<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBNHO:2023:1563</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-02-24T11:23:40</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2023-02-24</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Noord-Holland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Noord-Holland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2023-02-24</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">15-870919-17 rekest 22-018721</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#rekestprocedure">Rekestprocedure</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Haarlem</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2023:1563">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2023:1563</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-02-24T11:22:44</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2023-02-24</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBNHO:2023:1563 Rechtbank Noord-Holland , 24-02-2023 / 15-870919-17 rekest 22-018721</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBNHO:2023:1563:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Verzoek schadevergoeding 533 Sv. Verblijf op terroristenafdeling. Hogere forfaitaire vergoeding, gelijk aan verblijf in HvB met beperkingen.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBNHO:2023:1563:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <section>
    <title>RECHTBANK NOORD-HOLLAND</title>
    <para>Strafrecht</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Locatie Haarlem</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>parketnummer	: 15-870919-17	</para>
      <para>raadkamernummer	: 22-018721, 22-018722</para>
      <para>datum	: 24 februari 2023</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">beslissing van de enkelvoudige raadkamer op het verzoek op grond van artikelen 530 en 533 van het Wetboek van Strafvordering (Sv) van:</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      [verzoeker]
    </title>
    <parablock>
      <para>
        [geboortedatum] </para>
      <para>woonplaats kiezend op het kantoor van mr. F.T.C. Dölle, </para>
      <para>advocaat te Amsterdam (Linnaeusstraat 2A, 1092 CK Amsterdam),</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>hierna te noemen: de verzoeker.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Feiten</title>
    <para>De verzoeker is op 10 juli 2017 aangehouden en in verzekering gesteld op verdenking van opruiing en deelname aan een criminele (terroristische) organisatie. </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Vanaf 13 juli 2017 is de bewaring bevolen en op 16 augustus 2017 is de voorlopige hechtenis geschorst. Na hoger beroep door het OM heeft het gerechtshof Amsterdam op 30 augustus 2017 de beschikking van de rechtbank vernietigd en is de schorsing opgeheven. Op 27 september 2017 heeft de rechtbank de vordering verlenging gevangenhouding afgewezen. Het door het OM ingestelde hoger beroep hiertegen is op 25 oktober 2017 door het gerechtshof Amsterdam afgewezen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De verzoeker is op 6 oktober 2020 door de meervoudige kamer van deze rechtbank vrijgesproken. Het OM is hiertegen in hoger beroep gegaan en heeft dit ingetrokken op 30 mei 2022. Het vonnis is daarmee onherroepelijk geworden. De strafzaak is derhalve geëindigd zonder oplegging van straf of maatregel en artikel 9a Wetboek van Strafrecht is niet toegepast.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Procedure</title>
    <para>Het verzoekschrift is op 19 augustus 2022 ter griffie van deze rechtbank ontvangen.</para>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Verzoek</title>
    <para>Het verzoek strekt tot het toekennen van een vergoeding van in totaal € 9.050,- wegens:</para>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>de immateriële schade die verzoeker als gevolg van ondergane verzekering en voorlopige hechtenis heeft geleden tot een bedrag van in totaal € 8.710,-</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>de kosten van een raadsvrouw voor het opstellen en indienen van dit verzoek tot een bedrag van € 340,-</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Standpunt van het Openbaar Ministerie</title>
    <para>De officier van justitie verzet zich niet tegen het toekennen van de gevraagde vergoeding.</para>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>Beoordeling</title>
    <para>De rechtbank is bevoegd en het verzoek is tijdig ingediend.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op de voet van het bepaalde in de artikelen 533, 534 en 530 van het Wetboek van Strafvordering kan de gewezen verdachte – indien de strafzaak is geëindigd zonder oplegging van straf of maatregel en zonder dat toepassing is gegeven aan artikel 9a van het Wetboek van Strafrecht – aanspraak maken op vergoeding van de door deze ten gevolge van ondergane verzekering en voorlopige hechtenis geleden schade, respectievelijk de gemaakte kosten van een advocaat, zo daartoe althans gronden van billijkheid aanwezig zijn, alle omstandigheden in aanmerking genomen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank acht die gronden aanwezig en zal het verzoekschrift als volgt toewijzen.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para>De rechtbank:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Kent aan verzoeker ten laste van de Staat een vergoeding toe van € 9.050,- </para>
      <para>(zegge: negenduizend vijftig euro), welk bedrag als volgt is samengesteld:</para>
      <para>€ 390,- wegens een verblijf van drie dagen op een politiebureau;</para>
      <para>€ 6.400,- wegens een verblijf van 64 dagen in een huis van bewaring;</para>
      <para>€ 1.920,- verhoging wegens verblijf in de terroristenafdeling<footnote-ref linkend="_c9bcc5d0-28c6-4d56-8490-fbbf2fb109b5" />;</para>
      <para>€ 340,- wegens de kosten van een raadsman/raadsvrouw voor de indiening van het verzoekschrift.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze beslissing is gegeven door</para>
      <para>mr. L.J. Saarloos, rechter,</para>
      <para>in tegenwoordigheid van J.J.M. Smolders, griffier, </para>
      <para>en in het openbaar uitgesproken op 24 februari 2023</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Tegen de beslissing van deze rechtbank staat voor de officier van justitie binnen veertien dagen daarna en voor de gewezen verdachte of zijn erfgenamen binnen een maand na de betekening hoger beroep open bij het gerechtshof.</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">BEVELSCHRIFT VAN TENUITVOERLEGGING</emphasis>
      </para>
      <para>De rechter beveelt de tenuitvoerlegging van vorenstaande beslissing als de zaak onherroepelijk is en de betaling ten laste van ’s Rijks kas door de griffier van deze rechtbank van een bedrag van:</para>
      <para>€ 9.050,- (zegge: negenduizend vijftig euro), ten gunste van verzoeker, door overmaking van voornoemd bedrag op rekeningnummer NL02 ABNA 0522020380 ten name van Stichting Beheer Derdengelden Prakken d ' Oliveira Human Rights Lawyers te Amsterdam onder vermelding van ‘D20221139.FD’. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <footnote id="_c9bcc5d0-28c6-4d56-8490-fbbf2fb109b5" label="1">
    <para> Het regime waarin verzoeker zich bevond is vergelijkbaar met de EBI, zie ECLI:NL:RBROT:2019:10398. </para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>