1740</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBNHO:2023:1874:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>afwijzen verzoek herstelvonnis ex art 31 en 32 Rv</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBNHO:2023:1874:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK NOORD-HOLLAND</bridgehead>
    <para>Civiel recht</para>
    <para>Kantonrechter</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Haarlem</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis van 15 februari 2023</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>inzake het verzoek om een herstelvonnis ex artikel 31 en 32 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak met zaaknummer / rolnummer: 9759182 \ CV EXPL  22-1740</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>inzake</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid<emphasis role="bold"> EASYS HORECA B.V. </emphasis>handelend onder de naam<emphasis role="bold"> Eazis Horeca en Eazis Music &amp; Systems </emphasis></para>
      <para>te Almelo</para>
      <para>eisende partij in conventie</para>
      <para>gedaagde partij in reconventie</para>
      <para>hierna te noemen: Easys</para>
      <para>gemachtigde: Groothuis Ligtermoet &amp; Nijhuis gerechtsdeurwaarders &amp; incasso </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [gedaagde] </emphasis>
      </para>
      <para>handelend onder de naam<emphasis role="bold"> [bedrijf]</emphasis></para>
      <para>te [woonplaats] </para>
      <para>gedaagde partij in conventie</para>
      <para>eisende partij in reconventie</para>
      <para>hierna te noemen: [gedaagde]</para>
      <para>gemachtigde: mr. B. Wessel</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Het verzoek tot verbetering/aanvulling</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1</nr>
      <parablock>
        <para>Bij brief van 13 januari 2023 heeft [gedaagde] verzocht om verbetering/aanvulling van het op </para>
        <para>4 januari 2023 tussen partijen gewezen vonnis (hierna: het vonnis). [gedaagde] voert daartoe – samengevat – aan dat de kantonrechter in het vonnis ten onrechte geen overweging heeft gewijd aan diverse verweren van [gedaagde] . Volgens [gedaagde] maakt dat het vonnis onbegrijpelijk, althans onvoldoende gemotiveerd en heeft de kantonrechter de grenzen van de rechtsstrijd overschreden; er is sprake van een kennelijke misslag en het vonnis berust op een onjuiste feitelijke grondslag, hetgeen zich volgens [gedaagde] leent voor eenvoudig herstel. [gedaagde] vindt het verder onbegrijpelijk dat de kantonrechter voorbij is gegaan aan het getuigenbewijsaanbod van [gedaagde] , hetgeen volgens hem nadere motivering en aanpassing/herstel behoeft. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <parablock>
        <para>Bij brief van 6 februari 2023 heeft Easys op dit verzoek gereageerd, concluderend tot </para>
        <para>afwijzing daarvan. Volgens Easys heeft de kantonrechter niet verzuimd om te beslissen over een (essentieel) onderdeel van het gevorderde en is ook geen sprake van een kennelijke verschrijving in het vonnis die zich voor eenvoudig herstel leent. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>2</nr>De beoordeling</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>De kantonrechter stelt voorop dat het verzoek van [gedaagde] tot verbetering/aanvulling van het vonnis onvoldoende bepaalbaar is geformuleerd. Uit het verzoek blijkt niet welk deel of welke delen uit het vonnis volgens [gedaagde] verbeterd of aangevuld zouden moeten worden. Hij verzoekt de kantonrechter immers, in feite in zijn algemeenheid, om het vonnis ‘<emphasis role="italic">aan te vullen en te verbeteren en juridisch of feitelijk onjuiste eindbeslissingen betreffende buitengerechtelijke kosten en proceskostenveroordeling in conventie te verbeteren.</emphasis>’ Daarmee ligt het verzoek reeds voor afwijzing gereed. Ten overvloede wordt het volgende overwogen. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Het verzoek om verbetering ex artikel 31 Rv</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>Op grond van artikel 31 lid 1 Rv kan de rechter, op verzoek van een partij of ambtshalve, een kennelijke rekenfout, schrijffout of andere kennelijke fout in een vonnis, die zich voor eenvoudig herstel leent, verbeteren. Volgens de Memorie van Toelichting bij artikel 31 Rv is van een dergelijke fout sprake bij zeer duidelijke verschrijvingen of (reken)fouten, waarbij voor partijen en derden direct duidelijk is dat sprake is van een vergissing, en die zich voor eenvoudig herstel lenen (vgl. Hoge Raad 19 april 2019, ECLI:NL:HR:2019:580). Hiervan is naar het oordeel van de kantonrechter in dit geval geen sprake. Daartoe wordt als volgt overwogen. </para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>Het verzoek om verbetering vindt zijn grondslag in het, volgens [gedaagde] , door de kantonrechter ten onrechte niet meewegen van bepaalde verweren en het voorbij gaan aan het bewijsaanbod. Een zodanig verzoek valt buiten het toepassingsbereik van artikel 31 Rv. [gedaagde] verzoekt in feite om een inhoudelijke correctie van het vonnis. Daarvoor is artikel 31 Rv niet bedoeld. Inhoudelijke bezwaren tegen een vonnis kunnen in hoger beroep aan de orde worden gesteld. Dat het relatief gering financieel belang van deze zaak voor [gedaagde] een drempel voor het instellen van hoger beroep opwerpt, zoals hij stelt, doet daaraan niet af. </para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4.</nr>
      <parablock>
        <para>De conclusie is dat het verzoek van [gedaagde] om verbetering van het vonnis zal worden afgewezen. </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Het verzoek om aanvulling ex artikel 32 Rv</emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.5.</nr>
      <para>Op grond van artikel 32 lid 1 Rv kan de rechter een vonnis op verzoek van een partij aanvullen als is verzuimd te beslissen over een onderdeel van het gevorderde. Deze situatie is hier niet aan de orde. Op alle ingestelde vorderingen van partijen is beslist. [gedaagde] stelt ook niet, althans onvoldoende, dat is verzuimd te beslissen over enig onderdeel van de vorderingen. Artikel 32 Rv is niet bedoeld voor het verbeteren van een onjuistheid in het vonnis. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.6.</nr>
      <para>De conclusie is dat het verzoek van [gedaagde] om aanvulling van het vonnis zal worden afgewezen. </para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>3</nr>De beslissing	</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De kantonrechter:</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>wijst het verzoek tot verbetering/aanvulling van het tussen partijen gewezen vonnis van 4 januari 2023 af. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Dit vonnis is gewezen door mr. W. Aardenburg en op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De griffier		De kantonrechter</para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>