<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBNHO:2023:1385</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-03-01T12:00:33</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2023-02-21</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Noord-Holland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Noord-Holland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2023-02-22</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">10099029 CV EXPL 22-4376</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Alkmaar</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_verbintenissenrecht">Civiel recht; Verbintenissenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2023:1385">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2023:1385</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-02-28T14:11:37</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2023-03-01</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBNHO:2023:1385 Rechtbank Noord-Holland , 22-02-2023 / 10099029 CV EXPL 22-4376</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBNHO:2023:1385:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>online bestellling van een dienst. Geen deugdelijke vaststelling van de identiteit van degene die een bestelling plaats via een website.Geen stukken of gegevens waaruit kan volgen dat degene wiens gegevens zijn ingevoerd de contractspartij is.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBNHO:2023:1385:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK NOORD-HOLLAND</bridgehead>
    <para>Handel, Kanton en Bewind</para>
    <para>locatie Alkmaar</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zaaknr./rolnr.: 10099029 \ CV EXPL  22-4376</para>
      <para>Uitspraakdatum: 22 februari 2023</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis van de kantonrechter in de zaak van:</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Dienst voor het kadaster en de openbare registers </emphasis>
      </para>
      <para>gevestigd te Apeldoorn</para>
      <para>eiseres</para>
      <para>verder te noemen: het Kadaster</para>
      <para>gemachtigde: ACCS Gerechtsdeurwaarders</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [gedaagde] </emphasis>
      </para>
      <para>wonende te [woonplaats] </para>
      <para>gedaagde  </para>
      <para>verder te noemen: [gedaagde]</para>
      <para>procederend in persoon</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">De zaak in het kort</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>In deze zaak vordert het Kadaster betaling van een factuur voor een verleende dienst. De kantonrechter wijst de vordering af, omdat niet kan worden vastgesteld dat een overeenkomst tussen partijen tot stand is gekomen. </para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>
      <nr>1</nr>Het procesverloop</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Het Kadaster heeft bij dagvaarding van 8 september 2022 een vordering tegen [gedaagde] ingesteld. [gedaagde] heeft schriftelijk geantwoord.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>Het Kadaster heeft hierop schriftelijk gereageerd, waarna [gedaagde] nog een schriftelijke reactie heeft gegeven. </para>
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>Het geschil</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>Het Kadaster vordert dat de kantonrechter [gedaagde] veroordeelt tot betaling van een bedrag van € 321,47, te vermeerderen met rente en kosten. Het Kadaster legt aan de vordering ten grondslag – kort weergegeven – dat [gedaagde] als consument diensten van Kadaster heeft besteld en afgenomen, te weten een erfdienstbaarheidsonderzoek, en dat [gedaagde] de factuur daarvoor moet betalen. </para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>
        [gedaagde] betwist dat hij de bestelling heeft geplaatst. [gedaagde] stelt dat de e-mail waarmee volgens het Kadaster de bestelling is gedaan, niet van hem afkomstig is en niet door hem is verstuurd. [gedaagde] wijst erop dat iedereen op zijn naam en met zijn e-mailadres een bestelling kan plaatsen en dat het Kadaster zijn identiteit niet heeft vastgesteld. </para>
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>3</nr>De beoordeling</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>Het gaat in deze zaak om de vraag of [gedaagde] moet worden veroordeeld tot betaling van een bedrag van € 321,47.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>De kantonrechter is van oordeel dat de vordering van het Kadaster moet worden afgewezen, omdat niet kan worden vastgesteld dat een overeenkomst tussen partijen tot stand is gekomen. Daarbij is het volgende van belang.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <para>Volgens het Kadaster heeft [gedaagde] via de website van het Kadaster een bestelling gedaan. Het Kadaster gaat daarvan uit, omdat bij de gegevens die op het elektronische bestelformulier zijn ingevuld het e-mailadres van [gedaagde] is vermeld. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.4.</nr>
      <para>Echter, [gedaagde] heeft terecht gesteld dat de enkele vermelding van zijn e-mailadres op een website of elektronisch bestelformulier onvoldoende is om als vaststaand aan te nemen dat hij degene is geweest die de bestelling heeft geplaatst en de overeenkomst is aangegaan. Iedere willekeurige derde kan immers het e-mailadres van [gedaagde] (of welk ander e-mailadres dan ook) vermelden of opgeven. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.5.</nr>
      <para>Van het Kadaster mag als professioneel en bedrijfsmatig handelend dienstverlener ook worden verwacht dat zij zorgdraagt voor een deugdelijke vaststelling van de identiteit van degene die een bestelling plaats via haar website, zeker waar het gaat om consumenten zoals [gedaagde] . Het Kadaster kan dat ook op eenvoudige wijze bewerkstelligen, bijvoorbeeld door gebruik te maken van verificatie met DigiD, een digitale handtekening, of een (voorafgaande) betaling via Ideal. Dat het Kadaster dat heeft nagelaten, komt voor haar rekening en risico.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.6.</nr>
      <para>Er zijn, anders dan het bestelformulier, geen stukken of gegevens waaruit kan volgen dat [gedaagde] is aan te merken als contractspartij van Kadaster. De omstandigheid dat [gedaagde] niet (direct) heeft gereageerd op de e-mail waarin de bestelling wordt bevestigd en op de toezending van de gegevens van een erfdienstbaarheidsonderzoek op 10 december 2021, levert onvoldoende aanwijzing op dat [gedaagde] de overeenkomst is aangegaan. Bovendien heeft [gedaagde] wel gereageerd met een e-mail van 27 december 2021 en 24 januari 2022, waarbij hij vraagt om nadere gegevens, met de mededeling dat hij niet wist <emphasis role="italic">“waarvoor het is”. </emphasis>Gelet daarop heeft [gedaagde] de bestelling ook niet (stilzwijgend) aanvaard of erkend, en kan er geen sprake zijn van een gerechtvaardigd vertrouwen bij het Kadaster dat [gedaagde] de overeenkomst is aangegaan.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.7.</nr>
      <para>Gezien het voorgaande is er geen grond om het Kadaster toe te laten tot het leveren van bewijs.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.8.</nr>
      <para>De vordering wordt dus afgewezen. </para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.9.</nr>
      <para>Het Kadaster krijgt ongelijk en wordt daarom veroordeeld in de kosten van deze procedure. Aangezien [gedaagde] niet werd bijgestaan door een professioneel gemachtigde en geen kosten heeft gesteld, worden die kosten begroot op nihil.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>4</nr>De beslissing	</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De kantonrechter:</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <para>wijst de vordering af;</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2.</nr>
      <para>veroordeelt Kadaster tot betaling van de proceskosten, die tot en met vandaag voor [gedaagde] worden vastgesteld op nihil.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3.</nr>
      <para>Dit vonnis is gewezen door mr. P.J. Jansen en op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De griffier		De kantonrechter</para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>